Vóór de Slag om Berlijn inspecteerde Hitler zijn Hitlerjugend-troepen. Ook vrouwen en kinderen leerden schieten met de Panzerfaust, een effectief antitankwapen.

© Ullstein/Polfoto, Shutterstock & Scheri/Süddeutsche Zeitung Photo

Vrouwen en kinderen moesten nazi’s de zege bezorgen

De Russische tanks kwamen steeds dichterbij en leken onstuitbaar. In allerijl bedachten Hitlers ingenieurs een nieuw wonderwapen dat alsnog tot de overwinning moest leiden.

1 april 2019 door Boris Koll

Bij de Berlijnse Brandenburger Tor vond op 12 november 1944 een bijzonder schouwspel plaats. De Volkssturm, een nieuw legeronderdeel, hield een parade in aanwezigheid van propagandaminister Joseph Goebbels. Hij wilde de vechtlust van de Duitsers tonen, maar het was overduidelijk dat het regime de wanhoop nabij was.

De paraderende soldaten vormden een zootje ongeregeld. De Volkssturm was de reserve van de reserve: mannen tot 60 jaar en jongens vanaf 12. Ze droegen allemaal burgerkleding, en slechts een armband gaf aan dat ze bij het leger hoorden. 

Ze marcheerden met ernstige gezichten in het besef dat ze het een paar maanden later zouden moeten opnemen tegen twee miljoen Russische troepen in een beslissende slag om Berlijn. 

Toch waren ze erg gemotiveerd, want hoewel slechts de helft van hen over een geweer beschikte, was de rest uitgerust met een nieuw wonderwapen: de Panzerfaust, een antitankwapen dat onder de Berlijners een cultstatus hadverworven. 

Het buisvormige kanon was dan ook uniek voor zijn tijd: het was zeer eenvoudig te bedienen en had een verwoestende uitwerking op de grootste bedreiging voor Berlijn, de tanks van de Russen. Maar het had ook nadelen.

Zo was de Panzerfaust een wegwerpwapen, wat niet gunstig was voor een leger dat verder nauwelijks bewapend was. De onervaren mannen van de Volkssturm stonden dan ook voor een vrijwel onmogelijke taak. Desondanks hoopten ze allemaal dat Duitsland met het wapen de oorlog zou winnen.

Andere antitankwapens ketsten vaak af op het metaal, maar de Panzerfaust maakte korte metten met gepantserd staal.

© SZ Photo/Süddeutsche Zeitung Photo

Stenen versus tanks

De Duitse fronttroepen waren erg blij met de Panzerfaust. Voor het eerst had Duitsland een wapen dat de tanks van de vijand uit kon schakelen.

Met name de legendarische T-34-tank van het Rode Leger vormde een grote bedreiging. Met zijn krachtige kanon en enorme topsnelheid gaf hij vanaf 1941 alle antitankwapens van de Duitsers het nakijken.

Regelmatig brak er paniek uit in de Duitse gelederen wanneer tanks in groten getale door de linies braken. De verdedigers moesten het vooral hebben van zeer riskante tactieken.

Soms pakten ze een antitankmijn, renden achter de tank langs en legden de mijn erop. Dan hadden ze maar tien seconden om weg te komen voordat de tank en alle explosieven aan boord ontploften. 

Maar vaak lukte dat niet, en één keer blies een dergelijke mijn de toren van de tank eraf, die prompt op de twee onfortuinlijke Duitsers landde die de mijn net hadden aangebracht. 

Een andere geïmproviseerde methode was het bevestigen van een handgranaat aan een jerrycan met 20 liter benzine, die naar de tank werd gegooid. Maar ook deze tactiek was bepaald niet zonder gevaar: de handgranaat ontplofte al 4,5 seconden nadat hij geactiveerd was.  

Leger stelt strenge eisen

De Wehrmacht was zo wanhopig dat ze geen enkele beperking stelde aan de methoden om met tanks af te rekenen.

Met schoppen en bijlen werden de luiken van de Russische tanks geopend en vitale onderdelen kapotgeslagen. Ook werden er wel stenen in de loop van het kanon geklemd, zodat het bij het vuren explodeerde.

Het leger en de SS begonnen dan ook al eind 1941 te werken aan een nieuw, effectiever antitankwapen. 

De eisen waren streng en nauwkeurig: het wapen moest een pantser van 70 tot 100 millimeter kunnen doorboren, een redelijk bereik hebben en licht zijn, zodat het gemakkelijk mee te nemen was. Daarnaast moest het zo goedkoop zijn dat het in grote hoeveelheden gemaakt kon worden. Maar de laatste eis was wellicht de belangrijkste: de bediening ervan moest zichzelf wijzen.

Ingenieurs van de wapenfabrikant HASAG in Leipzig presenteerden hun oplossing op 1 november 1942. Ze stelden voor om een granaat af te vuren vanuit een buis die met de hand werd vastgehouden. 

Uit proeven was al gebleken dat het prototype – de Faustpatrone met een bereik van 70 meter – in staat was om gepantserd staal van 140 millimeter dik te doorboren. Doordat de explosieve kracht op een klein gebied geconcentreerd werd, was er voor een goed resultaat maar 56 gram springstof nodig.

HASAG kreeg een order, en de eerste 5000 exemplaren werden in augustus 1943 geleverd. De ervaringen aan het front waren echter niet louter positief: de Faustpatrone had een ronde springkop die regelmatig afketste op de T-34, en daarom gingen de ingenieurs terug naar de tekentafel. 

Al snel kwamen ze met de Panzerfaust groß, het effectieve antitankwapen waar het leger zo om zat te springen. De springkop had een andere vorm gekregen en bevatte nu 400 gram springstof, wat het mogelijk maakte gepantserd staal van 200 millimeter dik te doorboren – een unicum. 

Als de soldaten zich aan de aanbevolen schootsafstand van 30 meter hielden, werd een Russische tank in 75 tot 80 procent van de gevallen uitgeschakeld.

Ook gewone burgers moesten de Panzerfaust kunnen bedienen.

© SZ Photo/Süddeutsche Zeitung Photo

Een wapen voor iedereen

Het nieuwe wapen voldeed aan alle eisen. Het was een wonder van techniek en tegelijkertijd zeer simpel te bedienen. De schutter hield het circa één meter lange kanon op zijn schouder, richtte het op het doel en haalde de trekker over. 

De Duitse propaganda hamerde stevig op de gebruiksvriendelijkheid van het wapen. In een filmpje uit de nadagen van de oorlog is te zien hoe een vrouw het gebruik ervan uitgelegd krijgt, en de boodschap was helder: zelfs een huisvrouw kan het leren. 

Als een schutter toch niet wist wat hij ermee aan moest, bood de meegeleverde gebruiksaanwijzing uitkomst.

Voor het einde van 1943 had HASAG 350.000 Panzerfäuste geproduceerd, en die waren hard nodig. De Wehrmacht raakte de ene tank na de andere kwijt en kon de verliezen niet bijbenen met de productie van nieuwe, waardoor de soldaten voornamelijk op handwapens aangewezen waren. 

Na de nederlaag bij Stalingrad in 1943 was het lot van Duitsland in feite bezegeld en waren de Duitse troepen vrijwel overal in het defensief gedrongen. Nu was het zaak om vol te houden en de vijand een hoge prijs te laten betalen. Hiervoor leende de Panzerfaust zich uitstekend.

De Duitse legerleiding gaf daarom de hoogste prioriteit aan de productie van de Panzerfaust, die werd gemaakt door dwangarbeiders in een van de acht HASAG-fabrieken. 

De wapenfabrikant maakte vooral gebruik van vrouwen uit de concentratiekampen in de omgeving van Leipzig. Deze vrouwen hadden de reputatie dat ze harder werkten en zich beter aanpasten dan mannen. Een van de grootste fabrieken, in Schönefeld bij Leipzig, telde 5288 dwangarbeiders, van wie 5067 vrouw waren.

De springstof was zo giftig dat dearbeiders die ermee werkten doorgaans na zes tot acht weken ziek werden, waarna ze werden gedood. 

Ze werden scherp in de gaten gehouden, en op elke poging tot sabotage stond de doodstraf. Geëxecuteerde arbeiders werden vervangen door nieuwe, en de sterfte in de fabrieken deed niet onder voor die in de concentratiekampen.

Wapenproductie kampt met hoge sterfte

Veel dwangarbeiders bezweken aan honger en kou: in het kamp Flößberg bij Leipzig kwamen zo veel arbeiders om dat de SS-soldaten die het werkkamp bewaakten het bevel kregen de omstandigheden te verbeteren. Dit gebeurde niet uit mededogen, maar omdat de SS-top bang was dat de hoge sterfte de wapenproductie zou beïnvloeden.

In totaal werden er in slechts twee jaar acht miljoen Panzerfäuste gemaakt. Alleen al in december 1944 verlieten 1.295.000 stuks de fabriek. In april 1944 werden 172 tanks van het Rode Leger door Duitse soldaten vernietigd. 

Ruim de helft hiervan, 110 stuks, viel ten prooi aan een Panzerfaust. Vooral tijdens gevechten in de stad bewees het wapen zijn waarde. De schutters lagen hier met hun Panzerfaust in het puin de Russische tanks op te wachten.

Helemaal goed was de Panzerfaust echter niet. In de winter konden de soldaten aan het Oostfront het kruit maar moeilijk droog houden, waardoor circa 5,5 procent van de wapens dienst weigerde. Daarnaast produceerde het kruit veel rook. 

De kruitdampen en de steekvlam die bij het afvuren ontstonden verraadden de positie van de schutter, die dan ook onmiddellijk zwaar onder vijandelijk vuur kwam te liggen.

De Russen leerden het wapen al snel te vrezen. De T-34-tanks moesten nu door de infanteristen beschermd worden, en keer op keer hielden tankcommandanten halt om op de voetsoldaten te wachten in plaats van snel op te rukken. Hierdoor boette het offensief van het Sovjetleger veel aan vaart in. 

De Hitlerjugend verdedigde Berlijn op de fiets met de Panzerfaust in de aanslag.

© SZ Photo/Süddeutsche Zeitung Photo

De laatste slag

Aan Duitse zijde was de Volkssturm volkomen afhankelijk van de Panzerfaust. Theoretisch bestond het leger van nauwelijks getrainde burgers uit zes miljoen man, maar in de praktijk werden er maar 700 bataljons met elk 1600 man opgericht, in totaal dus zo’n 1.120.000 man. 

Dit kwam vooral door het nijpende gebrek aan wapens: het gewone Duitse leger had er al te weinig, en het was ondoenlijk om ergens nog eens zes miljoen handwapens vandaan te halen, ook al werd alles wat er was buitgemaakt ingezet in de strijd.

Veel Volkssturmeenheden hadden maar een paar geweren, en sommige soldaten haalden antieke musketten of zelfs handbogen uit musea. Het was dan ook een regelrechte ramp toen de productie van het antitankwapen in het voorjaar van 1945 kelderde. 

De fabrieken werden gebombardeerd, en in het Ruhrgebied, dat het staal van de vuurbuizen leverde, werd hevig gevochten. Omdat een groot deel van de Duitse industrie hier gevestigd was, werd de regio zwaar bestookt door de geallieerden. 

Tegen het eind van april kreeg het Duitse leger het nog zwaarder te verduren: de Russen omsingelden de Duitse hoofdstad en begonnen aan hun beslissende offensief. 

De stad werd verdedigd door 45.000 gewone soldaten en circa 40.000 Volkssturmleden, aangevuld met politieagenten en jongens van de Hitlerjugend. In de Slag om Berlijn sneuvelden uiteindelijk ongeveer 120.000 Duitsers, van wie er 100.000 burger waren.

Hitler had zijn totale oorlog gekregen, en de Panzerfaust stond vooral symbool voor het zinloze daarvan.

Het liep slecht af met HASAG, de maker van de Panzerfaust. De geallieerden bliezen een aantal fabrieken op, en de overige kwamen in 1947 in handen van de Sovjet-Unie.

Lees ook

Wolfgang Fleischer : Panzerfaust and Other German Infantry Anti-Tank Weapons, Schiffer Publishing Ltd., 2004. 

Bekijk ook ...