Flak komt van het Duitse woord Flugabwehrkanone, luchtafweerkanon.

© Claus Lunau/Historie & Ullstein Bild

Hitlers flaktorens waren onkwetsbaar

Als de geallieerden Berlijn bombarderen in augustus 1940, beseffen de Duitsers hoe zwak hun luchtafweer is. Daarom laat Hitler gigantische betonnen constructies bouwen. Deze flaktorens moeten, uitgerust met de beste kanonnen, de aanvallen stoppen.

4 september 2019 door Claus Cancel

In de avond van 25 augustus 1940 zetten 95 Britse bommenwerpers koers naar Berlijn. Een dag eerder hebben de Duitsers het financiële district van Londen en een aantal woningen rond Oxford Street gebombardeerd. Nu is het tijd voor wraak. De wapen- en munitiefabrieken even ten noorden van de Berlijnse luchthaven Tempelhof zijn het doelwit.

Als de toestellen de Duitse hoofdstad naderen, worden ze vanaf de grond beschoten en moeten ze het hogerop zoeken. Vanaf daar kunnen ze de doelen niet nauwkeurig raken. Enkele bommen komen in een bos of veld terecht, en een aantal valt midden in een woonwijk. 

Als Hitler over de aanval hoort, is hij woest. Vooral omdat Hermann Göring, het hoofd van de Luftwaffe, het volk ervan had verzekerd dat vijandelijke bommenwerpers nooit zouden kunnen toeslaan op Duits grondgebied. En nu hebben de geallieerden de Duitsers in het hart getroffen: de hoofdstad Berlijn.

De week daarop moeten de inwoners van Berlijn weer de schuilkelders in, want op 28 augustus en 30 augustus volgen nog twee Britse luchtaanvallen, waarbij opnieuw burgers omkomen.

Hitler laat het er niet bij zitten. Hij geeft zijn luchtmacht het bevel nieuwe Engelse doelen aan te vallen. In plaats van vliegvelden en vliegtuigfabrieken moeten de bommenwerpers nu Londen en andere grote steden treffen.

Ook wil Hitler de luchtverdediging in Berlijn verbeteren, die absoluut niet toereikend blijkt te zijn. De Führer wil Berlijn veranderen in een onneembare vesting. Het luchtafweergeschut moet zo krachtig worden dat de geallieerde bommenwerpers niet meer in de buurt van de stad durven komen.

Om dit doel te realiseren wil Hitler enorme betonnen torens laten bouwen met grote kanonnen erop. De onkwetsbare bunkers, flaktorens, moeten het zware geschut tot boven de daken van de huizen brengen. 

Vanaf daar hebben de snel schietende kanonnen een vrij schootsveld en kunnen ze een ondoordringbare muur van granaatscherven en verwoestende drukgolven creëren.

Het luchtalarm waarschuwde keer op keer tegen luchtaanvallen. 

© Topfoto/Polfoto

Arbeiders zijn dag en nacht in touw

In september 1940 geeft Hitler groen licht voor de bouw van drie flaktorens in Berlijn. De eerste en belangrijkste komt dicht bij het centrum – naast de Berlijnse dierentuin, waardoor de toren al snel de bijnaam Zoobunker krijgt. 

De flaktoren in de wijk Humboldthain moet de luchtafweer in het noorden van de stad coördineren, terwijl een derde toren in de wijk Friedrichshain luchtaanvallen uit het oosten blokkeert.

Het is een gigantisch bouwproject. Voor de Zoobunker alleen al worden 120.000 ton steen, 35.000 ton cement en 9500 ton ijzeren wapening naar de bouwplaats vervoerd.

Betaalde arbeidskrachten zwoegen er van de vroege ochtend tot de late avond, waarna ze worden afgelost door dwangarbeiders en krijgsgevangenen. 3250 mannen zijn dag en nacht in de weer om de verdedigingswerken zo snel mogelijk uit de grond te stampen.

Het gieten van de betonnen muren mag nooit stoppen, want dan kunnen er kieren ontstaan tussen droog en nat beton, wat de wanden zwakker maakt. Zelfs als in december de vorst invalt, werken de ploegen dan ook dag en nacht door. Overal staan kachels om de bouwmaterialen te verwarmen.

Eind maart 1941 is de eerste toren voltooid. De betonnen gigant rijst met zijn 39 meter hoogte en 70,5 meter breedte boven de bomen van de dierentuin uit. In oktober van datzelfde jaar
is flaktoren nummer twee klaar voor gebruik, en in april 1942 de laatste.

Boven in de toren staan de lucht-afweerkanonnen van elk 27 ton. Als zo’n kanon wordt afgevuurd, ontstaat er een drukgolf die de toren doet trillen. Een 3,5 meter dik betonnen plafond zorgt ervoor dat de trillingen de rest van de toren niet beschadigen en biedt bescherming tegen vijandelijke bommen.

Gasmaskers testen in de toren

De etages onder het zware geschut huisvesten functies die de Berlijnse burgers minstens zo belangrijk vinden als de vuurkracht van de kanonnen: elke bunker is voorzien van ruime schuilplaatsen voor burgers en een klein hospitaal. 

Daarnaast zijn er werkplaatsen voor belangrijk militair materieel, speciaal geventileerde ruimtes voor de opslag van kunst uit de Berlijnse musea en zelfs een luchtdichte ruimte voor het testen van gasmaskers.

De voornaamste functie van de drie torens blijft echter de verdediging van het luchtruim boven Berlijn. Bij elkaar beschikken ze over twaalf 128mm- Flak Zwilling 40-kanonnen, die de vuurkracht van de stad sterk vergroten. 

Het zijn de modernste, meest precieze luchtafweerkanonnen van de oorlog. Ze maken gebruik van radar en kunnen tot 24 granaten per minuut afvuren. Via de nabijgelegen commandotoren kan de luchtverdediging van geheel Berlijn worden gecoördineerd.

Samen met een flink aantal kleinere kanonnen rond de hoofdstad moeten de dubbelloopskanonnen luchtaanvallen voor de vijand zo riskant maken dat de geallieerden het mettertijd opgeven. Dit droomscenario wil Hitler ook graag realiseren in Hamburg en Wenen, met nog een aantal flaktorens.

Een dreigend doodskleed

Een van de mensen die kennismaken met de versterkte luchtverdediging van Berlijn is sergeant en bommenrichter Melvin Larson van de US Air Force. Vanaf zijn plek in de neus van een B17-bommenwerper maakt hij het Berlijnse spervuur op 6 augustus 1944 van griezelig dichtbij mee.

‘Toen we Berlijn naderden, leek het of de hele stad was bedekt door een dikke zwarte wolk, waaruit grote, rode vuurballen van dodelijke granaatscherven omhoog schoten. Dit doodskleed lag op ons te wachten. 

Ik had nog nooit zulke hevige luchtafweer gezien. De vliegtuigen voor ons leken te worden verzwolgen door de zwarte wolk als ze het gebied binnenvlogen,’ schrijft Melvin Larson in zijn dagboek.

Ondanks het hevige geschut van de dubbelloopskanonnen en het kleinere geschut slaagt Larson erin zijn bommenlast af te werpen boven het doelgebied. 

Maar om zich heen ziet hij hoe diverse andere vliegtuigen geraakt worden: ‘Ik zag grote scheuren ontstaan in hun vleugels en romp. En ik hoorde de granaatscherven op het dak van ons toestel afketsen. Het klonk als een hagelbui op een metalen dak.’

De B17 van Melvin Larson doorstaat het spervuur en keert terug naar de basis in Engeland. Niet iedereen heeft zo veel geluk. Van de 660 bommenwerpers worden er 69 neergehaald – vooral door Duitse jachtvliegtuigen – en raken er 250 zwaar beschadigd. 

Meer dan 700 bemanningsleden komen om of vallen in handen van de vijand.  

De flaktoren was gemaakt om voltreffers van zelfs de grootste Britse en Amerikaanse bommenwerpers te kunnen weerstaan. Afweer op korte afstand Iets lager dan het zware geschut stonden 13 à 15 kleinere kanonnen, die de flaktoren moesten verdedigen tegen neerduikende vliegtuigen. Ze konden 2-5 kilometer hoog schieten. 

Scholieren bedienen kanonnen

Als luchtaanval na luchtaanval over de stad blijft rollen, ziet Hitler in dat de flaktorens niet kunnen voorkomen dat de geallieerde vliegtuigen hun dodelijke lading op de stad werpen. Steeds weer klinkt het onheilspellende geluid van het luchtalarm. 

De Luftwaffe zet jachtvliegtuigen in, en de flaktorens leggen een deken van spervuur over de stad. Hoewel de geallieerden bij elke aanval circa vijf procent van hun bommenwerpers verliezen, keren ze telkens spoedig en in steeds groteren getale terug.

Naarmate nazi-Duitsland overal in Europa wordt teruggedrongen, wordt de bemanning in de flaktorens steeds jonger. Duitsland moet al zijn mannen naar het front sturen om te redden wat er te redden valt, en de verdediging van Berlijn wordt overgelaten aan tieners. 

Twee van hen, Horst Hirche en Harry Schweizer, zijn nog maar 15 jaar als ze in 1944 worden opgeroepen om mee te helpen met de luchtafweer van de stad.

In de flaktorens zijn de Duitsers in de minderheid. De bemanning bestaat met name uit Wit-Russische en Oekraïense vrijwilligers en zelfs uit krijgsgevangenen. Alleen zij die het geschut moeten richten volgens de aanwijzingen van de radar, zijn getrainde artilleristen.

Het werk op het 39 meter hoge kanonnendak is geen pretje. Terwijl de mannen de kanonnen steeds van verse munitie voorzien, komt het dak vol te liggen met gloeiende granaathulzen en blindgangers. 

De knallen van de zware kanonnen zijn oorverdovend en de drukgolf van de terugslag maakt het werk levensgevaarlijk. Horst Hirche is net bezig granaten naar een van de Zwilling-kanonnen op flaktoren III te slepen, als de toren wordt getroffen door Amerikaanse bommen.

‘De drukgolf werpt me tegen het rek met munitie, en ik val om. Ik denk aan alle niet-ontplofte granaten die nog bij het kanon staan; als die ontploffen, is alles voorbij. Ik krabbel versuft weer op en probeer over de brokken steen bij de geschutstoren te klauteren.’

Andere soldaten halen Hirche weg van het dak en brengen hem naar het hospitaal op de derde etage. Onderweg naar beneden ziet hij enkele burgers, die hun toevlucht hebben gezocht achter de dikke muren van de bunker.

‘Sommige van hen slaken een kreet, waardoor ik vermoed dat ik er vreselijk uitzie. Als we beneden komen bij het hospitaal, zie ik onze eerste artillerist. Hij is een arm kwijtgeraakt.’

Zelf mist Horst Hirche een oog, en de artsen vinden 14 grote granaatsplinters in zijn lichaam. 

Achteraf hoort hij dat de flaktoren is getroffen door twee zeer explosieve 500-ponds bommen uit de Amerikaanse bommenwerpers. Hoewel de projectielen dood en verderf hebben
gezaaid onder de soldaten op het dak, is de toren zelf nauwelijks beschadigd.

Strijd verplaatst zich naar de grond

Terwijl het zware geschut op het dak dagelijks de strijd aangaat met de Britse en Amerikaanse bommenwerpers, worden de kleinere kanonnen op het lager gelegen balkon zelden afgevuurd.

Hun bereik is te klein om de Amerikanen en Britten te raken, die meestal van zes tot negen kilometer hoogte hun bommen afwerpen. De situatie verandert echter als begin 1945 de Russen oprukken naar Berlijn en hun jachtbommenwerpers inzetten tegen doelen op de grond.

Harry Schweizer herinnert zich dat de Russen zware verliezen lijden als hun laagvliegende toestellen de toren bij de dierentuin aanvallen, waar hun vuur wordt beantwoord door 37mm- en 20mm-kanonnen.

‘We hadden vuurkracht te over en we haalden veel vliegtuigen neer, maar onze wapens stonden er onbeschermd bij. Dus als de vliegtuigen op ons af doken en de kogels ons om de oren vlogen, was dat bepaald geen lolletje.’

Als Russische troepen in april 1945 Berlijn binnendringen, komt er een eind aan de geallieerde luchtaanvallen. De flaktorens staan nu voor een taak waar ze niet voor zijn gebouwd: oorlog voeren op de grond. 

De Duitsers richten de Zwilling-kanonnen naar beneden. De Russische geschutsposten en tanks worden onder vuur genomen door de kanonnen, waarvan de loop niet langer omhoog, maar opzij wijst.

De betonnen giganten zijn echter niet berekend op het absorberen van de zijwaartse terugslag van de schoten.

‘Toen we op Russische tanks schoten die helemaal in Tegel (zeven kilometer verderop, red.) reden, stonden de lopen horizontaal. Door de schokgolven van de kanonnen scheurde het hekwerk van het balkon, zodat we het gevlochten staal daarin konden zien,’ weet Schweizer nog. 

De kanonnen van de flaktorens moesten 3000 granaten afvuren om één bommenwerper brandend ter aarde te laten storten. Zelden raakte een flaktoren een Britse Lancaster.

© Shutterstock

30.000 vluchtelingen in de toren

Naarmate de Russen verder oprukken, stromen de flaktorens vol met dakloze, doodsbange burgers. De Zoobunker is gebouwd om ongeveer 15.000 mensen te huisvesten, maar tegen het einde van de oorlog bevinden zich wel 30.000 mensen achter de dikke muren. 

Het duurt niet lang voordat de toiletten het begeven en de Berlijners hun behoefte moeten doen waar ze zitten. De burgers zitten als haringen in een ton, maar ze hebben weinig keus.

Terwijl het in de schuilruimtes steeds voller wordt, worden er ook meer gewonde soldaten binnengebracht – rechtstreeks van de straatgevechten in Berlijn. In het hospitaal van de toren worden armen en benen geamputeerd, en als het ten slotte te gevaarlijk wordt om naar buiten te gaan, bewaart men de afgezette ledematen in emmers op de gang van het hospitaal.

Sommige gewonde soldaten sterven in het ziekenhuisbed, de lijken hopen zich op. Ook worden er veel zelfmoorden gepleegd – vooral door mensen die bang zijn om in Russische handen te vallen. De stank van dood, zweet en ontlasting is niet te harden. 

De stalen luiken voor de ramen mogen niet meer open, omdat de Russische soldaten dan naar binnen kunnen schieten. Buiten is de situatie weinig beter. Degenen die zich uit de toren wagen op zoek naar eten of familieleden, zijn ontdaan door de aanblik van de platgebombardeerde dierentuin naast de flaktoren.

‘Er viel een aantal bommen in een groot bassin met pelikanen 20 meter verderop. Het water spatte over ons heen. Dat was prettig, maar op hetzelfde moment vielen er enkele exotische vogels, die waren opgeblazen, op ons neer. Een grote bruine beer lag met een schouderwond in zijn kooi te brullen van de pijn,’ herinnert de Duitser Arno Pentzien zich.

Hoewel de Russische opmars her en der wordt gestuit door het hevige vuur van de luchtafweerkanonnen op de flaktorens, zijn de torens niet meer dan een lastig obstakel. De Russen zoeken gewoon andere wegen, die buiten het bereik van de flaktorens liggen.

Als de Russen eind april 1945 zo ver zijn gevorderd dat ze de flaktorens met hun veldkanonnen kunnen beschieten, blijkt dat zelfs hun zwaarste wapens slechts geringe schade aanrichten aan de 2,5 meter dikke betonnen muren. Ook de stalen luiken voor de ramen zijn voor de granaten ondoordringbaar.

Pas als ze op de scharnieren richten en de luiken eraf schieten, beleven de Russen een kleine doorbraak. Ze gooien een paar granaten naar binnen in de Zoobunker om de soldaten te dwingen zich aan hen over te geven.

‘Er kwam een granaat in de buitenste ruimte terecht. Twee mensen stierven en de kamer werd ontruimd. De Russen vuurden meer schoten af, maar de wand achter de buitenste ruimte was zo dik dat dit niet ten koste ging van de andere kamers,’ aldus Harry Schweizer.

De laatste soldaten in de Zoobunker gaven zich over op 2 mei om 12.30 uur, als de strijd om Berlijn ten einde is. Kort voor de overgave gaat er een laatste golf van zelfmoorden door de toren. Ook in de twee andere torens geven de troepen het gevecht op als Berlijn capituleert.

Als de kruitdamp optrekt, blijken vele auto’s en gebouwen verwoest. Maar Hitlers onkwetsbare flaktorens staan nog fier overeind. Ze konden de vijand niet stoppen, maar hun schuilruimtes hebben duizenden levens gered.

Lees ook

Michael Foedrowitz: Flak-Towers, 2007. Robert M. Jurga: Befestigungsanlagen und Bunker im Dritten Reich, Brandenburgisches Verlagshaus, 2013. Roger Moorhouse: Berlin at war, The Bodley Head, 2011. 

Bekijk ook ...