Our website does not support Internet Explorer.

To get the best experience on our website and of our content, please use a more modern browser like Edge, Chrome, Safari or similar.

Dynamiet maakte Alfred Nobel tot Koopman des Doods

Alfred Nobel nam in 1867 patent op dynamiet. Het explosief maakte hem steenrijk, maar ook berucht, want de uitvinding doodde duizenden mensen. De Zweed hoopte zelf de wereld wat beter te maken.

Science & Society Picture Library/Getty Images

In 1847 giet de Italiaanse wetenschapper Ascanio Sobrero in zijn laboratorium in Turijn een dikke, gelige vloeistof in een reageerbuis. Al jaren probeert hij een krachtiger springstof dan buskruit te maken.

Nu is het resultaat onder in de buis achtergebleven: nitroglycerine, een mengsel van glycerine, zwavelzuur en salpeterzuur.

De druppel explodeert en glasscherven rijten het gezicht van de Italiaan uiteen.

De vloeistof moet worden verhit, maar Sobrero heeft de vlam onder de reageerbuis nog niet aangestoken of die ontploft in zijn gezicht. De Italiaan houdt er lelijke littekens in zijn gezicht aan over, en geschrokken besluit hij zich voortaan verre te houden van nitroglycerine.

Maar zijn werk is al bekend onder scheikundigen in Europa en de VS, want hij heeft wetenschappelijke artikelen gepubliceerd over zijn experimenten met nitroglycerine. Zijn jonge Zweedse collega Alfred Nobel heeft veel belangstelling.

Anders dan Sobrero ziet hij een gouden toekomst voor de stof, bijvoorbeeld om spoortunnels aan te leggen door gesteente. Maar eerst moet hij de nitroglycerine leren beheersen – een levensgevaarlijke opgave.

Familie was ondernemend

Druppels vliegen de lucht in

Alfred Nobel maakte voor het eerst kennis met nitroglycerine in het laboratorium van zijn Russische scheikundedocent, professor Nikolaj Zinin. Ten overstaan van de studenten goot hij een druppel van het spul op een aambeeld. Toen hij er met een hamer op sloeg, ontplofte het.

‘Het klonk als een pistoolschot,’ schreef Alfred Nobel later. Deze demonstratie vond in 1854 plaats in Sint-Petersburg. Nobel was toen een jongeman van 21 met een warme belangstelling voor scheikunde.

Het werken met explosieven zat in de familie: in 1838 was zijn vader naar Rusland gekomen om zeemijnen te maken voor de marine van de tsaar. Vier jaar later voegden zijn vrouw en kinderen zich bij hem.

Alfred had al van nitroglycerine gehoord toen hij in 1850 Ascanio Sobrero had ontmoet in Parijs, maar na de demonstratie van Zinin zag hij pas echt mogelijkheden met de stof.

‘Onder bepaalde omstandigheden detoneert de vloeistof met een enorme kracht.’
Ascanio Sobrero, uitvinder van nitroglycerine.

De herinnering aan het verminkte gezicht van de Italiaan of diens waarschuwingen hielden hem niet tegen.

‘Slechts één verhitte druppel brandt fel. Onder bepaalde omstandigheden detoneert de vloeistof met een enorme kracht,’ had Sobrero als waarschuwing geschreven in zijn aantekeningen.

Maar Nobel was zeker van zijn zaak: nitroglycerine zou een goudmijn worden.

Dynamiet was een van de uitvindingen die Nobel probeerde te beschermen met 355 patenten wereldwijd.

© Look and Learn/Bridgeman Images

Alfred Nobel was een vindingrijk man

Zijn hele leven had Nobel last van melancholie en eenzaamheid. Daarom probeerde hij zijn hersenen bezig te houden met het zoeken van oplossingen voor technische problemen.

‘Als ik 300 ideeën per jaar krijg en er eentje bruikbaar is, ben ik blij,’ schreef Nobel aan een vriend. Van de 87 patenten die hij in Zweden en Engeland kreeg, waren er 58 voor wapens en explosieven.

  • Gasmeter

    Halverwege de 19e eeuw verschenen er gasfornuizen en lampen op aardgas.

    In 1875 nam Nobel patent op een gasmeter waarop eenvoudig af te lezen was hoeveel aardgas een huishouden had verbruikt.

  • Beter ijzer

    Gietijzer was vaak broos vanwege onzuiverheden. Zo stortte in 1847 een Engelse brug in toen er een trein over reed.

    In 1879 kreeg Nobel patent op een manier om ruwijzer te ontdoen van verontreiniging.

  • Kunstmatig rubber

    In 1893 nam Nobel patent op de productie van kunstrubber, dat goedkoper was dan het natuurproduct uit Azië.

    Nobels uitvinding kon bovendien tegen chemische schoonmaakmiddelen.

  • Raket met camera

    Wie in de 19e eeuw luchtfoto’s wilde maken, moest in een luchtballon klimmen. Nobel rustte een raket uit met een camera.

    Zijn luchtfoto van de stad Karlskoga is bewaard gebleven.

  • Dynamiet was het winstgevendst

    Verreweg de meeste van Nobels patenten waren voor springstoffen, en na de uitvinding van het dynamiet had hij zijn schaapjes op het droge.

    Later maakte hij nog verbeterde versies, zoals ‘springgelatine’, dat sterker was. Deze stof bestond uit 90 procent nitroglycerine en 10 procent van een mengsel van cellulose en salpeterzuur.

Bom verbrijzelt het ijs

Met zijn vader begon Nobel in het lab van de mijnenfabriek te experimenteren met nitroglycerine. Het grootste probleem was dat er een detonator nodig was om tot een gecontroleerde explosie te komen.

Zoals bij de demonstratie met het aambeeld was gebleken, sprong een druppel slechts door de kracht van een hamerslag al de lucht in.

Nobel kwam op het idee om buskruit te mengen met nitroglycerine en dat aan te steken. Een hoeveelheid zo groot als een vingernagel gaf een felle vlam als het kruit de nitroglycerine ontstak.

Er kwam echter een abrupt einde aan de proeven toen Rusland in 1856 de Krimoorlog tegen de Britten en Fransen verloor. Alle orders voor mijnen van de fabriek van Alfreds vader werden geschrapt, en in 1859 ging hij failliet.

Zijn zonen bleven in Rusland om te redden wat er te redden viel, en vader en moeder Nobel keerden terug naar Zweden. De jonge Nobel leerde hierdoor economische tegenslag vrezen.

’Ik heb in mijn leven met grote problemen te maken gehad, maar ik heb nog nooit een betalingstermijn gemist. Dat geeft mij het recht dezelfde zorgvuldigheid te eisen van anderen,’ schreef Nobel later aan een kennis die een lening niet op tijd had terugbetaald.

Ondanks de tegenslag wilde Alfred Nobel zijn werk met nitroglycerine voortzetten. Dankzij zijn oudere broer Ludvig kwam het familiebedrijf in Rusland weer boven Jan met de productie van werktuigen en ijzeren kanonwielen.

Springstof werd steeds explosiever

In de loop der eeuwen ontwikkelde de mens steeds krachtiger explosieven. Nobels dynamiet was veilig genoeg om er mijnen, spoorlijnen en andere bouwwerken mee aan te leggen.

Hierdoor konden de drie broers in Rusland blijven en doorgaan met de experimenten. In plaats van een directe ontsteking met een vlam testte Nobel een lont en een detonator in de vorm van een koperen capsule met de zeer explosieve stof kwikfulminaat.

De lont was verbonden met de detonator in het vat met nitroglycerine en kon op veilige afstand aangestoken worden. Wanneer het vuur via de lont de capsule bereikte, vloog het vat met nitroglycerine de lucht in.

In de winter van 1862 testten de gebroeders Nobel hun primitieve bom op de bevroren rivier de Neva bij Sint-Petersburg.

Na de explosie vlogen stukken ijs en waterzuilen hoog de lucht in. Nobel was er als eerste in geslaagd om het instabiele nitroglycerine te verwerken in een effectieve springstof.

Veiligheid was goed geregeld in dynamietfabriek

Shutterstock

Wanden isoleerden

De gebouwen van de dynamietfabriek stonden apart, met hoge wanden eromheen. Zo bleven branden lokaal.

Shutterstock

Drukgolf ging omhoog

De daken lagen los. Als de rampspoed toesloeg, zou de drukgolf van de explosie omhoog gaan in plaats van opzij.

Shutterstock

Afstand beschermde steden

Nobels dynamietfabrieken werden buiten steden gebouwd. Zo moesten grote rampen voorkomen worden en kon brand in de stad niet overslaan.

Shutterstock

Nitroglycerine is 50 keer zo sterk

Enthousiast schreef Nobel zijn vader, en op basis van de omschrijving begon die in Zweden te experimenteren. Hij gebruikte echter geen lont, maar goot nitroglycerine over buskruit en stak het aan.

Hij zag grote mogelijkheden: ‘Ik kan je vertellen dat we een uitstekend resultaat hebben bereikt met buskruit. De productie van deze springstof kan zeer lucratief worden, met name in Rusland. Het is daarom noodzakelijk dat je zo snel mogelijk terugkeert naar huis om je oude vader te helpen met dit project,’ schreef hij in juli 1863.

Nobel was doodsbang dat zijn vader zijn experimenten niet zou overleven en haastte zich naar Stockholm. Met meer buskruit werd het mengsel levensgevaarlijk: volgens professor Zinin was de gelige vloeistof ruim 50 keer zo explosief als buskruit. De zoektocht naar de juiste detonator was nog niet voorbij.

Nobel experimenteerde met explosieven in een gehuurd pand op een landgoed. Dat lag op slechts 1000 meter van het stadhuis van Stockholm en de boel werd in 1864 opgeschrikt door de explosie die Alfreds jongere broer het leven kostte.

© Public domain

Zijn vader had met financiële steun van zijn zonen de villa Heleneborg in Stockholm gehuurd en een laboratorium ingericht in een schuur in de tuin. Daar deden vader en zoon proeven met hulp van de jongste broer, Emil van 17.

De inmiddels 30-jarige Alfred werkte 18 uur per dag aan het uitdenken en testen van verschillende detonators. Hij negeerde hoestbuien en duizeligheid, en soms vergat hij te eten.

Het harde werk wierp vrucht af: Nobel kwam op het idee een uitgeholde houten stop met een paar gram buskruit te vullen. Met die stop sloot hij een metalen buis met nitroglycerine af. Een lont liep naar het uiteinde van de stop.

Vader en zoon testten de detonator, en toen het vuur het buskruit bereikte, vloog de buis met een knal de lucht in. De houten stop en de buis zorgden voor een gecontroleerde explosie, waarbij de vloeistof met een grote kracht ontplofte.

In oktober 1863 nam Alfred Nobel in Zweden patent op zijn uitvinding, en de orders stroomden binnen. Een vat met nitroglycerine was makkelijker te hanteren en op te slaan dan los buskruit, en het was dan ook ideaal om bijvoorbeeld rotsen op te blazen om spoorlijnen aan te leggen door Zweden.

Een lucifer was niet genoeg voor dynamiet

In oude westerns lijkt het alsof dynamiet al ontploft als je de lont met een lucifer aansteekt, maar voor de veiligheid waren de dynamietstaven van Nobel moeilijk te ontsteken.

Er waren een lont en een detonator nodig om de sluimerende, maar grote krachten van het explosief tot leven te wekken.

Pbroks13

Lont

De 19e-eeuwse lonten van buskruit omwikkeld met jutevezels brandden met zo’n 60 centimeter per minuut.

Pbroks13

Detonator

Een metalen buisje met buskruit ontplofte als de brandende lont het had bereikt.

Pbroks13

Dynamietstaaf

Door de kracht van de explosie van de detonator ontplofte de staaf dynamiet zelf. 150 gram was genoeg om een dikke boomstam weg te blazen.

Pbroks13

Demonstratie schrikt leger op

Nobel wist dat nitroglycerine gebruikt kon worden voor oorlogvoering, en in november 1863 gaven hij en zijn vader een demonstratie van de springstof voor koning Karel en de legertop bij de burcht Karlsborg aan het Vättermeer.

De toeschouwers hielden hun adem in toen Nobel de stof in een kanon goot dat voor de vesting stond. Maar hij had het mengsel te lang laten liggen en het wilde niet ontploffen, want de nitroglycerine was eruit gelopen.

Snel deed hij een handvol van het mengsel in een ijzeren beker en voegde hij wat verse nitroglycerine toe die hij had meegenomen om een explosie te veroorzaken. Nobel stak de lont aan, en toen het vuur bij de beker kwam, klonk er een oorverdovende knal. De zelfgeknutselde granaat vloog 80 meter de lucht in.

De demonstratie was geen succes. Het mengsel was te explosief om op het slagveld toegepast te kunnen worden, oordeelden de aanwezige militairen. Maar Nobel liet zich niet uit het veld slaan en bleef zoeken naar een stabiele detonator.

In de zomer van 1864 kwam hij op het idee om een metalen buisje vol buskruit als slaghoedje te gebruiken. Als het vuur via de lont bij het buisje kwam, was de explosie extra krachtig doordat de buis de ontsteking concentreerde.

‘Hij zag er niet uit als een mens, maar als een berg vlees.’
Een krantenartikel over een slachtoffer van de explosie in Nobels laboratorium in 1864.

Dat leek de oplossing te zijn, maar toen sloeg de rampspoed toe. Nobels broertje Emil was met enkele assistenten nitroglycerine aan het maken in de schuur bij Heleneborg toen het mengsel oververhit raakte en de schuur en een springstofopslag de lucht in vlogen.

Nobel zelf zat in het hoofdgebouw. Hij werd omvergeblazen door de drukgolf en kreeg glasscherven over zich heen. ‘De gebouwen in de omgeving schudden op hun grondvesten,’ stond er later in de krant Aftonbladet.

Toen de brand gedoofd was, lagen er vijf doden in de schuur. Een van hen was Emil. Hun kleren waren van hun lijf geblazen, en sommigen hadden geen armen of hoofd meer. Eén overlevende werd naar het ziekenhuis gebracht.

‘Hij zag er niet uit als een mens, maar als een berg vlees,’ aldus de krant.

Springstof moet het huis uit

Het ongeluk sloeg in als een bom bij Nobel. Hij en zijn vader hadden niet verwacht dat nitroglycerine kon ontploffen zonder detonator.

‘Nobel kan toch net zo goed een mijn onder zijn huis leggen?’
Een klacht van een van de buren van Nobel, 1865.

Maar net als na het faillissement in Rusland ging de familie ook nu door op de ingeslagen weg en bleef Nobel zoeken naar een veiliger versie van de springstof Maar de buren van Heleneborg maakten zich zorgen en waren bang voor herhaling.

‘Nobel kan toch net zo goed een mijn onder zijn huis leggen?’ klaagde een van de buren van de villa.

Ook het gemeentebestuur van Stockholm was er niet gerust op, en er kwam een verbod op het ‘produceren en opslaan van springstof in een woonwijk’. Nobel huurde dan ook een boot en voer naar de scherenkust bij Stockholm.

Op de boot richtte hij een laboratorium in, en daar werkte hij verder aan ‘Nobels Gepatenteerde Springolie’. De vloeistof had niets met olie te maken, en dynamiet was het nog niet, maar Nobel was nu heel dicht bij een doorbraak.

In 1865 kreeg hij toestemming van de Zweedse autoriteiten om 8 kilometer buiten de hoofdstad een nitroglycerine-fabriek te bouwen. Om aan een startkapitaal te komen, richtten hij en zijn vader het bedrijf Nitroglycerin Aktiebolaget op. De stof had een slechte naam na het ongeluk, maar Nobel wist toch investeerders binnen te halen.

Een van hen was de rijkste man van Zweden, de onroerendgoedspeculant Johan Wilhelm Smitt. En die kreeg geen spijt van zijn investering, want de ‘spring-olie’ was een doorslaand succes. In een paar maanden tijd steeg de productie van de fabriek van 50 kilo tot twee ton.

Overal in Europa werden spoorlijnen aangelegd, en de mijnbouw zat in de lift. Met Nobels ‘olie’ kon twee keer zo veel gesteente worden weggeblazen als met buskruit.

500 gram springolie kostte zo’n 8 huidige euro – een schappelijke prijs voor een halvering van de bouwduur. Om aan de vraag te kunnen voldoen, opende Nobel in de jaren 1860 fabrieken in Zweden, Duitsland, Finland, Noorwegen en Oostenrijk.

‘Een van de ergste ongelukken aller tijden.’
Amerikaanse krant, 1866.

Allerlei lieden probeerden een slaatje te slaan uit het succes van de Zweed door goedkope namaakproducten te maken, die ontploften in de handen van arbeiders. Nobel moest in de pers telkens afstand nemen van deze nepspringolie.

Vanwege de slechte pers was het lastig om nieuwe markten als de VS aan te boren. In 1866 stak Nobel daarom zelf de oceaan over om te demonstreren dat zijn gepatenteerde springstof veilig was.

Verslaggevers en nieuwsgierige New Yorkers stroomden toe toen hij op 15 april aan land ging.

Veel Amerikanen waren een beetje bang voor de Zweed, want de kranten stonden bol van de stukken over incidenten met springolie.

‘Een van de ergste ongelukken aller tijden,’ kopten Amerikaanse kranten toen een schip vol nitroglycerine twee weken voor de komst van Nobel explodeerde voor de kust van Panama.

Het nieuws van het ongeluk met de explosieven in Panama ging in 1866 de hele wereld over.

© Harper's Weekly Magazine

Bij een ander voorval had de portier van een hotel in New York net op tijd een kist met nitroglycerine naar buiten gedragen. De kist, achtergelaten door een gast, was begonnen te roken omdat salpeterzuur in contact kwam met het hout.

De man had de kist nog niet op de stoep gezet of hij ontplofte. Ruiten sneuvelden en er zat een diepe krater in de stoep, maar er vielen geen doden.

Doodstraf bedreigt de verkoop

Uit angst voor nitroglycerine wilde het Amerikaanse Congres de doodstraf zetten op onvoorzichtige omgang met explosieven die de stof bevatten. En tot overmaat van ramp was Nobels fabriek in Hamburg ontploft toen hij onderweg was naar New York.

De kans op succes in de VS werd steeds kleiner, maar de uitvinder begon een pr-offensief en kondigde in de New Yorkse kranten een demonstratie aan van zijn springolie in een steengroeve op Manhattan. Een journalist van The New York Times was erbij en deed enthousiast verslag in de krant.

‘Nobel opende een flesje en goot een streepje van de inhoud op een steen. Hij streek een lucifer af, en het streepje vloog in brand. Daarna gooide hij een vat en een fles met de explosieve substantie op de grond vanaf een hoge rots, wat demonstreerde dat de val alleen niet tot een explosie leidde,’ schreef hij.

Het verslag wekte veel beroering: de Amerikanen zagen het als naïeve reclame voor het gevaarlijke product. In ingezonden brieven werd Nobel de duivel zelf genoemd, een reizende handelaar in de dood en een massamoordenaar.

Dat had Nobel niet verwacht. De critici hadden alle logica terzijde geschoven, zei hij.

‘Niemand kan verwachten dat een effectief explosief beschikbaar gemaakt kan worden voor het brede publiek zonder verlies van mensenlevens,’ luidde zijn verdediging in een artikel.

Gewapend met een revolver smokkelde Nobels vriend diens bezit Frankrijk uit.

© Shutterstock, thomas ER

Vermogen werd Frankrijk uit gesmokkeld

Na Nobels dood ging zijn goede vriend Ragnar Sohlman in 1897 op een geheime missie naar Parijs. Hij wilde voorkomen dat de fiscus het vermogen van de uitvinder te pakken kreeg.

Omdat Nobel jarenlang in Parijs had gewoond, kon zijn erfenis volgens de Franse wet belast worden. Sohlman, die door Nobel was aangewezen als executeur-testamentair, bedacht een list: hij verschafte zich via de Zweedse consul in Parijs toegang tot Nobels huis, waarna hij zijn tassen volstopte met waardepapieren en bankbiljetten.

Op het Zweedse consulaat deed Sohlman alles in enveloppen, waarna hij naar het station reed om die naar Londen en Stockholm te versturen.

Sohlman en de consul droegen een revolver toen ze naar het Gare du Nord reden. De actie slaagde, en Sohlman reisde vervolgens door naar Rusland om Nobels bezittingen daar veilig te stellen.

Dynamiet met modder gemaakt

Nobel was echter niet doof voor de kritiek. Tijdens zijn verblijf in de VS bleef hij experimenteren, en hij ontdekte dat de springolie minder gevoelig werd voor stoten als hij er methanol aan toevoegde. Dit vergemakkelijkte het vervoer.

Toen het Congres in juni 1866 de wet inzake springstoffen met nitroglycerine aannam, werd de straf op onvoorzichtige omgang teruggebracht tot celstraf, maar de explosieven moesten wel opgeslagen worden in veilige, afgesloten containers en in kisten met het opschrift ‘gevaarlijk’.

Nobel kreeg een Amerikaans patent op zijn springolie en richtte de United States Blasting Oil Company op. Uit de hele VS kwamen orders binnen. Vooral de goudzoekers in het westen waren dol op het ‘reuzenpoeder’, zoals ze de springstof noemden.

In zijn nopjes voer Nobel terug naar Europa om zijn fabriek in Hamburg te herbouwen.

Desmond Tutu volgde de ceremonie op tv toen zijn Zuid-Afrikaanse landgenoten Mandela en De Klerk in 1993 de Nobelprijs voor de Vrede kregen voor de afschaffing van de apartheid.

© Louise Gubb/Getty Images

Prijs moest Nobels nagedachtenis opvijzelen

Nobel wilde niet herinnerd worden als ‘handelaar in de dood’. Een paar maanden voordat hij stierf, doneerde hij zijn vermogen aan een fonds dat prestigieuze prijzen moest gaan uitdelen.

Toen zijn advocaten in 1896 Nobels testament openden, barstte de hel los. De familie, vrienden en voormalige collega’s van de steenrijke Zweed moesten het samen doen met een miljoen kronen (zo’n 7 miljoen euro nu).

De rest van het vermogen van ruim 200 miljoen huidige euro ging naar vijf prijzen die Nobel instelde. De familie stapte naar de rechter voor een hoger aandeel, en de Zweedse koning Oscar II probeerde de bepalingen in het testament zo aan te passen dat alleen Zweden de prijzen konden winnen.

Dat lukte niet, en twee jaar later werd een regeling met de erfgenamen getroffen. Nu begon het moeilijkste deel van de klus: aan de hand van Nobels woorden bepalen wie in aanmerking kwamen voor een geldprijs.

Volgens het testament zou de rente van Nobels vermogen jaarlijks verstrekt worden aan personen die zich hadden ingezet voor de mensheid. Nobel had vijf categorieën aangegeven, maar welke onderzoekers en vredestichters een prijs verdienden, was de vraag.

Zo moest de prijs voor de literatuur gaan naar ‘iemand die een uniek werk met een ideële inslag’ heeft gemaakt. Een vriend van Nobel, de wiskundige Gösta Mittag-Leffler, lichtte het toe: ‘Hij bedoelde iedereen die een kritisch of problematisch standpunt inneemt over religie, de monarchie, het huwelijk en de maatschappij als geheel.’

Niet iedereen kon zich vinden in die uitleg, en pas vijf jaar na Nobels dood konden de eerste prijzen worden uitgedeeld.

De Duitser Wilhelm Röntgen kreeg die voor natuurkunde voor zijn ontdekking van röntgenstraling, en Jean Henri Dunant kreeg de Vredesprijs voor de oprichting van het Rode Kruis en het initiatief voor de Geneefse Conventies.

De Duitse autoriteiten hadden de veiligheidseisen intussen aangescherpt: elk gebouw moest los van alle andere staan om te voorkomen dat een brand oversloeg naar de hele fabriek, en Nobel mocht niet experimenteren in laboratoria op het vasteland.

Daarom haalde hij zijn oude truc weer van stal en richtte hij een lab in op een boot op de Elbe. Daar bereikte hij ten langen leste zijn grote doorbraak, al werd hem dat bijna noodlottig.

Nobel verloor een druppel nitroglycerine, en terwijl die in volle vaart naar de houten vloer van het laboratorium viel, sprong de uitvinder opzij in de overtuiging dat zijn laatste uur geslagen had.

Maar er gebeurde niets.

Nobelprijswinnaars krijgen geld en een medaille met het portret van Nobel.

© RED/Imageselect

Eer is vele miljoenen waard

De Nobelprijzen worden elk jaar uitgereikt. Inmiddels is er een zesde aan toegevoegd: die voor economie werd in 1968 ingesteld door de Zweedse Rijksbank.

Nobel had bepaald dat de Koninklijke Zweedse Academie voor Wetenschappen de prijswinnaars voor schei- en natuurkunde moest aanwijzen.

In het testament stond ook dat de Vredesprijs moest worden toegekend door een vijfkoppig comité van het Noorse parlement. De winnaar krijgt 10 miljoen Zweedse kronen (circa 1 miljoen euro).

Verbaasd onderzocht Nobel de vloer, en hij ontdekte dat die bedekt was met een laagje gedroogde modder die hij met zijn schoenen had meegenomen.

Toen Nobel de modder nader onderzocht, bleek deze diatomeeënaarde te bevatten: een poreus sediment van fossiele algen. Door 1 deel diatomeeënaarde met 3 delen nitroglycerine te mengen, ontstond een roodachtig deeg, dat een zeer stabiele springstof bleek.

‘Mijn nieuwe explosief, dynamiet, is slechts nitroglycerine met een poreus silicaat. Ik heb het een nieuwe naam gegeven – niet om de aard te verbergen, maar om te benadrukken dat het een nieuwe vorm van springstof is,’ schreef Nobel in zijn Zweedse patentaanvraag.

De naam dynamiet is afgeleid van het Griekse woord voor kracht, dynamis. In 1867 kreeg Nobel het patent, en zijn dynamiet kon de wereld gaan veroveren.

Boeren verwijderden boomstronken met dynamiet.

© Bridgeman Images

GOED

  • Langdurige bouwprojecten bekort

    Dynamiet werd populair in de bouw en werd bijvoorbeeld toegepast tijdens de aanleg van de eerste metro ter wereld in Londen in de jaren 1860.

    Het explosief kwam ook van pas bij het Suezkanaal. De aanleg daarvan was in 1859 begonnen, maar het laatste jaar kwam de vaart erin dankzij dynamiet. Het kanaal was in 1869 voltooid.

  • Goedkoop

    Nobels springstof was goedkoper dan buskruit. Omdat dynamiet effectiever was, bijvoorbeeld bij de aanleg van een tunnel, was er minder van nodig dan wanneer er buskruit gebruikt zou zijn.

    Ook mijnwerkers die goud en diamanten zochten, gaven de voorkeur aan dynamietstaven.

  • Mensenlevens gered

    In tegenstelling tot buskruit ontploft dynamiet niet als er een vonk op valt of als de staaf op de grond valt.

    Daardoor was de uitvinding van Nobel veiliger dan andere explosieven en werden vele mensenlevens gered.

Nobels nitroglycerine en dynamiet werden in granaten verwerkt.

© Shutterstock

SLECHT

  • Oorlog werd dodelijker

    Toen dynamiet de plaats van buskruit innam, werden granaten veel explosiever. In de Eerste Wereldoorlog vielen er honderdduizenden doden door de hevige explosies.

    Dynamiet werd ook gebruikt in gangen die legers onder de loopgraven van de vijand groeven om die op te blazen.

  • Niets is veilig

    Hoewel dynamiet veiliger in het gebruik was dan buskruit en nitroglycerine, had Nobels uitvinding ook zwakke plekken.

    Er lekte nitroglycerine uit dynamietstaven als ze lang bewaard werden. Onder in een kist kon zich een plasje vormen, dat ontplofte als de kist viel.

    Ook door zware stoten kon dynamiet exploderen. In 1904 kwamen in Boston negen Amerikanen om toen een tram over een kist met 25 kilo dynamiet reed.

  • Terroristen waren er dol op

    Rebellen en terroristen omarmden de uitvinding, want dynamiet was perfect voor bomaanslagen. Zo kwam de Russische tsaar Alexander II in 1881 om toen er een dynamietbom voor zijn voeten werd gegooid.

    Ook in Londen ontploften dat jaar dynamietbommen tijdens de zogenoemde Dynamite Outrages. Ierse republikeinen die voor de onafhankelijkheid van hun land streden, bleven tot 1885 toeslaan met het explosief in Engeland.

Nobel wordt een rijke zwerver

In de vijf jaar daarna reisde de uitvinder stad en land af om zijn springstof te demonstreren op bouwplaatsen en in mijnschachten. De belangstelling was enorm, en in de jaren 1870 verrezen er in 90 landen springstoffabrieken.

De verkoop steeg van 11 tot 5000 ton per jaar, en in Duitsland kwam hij bekend te staan als de Dynamietkoning.

Nobel was een workaholic en was dag en nacht contracten aan het opstellen, met journalisten aan het praten en met advocaten aan het corresponderen over patenten op nieuwe markten.

Hij werkte vaak vanuit een rijdende trein, die hij ‘mijn rollende gevangenis’ noemde.

Toen Alfred Nobel in 1896 overleed, liet hij een fortuin na van 31,2 miljoen Zweedse kronen. Het fortuin is in de loop der jaren gegroeid en bedraagt thans 4 miljard Zweedse kronen.

© Shutterstock

Vanwege al zijn gereis en zijn vermogen kreeg de Zweed de bijnaam ‘de rijkste zwerver van Europa’.

Maar hij was de jongste niet meer. De 40-jarige Nobel was niet alleen constant verkouden, maar kreeg ook last van maagpijn en reuma. In 1873 kocht hij een villa in Parijs, de stad waar hij in zijn studententijd verliefd op was geworden.

Sofija Hess was 17 jaar jonger dan Nobel en genoot van de aandacht van de rijke uitvinder tot ze zwanger raakte van een ander.

© AKG-images/TT News Agency/TT NYHETSBYRÅN

Minnares liep binnen

In 1876 ontmoette Nobel de liefde van zijn leven in Baden bij Wenen. De 26-jarige bloemverkoopster Sofija Hess was een verademing vergeleken met de chique dames die de miljonair tegenkwam op feestjes in Parijs.

Omdat ongetrouwde stellen niet samen konden wonen, huurde Nobel een appartement in Parijs voor haar. Met haar trouwen was blijkbaar geen optie – daarvoor was de uitvinder te druk met zijn werk. Maar dat hij van haar hield, blijkt uit zijn 218 brieven aan haar.

‘Mijn gedachten moeten de reis alleen maken, en ze zullen altijd bij jou zijn, nu en in de toekomst,’ stond in een schrijven aan Sofija uit 1878.

Aan de verhouding kwam abrupt een eind toen Sofija in 1891 zwanger werd van een ander. Toch liet Nobel haar een jaarlijkse lijfrente van zo’n 70.000 huidige euro na.

Uit vrees voor een schandaal kochten de erfgenamen alle brieven op die Sofija had bewaard. De Nobel Foundation gaf ze in 1976 vrij.

Bedelbrieven stromen binnen

Nobel werd steenrijk met de verkoop van dynamiet en leidde een luxeleven, omringd door bedienden. De uitvinder reed door Parijs in een koets getrokken door Russische racepaarden en correspondeerde met geleerden en beroemdheden als de Franse schrijver Victor Hugo.

Elke dag las hij kranten in het Zweeds, Engels, Frans, Duits en Russisch om op de hoogte te blijven.

‘Wat monsieur Nobel in één dag verdient.’
Nobels goedgebekte huishoudster.

Zijn vermogen stelde hem in staat om aan liefdadigheid te doen, waar hij zeer van genoot. Toen zijn huishoudster ging trouwen, vroeg hij haar wat ze graag als huwelijkscadeau wilde.

‘Wat monsieur Nobel in één dag verdient,’ antwoordde ze brutaal. Nobel vond het een prachtig antwoord en maakte 40.000 frank (100.000 euro nu) over aan de jonge vrouw – een vorstelijk bedrag voor het bruidspaar.

In zijn schaarse vrije tijd schreef Nobel gedichten en toneelstukken, maar hij leed ook aan depressies, die hij ‘bezoek van de geesten van Niflheim’ noemde. Dat is het duistere rijk der nevelen in de Scandinavische mythologie.

Als hij het moeilijk had, vond Nobel troost in het beantwoorden van brieven. ‘De post brengt zeker twee dozijn verzoeken om geld per dag – tot 20.000 kronen,’ schreef Nobel aan een vriend. De brieven deden hem terugdenken aan zijn arme jeugd in Stockholm, en hij liet zich vaak van zijn gulle kant zien.

In een brief aan zijn vriendin Bertha von Suttner schreef Nobel: ‘Ik vraag niet waar hun vader is geboren of welke god ze aanbidden. Hulpvaardigheid – het juiste soort – kent geen grenzen en heeft geen belijdenissen nodig.’

De Oostenrijkse barones Von Suttner was Nobels secretaresse geweest en was een van zijn weinige vertrouwelingen. De twee schreven regelmatig, en Nobel kreeg belangstelling voor de prille vredesbeweging waar de barones zich voor inzette.

Hoewel hij fortuin had gemaakt met explosieven voor mijnen en torpedo’s, was hij op zijn eigen manier pacifist. ‘Ik zou graag een machine of stof uitvinden die zo effectief en verwoestend is dat oorlogen voor eeuwig onmogelijk zullen zijn,’ had Nobel gezegd volgens het dagboek van de barones.

Het publiek had echter een ander beeld van hem.

Op een van de muren van het stadhuis van Stockholm hangt een gedenkplaat met Alfred Nobel zoals hij herinnerd wil worden: ‘De pionier van wetenschap en vrede,’ luidt de tekst.

© Shutterstock

In 1888 liep de uitvinder langs een krantenkiosk en las hij de kop: ‘Handelaar in de dood is dood.’ Nobel wist wel dat hij zo werd genoemd. Toen hij het artikel las, kreeg hij door dat de journalist hem had verward met zijn broer Ludvig, die een paar dagen eerder was overleden in Cannes in Frankrijk.

Na het voortijdige overlijdensbericht vroeg de Zweed zich af hoe hij ervoor kon zorgen dat hij niet herinnerd zou worden als die man die rijk was geworden van ‘nieuwe manieren om te verminken en te doden’, zoals de krant schreef.

In 1890 zonderde hij zich af in zijn luxe villa in het Italiaanse San Remo om van het Zuid-Europese leven te genieten. Hij schreef er zijn testament.

‘Ik wil een deel van mijn vermogen nalaten aan de instelling van een vredesprijs,’ onthulde Nobel in januari 1893 in een brief aan barones Bertha. Drie jaar later overleed hij op 63-jarige leeftijd.

Lees ook:

Log in

Ongeldig e-mailadres
Wachtwoord vereist
Toon Verberg

Al abonnee? Heb je al een abonnement op ons tijdschrift? Klik hier

Nieuwe gebruiker? Krijg nu toegang!

Reset wachtwoord

Geef je mailadres op, dan krijg je een e-mail met aanwijzingen voor het resetten van je wachtwoord.
Ongeldig e-mailadres

Voer je wachtwoord in

We hebben een mail met een wachtwoord gestuurd naar

Nieuw wachtwoord

Enter a password with at least 6 characters.

Wachtwoord vereist
Toon Verberg