De Zwarte Dood was helemaal niet zo dodelijk

Onderzoek wijst uit dat Europa’s ergste pandemie lang niet zoveel mensen het leven kostte als gedacht.

Onderzoek wijst uit dat Europa’s ergste pandemie lang niet zoveel mensen het leven kostte als gedacht.

Museo del Prado / Wikimedia Commons

De Zwarte Dood spookt rond in ons collectief bewustzijn als de heftigste pandemie die de wereld ooit gekend heeft. Maar nieuw onderzoek wijst uit dat hij mogelijk helemaal niet zo dodelijk is geweest als gedacht.

Historici hebben altijd aangenomen dat De Zwarte Dood tussen 1347 en 1352 de Europese bevolking heeft gehalveerd. Maar een internationaal onderzoeksteam heeft de mortaliteit van de beruchte pest bestudeerd, en daaruit bleek dat grote delen van Europa redelijk gespaard zijn gebleven.

Sommige West-Europese steden werden hard getroffen door de pest. De mortaliteit in het Engelse Yarmouth en Spaanse Ciudad Real was ruim 70 procent.

© BALaT / Wikimedia Commons

Pollen onthullen mortaliteit

De onderzoekers bestudeerden 1634 pollenmonsters uit die periode om te kijken welke planten er toen groeiden, en hoeveel. Zo konden ze beoordelen hoezeer de landbouw onder de omstandigheden leed, en vervolgens berekenen hoe groot de bevolking in de getroffen gebieden moet zijn geweest.

Daaruit bleek dat vooral Centraal- en Oost-Europa minder hard waren geraakt dan onder meer Scandinavië en Frankrijk. Volgens de onderzoekers was de mortaliteit in grote delen van Oost-Europa zo’n 25 procent – een stuk westelijker was dat het dubbele.

Volgens Adam Izdebski van het Max Planck Instituut in Duitsland laat dit onderzoek zien dat ‘pandemieën complexe verschijnselen met regionale en lokale achtergronden zijn. Dat zien we met COVID-19, en dat zien we dus ook bij de Zwarte Dood.’