Hanzeschip

De Hanzesteden – heersers over de zee en de handel

De 13e eeuw is een onzekere tijd, waardoor een aantal handelssteden besluit de handen ineen te slaan. 100 jaar later zijn de Hanzesteden de grootste macht van Europa, die zelfs hun leger gebruiken om hun concurrenten uit de weg te ruimen.

De 13e eeuw is een onzekere tijd, waardoor een aantal handelssteden besluit de handen ineen te slaan. 100 jaar later zijn de Hanzesteden de grootste macht van Europa, die zelfs hun leger gebruiken om hun concurrenten uit de weg te ruimen.

AKG-Images

In de middeleeuwen zijn Duitse en Noord-Europese steden heer en meester over de handel op de Oost- en de Noordzee. Dit is het verhaal van het Hanzeverbond van de 14e eeuw tot aan de Reformatie.

De Hanze op het toppunt van haar macht

Langzaam rijdt de processie door de stadspoort, begeleid door muziek. De herfstbladeren liggen op straat en tussen de koopmanshuizen hangen vaandels en kleurrijke wandtapijten.

Dan is hij eindelijk te zien: Karel IV, heerser van het Heilige Roomse Rijk, onder een baldakijn, gekleed in zijn lange purperrode mantel, met een zwaard en scepter aan zijn riem. Opgewonden volgt de mensenmassa het schouwspel. De inwoners van Lübeck kunnen hun ogen nauwelijks geloven – de machtigste leider van Europa is speciaal voor hun stad helemaal naar de Oostzee gekomen.

Het bezoek van de keizer in 1375 duurt 11 dagen. Er worden toernooien, diners en parades gehouden. In de straten branden fakkels, en er worden liederen en marsmuziek gespeeld ter ere van de voorname gast.

Hanze – oud-Duits voor ‘groep’

De Hanzestad Lübeck laat zich graag van zijn beste kant zien. Lübeck is namelijk de rijkste stad van Noord-Europa en de haven die uitmondt op de Trave is het geheim achter de ongekende welvaart. Daar liggen talloze schepen klaar om goederen en rijkdom mee terug te nemen naar hun stad.

Zo ontstond het Hanzeverbond

Zo’n 100 jaar eerder had niemand de bloei van Lübeck kunnen voorspellen. De handel in Noord-Europa was een onmogelijke onderneming, en overal liepen de kooplieden risico’s en gevaar. Op kruispunten en in struiken lagen rovers op de loer, klaar om toe te slaan en hun kostbare handelswaar te stelen.

Op zee aasden piraten op koopvaardijschepen die alleen voeren, terwijl kooplieden altijd op hun hoede moesten zijn voor bendes die ze konden ontvoeren voor enorme sommen losgeld.

Dat was een van de redenen waarom de kooplieden van Lübeck in de 13e eeuw de oude handelsroutes van de Vikingen richting het oosten begonnen te volgen. Maar ook daar was het chaos, en dus verenigden ze zich in een verbond om hun handelswaar veilig te stellen. Andere Duitse steden sloten zich aan en het verbond werd ‘de Hanze’ genoemd – oud-Duits voor ‘groep’.

In het begin was de samenwerking beperkt tot kooplieden uit dezelfde stad. Samen betaalden ze voor een militie die hen kon beschermen tegen gevaar en vijanden uit de weg kon ruimen.

Door deze militaire steun kon de handel opbloeien. Vooral langs de Oostzee, waar bont, hout, barnsteen en rogge in de grote Hanzeschepen – koggen – werden geladen. En door zijn ligging op het knooppunt tussen de Oostzeehandel en handelsroutes uit het zuiden kon Lübeck inspelen op de enorme vraag naar haring, die zwom buiten de Zuid-Zweedse kust.

Haring was een delicatesse in heel Europa, en de katholieken stonden voor de vis in de rij – vooral in de vastentijd, wanneer ze geen vlees mochten eten.

Kogge met één mast en Hanzedocument

Hanzesteden gebruikten de kogge vaak als symbool. Bijvoorbeeld op het zegel van Stralsund, hier te zien op een document van het Hanzeverbond dat in 1350 werd ondertekend.

© scanpix/akg images & bridgeman

Het Hanzeverbond groeit

In 1241 sloot Lübeck een verbond met Hamburg, dat de Duitse zouthandel met het zuiden beheerste. Met het zout uit Hamburg conserveerden de Lübeckers de enorme hoeveelheden vis die ze uit Zweden meebrachten, en zo domineerden beide steden de handel in pekelharing. De overeenkomst betekende ook dat de steden elkaars gebieden en privileges militair zouden beschermen, en dat ze de weg van Lübeck naar Hamburg vrij zouden houden van overvallers.

Door deze samenwerking kregen de steden een goede onderhandelingspositie, waardoor ze in 1266 tolvrijstelling kregen van Hendrik III van Engeland. Keulen, dat al tolvrij kon exporteren naar Engeland, sloot zich een paar jaar later bij Lübeck en Hamburg aan. Daarna ontstonden er allianties van andere Noord-Duitse steden die zich ook bij het verbond voegden.

Ze voerden collectieve onderhandelingen en stichtten handelsposten – factorijen of kantoren genoemd – in heel Noord-Europa, van Bergen in Noorwegen en Brugge in Vlaanderen tot aan het Engelse Londen. Duizenden jonge Hanzemannen vochten om een stageplek op een van deze kantoren: dat kon het begin zijn van een carrière als koopman en een luxe leven.

Kort over de vigtigste hansestæder

Hanseforbundet bestod af mere end hundrede såkaldte hansestæder, der spredte sig fra det nuværende Holland i vest til Estland i øst. Samtidig havde forbundet handelsstationer – kaldet kontorer – over hele Skandinavien og det meste af Nordeuropa.

De Hanze bouwt een gigantische vloot

In de 14e eeuw voeren er steeds meer zwaarbeladen koggen tussen de steden aan de Oostzee.

Vanuit het oosten brachten kooplieden grondstoffen naar Vlaanderen en Engeland, terwijl schepen met vervaardigde producten de andere kant op voeren. In Zweden kochten ze vooral koper en ijzer.

Ook de militaire macht van het verbond nam toe. In het begin konden alleen al de steden langs de Rijn een strijdmacht van zo’n 600 oorlogsschepen leveren, een gigantisch aantal voor die tijd.

Met zijn militaire en economische invloed was de Hanze een macht die Europese heersers serieus moesten nemen.

Daar kwam de Deense koning Waldemar Atterdag achter toen hij in 1360 met een leger zijn oude Deense gebieden wilde heroveren.

De Hanze verslaat Waldemar Atterdag

Eerst nam het Deense leger Skåne in, dat met zijn lucratieve haringhandel cruciaal was voor de economie van het hele Oostzeegebied. Waldemar richtte zich daarna op de rijke Hanzestad Visby op Gotland, buiten de kust van Zweden. Met gemak versloeg de koning de slecht bewapende boeren rond de stad, om vervolgens Visby te plunderen.

Woedend over de aanval op een van hun leden verzamelden de andere Hanzesteden, met Hamburg voorop, een vloot van 37 schepen die – zwaarbewapend en met 2000 soldaten – naar Kopenhagen ging om wraak te nemen.

Het Hanzeleger plunderde de Deense hoofdstad en nam de kerkklokken mee als oorlogsbuit. Een mislukte poging om Denemarken te veroveren ontketende een langdurige oorlog, waarbij de Hanze Deense kuststeden plunderde en verwoestte, totdat Waldemar Atterdag zich eindelijk gewonnen gaf.

In 1370 ondertekende de Deense koning – van een totaal verwoest land – een vernederend vredesverdrag in de Hanzestad Stralsund.

Hierdoor kregen de Hanzesteden 15 jaar lang twee derde van de opbrengst van de haringmarkt, beschikkingsrecht over de forten in Skåne, vrije doorgang door de Sont en vetorecht over de toekomstige heersers van Denemarken.

Lees ook: Kruistochten: 9 keer heilige oorlog

De kogge – het geheim van de Hanze

De kogge – het geheim achter het succes van het Hanzeverbond

De kogge was de ruggengraat van de Hanzevloot en werd ingezet als transport- en oorlogsschip.

© Scanpix / AKG-images

Het schip van de Hanze – de kogge – was het geheim van haar succes. Het was stabiel, efficiënt en goedkoop. In tegenstelling tot zijn voorganger, het Vikingschip, had de kogge een diep ruim met plaats voor tonnen aan goederen. Het had één mast en een rechthoekig zeil en kon dus gemakkelijk door een kleine bemanning bestuurd worden. De afgeronde romp maakte het bovendien ideaal voor lange afstanden.

In 1962 vonden Duitse archeologen een kogge in de rivier de Wezer: de ‘Bremer Kogge’. Het is het enige bewaarde voorbeeld van dit Hanzeschip, dat we verder alleen kennen van stadszegels en schilderijen. Je kunt het momenteel bekijken in het scheepvaartmuseum van Bremerhaven.

Kogge
© Scanpix / AKG-images

Kogge

  • Lengte: 23 m
  • Breedte: 7,5 m
  • Hoogte (zonder mast): 3 m
  • Mast: 1-2 m
  • Laadvermogen: 150-200 ton

Bremen wordt uit de Hanze gegooid

Vijf jaar later rijdt keizer Karel IV de poort van Lübeck binnen. Voordat hij weer vertrekt, benoemt hij Lübeck tot een van de vijf meest eervolle steden van het Heilige Roomse Rijk. Het rijk, een lappendeken van kleine staatjes verenigd onder één keizer, strekte zich uit van Noord-Italië tot Duitsland – en voorheen was deze titel alleen weggelegd voor de Italiaanse steden Rome, Venetië, Pisa en Florence.

Vanaf 1356 kwam het verbond regelmatig bijeen tijdens de Hanzedagen, waar verdragen en privileges werden goedgekeurd, en afspraken werden gemaakt over handelsblokkades en militaire acties. Ook werden hier mogelijke nieuwe leden besproken en werden leden bestraft die zich niet aan de gezamenlijke regels hadden gehouden.

Alles wat op de Hanzedagen was besloten, bleef van kracht, en het verbond zag er hardhandig op toe dat de afspraken werden nageleefd. Als dat niet gebeurde, had dat grote gevolgen.

Toen het stadsbestuur van Bremen weigerde een koopman te straffen die een boycot tegen Vlaanderen had geschonden, werd de stad direct zelf gestraft. Bremen werd 30 jaar lang uit de Hanze gezet. ‘De stad verarmde, er groeide gras op de straten en overal was honger en ellende,’ schreef een ooggetuige.

De Hanzestad Braunschweig wordt gestraft

Vertegenwoordigers uit Braunschweig smeekten om in het verbond te mogen blijven, maar tevergeefs. Interne strijd en overtredingen werden niet getolereerd door de andere Hanzesteden.

© bpk

Lucratief lidmaatschap

Terwijl er hard werd opgetreden tegen ongehoorzame steden, kon een lidmaatschap ook heel lucratief zijn. In 1346 kreeg Riga zogenoemde privileges: vanaf dat moment moest er voor alle producten die vanuit de stad werden geëxporteerd belasting worden betaald.

Hierdoor werd het voor buitenlandse kooplieden heel duur om hun goederen via Riga te exporteren. En dus verkochten ze hun spullen liever aan de Hanzekooplieden in de stad. Deze regel gold voor alle Hanzesteden. In Riga zorgde dit ervoor dat slechts een zesde van alle producten die de stad binnenkwamen, werd geëxporteerd naar andere havens.

Door de grote haven, de komst van kooplieden en alle belastingen werd Riga het middelpunt van de regio. De lokale kooplieden lieten er huizen en gebouwen neerzetten, volgens de Duitse mode van die tijd.

In alle Hanzesteden was het beeld hetzelfde: rijkelijk versierde, gotische huizen langs straten en pleinen. Met hun hoge bogen, puntige en gekartelde gevels leken de huizen hoger dan ze waren, en ze benadrukten de rijkdom van de stad.

Lees ook: Zijderoute bracht de wereld samen

Haringmarkt in Skåne

De haringmarkten in Skåne waren de belangrijkste inkomstenbron voor Lübeck. De vis vond tijdens de vastentijd gretig aftrek in heel katholiek Europa.

© bridgeman & shutterstock

Lübeck benoemt Scandinavische koningen

In de 16e eeuw begon het einde van de 200-jarige bloeiperiode van het Hanzeverbond. In 1492 ontdekte Columbus Amerika, en de handel verschoof steeds meer naar het nieuwe continent in het westen, terwijl de Oostzee minder belangrijk werd.

De ondergang begon echter al in 1519, toen de Hanzesteden hun laatste grote overwinning behaalden. Op een koude en gure najaarsdag sloop een haveloze en verdwaalde Zweedse edelman Lübeck binnen, vermomd als koetsier.

Die man was Gustaaf Wasa. Hij had meegevochten in de strijd tegen de Deens-Noorse koning Christiaan II die Zweden was binnengevallen. Wasa was nog maar net ontsnapt uit zijn gevangenis in Denemarken en zocht nu hulp bij de Hanze.

‘Noem me geen gevangene, maar een man die onrechtmatig is verraden en bedrogen. Ik bevind me nu in een vrije stad en sta voor een stadsbestuur dat beroemd is vanwege zijn rechtvaardigheid,’ zei Wasa en smeekte zijn ‘dierbare buren in de stad’ om hulp.

Ook beloofde de Zweedse edelman de Hanze ‘milde privileges en alles wat in haar voordeel zou zijn’ als ze hem zouden helpen.

Meer hoefden de Lübeckers niet te horen.

De mogelijkheid om hun oude vijand te verslaan was genoeg.

Marionettenkoning bedriegt Hanzesteden

Wasa werd naar Zweden gestuurd, dat inmiddels onder Deens bewind stond. Hier leidde hij een opstand tegen koning Christiaan II. Even later benoemde de Hanze Frederik I, de oom van Christiaan II, tot koning van Denemarken en Noorwegen, in ruil voor zijn steun aan Wasa. In 1523 werden zowel hij als Gustaaf Wasa gekroond.

Lübeck had twee koningen benoemd, maar kreeg stank voor dank. Frederik hief het Hanzekantoor in Kopenhagen op, ontnam de Hanzeleden hun privileges en verklaarde dat het eiland Bornholm – dat toen onder Lübeck viel – voortaan onder zijn bescherming stond.

Gustaaf Wasa was niet veel beter. Ondanks dat hij Lübeck het alleenrecht op de handel in de Oostzee en langs de Baltische kust ‘tot in de eeuwen der eeuwen’ had beloofd, verklaarde hij dat Zweden ‘de buitenlanders hun onbeperkte vrijheden zou ontnemen en de havens zou openstellen voor alle schepen’.

Drie harde tests maakten jongens tot koopman

De broederschap op de kantoren werd gehandhaafd door strenge regels en bizarre ontgroeningen.

De leerlingen woonden samen in kleine enclaves, ingedeeld op basis van de Hanzestad waar ze vandaan kwamen, en hadden vrijwel geen contact met de buitenwereld. De leerlingen werden hardhandig onder de duim gehouden door een volwassene.

De jongste leerlingen kregen lijfstraffen als ze zich niet aan de regels hielden, en de oudere riskeerden zelfs gevangenisstraffen. Ze moesten celibatair leven zodat ze geen bedrijfsgeheimen zouden prijsgeven tijdens hun contact met vrouwen.

Maar naast deze strenge regels ontstonden er ook merkwaardige tradities. Langzaam maar zeker ontwikkelden de leerlingen gruwelijke tests die nieuwkomers moesten doorstaan.

Hanze bedreigd door de Reformatie en zoute haring

Langzaam maar zeker verloor het ooit zo machtige Hanzeverbond zijn macht. Denemarken en Zweden kregen de handel op de Oostzee in handen. In het oosten sloot de Russische Ivan III in 1494 het Hanzekantoor in Novgorod. En in het westen namen de Nederlanders de handel met Engeland over.

Tegelijkertijd bracht de Reformatie de kooplieden in grote problemen. Toen het katholicisme uit Noord-Europa verdween, verdampte ook de vraag naar pekelharing – een cruciale inkomstenbron voor de Hanze.

De laatste Hanzedag werd in 1669 gehouden. Na die vergadering bleven alleen Lübeck, Hamburg en Bremen lid. In 1862 werd het ooit zo machtige Hanzeverbond definitief opgeheven.

Hanze en piraten vechten om de zee

Klaus Störtebeker in boeien

Klaus Störtebeker wordt met een Hanzeschip naar zijn executie in Hamburg gebracht.

© Scanpix/AKG-images

De Hanzesteden sloten een opportunistische alliantie met piraten om hun vijanden te verslaan. Later keerden ze zich echter tegen elkaar en begonnen de kooplieden een meedogenloze klopjacht op hun vroegere bondgenoten.

In de jaren 1360 verklaarde de Hanze de oorlog aan Denemarken. De stadstaten kregen hulp van de piraten die de Oostzee al jaren in hun macht hadden.

Door deze ongewone alliantie versloeg de Hanze de Deense koning Waldemar Atterdag, maar de samenwerking eindigde in oorlog. In de jaren 1390 vielen piraten regelmatig Hanzeschepen, -steden en -handelsposten aan, waaronder de Noorse stad Bergen in 1392 en 1393.

Tegelijkertijd belemmerden de piraten drie jaar lang de lucratieve haringhandel in Skåne. In 1402 nam een vloot uit Hamburg de leider van de piraten, Klaus Störtebeker, gevangen. Deze failliete edelman had zijn naam te danken aan het feit dat hij in één teug een beker bier kon leegdrinken.

Störtebeker werd in Hamburg ter dood veroordeeld. De gevreesde piraat smeekte de rechter om hem te sparen. Ook beloofde hij Hamburg een gouden ketting die zo lang was dat je hem rond de stad kon leggen, als ze hem lieten leven. Maar de rechtbank toonde geen genade en Störtebeker werd samen met 70 van zijn handlangers op het stadsplein terechtgesteld. Toen het piratenschip later werd onderzocht, vond een timmerman een lading goud, verstopt in een holle scheepsmast.

De Hanze nam het goud in beslag en verdeelde het onder de kooplieden die hadden geleden onder het schrikbewind van Störtebeker. De rest werd volgens de legende gebruikt om een gouden kroon te maken voor de toren van de Sint-Catharinakerk in Hamburg.