1100: Maliënkolder Ridders vechten gekleed in een vest van ijzeren ringen en een maliënbroek. 1350: Extra metalen laag Over de benen en delen van het bovenlichaam komt een extra laag metalen platen. 1450: De wapenrusting vervangt de maliënkolder volledig. IJzeren platen die soepel bewegen ten opzichte van elkaar bedekken het lichaam van top tot teen.

Wanneer kregen ridders een harnas?

Pas in de 15e eeuw reden robotachtige, in metaal gehulde ruiters de Europese slagvelden op.

Gedurende de middeleeuwen droegen de ridders een maliënkolder. Dit van ijzeren ringetjes gemaakte vest was flexibel. Het gaf bewegingsvrijheid en bood bescherming tegen zwaarden en pijlen. Maar de maliënkolder was niet bestand tegen de steeds krachtigere versies van de kruisboog.

Daarom kreeg het bovenlichaam in de 14e eeuw een extra laag: eerst een stoffen tuniek met metalen plaatjes aan de binnenkant en later een heel borstpantser. Ook de benen en een deel van de armen werden met platen bedekt.

In de 15e eeuw bedekten de platen het hele lijf, wat de maliënkolder overbodig maakte. De delen van het harnas konden over elkaar schuiven, en het gewicht werd over het gehele lichaam verdeeld, in tegenstelling tot dat van de maliënkolder die vooral rustte op de schouders. Het moderne idee dat een ridder in volledig harnas niet zelf op kon staan, is dan ook een mythe.