Spookschip De Vliegende Hollander

Zeelieden stierven van schrik als ze De Vliegende Hollander zagen

Volgens de legende zijn dood en verderf nooit ver weg als De Vliegende Hollander aan de einder opdoemt. Talloze zeelieden weten zeker dat ze het griezelige dodenschip hebben gezien – en niet iedereen kon het navertellen.

Volgens de legende zijn dood en verderf nooit ver weg als De Vliegende Hollander aan de einder opdoemt. Talloze zeelieden weten zeker dat ze het griezelige dodenschip hebben gezien – en niet iedereen kon het navertellen.

Charles Temple Dix

Hard rukt de storm aan kapitein Larsens schip, dat heen en weer wordt geslingerd op zee voor de zuidpunt van Afrika. De golven blijven maar over het dek spoelen. De tuigage kraakt dreigend – op elk moment kunnen masten, gieken en lijnen breken en op de matrozen aan dek vallen.

De bemanning van het Zweedse koopvaardijschip heeft urenlang gebeden om het er levend van af te mogen brengen op deze stormachtige nacht in 1881. Het schip is op de terugweg vanuit Australië, maar Kaap de Goede Hoop zorgt zoals altijd voor problemen. Kort voor zonsopgang neemt de storm gelukkig af, maar het leed van de mannen is nog lang niet voorbij.

In de verte verschijnt plotseling een mysterieuze gloed boven zee. Kapitein Larsen beveelt een van zijn mannen in de mast te klimmen om poolshoogte te nemen. Eenmaal in het kraaiennest kan de matroos echter geen woord uitbrengen. Hij verliest zijn evenwicht, en er klinkt een nare dreun als hij op het dek valt. Hij kan amper bewegen, maar stamelt drie woorden die zijn kameraden de koude rillingen bezorgen: ‘De Vliegende Hollander’. Dan sterft hij.

Een andere zeeman klimt in de mast. De Brit, ene Landersbury, beschrijft een felle rode vlam op zee waarin een oud schip vaart. Landersbury ziet duidelijk masten, latten en zeilen op het schip, en hij twijfelt er geen moment aan: het is De Vliegende Hollander, het beruchte spookschip waar alle zeelieden bang voor zijn.

Schilderij van De Vliegende Hollander

Het verhaal over De Vliegende Hollander was in de 19e eeuw zo populair dat het als inspiratie diende voor romans, toneelstukken en schilderijen.

© Smithsonian American Art Museum

De Vliegende Hollander zaait dood en verderf, ook voor de bemanning van kapitein Larsen. Twee dagen voordat het koopvaardijschip in Rotterdam aankomt, sterft Landersbury aan een hartaanval.

Een derde bemanningslid wordt dood aangetroffen, al op de ochtend waarop de matrozen De Vliegende Hollander waarnamen bij Kaap de Goede Hoop. Het slachtoffer ligt levenloos in zijn kooi nadat hij door een patrijspoort een blik op het spookschip heeft geworpen. De doodsoorzaak wordt vastgelegd in het scheepslogboek: ‘extreme angst’.

Wederom zijn mannen omgekomen na het zien van het legendarische schip. De Vliegende Hollander was en is in mysterie gehuld. Maar gaat het bij dit verhaal en alle verslagen over het raadselachtige vaartuig om pure verzinsels, of bevatten de vertellingen over het spookschip toch een kern van waarheid?

Kaap de Goede Hoop

Kaap de Goede Hoop, de zuidpunt van Afrika, is berucht om zijn gevaarlijke wateren en verraderlijke stormen.

© Rosino

Schip wordt genoemd in 18e eeuw

Toen de bemanning in 1881 aan boord van Larsens schip De Vliegende Hollander zag, was het lang niet de eerste keer dat het mysterieuze spookschip opdook. Volgens geschiedkundigen staken de verhalen over De Vliegende Hollander begin 18e eeuw al de kop op. In de herbergen zullen de rauwe, beschonken stemmen hebben geklonken van matrozen die vertelden over het vervloekte schip waarvan de kapitein halsstarrig de stormachtige zee rond de zuidpunt van Afrika uitdaagde.

Sindsdien was De Vliegende Hollander de schrik van elke zeeman. In 1790 komt het spookschip voor het eerst in een schriftelijke bron ter sprake; een Brit met de naam John MacDonald maakt er melding van.

In een reisboek over zijn vaartochten op zee vertelt de Brit onder andere over een gevaarlijke ronding van Kaap de Goede Hoop, waar ‘zeelieden zeiden dat ze De Vliegende Hollander zagen’, is de nogal beknopte omschrijving in MacDonalds boek Travels, in various parts of Europe, Asia and Africa during a series of thirty years and upward.

‘God, ik ben me kapot geschrokken! Ik heb net De Vliegende Hollander gezien toen ik over de boeg uitkeek. Ze kwam recht op ons af met volle zeilen.’ Opvarende van Barringtons schip, 1795

In 1795 schreef de in Ierland geboren schrijver George Barrington in de gevangenis het eerste langere verslag over De Vliegende Hollander in zijn boek A Voyage to New South Wales.

Op reis van Engeland naar Zuidoost-Australië was Barringtons zeilschip om twee uur ’s nachts juist Kaap de Goede Hoop gepasseerd toen de Ier door de bootsman gewekt werd. Barrington zag hoe de angst en afschuw in het gezicht van de zeeman stonden gegrift: ‘God, ik ben me kapot geschrokken! Ik heb net De Vliegende Hollander gezien toen ik over de boeg uitkeek. Ze kwam recht op ons af met volle zeilen,’ riep de verbijsterde bootsman uit.

Barrington rende met de doodsbange bootsman naar het dek om het schip te zien, dat hij zeelieden vaak had horen noemen. Maar de Ier zag niets, en al was de bootsman zeker van zijn zaak, ook omdat hij had gezien dat ‘alle luiken op het benedendek’ van het spookschip ondanks de hoge zee wagenwijd openstonden, Barrington twijfelde. En in zijn boek deed de Ier het geval af als ‘bijgeloof’.

George Barrington

George Barrington was een bekende Londense zakkenroller. In 1790 werd hij veroordeeld tot zeven jaar gevangenschap in Australië.

© State Library of New South Wales

Prins van Wales ziet het spookschip

Voor de meeste zeelui was De Vliegende Hollander echter levensecht. En één verslag uit de 19e eeuw versterkte in het bijzonder het geloof in het spookschip. In 1881 was de Engelse prins George, die later koning George V zou worden, aan boord van het zeilschip Bacchante.

De 16-jarige prins had op dat moment ruim twee jaar op de oceaan doorgebracht als onderdeel van zijn cadetopleiding. Ondanks al die dagen op zee zou 11 juli 1881 voor altijd in zijn geheugen gegrift staan, want die dag maakte de prins van Wales iets heel ongewoons mee in de Australische wateren tussen Melbourne en Sydney.

‘Om 04.00 uur kruiste De Vliegende Hollander onze koers. Als een echt spookschip voer ze in een vreemde lichtgevende rode gloed, waarin we de masten, latten en zeilen zagen,’ noteerde de prins.

Koning George V van Groot-Brittannië

De Britse koning George V zag als jonge kroonprins een schip dat volgens hem De Vliegende Hollander moest zijn.

© Library of Congress

Prins George was een van de 13 man aan boord van de Bacchante die, net als de latere koning zelf, hevig onder de indruk waren van de spectaculaire aanblik. De Vliegende Hollander was slechts 200 meter ver en ‘leek scherp als een reliëf’, maar toen verdween het spookschip op raadselachtige wijze.

‘Er was geen spoor van een schip aan de horizon, dichtbij noch in de verte. De nacht was helder en de zee kalm,’ stond er in het logboek. De prins en de matrozen twijfelden er echter niet aan: ze hadden het beruchte spookschip met eigen ogen gezien, en dat betekende dat hun ongelukken te wachten stonden.

En ja, al na een paar uur was het raak voor de bemanning van de Bacchante. ‘Om 10.45 uur viel de uitkijk, die ’s ochtends als eerste De Vliegende Hollander had gezien, op het voordek van de voormars (het halfronde platform op de voormast van het schip, red.) te pletter.’

Een fles rum

Dronkenschap voedde mogelijk de mythe rond het spookschip. Tot 1970 kregen Britse zeelieden elke dag rum bij de lunch.

Tot overmaat van ramp werd de kapitein van de Bacchante ernstig ziek toen het schip de haven bereikte, en zijn leven viel niet meer te redden. Het gegeven dat iemand van koninklijken bloede De Vliegende Hollander had gezien, was voor de meeste zeelieden genoeg om heilig in het bestaan van het spookschip te blijven geloven.

In hetzelfde jaar zagen ook de Zweedse kapitein Larsen en zijn bemanning het dodenschip, en drie jaar later werd de Hollander door de matrozen op de Amerikaanse klipper Relentless bij Kaap de Goede Hoop ontwaard.

De kapitein van het vrachtschip, Daniel Sheaver, zei tegen zijn roerganger dat hij naar het spookschip moest varen, maar toen de Relentless naderde, viel de roerganger dood neer. Diezelfde nacht kwam de klipper in een zware storm terecht, waarbij drie matrozen over de reling van het schip werden gespoeld en in de golven verdwenen.

Ook verschillende andere scheepsbemanningen meldden in logboeken in de 19e eeuw dat ze het beruchte spookschip hadden gezien. Geen zeeman durfde destijds te ontkennen dat De Vliegende Hollander echt bestond.

Maar hoe kan het dat de legende zo hardnekkig rondwaarde in het bewustzijn van de zeelieden? En zou het kunnen dat een echt schip was veranderd in een spookschip?

Zeemeerminnen op een rots

Verleidelijke zeemeerminnen probeerden volgens bijgelovige zeelui schepen naar gevaarlijke zandbanken te lokken.

© Arnold Böcklin

Zeelieden vreesden sirenes en zeemeerminnen

Lang voordat De Vliegende Hollander de schrik van de zeelieden werd, was een wat mooiere verschijning de gevaarlijkste van de zee. Al in het Griekse epos Odyssee, vermoedelijk rond 700 v.Chr. geschreven, worden de sirenen opgevoerd, die zeelieden de verdrinkingsdood in zouden lokken.

Later, in 79 n.Chr., schreef de Romeinse wetenschapper Plinius de Oudere in zijn werk Naturalis Historia dat de wezens, die overal schubben zouden hebben, vaak voor de kust van het Romeinse Rijk te zien waren.

Zeelieden huiverden voor de zeemeerminnen, die tot in de 18e eeuw werden gezien als wezens die hun kwaad berokkenden. Later kregen zeemeerminnen een betere naam, en als je er een zag in het water, wilde ze alleen waarschuwen voor noodweer.

Kapitein laat zich vollopen

Het bestaan van een spookschip is lastige kost voor wetenschappers en geschiedkundigen, ook als ze het idee serieus nemen. Er zijn geen wrakstukken van het schip die op de zeebodem kunnen worden opgegraven, en het vermeende bestaan ervan is voornamelijk gebaseerd op bijgeloof en oude zeemansverhalen die niet samengaan met wetenschap.

Wel valt na te gaan of de oorsprong van de legende een kern van waarheid bevat. In de meest gangbare versie van het verhaal van het schip dat een spookschip werd, is kapitein Hendrick van der Decken de hoofdpersoon.

Volgens deze legende voer Van der Decken in 1641 met passagiers en vracht van Amsterdam naar Batavia, het huidige Jakarta in Indonesië, toen zijn schip bij Kaap de Goede Hoop in een hevige storm terechtkwam.

De kapitein was nergens bang voor en pochte altijd dat hij voor geen enkele storm zou omkeren, maar de grote golven rond de zuidpunt van Afrika brachten zijn schip en iedereen aan boord in levensgevaar. Van der Decken kon het allemaal niets schelen. Hij liet zich vollopen met drank en vervloekte al die zwakkelingen die hij had meegenomen, omdat ze bang waren voor het geweld van de zee.

Logboek

Logboeken van schepen zijn een belangrijke bron van informatie over De Vliegende Hollander. Kapiteins tekenden er gebeurtenissen tijdens de reis in op.

© Shutterstock

Gods vervloeking treft het schip

Na dagen in het noodweer kwamen de opvarenden in opstand, maar de kapitein schoot koelbloedig de leider van de muiters neer en kieperde hem overboord. Op het moment dat het bebloede lijk in zee belandde, gebeurde er echter iets vreemds. Volgens de legende gingen de wolken open en verscheen er een duistere figuur – God zelf of zijn boodschapper – op het dek voor de geschifte, wrede kapitein.

‘Kapitein Van der Decken, u bent een halsstarrig man,’ donderde het over het schip, alsof de stem de kapitein tot bezinning wilde brengen.

‘Ik heb nooit om een kalme zee gevraagd. Ik heb nooit om uw hulp gevraagd. Dus wegwezen, voordat ik ook u neerschiet,’ riep de kapiten terug.

Hij zou zich niet laten betuttelen! Van der Decken spande de haan en vuurde zijn pistool af, maar de kogel boog af in de lucht en trof de kapitein in zijn hand. De duistere gedaante had inmiddels genoeg van Van der Decken en vervloekte de man.

‘Vervloekt zijn u en uw schip! Eeuwig zult u rusteloos op zee moeten rondvaren. U zult nooit voor anker kunnen gaan en nooit de haven bereiken. U zult alleen gal drinken, en uw eten zal roodgloeiend ijzer zijn,’ luidde de vloek, die Van der Deckens schip plotseling in een spookschip veranderde, dat in de toekomst verdriet en ongeluk zou brengen aan wie De Vliegende Hollander in het oog kreeg.

‘Vervloekt zijn u en uw schip! Eeuwig zult u rusteloos op zee moeten rondvaren.’ De vloek die over kapitein Van der Decken zou zijn uitgesproken

Het verhaal met Van der Decken in de hoofdrol ging in de 18e eeuw naar verluidt van mond tot mond, en in mei 1821 verscheen het voor het eerst in druk, toen het in al zijn gruwelijke details werd gepubliceerd in Blackwood’s Edinburgh Magazine. Zo kon het verhaal zich nog verder verspreiden, en toen het eenmaal zwart op wit stond in een gedrukt tijdschrift, nam de geloofwaardigheid alleen maar toe.

De opvatting was dat Hendrick van der Decken voer voor de Vereenigde Oostindische Compagnie, waarvoor hij goederen tussen zijn vaderland en Nederlands-Indië heen en weer bracht, tot zijn schip werd vervloekt.

Een probleem in het verhaal van de dronken kapitein is echter dat zijn naam helemaal niet voorkomt in de scheepsboeken. Geschiedkundigen hebben alle annalen van de VOC en andere scheepvaartregisters van de 17e tot 19e eeuw onderzocht, en de naam Hendrick van der Decken is gewoon nergens te vinden, dus de legende kan als hersenspinsel worden beschouwd.

In hun zoektocht naar oplossingen van het raadsel zijn geschiedkundigen in de archieven echter wel een andere naam tegengekomen. Dus misschien was de zeevaarder aan boord van De Vliegende Hollander wel heel iemand anders.

De Vliegende Hollander

Op sommige schilderijen van De Vliegende Hollander spiedt kapitein Van der Decken over de reling.

© Michael Zeno Diemer

De theorie is gebaseerd op een variant van de legende van De Vliegende Hollander. Hierin ziet de kapitein van het schip geen goddelijk wezen, maar de duivel. Deze ontmoeting vindt nog steeds plaats bij Kaap de Goede Hoop, waar een Nederlandse kapitein uit eigen beweging de duivel aanroept om wat sneller tussen Holland en Batavia te kunnen varen.

Op een avond gaat plotseling de deur van de hut van de kapitein open en komt Satan binnen. ‘Met mijn hulp vaart u langs riffen en rotsen, door ondiep water en zandbanken. U kunt tegen de wind in varen en u kunt zeilen als het windstil is. Het schip vaart altijd met volle zeilen. Eeuwenlang zullen zeelui het over uw schip hebben, dat ze De Vliegende Hollander noemen,’ zo spreekt de duivel.

Wanneer deze versie van de legende is ontstaan, is onzeker, maar de variant vormt in ieder geval een schakel tussen de legende en de werkelijkheid. In de 17e eeuw was er namelijk een Hollandse kapitein die er op wonderbaarlijke wijze in slaagde om een stuk sneller te varen dan ieder ander.

Dodenschip trotseerde de natuurkrachten

De Vliegende Hollander had bovennatuurlijke krachten en leek te kunnen varen onder onmogelijke weersomstandigheden en dwars door hindernissen heen.

Volgens ooggetuigenverslagen en de legende is De Vliegende Hollander een driemaster die zich geruisloos over de zee voortbeweegt, maar daarmee houdt elke gelijkenis met een normaal schip op. Het spookschip kan namelijk elk obstakel op zee overwinnen en passeert met gemak gigantische golven, riffen en zandbanken.

Het bijzondere aan de Hollander is echter dat hij zelfs tegen de wind in kan zeilen, en welke kant hij maar op vaart en hoe de wind ook waait, de zeilen staan altijd bol.

Wanneer De Vliegende Hollander een tijdje te zien is geweest, verdwijnt het spookschip als bij toverslag in de mist of in zee. Het enige wat overblijft is de schrik van de onfortuinlijke matrozen die het dodenschip hebben gezien, want hun wacht een groot ongeluk of een wisse dood.

Eén schip is sneller dan alle andere

In de oude VOC-archieven zijn geschiedkundigen de naam Barend Fokke tegengekomen, die met zijn schip Snoeper de reis van Holland naar Batavia in nog geen 6 maanden voltooide. Andere schepen deden daar 8 tot 12 maanden over, dus Fokke was soms wel twee keer zo snel als andere zeevaarders.

De Snoeper was een zogenaamde galjoot: een koopvaardijschip met een platte bodem en een gebogen achtersteven. Zo’n platbodem kon in vergelijking met veel andere soorten schepen beter langs kustgebieden met ondiep water varen.

Maar van dergelijke passages waren er niet bijster veel op de reis van Europa naar Oost-Indië, dus het type schip was niet doorslaggevend voor de snelheid van Fokke. Zijn prestatie is daarom des te verrassender – er moest een andere oorzaak van zijn snelheid zijn. En het ging niet om één willekeurige reis waarop het bijzonder gunstig weer was; maar liefst driemaal in de jaren 1670 zeilde Fokke in recordtijd naar het huidige Indonesië.

‘We kunnen nauwelijks zeggen hoe verbaasd we zijn dat de galjoot die iedereen gisteravond heeft gezien, vandaag nergens te bespeuren is.’ Nederlands verslag van scheepsverkeer, 1690

In de legenden wordt De Vliegende Hollander niet beschreven als een galjoot of een ander specifiek type schip. Maar na Fokkes snelle overtochten in de 17e eeuw maakten de Hollandse kolonisten bij de kaap in Zuid-Afrika mysterieuze gebeurtenissen mee met galjoten.

Vreemde schepen doken op in de baai om even plotseling spoorloos te verdwijnen, en één beschrijving in het bijzonder in een register over het scheepsverkeer bij Kaapstad trok de aandacht van geschiedkundigen.

‘We kunnen nauwelijks zeggen hoe verbaasd we zijn dat de galjoot die iedereen gisteravond heeft gezien, vandaag nergens te bespeuren is. Het is buitengewoon vreemd,’ schreef een Hollander op 29 januari 1690, en in een later verslag staat er zelfs een naam op het schip.

‘De Vergulde Vlamingh zou de galjoot zijn die op 28 januari bij de monding van de baai waargenomen werd. De lucht was ’s ochtends bewolkt en toen het opklaarde, verwachtte iedereen het schip weer te zien. Maar het was verdwenen.’

Vlag van de VOC

Het spookschip zou onder de vlag van de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC) varen.

© Martinvl

Sommige geleerden vonden de naam interessant, want ‘vergulde Vlamingh’ klinkt bijna als ‘vliegende Vlamingh’ als je het vlug zegt. Na verloop van tijd is de Vliegende Vlamingh misschien wel The Flying Dutchman geworden doordat Britse zeelieden Vlamingh hebben vervangen door Hollander toen ze op kades en in kroegen moesten vertellen over het legendarische schip.

Was het schip dat in 1690 in de baai van Kaapstad verdween, misschien de duivelse galjoot van Fokke, die zo snel voer dat hij alle normale natuurwetten trotseerde en zo rap Kaap de Goede Hoop rondde dat de lokale bevolking zich achter de oren krabde? In elk geval is het tot dusver de beste verklaring die een link legt tussen de legende en een echt historisch zeilschip.

Mogelijk hebben zeelieden Fokke wel zien zeilen toen ze het schip des doods bespeurd meenden te hebben. Hoe de kapitein zo snel heeft kunnen varen, weet niemand, en daarom zijn de mythen over zijn schip springlevend.

Voor moderne wetenschappers lijdt het echter geen enkele twijfel: een spookschip kan niet bestaan. Veel waarschijnlijker is dat ooggetuigen te maken hadden met gezichtsbedrog.

Zeelieden leidden een zwaar leven aan boord van de zeilschepen, die vanaf de 17e eeuw frequent tussen de continenten begonnen te pendelen. De rantsoenen waren bescheiden en arm aan vitaminen en het werk was eentonig en uitputtend. Daarom zou het niet zo vreemd zijn als de vermoeide en afgematte zeelieden af en toe iets aan de horizon zagen dat er misschien helemaal niet was, denken de onderzoekers.

Spookschepen maakten de zeeën onveilig

De Vliegende Hollander is allesbehalve het enige spookschip op de wereldzeeën. Er zijn talloze verhalen over scheepsrampen die zo erg waren dat de bemanning nooit rust gevonden heeft.

Hand
© Shutterstock

Elke nacht lachende geesten

Op het Chileense eiland Chiloé vertellen de bewoners al eeuwen over het spookschip El Caleuche, dat volgens de legende elke nacht opduikt voor de kust. Aan boord van het zeilschip zijn de geesten van drenkelingen. El Caleuche is verlicht, en op het dek klinkt er gelach en muziek.

Hand met mes
© Shutterstock

Jaloezie eindigde in tragedie

Een jaloerse matroos doodde in 1748 de kapitein van de Lady Lovibond en stuurde het schip op de klippen bij Kent. Dezelfde dag 50 jaar later zag een visser het schip bij de rotsen, maar kort daarop verdween het. Ook in 1848 en 1898 werd er melding gemaakt van het spookschip.

Vlam
© Shutterstock

Spookschip na brandstichting

In 1752 werd de Palatine door lokale vissers geplunderd toen het passagiersschip zonk bij de Noord-Amerikaanse kust. De vissers staken het schip in brand, maar er klonk een schreeuw van een vrouw die zich verstopt had. Zij kwam in de vlammen om, en sindsdien blijft het schip opduiken.

Doodshoofd
© Shutterstock

Omgeslagen oceaanstomer vaart nog

Toen het Amerikaanse stoomschip SS Valencia tijdens noodweer voor de kust van Vancouver Island zonk, kwamen er verschillende spookverhalen in omloop. Zeilers zouden het schip langs de kust hebben zien varen, soms zelfs met passagiers en al, die met hun armen over de reling hingen.

Luchtspiegelingen lijken net echt

Mensen die in de woestijn lopen, krijgen geregeld te maken met fata morgana’s. De naam ‘fata morgana’ komt van de zus van de Keltische koning Arthur, Morgana, die zeelieden met luchtspiegelingen naar hun ondergang zou hebben gelokt.

Fata morgana’s verschijnen wanneer een koude luchtlaag ontstaat tussen het warme water en een warme en hogere luchtlaag. Daardoor kan het beeld van een zeer ver object worden uitgerekt, zodat bijvoorbeeld één cactus in de verte de vorm kan aannemen van een hele oase of een stad. En waarschijnlijk was het aan luchtspiegelingen te wijten dat vermoeide en bijgelovige zeelieden dachten dat ze vanaf hun schip De Vliegende Hollander aan de horizon zagen.

De zogeheten zwevende luchtspiegelingen, die ook ontstaan bij de botsing van koude en warme luchtlagen, komen het meest voor in poolstreken, waar het zeeoppervlak vaak kouder is dan de lucht. Het licht wordt afgebogen in de warme luchtlagen, waardoor een zeeman op wonderbaarlijke wijze een vreemd schip aan de horizon kan zien, ook al zou het schip niet zichtbaar moeten zijn omdat het zich in feite achter de horizon bevindt.

Een spiegeling in een hooggelegen luchtlaag zorgt er simpelweg voor dat zeelieden kunnen zien wat er achter de horizon ligt, waar misschien een echt schip vaart. Voor die zeelieden lijkt de spiegeling op een spookschip dat plotseling opduikt en dan in het niets verdwijnt.

Fata morgana op zee

Luchtspiegelingen, een natuurlijk verschijnsel, staan vermoedelijk aan de basis van de legenden over De Vliegende Hollander.

© Shutterstock

Mysterieus licht omringt het schip

Veruit de meeste ooggetuigenverslagen van het dodenschip zijn afkomstig uit het gebied ten zuiden van Afrika, waar zwevende luchtspiegelingen vaker voorkomen dan in bijvoorbeeld de Middellandse Zee. Bij Kaap de Goede Hoop komen koude en warme zeestromen samen en vermengt koude lucht zich met warme lucht, een perfecte voedingsbodem voor luchtspiegelingen.

Deze luchtspiegelingen kunnen ook verklaren waarom ooggetuigen nooit lawaai hoorden aan boord van De Vliegende Hollander. Het spookschip zweefde altijd geruisloos over zee, waarschijnlijk omdat het een optische illusie is, die natuurlijk geen geluid maakt.

Diverse ooggetuigen maken verder melding van een vreemd licht op of rond het schip. Dit kan sint-elmsvuur zijn, dat soms optreedt bij onweer, wanneer de lucht elektrisch wordt, zoals wanneer je een ballon tegen je kleding wrijft – alleen duizenden keren zo krachtig.

In plaats van een gigantische elektrische vonk te vormen, ofwel bliksem, schiet elektriciteit vanuit de lucht door de romp van het schip naar het water. Hierdoor ontstaat er een spookachtig licht, sint-elmsvuur, op de plaatsen waar de elektriciteit het schip binnenkomt. Het verschijnsel is op zich niet gevaarlijk, maar de bijgelovige zeelieden van weleer waren er vast niet gerust op.

Zwarte kat

Een zwarte kat zou ongeluk brengen, maar op een schip bracht hij volgens zeelieden geluk – mogelijk omdat hij muizen en ratten, die zich aan het proviand tegoed deden, opvrat.

© Shutterstock

Nietsvermoedende zeelieden zullen de vreemde lichten en luchtspiegelingen geassocieerd hebben met iets bovennatuurlijks. Na een lange tijd op zee staken dergelijke gedachten makkelijk de kop op, en de mannen geloofden in zeemeerminnen, draken en zeeslangen, dus waarom niet ook in een spookschip?

Eén ding is zeker: De Vliegende Hollander werd door iedereen gevreesd, en vooral bij Kaap de Goede Hoop beefden de matrozen van angst.

Het is niet toevallig dat de meeste verslagen over De Vliegende Hollander afkomstig zijn van Kaap de Goede Hoop. Niet alleen komen luchtspiegelingen hier vaker voor en stamt de legende zelf uit deze contreien, het ronden van de kaap is voor een zeilschip ook de gevaarlijkste passage op zee.

Gevaarlijkste plek op aarde

Sinds de Portugees Bartolomeu Dias in 1488 als eerste Europeaan de zuidpunt van Afrika rondde, stond de plek bekend om zijn verraderlijke zee. Dias doopte het gebied ‘Stormkaap’, en in 1500 werd de plek hem zelf tijdens een doorvaart fataal.

Door de dodelijke combinatie van zeestromingen, wind en weer, waarbij een kalme zee in enkele uren in een ware nachtmerrie van golven kan veranderen, vond de ene bemanning na de andere de dood.

Vooral in de 18e en 19e eeuw, toen de legende over De Vliegende Hollander vorm kreeg, vertelden scheepsannalen over zware verliezen. Alleen al in mei 1737 registreerden de autoriteiten in Kaapstad negen schipbreuken voor de kust. In juni 1772 vergingen acht schepen en in juli 1822 verdwenen er wel 11. Het ergst was het in mei 1865: binnen enkele dagen zonken 22 schepen.

De Vliegende Hollander in Pirates of the Caribbean

Recent speelde De Vliegende Hollander een rol in twee Pirates of the Caribbean-films van Disney.

© EmbraerSkyPilot

Met zulke enorme catastrofes op zee werd onheil algauw op andere manieren verklaard dan met slecht zeemanschap of inschattingsfouten van de kapitein.

Bovendien speelde bijgeloof een grote rol op zee, en de zeelieden mochten van alles niet doen omdat het ongeluk zou brengen. Het werd de mannen bijvoorbeeld verboden te fluiten of hun baard te knippen, want dat zou de weergoden ongunstig kunnen stemmen.

Een raadselachtig spookschip als verklaring van ernstige ongelukken was dus niet zo gek in de ogen van bijgelovigen. Als een schip in moeilijkheden kwam na een mysterieus licht, werd dat al snel gezien als teken van De Vliegende Hollander. Als de rest van de reis zonder noemenswaardige ongelukken verliep, hoorde je niemand meer over De Vliegende Hollander, maar anders werden de ervaringen van de zeelieden flink aangedikt, want het bijgeloof was nu eenmaal onuitroeibaar.

Bijgeloof of niet, zeker 5000 schepen zijn door de jaren heen bij Kaap de Goede Hoop vergaan. Van oude galjoenen tot moderne tankers, er ligt op de zeebodem een gigantisch maritiem kerkhof.

Opera De Vliegende Hollander

De Vliegende Hollander werd o.a. beroemd dankzij de gelijknamige opera van Richard Wagner uit 1843.

© Getty Images

Hiervan zijn we zeker

Spookschip is een broodje aap

Mythe moest zeelui waarschuwen

Dat de legende over het spookschip is uitgegroeid tot een mythisch verhaal, komt doordat óf de duivel, óf een goddelijk wezen optreedt in de vertellingen over De Vliegende Hollander.

Al geloofden zeelieden van de 17e tot en met de 20e eeuw er heilig in, volgens geschiedkundigen moet er sprake zijn van een mythe, die naar alle waarschijnlijkheid ten doel had om de zeelieden met beide benen op de grond te houden, zodat ze niet te lichtvaardig over de krachten van de zee zouden gaan denken.

De mythe over De Vliegende Hollander zou dus zeelui eraan herinneren dat ze op een schip ontzag moesten hebben en altijd alert moesten zijn. Geen kapitein mocht de zee en de goden uitdagen, zoals Hendrick van der Decken ooit had gedaan. Hem zou een gruwelijk en tragisch lot wachten, en wie dat zou negeren, moest het met de dood bekopen.

Met de ontdekking van de zeeweg naar India en China was de passage om Afrika heen een noodzakelijk kwaad geworden. Alle Europeanen moesten hier langs als ze in Azië thee, specerijen en stoffen wilden halen. Een zeeman moest dus voorbereid zijn op het gevaar van Kaap de Goede Hoop, want een waardevolle lading was zó verloren.

Zeeman aan het roer

Soms was De Vliegende Hollander volgens zeelieden zo dichtbij dat ze dachten dat ze ermee in aanvaring zouden komen.

© Shutterstock

Dit willen we nog weten

Hoe konden zeelui het schip dichtbij zien?

Wat de onderzoekers blijft verbazen is dat verschillende ooggetuigen De Vliegende Hollander van dichtbij zouden hebben gezien, en dus niet in de vorm van een verre, wazige luchtspiegeling.

Zo beweerden zeelieden van het Schotse walvisschip Orkney Belle dat ze in januari 1911 zo dicht bij het spookschip kwamen dat de twee schepen bijna botsten. De Vliegende Hollander wendde snel het roer en verdween net op tijd in de mist. Ook de bemanning van het Nederlandse vrachtschip Straat Magelhaen meende in 1959 op ramkoers te liggen met de Hollander, die echter op het laatste moment in het donker verdween.

Als het klopt dat De Vliegende Hollander een pure mythe is, en dat ooggetuigen luchtspiegelingen op zee hebben waargenomen, zouden zeelieden de illusie niet van dichtbij hebben kunnen zien. Luchtspiegelingen zijn alleen op grote afstand zichtbaar. De meest natuurlijke verklaring is daarom dat deze ooggetuigen hun verhalen aandikken.

De bemanning van de Orkney Belle beweerde ook de naam ‘The Flying Dutchman’ gezien te hebben op de achtersteven van het vreemde schip. Het verslag van de Schotten vermeldt niet of ze de naam echt in het Engels zagen staan, of dat het de Nederlandse naam was.

In beide gevallen is de waarneming van de naam echter vreemd. In de oude Nederlandse scheepsregisters staat namelijk geen zeilschip met de naam De Vliegende Hollander, en het zou bijna nog vreemder zijn als een Nederlands schip een Engelse naam zou dragen. Hoogstwaarschijnlijk hebben de Schotten de ontmoeting met het spookschip uit de duim gezogen.

Britten maken de concurrent zwart

Alles duidt erop dat de Britten de mythe die we nu nog kennen hebben verzonnen. Britse bronnen als MacDonald, Barrington en Blackwood’s Edinburgh Magazine maakten als eerste schriftelijk melding van het verhaal, wat alleen al aangeeft dat het vorm kreeg in Groot-Brittannië.

Maar waarom speelde een Hollandse kapitein de hoofdrol, en niet een Britse? Volgens geschiedkundigen kwam dat door de gespannen verhoudingen tussen Nederland en Groot-Brittannië in de 17e tot 19e eeuw.

Beide landen hadden hun oog op Kaapstad laten vallen, maar dit knooppunt tussen Europa en de oosterse rijkdommen was tot 1814 in handen van de Hollanders. De Britten hadden vooral in de 17e eeuw het nakijken op zee. Deze achterstand was moeilijk te verteren, en wat was er dan beter dan een legende te verspreiden over een knettergekke, overmoedige Hollandse kapitein die de duivel zelf uitdaagde?

De haat werd nog verder gevoed door het gevreesde spookschip een Hollandse naam te geven, zodat Nederland voor altijd in verband zou worden gebracht met plagen en ongelukken. Zo werd de mythe na jaren van vernederingen een perfect propagandamiddel voor de Britten.

Al nam het aantal ooggetuigenverslagen over De Vliegende Hollander in de 20e eeuw gestaag af toen zeilschepen plaatsmaakten voor motorschepen, de mythe leefde voort, en zelfs grote motorschepen kwamen in aanraking met onheil.

Op een vroege voorjaarsmorgen in 1943 voer het Australische escorteschip Beresford bij Kaap de Goede Hoop toen het ineens een angstaanjagend radiobericht verstuurde. Net als de laatste woorden van de zeeman op kapitein Larsens Zweedse schip in 1881 bevatte het bericht van de marconist slechts drie woorden: ‘De Vliegende Hollander.’

Daarna zweeg de radio. Van het schip noch de 34 opvarenden werd ooit nog iets vernomen. En zelfs vandaag de dag nog melden de Zuid-Afrikanen zo nu en dan dat ze het spookschip op zee hebben zien varen. De Vliegende Hollander waart er dus nog altijd rond.

© HISTORIA

MYSTERIES

Dit artikel komt uit de reeks MYSTERIES. Elk deel duikt in raadsels uit het verleden, van de tempeliers tot de occulte wereld van de nazi’s.

Bekijk alle titels en bestel ze hier: www.historianet.nl/mysteries