Our website does not support Internet Explorer.

To get the best experience on our website and of our content, please use a more modern browser like Edge, Chrome, Safari or similar.

Vermoorde bisschop creëerde de prachtigste Britse kathedraal

In 1170 doodden geharnaste ridders de Engelse aartsbisschop Thomas Becket in de kathedraal van Canterbury. Al snel kwamen pelgrims af op het gerucht dat zijn bloed voor wonderen zorgde. Canterbury moest een grotere kathedraal krijgen.

Bridgeman Images

Het is kerst 1170. De plaats Canterbury in Zuidoost-Engeland is in winterse duisternis gehuld als aartsbisschop Thomas Becket buiten kreten hoort. ‘Mannen van de koning!’ roepen opgewonden stemmen.

Becket voorvoelt het gevaar. Met zijn monniken verlaat hij de bisschops­woning en snelt hij naar de kathedraal. Tot dusver heeft geen enkele christelijke strijder het gewaagd een bisschop aan te vallen in het huis van God.

Bij een altaar in de donkere kerk staan ze stil om met ingehouden adem af te wachten. Verderop begint een monnik nietsvermoedend de vespers te zingen.

Het gezang stopt abrupt als de stevige kerkdeur met een klap wordt geopend. Zware voetstappen komen dichterbij en er is gekletter van zwaarden te horen.

‘Becket!’ roept een harde stem. Het geluid weergalmt door de lege kerk.

‘Hier ben ik!’ antwoordt Becket luid. De gezichten van de ridders gaan schuil achter een vizier. De bisschop kan hun zwaarden net ontwaren in het donker. Rustig vraagt hij waarom de mannen wapens dragen in een godshuis.

‘U bent toch die beruchte verrader?’ vraagt een ridder vol verachting. Becket ontkent, maar de ridders blijven hem beschuldigen en beledigen tot een van hen zijn zwaard trekt.

‘U bent ten dode opgeschreven!’
Bedreiging die een ridder naar de aartsbisschop riep

Het wapen raakt Becket met de platte kant op zijn rug, en hij wankelt. ‘Vlucht, u bent ten dode opgeschreven,’ dreigt de ridder. Maar Becket blijft staan.

‘Pooier,’ snuift de bisschop tegen zijn aanvaller en hij geeft hem een duw. Dat zal een fatale fout blijken.

Er zwaait een zwaard door de lucht, maar de monnik Edward Grim steekt zijn arm uit en weet op het nippertje te voorkomen dat het wapen het voorhoofd van zijn aartsbisschop raakt.

Met een schreeuw van pijn en hevig bloedend valt de monnik op de grond. Een tel later slaat de ridder weer toe, en nu raakt hij Becket wel.

Het bloed loopt over zijn gezicht en hij klampt zich vast aan een van de pilaren van de kathedraal, niet in staat de volgende, dodelijke slag af te weren.

Het zwaard klieft de schedel van de bisschop en de kling breekt in tweeën als hij de grond raakt. Hersenen en bloed stromen over de kerkvloer.

Een van de handlangers van de ridders stapt naar voren en schraapt met zijn mes wat hersenmassa uit de schedel van de aartsbisschop.

‘Die komt niet meer overeind,’ zegt hij.

Het nieuws van de brute moord op de aartsbisschop gaat als een lopend vuurtje door Europa. De mensen zijn geschokt en woedend, maar de moord zal een geschenk voor de kerk blijken te zijn.

Beckets martelaarschap trekt duizenden pelgrims aan, en met die inkomsten wordt de bouw van een van de mooiste kathedralen van Europa bekostigd.

Augustinus stichtte in 597 een klooster in Canterbury, waarnaast een paar jaar later een kleine kerk kwam te staan.

© Mary Evans/Ritzau Scanpix

Geloof vatte post in Canterbury

Het christendom kwam in 597 met de Romeinse benedictijner monnik Augustinus naar Engeland. Hij werd uitgenodigd door de heidense koning Æthelbert, die met een christelijke prinses uit Frankrijk was getrouwd.

Æthelbert had zijn hoofdzetel in Canterbury, 90 km ten zuidoosten van Londen.

De koning bekeerde zich en gaf Augustinus een stuk grond in de stad om de eerste Engelse kathedraal te bouwen.

Sindsdien is Canterbury het christelijke bolwerk van Engeland.

Becket is beste vriend van de koning

Thomas Becket kwam op 21 december 1118 in Londen ter wereld. Zijn vader was een rijke koopman, en zoals het een jongen van zijn stand betaamde, werd Thomas ingeschreven bij een kloosterschool.

Hier kreeg hij les in Latijn en in retorica. Na een jaar studie aan de universiteit van Parijs, die toen als de beste van Europa werd beschouwd, kreeg hij een functie in het bestuur van de hoofdkerk van Engeland: de kathedraal van Canterbury.

De ijverige, intelligente Becket maakte zo veel indruk op de aartsbisschop van Canterbury dat deze de 36-jarige diaken in 1155 aanbeval bij koning Hendrik II. Die was nog maar 21 en stelde Becket aan als kanselier – zijn naaste adviseur.

Middeleeuwse Engelse bouwmeesters konden alleen kerken bouwen zoals deze in Stowe in Lincolnshire. Ze hadden een bescheiden, donker schip met kleine raampjes.

© Ian Francis Stock/Imageselect

De twee raakten goed bevriend. Ze hielden allebei van paardrijden, valkenjacht en goede wijn. Een anekdote laat zien hoe hecht hun vriendschap was. Op een koude winterdag passeerden Becket en de koning een verkleumde bedelaar.

De majesteit grapte dat Becket zijn kostbare mantel maar aan de man moest schenken, waarop Becket antwoordde dat hij het liever aan Hendrik overliet om de bedelaar een aalmoes te geven.

De koning protesteerde, en al snel waren de twee een vriendschappelijk robbertje aan het vechten. Becket was zo wijs om de koning te laten winnen, waarna ze hun wandeling door Londen vrolijk vervolgden.

Hendrik respecteerde de adviezen van zijn kanselier en vertrouwde blind op diens loyaliteit.

Toen in 1161 de functie van aartsbisschop van Canterbury beschikbaar kwam, besloot hij daarom om Becket op die belangrijke post te zetten.

Het conflict laait op

Het was behalve een beloning ook een politieke benoeming. In de 12e eeuw was er vaak onenigheid tussen de koning en de kerk, en dat moest veranderen met Becket als aartsbisschop. Hendrik deed erg zijn best om het recht in Engeland te herstellen.

Door de koning uitgezonden rechters reden stad en land af om verdachten te vervolgen en er werd juryrechtspraak ingesteld.

Maar tot grote frustratie van de koning stond één maatschappelijke groep buiten de wet: de kerk had haar eigen rechtssysteem en wetten. Die regeling moest de bisschoppen beschermen tegen druk van de koning, die geestelijken anders kon dreigen met vervolging als ze niet deden wat hij van hen verlangde.

De juridische uitzonderingspositie was niet het enige aan de status van de kerk wat Hendrik II zorgen baarde.

Hoewel de geestelijken de koning trouw zwoeren, maakten ze er geen geheim van dat hun ware loyaliteit bij God lag en bij diens vertegenwoordiger op aarde: de machtige paus in Rome. Maar met Becket als aartsbisschop had de koning er vertrouwen in dat hij de kerk kort kon houden.

In het begin leek dat ook te lukken. Toen Hendrik II in 1164 16 bepalingen uitvaardigde die duidelijk maakten dat de kroon boven de kerk stond – ook in juridische kwesties – schaarde Becket zich achter hem.

Maar de harmonie duurde niet lang. Al snel merkte Hendrik dat zijn nieuwe bisschop veranderde.

De voorheen zo ijdele levensgenieter begon steeds meer ascetisch te leven.

Hij at minder en dronk alleen nog water. Net als de Bijbelse Johannes de Doper ging Becket gekleed in een hemd van vuil jute.

Niet veel later veranderde de aartsbisschop ook van mening over de nieuwe koninklijke bepalingen. En voor zijn meegaandheid jegens de koning deed Becket zelfs openlijk boete.

De koning vatte dit met recht op als ernstige kritiek op hemzelf en liet Becket bij zich komen.

Omdat Hendrik de aartsbisschop niet gewoon kon opdragen om in het gareel te lopen, beschuldigde hij Becket ervan zich in zijn tijd als kanselier op kosten van de koninklijke schatkist te hebben verrijkt.

Becket had op alle valse aanklachten een scherp weerwoord en de koning werd zo boos dat hij de aartsbisschop van verraad beschuldigde.

Het kwam bijna tot een handgemeen toen de bisschop van Londen, die Hendrik II steunde, Becket een klein kruis uit zijn handen wilde rukken.

Toen het gerucht van het dramatische verhoor uitlekte, koos het volk de kant van de aartsbisschop. Die hield vast aan zijn geloof, terwijl de koning zich hoogmoedig had gedragen.

Hendrik II van Engeland wilde een gehoorzame aartsbisschop, maar dat was Becket niet.

© Archivart/Imageselect

Aartsbisschop was te rijk en machtig

In de middeleeuwen was de aartsbisschop van Canterbury de geestelijk leider van alle gelovigen in Engeland. Zelfs de koning had geen macht over hem.

Tot groot ongenoegen van de Engelse koning hoefde de aartsbisschop van Canterbury alleen bevelen van de paus te gehoorzamen. Diverse koningen oefenden weliswaar druk uit op het Engelse kerkhoofd, maar de aartsbisschop beschikte over middelen om terug te vechten.

Hij kon dreigen om de vorst te excommuniceren of een interdict uit te vaardigen dat de doop, kerkdiensten en begrafenissen in Engeland verbood.

Dat was in de middeleeuwen een ernstige zaak, want alle christenen leefden in angst voor de hel.

Doordat Engelsen een tiende van hun inkomsten aan de kerk moesten geven en moesten betalen voor sacramenten, was de kerk rijk.

Toen Thomas Becket in 1162 aartsbisschop werd, bezat de kerk circa een derde van alle grond in Engeland – vaak doordat edelen hun land aan de kerk nalieten in ruil voor vergeving van hun zonden.

Becket was niet de enige aartsbisschop die de koning durfde te trotseren. Zo moest aartsbisschop Anselmus (1093-1109) twee keer in ballingschap gaan om aan de woede van de koning te ontkomen.

Ballingschap zet conflict op scherp

Becket had het gevoel dat hij beter kon vertrekken voordat de koning de zaak op het spits dreef, en in oktober 1164 ging hij naar Frankrijk.

Hier verbleef hij zes jaar lang in verschillende kloosters, maar de ballingschap betekende niet dat hij zijn ambt opgaf. Als hoogste kerkleider van Engeland excommuniceerde Becket allereerst de bisschop van Londen.

Hetzelfde lot trof de bisschoppen van York en Salisbury, die ook aan de kant van de koning stonden.

Bovendien dreigde Becket de koning met het sterkste wapen van de kerk: het interdict. Dat zou Engelse priesters verbieden kinderen te dopen, huwelijken in te zegenen en doden te begraven.

Voor middeleeuwse gelovigen zouden gesloten kerken een ramp zijn. Zonder de zegen van de priesters konden ze in de hel komen, en volgens hen was het allemaal de schuld van de koning.

Toen Hendrik II toegaf en Becket in 1170 kon terugkeren naar zijn land, werd hij bij de haven door een juichende menigte onthaald. De koningsgetrouwen waren onrustig. Op kerstdag klaagde de vroegere bisschop van York bij de koning over het verlies van zijn ambt.

‘Zolang Thomas leeft, zal uw rijk geen rust of vrede kennen,’ benadrukte de voormalige bisschop. Die opmerking maakte de koning woedend.

‘Hij kwam arm aan het hof en ik heb hem groot gemaakt. Dit is een klap in mijn gezicht. Hij heeft schande over mij en mijn familie afgeroepen [...]. En er is niemand die me heeft gewroken.’

Die uitspraak kwam vier ridders ter ore. Sir Richard Brito, Hugh de Morville, Reginald Fitzurse en William de Tracy roken een kans om hun vorst een dienst te bewijzen en daar rijkelijk voor te worden beloond.

Op de middag van 29 december 1170 begaven ze zich naar de bisschopswoning van Canterbury.

Kathedraal overtrof alle andere

Voor de middeleeuwse kerkgangers was de kathedraal van Canterbury een mirakel. Slanke kolommen, hemelhoge gewelven en grote ramen getuigden van Gods macht en liefde. De nieuwe gotische bouwstijl betoverde iedereen.

David Ball/Imageselect

Luchtbogen: De kathedraal kreeg ongekend hoge en dunne muren. Luchtbogen voorkwamen dat de muren instortten onder het enorme gewicht van het plafond en het dak...

... Ook steunberen steunden de muren, zodat die ondanks de vele grote ramen van de kerk niet zouden instorten.

David Ball/Imageselect

Glasmozaïek: 1200 m² aan mozaïeken met Bijbelse voorstellingen en de moord op Becket sierden de kathedraal.

David Ball/Imageselect

Beckets sarcofaag: De stoffelijke resten van de aartsbisschop lagen in een sarcofaag op een verhoging in de Kapel van de Drie-eenheid. Pelgrims moesten de hele kerk door en een trap op om erbij te kunnen bidden.

David Ball/Imageselect

Klokkentoren: De huidige klokkentoren werd in 1498 toegevoegd.

David Ball/Imageselect

Enorme ramen: Terwijl de kerken in de rest van Engeland gesloten en donker waren, stroomde het licht hier door de grote ramen naar binnen.

David Ball/Imageselect

Houtwerk stut de stenen

Een houtskelet vormde de basis. Dan werd het houten model van de gewelven op de kolommen geplaatst, die het dak droegen.

Claus Lunau

Houtwerk stut de stenen

De metselaars gingen aan de slag. Ze metselden stenen over het houten model, zodat de boog langzaam vorm kreeg.

Claus Lunau

Houtwerk stut de stenen

Een sluitsteen werd aangebracht als de muren op hoogte waren. Als de mortel droog was, droeg de boog zijn eigen gewicht.

Claus Lunau

Houtwerk stut de stenen

De koepel werd uit kleinere stenen opgemetseld, zodat hij licht bleef.

Claus Lunau

Houtwerk stut de stenen

Het skelet van hout werd weer afgebroken en opnieuw gebruikt onder het volgende gewelf.

Claus Lunau

Arrestatie loopt uit op bloedbad

De meeste Britse experts van nu denken dat de ridders Becket wilden arresteren en hem naar de koning wilden brengen. Maar het verzet van de aartsbisschop verraste hen.

Toen ze Becket aanspraken in de kathedraal van Canterbury, liet hij zich niet intimideren. Onder het oog van de ontzette monniken hief Fitzurse toen midden in Gods huis zijn zwaard en doorkliefde hij Beckets schedel.

Die nacht waakten de monniken bij Beckets lichaam. Al voor het licht werd, was het verhaal van de misdaad bekend en uit de hele parochie kwamen mensen naar de kerk. Ze knielden neer en doopten hun kleding in Beckets bloed.

‘De vrouw, die lange tijd verlamd was geweest, genas spontaan.’
Verslag van de wondere werking van Beckets bloed

Volgens monnik en historicus William Fitzstephen begonnen hierna de eerste wonderen. In zijn biografie uit de jaren 1170 over aartsbisschop Becket schrijft hij:

‘Direct na de begrafenis in diezelfde nacht manifesteerde de goddelijke deugd haar aanwezigheid. Een man die de kathedraal had bezocht, liet zijn vrouw een aftreksel drinken van het bloed van Thomas, dat hij had laten opdrogen op een doek. De vrouw, die lange tijd verlamd was geweest, genas spontaan.’

Al snel reisden duizenden pelgrims af naar Canterbury. Volgens de monnik Johannes van Salisbury bleven er maar wonderen gebeuren in de kathedraal.

‘Op de plek voor het hoogaltaar waar hij heeft gelegen en op de plek waar hij is begraven hebben blinden hun zicht en doven hun gehoor teruggekregen en zijn melaatsen genezen. Er zijn zelfs mensen teruggekeerd uit de dood.’

De boodschap was niet mis te verstaan: de aartsbisschop van Canterbury was een uitverkorene van God. De paus verklaarde Becket heilig en riep hem uit tot Sint Thomas van Canterbury.

Kathedraal brandt af

Drie jaar na de moordaanslag begon er een bloedige burgeroorlog in Engeland. Hendrik II moest vechten tegen zijn eigen zonen, die zijn dalende popu­lariteit wilden gebruiken om zelf op de troon te komen.

Ze kregen steun van de Schotse koning, die Engeland binnenviel met zijn leger. Veel Engelsen dachten dat God Hendrik met deze oorlog strafte voor de moord op Becket.

Mogelijk geloofde de koning dit zelf ook, want hij besloot het boetekleed aan te trekken en blootsvoets door de straten van Canterbury te lopen. Voor Beckets graf knielde hij neer en hij verklaarde dat het allemaal zijn schuld was.

God leek het berouw van de koning te aanvaarden, want er gebeurde meteen weer een wonder: een koerier kwam van het slagveld met het nieuws dat de Schotse koning gevangengenomen was. Hendrik II en zijn rijk waren gered.

De koninklijke boetedoening maakte Canterbury als bedevaartsoord nog meer geliefd, maar een jaar later sloeg het noodlot toe.

Door vonken van een lokale brand vatte het houten dak van de kerk vlam en het gebouw brandde af.

Beckets kist in de crypte was echter onaangetast door het vuur, en te midden van de ramp zagen de monniken van Canterbury nieuwe mogelijkheden.

Met een grotere, mooiere kathedraal, opgebouwd rond het martelaarschap van Becket, konden ze nog meer pelgrims aantrekken – en meer geld.

Meerdere architecten boden zich aan, maar de keus viel op de Fransman Willem van Sens, die had meegewerkt aan een prachtige kathedraal in het Franse Sens.

Goud, zilver en edelstenen uit de kerk gingen naar de schatkamer van Hendrik VIII.

© Bridgeman Images

Hendrik VIII plunderde Canterbury

400 jaar was de kathedraal van Canterbury een van de belangrijkste kerken van Europa, maar de scheiding van de Engelse koning in 1533 maakte daar een einde aan.

In 1531 verbood de paus Hendrik VIII van Engeland om te scheiden van zijn koningin. De koning was woest.

Hij splitste de Anglicaanse Kerk – de protestants geïnspireerde Engelse volkskerk – af van Rome en riep zichzelf uit tot het hoofd ervan. Dat gaf hem de vrijheid om te doen waar hij zin in had, en de nieuwe staatsreligie had nog een pluspunt: de koning kon beslag leggen op de vele bezittingen van de katholieke kerk.

Overal in Engeland werden kerken, kloosters en kathedralen geplunderd, en nergens gingen de mannen van de koning zo hardhandig te werk als in Canterbury.

In 1538 trokken soldaten de kerk binnen en haalden ze alle kostbaarheden weg. Maar liefst 26 karrenvrachten goud, zilver en edelstenen werden naar Hendriks schatkamer in Londen gebracht.

De koning verafschuwde de verering van Thomas Becket zozeer dat hij het stoffelijk overschot van de aartsbisschop liet verbranden en de as liet uitstrooien.

Ook beval de koning: ‘Hij (Becket) zal niet langer een heilige worden genoemd. In het hele land moeten afbeeldingen van hem worden verwijderd, en zijn naamdag zal niet meer worden gevierd.

Canterbury was zijn positie van grootste pelgrimsoord van Europa voorgoed kwijt.

Bouwmeester laat het licht binnen

Kerken waren in die tijd donker en krap vanbinnen, maar de kathedraal van Sens verwelkomde het licht. Het gebouw weerspiegelde op die manier dat Gods licht over de schepping scheen – en dat de aartsbisschop van Sens een machtig man was. Nu moest Willem dat kunststukje herhalen in Canterbury.

Hij besloot de nieuwe kerk op de ruïnes van de oude te bouwen, waardoor twee buitenmuren die de brand hadden overleefd, konden blijven staan.

De bouw was niet alleen een kwestie van architectonisch vernuft, maar ook van spierkracht – en talloze ossenkarren.

De zandkleurige stenen voor de kerkmuren kwamen uit Caen in het Franse Normandië. Op bevel van de architect werden grote blokken steen al in de groeve in kleinere stukken gehakt, om te besparen op de transportkosten.

Volgens de monniken van Canterbury werd de steen met behulp van slimme takels, die de bouwmeester zelf bedacht had, overgeladen in schepen.

Achterin Canterbury Cathedral staat een kapel met prachtige mozaïekramen. In de gele kist op de grond werd het bovenste deel van Beckets schedel bewaard.

© Wikimedia Commons

Kerken hadden in die tijd even dikke muren als vestingen, maar de muren van de nieuwe kathedraal van Canterbury waren zo dun dat het onmogelijk leek.

Het geheim zat in de wijze waarop de stenen waren bewerkt.

Willem ‘leverde vormen aan, zodat de steenhouwers de steen op de juiste manier konden uithakken,’ schreef de monnik Gervasius, die de bouw op de voet volgde.

Iedere steen kreeg een nummer, zodat de arbeiders op de bouwplaats konden zien waar hij moest komen om perfect tussen de andere te passen.

Becket wordt het hoofdthema

Willems zorgvuldigheid en kundigheid leverden al snel resultaat op. Na vijf jaar werden de contouren zichtbaar van wat een van de mooiste kathedralen van Europa zou worden.

De inwoners van Canterbury en de vele pelgrims waren terecht onder de indruk van Willem van Sens, maar de architect zou de voltooiing van zijn werk niet meer meemaken. In 1180 waren de arbeiders bezig met de opbouw van het gewelf, toen het noodlot toesloeg.

Zoals zo vaak klom Willem op een 15 meter hoge steiger om een overzicht te krijgen, toen deze instortte. De architect kwam hard op de stenen vloer terecht.

Willem van Sens overleefde het, maar kon niet meer werken. Hij keerde terug naar Frankrijk en werd opgevolgd door Willem de Engelsman, over wie verder weinig bekend is.

Of het door de nieuwe bouwmeester of de aartsbisschop kwam is niet bekend, maar na het ongeluk bereikte de cultus rond Beckets martelaarschap nieuwe hoogten. Er werd een compleet schip toegevoegd aan het toch al grote bouwproject.

Daar moest een prachtige kapel komen, zodat er veel pelgrims tegelijk bij Beckets graf konden bidden.

Vanuit het eerste schip gingen er trappen omhoog langs de plek waar Becket was vermoord.

Rode steen herinnerde de bezoekers aan het bloed dat daarbij was vergoten.

Aan het einde van de trap werd een overdadige kapel gebouwd voor Beckets sarcofaag. Fraaie ornamenten sierden het plafond, dat hoog boven de kerkgangers leek te zweven. Een al even mooie zijkapel maakte de kathedraal compleet.

Hier kwam een schrijn met het stuk van Beckets schedel dat eraf was geslagen.

Het extra schip maakte de bouw flink wat duurder. Wellicht is dat de reden dat Willem de Engelsman bespaarde op kostbare materialen als marmer.

Wel slaagde hij erin om met goedkopere materialen bijzondere resultaten te bereiken. Voor de kolommen van de kerk gebruikte hij het zogeheten Purbeck-­marmer, dat afkomstig was van het schiereiland in Zuid-Engeland met dezelfde naam.

De steen had niets met marmer te maken, maar was een soort kalksteen. Willem wist echter dat je de steen door die te polijsten op het fraaiste marmer kon laten lijken.

De daders kregen nooit de beloning waarop ze hoopten.

© Shutterstock

Moordenaars verdwenen in het Heilige Land

De vier ridders die Thomas Becket hadden vermoord, vluchtten na de aanslag naar het Schotse kasteel Knaresborough, dat van een van hen was.

Hier hielden ze zich maanden schuil, hopend op een beloning van de koning. Maar die bleef uit.

Vanwege de rel rond de moord op de aartsbisschop liet Hendrik II de juridische afwikkeling aan de paus over. Het oordeel uit Rome luidde dat de moordenaars naar Jeruzalem moesten varen om 14 jaar te vechten als kruisridders.

In 1172 gingen de ontgoochelde ridders op weg. Hun tijd in het Heilige Land zou niet lang duren: in 1174 – en wellicht al eerder – waren ze alle vier dood.

Het schijnt dat ze buiten de poort van Jeruzalem werden begraven, opdat mensen op weg naar de stad over hun graf zouden lopen.

Pelgrims stromen toe

Toen de kathedraal in 1184 was voltooid, werd Canterbury hét pelgrimsoord van de christenen. Zelfs de Sint Pieter in Rome, de kathedraal van Santiago de Compostella in Spanje en de Heilig Grafkerk in Jeruzalem trokken in de eeuwen daarop niet zo veel bezoekers.

Veel gelovigen kwamen om te bidden bij Beckets graf, want ze geloofden dat heiligen voorbede konden doen, zodat hun roep om hulp beter doordrong tot God.

Anderen hoopten op een wonder dat hen van een ziekte kon genezen.

De kerk verdiende kapitalen aan de verkoop van souvenirs – van stoffen pelgrimsbadges die je op je kleren kon naaien tot tinnen flesjes waarin wij­water met wat bloed van Becket zou zitten.

Dankzij die rijkdom kon de kathedraal haar schoonheid behouden.

Er werden nieuwe mozaïeken en een opzichtige klokkentoren toegevoegd en zelfs na de komst van het protestantisme in de 16e eeuw bleef Canterbury de hoofdkerk van Engeland. En dat is nu nog steeds zo.

Lees ook:

Log in

Ongeldig e-mailadres
Wachtwoord vereist
Toon Verberg

Al abonnee? Heb je al een abonnement op ons tijdschrift? Klik hier

Nieuwe gebruiker? Krijg nu toegang!

Reset wachtwoord

Geef je mailadres op, dan krijg je een e-mail met aanwijzingen voor het resetten van je wachtwoord.
Ongeldig e-mailadres

Voer je wachtwoord in

We hebben een mail met een wachtwoord gestuurd naar

Nieuw wachtwoord

Enter a password with at least 6 characters.

Wachtwoord vereist
Toon Verberg