Hun leven lang deelden de gebroeders Lumière de opbrengst van hun uitvindingen eerlijk.

© Bridgeman

Gebroeders Lumière vonden filmapparaat uit

Hoewel ze op de rand van het faillissement staan, storten de Franse broers Auguste en Louis Lumière zich op een enorme taak: het eerste filmapparaat ter wereld ontwikkelen. Jarenlang zwoegen ze tot 16 uur per dag in een race tegen de klok en tegen de concurrentie. In 1895 kunnen de broers eindelijk mensen in het donker uitnodigen voor ’s werelds eerste echte filmvertoning. Een nieuw tijdperk breekt aan.

28 augustus 2019 door Natasja Broström

Tussen kerst en oud en nieuw 1895 zagen de boulevards van Parijs zwart van de mensen. Families en oude vrienden kwamen bij elkaar om kerst- en nieuwjaarswensen uit te wisselen. Maar al snel had iedereen het over het gerucht dat er in het Grand Café aan de Boulevard des Capucines 14 iets bijzonders gaande was.

De enkeling die het café bezocht had, wist te vertellen dat er in een achterkamer levende beelden te zien waren. Dat wilde verhaal namen demeeste mensen met een korreltje zout, maar het bleek echt waar te zijn. 

Op 28 december 1895 had in het café de eerste openbare filmvoorstelling aller tijden plaatsgevonden. Voor één frank konden bezoekers 10 korte filmpjes zien met mensen die echt bewogen.

Een van de filmpjes ging over een tuinman die de tuin ging besproeien. Een knecht ging op de slang staan zodat er geen water uitkwam, en toen de tuinman in de slang keek om het probleem op te lossen, stapte de jongen opzij en kreeg de man de volle lading in zijn gezicht. 

Het was de eerste comedy ooit, en het publiek schaterde het uit. Veel Parijzenaren geloofden geen snars van de enthousiaste verhalen, maar toch werd het Grand Café druk bezocht.

‘Nieuwsgierige voorbijgangers staken hun hoofd om de deur om te vragen
wat Cinématographe Lumière toch betekende. Wie zich naar binnen waagde, kwam met een verbluft gezicht weer naar buiten,’ schreef de bekende Parijse portretfotograaf Clément Maurice in een brief aan een vriend. 

En het duurde niet lang of tout Parijs verdrong zich voor de bioscoop, zo vertelde Clément Maurice: ‘Sommigen kwamen terug met vrienden die ze op de boulevard tegen het lijf gelopen waren. Tegen de avond stond er een rij helemaal vanaf de Rue Caumartin, een kwart mijl (400 meter, red.) verderop.’

Vader Lumière, Antoine, was een gerespecteerd fotograaf, die gespecialiseerd was in ingekleurde portretten.

© Institut Lumière

De bezige broers

De Cinématographe Lumière was een wapenfeit van de broers Louis en Auguste Lumière. Al jaren werkten ze aan een camera en een projector, en dankzij hun oog voor detail en hun vasthoudendheid was het ze gelukt. 

Als ze zich eenmaal op een probleem hadden gestort, werkten ze net zo lang door tot ze het opgelost hadden. Al in hun jonge jaren waren ze druk bezig met uitvinden of de ideeën van anderen verbeteren. ‘Een dag niets geleerd is een dag niet geleefd,’ zoals Auguste Lumière het uitdrukte.

De familie Lumière kwam uit de stad Besançon aan de Zwitserse grens, waar Auguste in 1862 werd geboren en zijn broer Louis twee jaar later. In 1870, toen Duitsland Frankrijk aanviel, verhuisde het gezin naar het veiliger Lyon. 

Hier maakte de vader van het gezin, Antoine Lumière, al snel naam als fotograaf. Hij stond vooral bekend om zijn fraaie portretten, die hij inkleurde.

In de foto-studio van hun vader konden de broers hun creativiteit ten volle ontplooien. Als Antoine met zijn foto’s bezig was, sleutelden zijn zoons aan de toestellen. Tijdens hun studies scheikunde, natuurkunde en techniek waren de jongens vaak in de donkere kamer te vinden, en ze experimenteerden aan één stuk door met de lichtgevoelige glasplaten die de fotografen van hun tijd gebruikten.

De jonge broers spraken af om, in het geval dat hun uitvindingen later succesvol werden, alle opbrengsten te delen en de patenten op naam van allebei aan te vragen. Tot hun dood hielden de Lumières zich aan deze regel.

Terwijl Auguste zijn dienstplicht vervulde, ging de 17-jarige Louis door met experimenteren. Het gezin zat zo krap bij kas dat zijn zusje Juliette van 11 als laboratoriumassistent diende.

De noeste arbeid resulteerde in de zeer gevoelige glasplaat Etiquette Bleue. Met een plaat van Louis in zijn toestel kon elke fotograaf veel scherpere foto’s maken, want de benodigde belichtingstijd was een stuk korter.

De ontwikkeling van de Etiquette Bleue had echter een vermogen gekost, en toen Auguste terugkeerde uit het leger, was het gezin bijna bankroet. Vader Antoine wilde de handdoek in de ring gooien, maar Auguste weigerde op te geven.

Uiteindelijk werd afgesproken dat Antoine en Auguste het fotobedrijf zouden leiden, terwijl Louis platen bleef maken. Al snel hadden alle fotografen van de geweldige platen van Lumière gehoord en werd de Etiquette Bleue wereldwijd verkocht.

Eind 19e eeuw had het bedrijf 300 medewerkers, die 15 miljoen platen per jaar maakten. De Lumières werden er schatrijk van, maar hoewel Antoine als echte kunstenaar zijn portrettechniek telkens verbeterde, realiseerde hij zich dat zijn loopbaan als portretfotograaf gauw voorbij kon zijn. 

Steeds meer mensen schaften zelf een camera aan en gingen hun eigen foto’s maken. De techniek en de thuisfotografie hadden de toekomst, en Antoine kreeg een idee.

Begin jaren 1890 toonde hij zijn zoons een strookje film van het sterke en soepele materiaal celluloid. De film, die was ontwikkeld door de Amerikaan George Eastman, was veel praktischer in gebruik dan de grote, kwetsbare glasplaten. 

Auguste en Louis waren meteen overtuigd van het potentieel en besloten een simpele camera te bouwen voor Eastmans film. Dankzij de opbrengsten van de Etiquette Bleue konden ze zich helemaal aan deze taak wijden. 

Met de Etiquette Bleue-film verdienden de broers genoeg geld om de cinematograaf te kunnen ontwikkelen.

© Click-Clack/Jaques Charat

Edison houdt een peepshow

Niet alleen de familie Lumière was gefascineerd door beeld. Miljoenen mensen van over de hele wereld – wetenschappers, uitvinders, fotografen en zelfs mensen uit de showbusiness – waren er bezeten van. Maar bewegend beeld, dat leek nog toekomstmuziek.

De populaire voorstellingen van die tijd waren shows waarin ingekleurde dia’s op een groot doek geprojecteerd werden, of ‘filmvertoningen’ in de vorm van een zogeheten zoötroop. Dit simpele apparaat bestond uit een cilinder met smalle, verticale sleuven. 

Door deze sleuven kon het publiek de tekeningen aan de binnenkant van de cilinder zien. Als het toestel ronddraaide, kwamen de tekeningen tot leven en verscheen er bijvoorbeeld een galopperend paard.

Maar de mensen wilden meer dan flakkerende plaatjes, en ze hadden reden genoeg om te denken dat er een doorbraak op filmgebied aan zat te komen. De techneuten in de westerse wereld maakten overuren. 

De kranten stonden vol van de baanbrekende uitvindingen: gemotoriseerde voertuigen, licht van elektrische peertjes, radiogolven en röntgenstralen waarmee je door de huid kon ‘kijken’. Als dergelijke wonderen mogelijk waren, was de uitvinding van levend beeld nog een kwestie van tijd.

Een van de eersten die ermee aan de slag gingen, was de Amerikaan Thomas Edison. Hij bouwde de kinetoscoop, een soort kijkdoos voor één toeschouwer. Aan de binnenkant zat een stukje film van Eastman, dat voor een lichtje langs geleid werd. 

Zo ontstond er bewegend beeld. Tijdens peepshows over de hele wereld, van New York tot Moskou, werd de vinding van Edison aan het publiek getoond. 

Auguste Lumière zag hem op een voorstelling in Parijs in 1894, en hij was bepaald niet onder de indruk van de technieken die de Amerikaanse uitvinder had gebruikt: 

‘Ik was weliswaar gecharmeerd van al die geanimeerde beeldjes die door het apparaat liepen,’ zei hij later, ‘maar ik stelde me voor hoe fantastisch het zou zijn als we deze beelden op een doek zouden kunnen projecteren om ze te laten zien voor een hele groep mensen tegelijk.’

Desondanks haalde Auguste Lumière veel inspiratie uit de kinetoscoop, want het denkbeeld dat hij wellicht zelf een werkende bioscoop kon bouwen, liet de jonge uitvinder niet meer los.

Werkdagen van 16 uur

Het realiseren van deze droom zou een enorme klus worden. Auguste moest camera en projector helemaal vanuit het niets bouwen, maar daar liet hij zich niet door afschrikken.

‘Ik besloot om meteen te proberen dit probleem op te lossen,’ zei de oudste van de gebroeders Lumière vastberaden.

Eenmaal thuis in Lyon vertelde hij zijn vader en zijn broer over het plan, en beiden waren gelijk enthousiast. De Lumières zouden niet alleen de eersten worden die een gebruiksvriendelijke filmcamera bouwden, het apparaat zou ook als projector kunnen dienen om een film in een zaal te vertonen.

Maar voor het zover was, moesten er allerlei hindernissen overwonnen worden. Zo moesten de broers een speciaal mechanisme ontwikkelen dat de film binnen in de camera voor een lichtbron langs zou trekken, zodat alle beeldjes stuk voor stuk belicht werden.

De winter van 1894 brachten de gebroeders Lumière grotendeels in hun laboratorium door. Ze werkten vaak wel 16 uur per dag en namen nauwelijks de tijd om te eten. 

’s Avonds bespraken de broers hun voortgang en maakten ze plannen voor de volgende dag. Als de werkdag eindelijk voorbij was, namen ze afscheid in het gangetje tussen de twee gedeelten van het huis in Lyon dat ze samen deelden.

De camera werd gebouwd in Parijs, bij de ingenieur Jules Carpentier. Deze twijfelde niet aan de haalbaarheid van het idee van de broers – hij had zelfs de ontwikkeling van zijn eigen filmapparaat gestaakt om zich geheel aan dat van de broers te kunnen wijden. 

En hij loste het ene probleem na het andere op. Toen de ingebouwde lamp zo heet werd dat de schijf van eboniet die tijdens film-opnames als sluiter diende smolt, verving hij het eboniet door messing.

Ook de doorvoer van de film zorgde voor hoofdbrekens, want de tanden van het houten mechaniek pasten niet in de perforaties in de film van Eastman.  

De klucht van de broers over een tuinman die door zijn eigen tuinslang natgespoten wordt, was een hit.

© Iberfoto/Polfoto

Edison zet broers onder druk

Maandenlang vlogen de brieven heen en weer tussen de broers in Lyon en de ingenieur in Parijs. Vooral Louis zat Carpentier achter de vodden.

De drie beseften dat de tijd drong. Al hadden de broers met een prototype van de camera met succes een filmpje gemaakt van de arbeiders die de glas-platenfabriek van Lumière verlieten, de concurrentie met andere uitvinders was moordend. Velen waren druk bezig met de bouw van hun eigen filmcamera.

Vanwege de concurrentie kon de filmfabriek van Eastman de vraag niet bijbenen, en uiteindelijk moest Louis de Franse filmfabrikant, Planchon, smeken om hem een aantal rolletjes ruwe film te leveren, ’want er is geen minuut te verliezen,’ zo benadrukte hij.

De grootste kopzorg van de broers was de Amerikaanse uitvinder Thomas Edison, die bang was dat de cinematograaf zijn kinetoscoop onverkoopbaar zou maken. 

Edison stuurde het ene verzoek na het andere om het toestel van de broers te kopen of in ieder geval de technische specificaties in te mogen zien. Elke keer weigerde Louis beleefd.

Op 13 februari 1895 was het zo ver: de broers vroegen patent aan op een filmcamera met projector. Na een aantal tests met filmpjes die de gebroeders Lumière zelf gemaakt hadden, was het tijd voor de officiële première in Parijs.

De film verovert de wereld

Ondanks het bescheiden begin in een achterkamertje van het Grand Café werd de eerste bioscoop een doorslaand succes. 

De show duurde 20 minuten. Er waren 10 filmpjes te zien met titels als Arbeiders verlaten fabriek van Lumière (46 seconden), De zee (38 seconden) en De tuinman (49 seconden).

Niet alleen hadden de broers een praktische camera gebouwd die met zijn vijf kilo overal mee naartoe genomen kon worden, hij kon ook als projector dienen en de film op een doek laten zien. Het was een prestatie van formaat, en de orders stroomden binnen.

De broers lieten zich echter niet het hoofd op hol brengen door het succes. Tot een half jaar na de voorstelling verstuurde Louis de ene afwijzing na de andere. Koningen, keizers en zelfs Thomas Edison moesten wachten tot de gebroeders Lumière vonden dat hun toestel goed genoeg was.

Ondanks de populariteit van hun films en camera dachten de broers dat hun apparaat een modegril was die na een paar maanden wel weer vergeten zou zijn, en ze gingen dan ook aan de slag met nieuwe uitvindingen.

Andere uitvinders zagen hun kans schoon. Zij zagen het potentieel van de film en gingen verder met de levende beelden, die na verloop van tijd ook geluid kregen (1928) en van kleur werden voorzien (1932).

Lees ook

Steve Parker: The Lumière Brothers And The Cinema, Belitha Press, 1995. Jacques Rittaud-Hutinet: Auguste and Louis Lumière – Letters, Faber And Faber, 1995. Bertrand Lavédrine & Jean-Paul Gandolfo: The Lumière Autocrome – History, Technology and Preservation, Getty Publications, 2013.

Bekijk ook ...