Grote konvooien Oost-Indiëvaarders konden zichzelf en hun lading verdedigen.

Wat was een Oost-Indiëvaarder?

Was een Oost-Indiëvaarder een scheepstype, of een algemene naam voor VOC-schepen?

Oost-Indiëvaarder: een combinatie van oorlogs- en koopvaardijschip

Europese schepen haalden kostbare goederen uit de Oost, maar liepen een groot risico om overvallen te worden door piraten. De Nederlandse VOC en landen als Engeland en Zweden maakten dan ook gebruik van vaartuigen die zichzelf konden verdedigen.

Deze Oost-Indiëvaarders of spiegelretourschepen waren een mix van koopvaardij- en oorlogsschip. Ze hadden een kanondek, maar ook ruimte om goederen uit Azië te vervoeren. Het scheepstype stamt uit de 17e eeuw en was tot halverwege de 19e eeuw in gebruik, toen de dreiging van piraten afnam.

Oost-Indiëvaarder kon 800 ton vervoeren

Oost-Indië-vaarders waren groter dan gewone koopvaardijschepen omdat ze ruimte moesten hebben voor kanonnen en genoeg goederen om de reis rendabel te maken. Rond 1800 vervoerden ze 800 ton of meer. In 1804 joegen Britse Oost-Indiëvaarders een Frans konvooi oorlogsschepen op de vlucht, waaronder de Marengo met 74 kanonnen.

Bekijk ook ...