Uurwerk maakte tijd tot handelswaar

De eerste mechanische uurwerken waren onbetrouwbaar. Na verloop van tijd veranderde de klok het dagelijks leven echter ingrijpend en werd tijd een product.

De eerste mechanische uurwerken waren onbetrouwbaar. Na verloop van tijd veranderde de klok het dagelijks leven echter ingrijpend en werd tijd een product.

Shutterstock

We weten niet precies wanneer het eerste mechanische uurwerk werd gemaakt, hoewel veel erop wijst dat het in het 13e-eeuwse Europa gebeurd moet zijn.

Manuscripten uit die tijd maken gewag van een nieuw soort kostbaar uurwerk, maar in het begin spraken ze van horologium, een term die ook voor bestaande tijdmeters als zonnewijzers en waterklokken werd gebruikt. We kunnen er dus niet zeker van zijn naar wat voor uurwerk deze vroege teksten verwijzen.

Chinezen waren niet de eersten

Net als bij vele andere grote uitvindingen lopen de meningen uiteen over de vraag in welk deel van de wereld de eerste mechanische uurwerken verschenen.

Volgens sommigen moeten de grote Chinese astronomische klokken uit de 12e eeuw als de eerste mechanische uurwerken worden beschouwd. Maar dit is twijfelachtig. De Chinese klokken waren wel geavanceerd, maar stoelden op het principe van de waterklok, waarbij een waterstraal het verstrijken van de tijd aangaf.

Vanaf eind 13e eeuw kregen Europese kerktorens een klok.

© Shutterstock

Uurwerk gaat 3500 jaar terug

1500 v.Chr.

Zonnewijzers en waterklokken waren er lang geleden al.

13e en 14e eeuw

De eerste mechanische uurwerken verschenen.

16e eeuw

De eerste zakhorloges verschenen, maar die braken pas door in de 19e eeuw.

17e eeuw

Dankzij het slingeruurwerk werd de tijdmeting veel nauwkeuriger dan voorheen.

De baanbrekende mechanische uurwerken die in [de middeleeuwen] in Europa (https://historianet.nl/maatschappij/middeleeuwen {"rel":"follow"}) gebouwd werden, werkten anders.

Net als de Chinese klokken hadden die een pal die de rotatie regelde. Maar de Europese uurwerken liepen met behulp van gewichten die op en neer gingen. Daardoor deden ze het in tegenstelling tot waterklokken ook bij koud weer, als water bevroor.

Britse grondigheid loonde

De gewichten in de mechanische klok dreven het uurwerk aan, dat op zijn beurt de wijzer bewoog. De grote vernieuwing was dat de tijd gemeten werd met de bewegingen van de gewichten.

Het meten van de tijd met een heen-en-weerbeweging in plaats van met een stroom water of zand zoals in oudere klokken, was een revolutie en legde de basis voor alle latere mechanische klokken.

De eerste betrouwbaar gedocumenteerde mechanische klok werd in 1336 gebouwd door de Engelsman Richard van Wallingford.

De abt en wetenschapper Richard van Wallingford met de klok die hij in 1336 bouwde.

© Alan Strayler

Hij liet zo’n gedetailleerde beschrijving van de werking van zijn klok na dat deze in de moderne tijd gereconstrueerd kon worden. In de tweede helft van de 14e eeuw verspreidde de uitvinding van Wallingford zich over Europa.

Kerk had precisie nodig

In Europese kloosters, waar een grote behoefte bestond aan nauwkeurigheid, werd volop gesleuteld aan uurwerken.

Zo moesten diensten op bepaalde tijdstippen van de dag worden gehouden, en soms ook ’s nachts, als de monniken niets aan een zonnewijzer hadden.

Later werden de nieuwe uurwerken geplaatst in klokkentorens in de steden en gingen ze een grotere rol spelen in het leven van de gewone man. Deze klokken waren echter niet bijster nauwkeurig en drukten waarschijnlijk pas vanaf de 16e of 17e eeuw echt een groot stempel op de samenleving.

Maar toen mechanische klokken eenmaal nauwkeurig waren, kwamen er steeds meer en waren ze niet meer weg te denken uit het dagelijks leven.

Bedrijven namen klokken in gebruik om bijvoorbeeld de werktijden te reguleren – in het begin vooral mijnen en textielfabrieken.

In de loop der jaren kreeg de klok een grotere invloed op de maatschappij.

Christiaan Huygens (1629-1695) was een veelzijdig man. Naast uurwerken hield hij zich bezig met de ringen van Saturnus en valversnelling.

© Haags Historisch Museum/Caspar Netscher

De Nederlander Huygens maakte klok precies

De eerste mechanische uurwerken waren niet erg nauwkeurig en maten alleen uren. Pas toen de Nederlandse wetenschapper Christiaan Huygens in de 17e eeuw het slingeruurwerk uitvond, kwamen er minutenwijzers, en later zelfs secondewijzers.

Huygens’ klokken weken slechts 10 seconden per dag af. In 1761 won John Harrison, een autodidactisch klokkenmaker, een wedstrijd die door de Engelse marine was uitgeschreven.

De opdracht was een uurwerk te maken dat zelfs aan boord van een deinend schip de juiste tijd zou aangeven. De klok van Harrison week slechts een vijfde van een seconde per dag af, ook op een woelige zee.

De economisch historicus Lewis Mumford bestempelde de klok als de belangrijkste drijfveer voor de industriële revolutie in het 18e-eeuwse Engeland.

Dankzij de klok konden we de tijd gaan zien als handelswaar die gekocht en verkocht kon worden.

Klokken hebben dus bijgedragen tot een aanscherping van de efficiëntie-eisen. In de opkomende industriële samenleving werd onderzoek naar het beste gebruik van de werktijd belangrijk en ontstond het concept van ‘tijd is geld’.

Tegelijkertijd begonnen de mensen al op jonge leeftijd te protesteren tegen de macht van de klok over hun leven. Het is dan ook geen wonder dat veel mensen tegenwoordig hun horloge afdoen wanneer ze op vakantie gaan – om een vrijer leven te kunnen leiden.