Schilder Pieter Bruegel de Oude was ooggetuige van de dansgekte en tekende deze vrouwen die de stad uit werden geleid.

© Wellcome Images

Europese stad viel ten prooi aan bizarre dansgekte

In 1518 werd Straatsburg getroffen door een vreemde plaag: honderden burgers werden schijnbaar gek en gingen de straat op om in extase te dansen. Ze bleven dansen tot ze met bloedende voeten van uitputting ter aarde vielen – en stierven.

23 februari 2018 door Klaus Larsen

Niemand keek vreemd op toen mevrouw Troffea de deur achter zich dicht trok. Ze liep wat vreemd en maakte rare passen, maar Straatsburg was in 1518 een stad veel reuring. 

Pas na een tijdje begon het op te vallen dat de anders zo keurige vrouw niet liep, maar danste, alsof ze in trance was. 

Ondanks de zomerhitte bleef ze maar doorgaan, ook toen haar man tevergeefs probeerde haar tot bedaren te brengen.

In de daaropvolgende uren kreeg ze steeds meer bekijks en ’s avonds kon ze haar benen haast niet meer bewegen. Ze stortte in en viel als een blok in slaap.

400 dansers vulden de straten

Toen mevrouw Troffea de volgende morgen wakker werd, sprong ze overeind en zette ze haar dans voort op haar blaren en open wonden.

In het begin dachten de mensen dat ze haar man probeerde belachelijk te maken als wraak voor iets wat hij had gedaan. 

Maar ze bleef maar dansen en naderhand werd het iedereen duidelijk dat de afgepeigerde vrouw gewoon de controle over haar benen kwijt was.

Na enkele dagen hadden tientallen mensen zich laten meeslepen door de dansmanie, de straten waren één groot gekkenhuis. 

Overal waren er dansende en huppelende mensen die, niet uit blijdschap maar kermend van de pijn, God en de heiligen aanriepen, en op een helder moment de toeschouwers om hulp smeekten.

De stad was in rep en roer en de overheid stond klaar om in te grijpen, alleen wist ze niet hoe. Artsen adviseerden de dansers uit te laten razen, zodat ze de ‘slechte sappen’ uit konden zweten. 

Het stadsbestuur volgde het advies op, huurde muzikanten in en zette het marktplein af. 

Daar werden de dansgekken verzameld om verder te dansen op de muziek van doedelzakken en trommels. Het werd steeds erger – de waanzin greep verder om zich heen.

Er raakten 400 mensen bevangen door de gekte, van wie de meesten aan uitputting of een hartaanval stierven.

Duizenden mensen in trance

De danskoorts van 1518 was niet de eerste en niet de omvangrijkste. In de 12e en 13e eeuw deden zich vergelijkbare epidemieën voor.

De grootste plaag, die in 1374 in het Rijnland plaatsvond, staat beschreven in een kroniek. De epidemie woedde van Aken en Gent in het noorden tot Metz en Straatsburg in het zuiden.

De hele zomer trokken groepen dansende mensen van stad tot stad en staken anderen aan met het dansvirus. 

De kroniek spreekt van duizenden mannen en vrouwen die in trance verkeerden en dansten terwijl ze kermend van de pijn God om genade smeekten.

De dansgekte in Straatsburg in 1518 is zo goed gedocumenteerd omdat die plaatsvond na de uitvinding van de boekdrukkunst, en ook omdat de stad betrekkelijk goed was georganiseerd.

De documenten komen onder andere uit medische dossiers, preken, lokale kronieken en het stadsarchief.

Artsen en historici komen al eeuwen met theorieën over de oorzaak ervan. 

Alles wordt aangehaald, van vergiftiging met moederkoornschimmel, ketterse rituelen, een epidemische vorm van de ziekte van Huntington tot epilepsie aan toe.

Wetenschappers weten nu dat zware leefomstandigheden en de religieuze belevingswereld de oorzaken van de massahysterie waren.

Druk van de kerk voedt hysterie

De jaren vóór 1518 waren zware jaren voor de inwoners van Straatsburg en de omliggende gebieden.

De renaissance was niet alleen een gouden periode waarin kunst en filosofie aan de vorstenhoven bloeiden, want voor de armen waren het barre tijden. 

Slechts weinig kinderen werden volwassen, de oorlogen en epidemieën volgden elkaar op, en een slechte oogst betekende simpelweg geen eten.

Straatsburg had te kampen met mislukte oogsten, waardoor de graanprijs omhoog schoot. Kerken en kloosters maakten misbruik van de situatie en verdienden grof aan het graan dat ze eerder bij de boeren hadden opgeëist. 

Terwijl de hongerige boeren toekeken, verdween er steeds meer graan naar rijkere regio’s. Duizenden kwamen om en nog veel meer waren ondervoed.

Massahysterie – ofwel mass psychogenic illness – is een lichamelijke uiting van psychische druk. In de 16e eeuw was de kerk verantwoordelijk voor een dergelijk verschijnsel.

In die tijd werd het leven gedomineerd door religie en beschouwde men de wereld als een bron van goed en kwaad. 

De feestdagen bepaalden het jaar en er ging geen dag voorbij zonder gebed of kerkgang.

Mensen hoopten op de eeuwige zaligheid na de dood – maar het hellevuur lag op de loer, en het was dus zaak om voor je zonden te boeten met rituelen, vasten en gebed.

In 1518 waren de mensen in Straatsburg ervan overtuigd dat de heilige Sint Vitus hen met een dans had vervloekt om hen voor hun zonden te straffen. 

Toen de hysterie om zich heen greep, accepteerden ze de straf die hun religieuze geweten hun oplegde: een extatische dans – en de menigte werd in zijn geloof gesterkt door elk nieuw slachtoffer dat zich liet meeslepen, en geloofde dat er een hogere macht achter zat. 

De epidemie was een feit.

Bestuur zond mevrouw Troffea weg

Het lot van mevrouw Troffea is niet bekend. De bronnen vertellen alleen dat ze na zes dagen dansen naar de kapel van Sint Vitus werd gebracht. 

Het stadsbestuur sloeg het advies om de dansers te laten uitrazen in de wind en stuurde ze op pelgrimstocht naar de kapel, op een dag lopen. 

Velen genazen tijdens de wandeling en in september 1518 ebde de dansgekte weg. 

Lees ook

John Waller: A Time to Dance, A Time to Die. The Extraordinary Story of the Dancing Plague of 1518, Icon Books, 2008.

Bekijk ook ...