Nobelprijs, schandalen, prijzenfestijn

Geschiedenis van de Nobelprijs kent talrijke schandalen

Persoonlijke vetes, vriendjespolitiek en corruptie. Vanaf het begin kwam de Nobelprijs negatief in het nieuws, want de strijd om de prestigieuze onderscheiding is genadeloos.

Persoonlijke vetes, vriendjespolitiek en corruptie. Vanaf het begin kwam de Nobelprijs negatief in het nieuws, want de strijd om de prestigieuze onderscheiding is genadeloos.

Chad Ehlers/Imageselect & Jonathan Nackstrand/AFP/Ritzau Scanpix

Nobelprijswinnaars krijgen geld en een medaille met het portret van Nobel.

© RED/Imageselect

De Nobelprijswinnaars van 2021

Nobelprijs voor Scheikunde:

  • Benjamin List van het Max-Planck-Institut für Kohlenforschung & David W.C. MacMillan van Princeton University (voor de ontwikkeling van kunstmatige chemische moleculen)

Nobelprijs voor Natuurkunde:

  • Syukuro Manabe van Princeton University & Klaus Hasselmann van het Max-Planck-Institut für Meteorologie (voor de ontwikkeling van betrouwbare klimaatmodellen)
  • Giorgio Parisi van de Sapienza-universiteit in Rome (voor de wiskundige inventarisatie van complexe structuren)

Nobelprijs voor Fysiologie of Geneeskunde:

  • David Julius van de University of California & Ardem Patapoutian van het Scripps Research Howard Hughes Medical Institute (voor de ontdekking van gevoelsreceptoren)

Nobelprijs voor Literatuur:

  • De Tanzaniaans-Britse schrijver Abdulrazak Gurnah (voor zijn romans over kolonialisme en migratie)

Nobelprijs voor de Vrede:

  • Dmitry Moeratov & Maria Ressa (voor hun onderzoeksjournalistiek en strijd voor vrijheid van meningsuiting in Rusland en de Filipijnen)

Nobelprijs voor Economie:

  • David Card van de University of California, Berkeley (voor zijn onderzoek naar de arbeidsmarkt)
  • Joshua D. Angrist van MIT en Guido W. Imbens van Stanford University (voor hun onderzoek naar oorzakelijke verbanden)

In 1888 las de Zweedse springstofproducent Alfred Nobel geschrokken zijn eigen necrologie. De kop was: ‘Handelaar in de dood is dood.’

De krant zat ernaast – de overledene was Alfreds broer. Maar de steenrijke Nobel besefte ineens wel hoe hij zou worden herinnerd.

Daarom liet hij in zijn testament 94 procent van zijn vermogen na aan een fonds dat elk jaar mensen moest belonen die een uitzonderlijke bijdrage hadden geleverd voor de mensheid.

Maar zelfs met zo’n nobele gedachte kan het nog weleens misgaan ...

1. Dictators genomineerd voor vredesprijs

Weinig Nobelprijsnominaties waren zo omstreden als die van Adolf Hitler. De Duitse nazileider had in de jaren 1930 de jodenvervolging geïnitieerd en in 1938 Oostenrijk en Sudetenland (Tsjecho-Slowakije) geannexeerd.

Het was dan ook een complete verrassing toen het Zweedse parlementslid Erik Brandt, die zelf antifascist was, hem in 1939 nomineerde voor de Nobelprijs voor de Vrede.

De nominatie bleek een ironisch protest te zijn, omdat de Britse premier Neville Chamberlain voor dezelfde prijs was genomineerd vanwege zijn akkoord met Hitler over de annexatie van Sudetenland.

Adolf Hitler, Nobelprijs voor de Vrede, 1939

Zelfs Hitler zal ongelovig hebben gelachen toen hij las dat hij was genomineerd voor de Nobelprijs voor de Vrede.

© Akg-images/Ritzau Scanpix

Uiteindelijk kreeg niemand de prijs, want in september dat jaar viel Hitler Polen binnen en begon de Tweede Wereldoorlog.

Hitler is niet de enige dictator die in aanmerking kwam voor de Nobelprijs voor de Vrede. Sovjetleider Jozef Stalin werd twee keer genomineerd, ook al had hij miljoenen Sovjetburgers vermoord. En in dit geval zat er geen ironische bedoeling achter.

2. Juryleden bekroonden zichzelf

In 1974 stonden de drie grote schrijvers Graham Greene, Vladimir Nabokov en Saul Bellow op de nominatie voor de Nobelprijs voor de Literatuur. De auteurs van bestsellers als Lolita (Nabokov), Brighton Rock (Greene) en The Adventures of Augie March (Bellow) werden echter verslagen.

In plaats van een van de drie bejubelde auteurs, wier werk in talloze talen was vertaald, kende het comité de prijs toe aan twee auteurs die buiten hun eigen land vrijwel onbekend waren: de Zweden Eyvind Johnson en Harry Martinson.

In literaire kring werd verbaasd gereageerd. Waarom werden de twee Zweden verkozen boven de drie literaire reuzen? Een mogelijke verklaring is dat Johnson en Martinson lid waren van het Nobelprijscomité en de winnaars hielpen selecteren.

Saul Bellow kreeg eerherstel toen hij twee jaar later, in 1976, de prijs alsnog won. Greene en Nabokov zouden hem nooit krijgen.

Graham Greene, Nobelprijs

De auteur Graham Greene had wel even een drankje nodig om te accepteren dat hij de prestigieuze prijs niet zou krijgen.

© Kurt Hutton/Getty Images

3. Medische ontdekking was niet nieuw

In 1945 ging de Nobelprijs voor Geneeskunde naar de artsen Ernst Chain, Howard Florey en Alexander Fleming voor ‘de ontdekking van penicilline en de eigenschappen ervan bij de genezing van infectieziekten’.

Dat verbaasde hun medische collega’s, want de uitvinding was allesbehalve nieuw. Decennia voordat Fleming besefte dat infectieziekten konden worden behandeld met extracten van de schimmel Penicillium, hadden andere artsen dezelfde ontdekking gedaan.

Penicilline, hysop, Hyssop, Nobelprijs

Hysop, waar de penicillineschimmel op groeit, is al duizenden jaren bekend om zijn geneeskrachtige eigenschappen.

© Shutterstock

Evenmin waren ze de eersten die de medische eigenschappen van de schimmel hadden ontdekt. Zoals Alexander Fleming moest erkennen, werd penicilline zelfs genoemd in de Bijbel, waar staat: ‘Ontzondig mij met hysop.’

Hysop is de plant waarop schimmels groeien die penicilline produceren. Arabische ruiters wisten al duizenden jaren dat ze infecties in doorrijwonden konden voorkomen door zich in te smeren met een mengsel dat hysop, en daarmee penicilline uit de schimmels, bevatte.

Penicilline, Alexander Fleming, Nobelprijs

Alexander Fleming moest toegeven dat zelfs de auteurs van de Bijbel de kwaliteiten van penicilline kenden.

© Akg-images/Ritzau Scanpix

4. Nobelprijswinnaar pleegde terreur

In 1978 werd de Nobelprijs voor de Vrede uitgereikt aan de Egyptische president Anwar Sadat en de Israëlische premier Menachem Begin voor hun bijdrage aan de vredesakkoorden na de Jom Kipoeroorlog in 1973.

Vooral de keuze voor Begin werd bekritiseerd. Tijdens en na de Tweede Wereldoorlog had hij de militante organisatie Irgoen geleid, die achter de bomaanslag op het Koning Davidhotel in Jeruzalem zat waarbij bijna 100 mensen omkwamen. In 1948 werd Irgoen ook beschuldigd van massamoord op meer dan 100 Arabische burgers in het dorp Deir Yassin.

In 1952 zou Begin bovendien een bomaanslag op de Duitse bondskanselier Konrad Adenauer hebben gepland en gedeeltelijk gefinancierd. De aanslag werd verijdeld doordat de bom, die in een naslagwerk was verstopt, voortijdig werd ontdekt. Bij de ontmanteling kwam echter een bomexpert om het leven.

Ondanks Begins bloedige verleden ontving hij de Nobelprijs voor de Vrede.

Nobelprijs voor de Vrede, Menachem Begin, Anwar Sadat, Jimmy Carter

Begin (r) deelde de Nobelprijs voor de Vrede met de Egyptische president Sadat (l). Begins bloedige verleden werd even vergeten.

© Zeus/Zuma/Ritzau Scanpix

5. 41 keer genomineerd

Niemand is vaker genomineerd dan de Amerikaan Gilbert Lewis. De bekwame scheikundige werd tussen 1922 en 1946 in totaal 41 keer genomineerd voor de Nobelprijs voor Scheikunde.

Alleen al in 1929 werd Lewis acht keer genomineerd. Toch won hij nooit, ondanks belangrijke ontdekkingen als covalente bindingen en de Lewistheorie.

Lewis had de pech dat hij eerder had samengewerkt met zijn collega Walther Nernst. Tijdens die samenwerking hadden ze ruzie gekregen. Walther Nernst had zelfs zo’n hekel aan Lewis dat hij zijn vriend Wilhelm Palmær, die lid was van het Nobelprijscomité, overhaalde om elke poging om de prestigieuze prijs aan Lewis toe te kennen, tegen te werken.

Palmær ging zover dat hij Lewis zelf drie jaar op rij voordroeg voor de prijs – met een agenda. Hij nomineerde Lewis namelijk voor zijn minder belangrijke werk, waarna hij negatieve rapporten schreef over de onderzoeksresultaten om Lewis’ kansen te schaden.

Gilbert Lewis, Nobelprijs, scheikunde

Gilbert Lewis kreeg zelf nooit de Nobelprijs, maar meerdere van zijn leerlingen wel.

© Lawrence Berkeley National Labor/Ritzau Scanpix

6. Uitvinding maakte duizenden slachtoffers

In 1918 kreeg de Duitse professor Fritz Haber de Nobelprijs voor Scheikunde voor zijn bijdrage aan de ontwikkeling van het Haber-Boschproces, waarmee synthetische ammoniak, en daarmee kunstmest, kon worden geproduceerd. De kunstmest kon worden gebruikt om de snelgroeiende wereldbevolking te voeden.

De meesten waren het erover eens dat de uitvinding van Haber de prijs verdiende. Maar helaas was dezelfde uitvinding ook cruciaal voor de Duitse productie van explosieven in de Eerste Wereldoorlog.

Nobelprijs, gifgas, Fritz Haber

In de Eerste Wereldoorlog hielp Nobelprijswinnaar Fritz Haber o.a. chloorgas te ontwikkelen, dat vanaf 1915 op het slagveld werd ingezet.

© Pictorial Press Ltd/Imageselect

Erger nog, de bekwame chemicus had ook gifgas ontwikkeld dat tijdens de Eerste Wereldoorlog duizenden soldaten had gedood, waardoor hij de ‘vader van de gasoorlog’ werd genoemd.

Critici wezen op het wrange van de kwestie: Alfred Nobel had de prijs ingesteld om zijn reputatie als ‘handelaar in de dood’ kwijt te raken, terwijl de prijs nu werd uitgereikt aan een scheikundige die duizenden levens op zijn geweten had.

Nobelprijs, gifgas, Fritz Haber

In reactie op de kritiek op zijn werk met gifgas zou Fritz Haber hebben gezegd: ‘In vredestijd behoort een wetenschapper toe aan de wereld, in oorlogstijd aan zijn land.’

© Colport/Imageselect

7. Winnaar maakte collega zwart

De onderzoekers Camillo Golgi en Santiago Ramón y Cajal dachten allebei te weten hoe het zenuwstelsel in elkaar zat. Hun theorieën waren echter totaal onverenigbaar.

Het was voor beiden dan ook een schok toen ze in 1906 samen de Nobelprijs voor Geneeskunde kregen. In zijn bedankspeech fulmineerde Golgi tegen Cajals theorie dat het zenuwstelsel bestaat uit miljoenen afzonderlijke cellen (nu neuronen genoemd).

Golgi, die meende dat er sprake was van één samenhangend netwerk van cellen, ging flink tekeer en sloot zijn toespraak af door te zeggen dat Cajal de prijs überhaupt niet had verdiend, omdat er niets klopte van zijn theorie.

Maar wie het laatst lacht, lacht het best. Dankzij de ontwikkeling van de elektronenmicroscoop in de jaren 1950 werd Cajals theorie definitief bewezen. Hijzelf zei over het delen van de prijs met zijn grootste wetenschappelijke rivaal:

‘Wat een ironisch paar, door het lot als een Siamese tweeling (...) met elkaar verbonden.’

Ramón y Cajal, Nobelprijs, zenuwstelsel

De Spaanse arts Cajal werd tijdens de uitreiking van de Nobelprijs belasterd door zijn rivaal.

© Album/Ritzau Scanpix

8. Nazi’s verboden uitreiking

In 1936 werd de Nobelprijs voor de Vrede toegekend aan de Duitse journalist Carl von Ossietzky voor zijn kritische berichtgeving over de herbewapening van Duitsland. De Duitse minister van Propaganda Joseph Goebbels was woest en zei dat het feit dat een ‘beruchte verrader’ de prijs kreeg een regelrechte belediging van het nieuwe Duitsland was.

Ossietzky’s misdaad was dat hij in 1931 had onthuld dat Duitsland in het geheim zijn luchtmacht opnieuw opbouwde. De journalist had uitsluitend openbare bronnen gebruikt, maar werd toch datzelfde jaar nog veroordeeld wegens verraad en spionage en kreeg 1,5 jaar cel.

De nazi’s verboden Von Ossietzky de Nobelprijs in ontvangst te nemen en stelden uit protest hun eigen prijs in voor kunst en wetenschap.

Carl von Ossietzky kreeg de Nobelprijs daarom nooit. Hij werd kort daarop overgebracht naar een concentratiekamp en stierf in 1938 aan tuberculose, opgelopen in het kamp.

Nobelprijs, Carl von Ossietzky

Toen de Nobelprijs voor de Vrede werd toegekend aan Von Ossietzky, stopten de nazi’s hem in een concentratiekamp.

© Ullstein bild Dtl./Getty Images

9. Winnares zag de armen graag lijden

In 1979 kreeg de katholieke non Moeder Teresa de Nobelprijs voor de Vrede voor haar inzet voor de armen in onder andere India. Maar niet iedereen was te spreken over haar werk in de sloppenwijken.

Moeder Teresa’s visie op ziekenzorg was namelijk niet altijd gericht op het genezen van patiënten. Zij was ervan overtuigd dat het voor de armen goed was om te lijden.

‘Het heeft een bepaalde schoonheid om te zien dat de armen hun lot aanvaarden om te lijden zoals Christus,’ zei ze.

De medische hulp in haar klinieken was daarom beperkt, en volgens kritische professionals werd er meer vertrouwd op gebeden en geloof dan op medische behandelingen.

In de ziekenhuizen van de non was de sterfte dan ook hoger dan in andere lokale ziekenhuizen. Tienduizenden mensen die genezen hadden kunnen worden, stierven in de klinieken van Moeder Teresa, omdat zij geloofde dat lijden hen dichter bij God zou brengen.

Nobelprijs, Moeder Teresa, schandaal

Toen Moeder Teresa de Nobelprijs in ontvangst nam, noemde ze abortus de ergste verstoorder van de wereldvrede: ‘Het is een directe oorlog, een directe moord, gepleegd door de moeder zelf.’

© Jean-Claude FRANCOLON/Getty Images