Vrouwen als beul in WOII

De vrouwelijke kampbewaaksters deden voor hun mannelijke collega’s in de Duitse concentratiekampen niet onder tijdens de Tweede Wereldoorlog. Maak kennis met ‘het mooie beest’ en zeven andere gruwelijke martelaars.

23 november 2010 door Signe Brogaard

Ten minste 21 vrouwen werden opgehangen voor begane wreedheden in de Duitse concentratiekampen tijdens de Tweede Wereldoorlog.

De ergste kampbewaaksters deden voor hun mannelijke collega’s niet onder. Ze kozen kinderen voor de gaskamer uit, doodden gevangenen met schep of bijl of sloegen hen dood. Sommigen gaf het afranselen en martelen van gevangenen seksueel genot.

In totaal werkten 55.000 mensen als bewaker in een kamp, van wie 3700 vrouwen.

De jonge beul

Irma Grese, ‘het mooie beest’, was in 1945 nog maar 21 jaar, maar had in Auschwitz-Birkenau al een hoge rang. Ze had 30.000 vrouwen onder haar hoede. Ze droeg zware, zwarte laarzen, en gewapend met zweep en pistool regeerde ze met ijzeren hand. Irma Grese schoot gevangenen naar believen neer of sloeg ze dood.

Kampen: Ravensbrück, Bergen-Belsen, Auschwitz-Birkenau.
Lot: Opgehangen in 1945.

Volgens ooggetuigen wond het geselen van andere vrouwen Irma Grese seksueel op.

De muzikale moordenares

Maria Mandel werd in 1942 vrouwencommandant in Auschwitz-Birkenau en stuurde 500.000 vrouwen de dood in.

Mandel was dol op klassieke muziek en was de drijvende kracht achter het vrouwenorkest in Auschwitz, dat speelde als gevangenen na aankomst naar de gaskamers gingen.

Kampen: Lichtenberg, Ravensbrück, Auschwitz-Birkenau, Dachau.
Lot: Opgehangen in 1948.

Verleden haalde sadiste in

Hermine Braunsteiner
Hermine Braunsteiner

Hermine Braunsteiner, de ‘schoppende merrie’, had een gruwelijke reputatie in het kamp Majdanek, waar ze gevangenen doodsloeg en -schopte. Na de oorlog zat ze kort in de gevangenis, maar voor haar ergste misdaden werd ze nooit vervolgd.

Ze werd huisvrouw in New York, maar het verleden haalde haar in. Overlevenden rapporteerden over Braunsteiner aan nazi-jager Simon Wiesenthal. Zijn mensen spoorden haar op en in 1973 leverden de VS haar uit aan Duitsland.

Kampen: Ravensbrück, Majdanek.
Lot: Veroordeeld tot levenslang. Stierf in 1999, kort na haar vrijlating.

Moord en romantiek

Dorothea Binz bracht altijd een bange stilte teweeg wanneer ze rondliep door het kamp Ravensbrück. Elke gevangene die haar maar aankeek, liep het risico te worden doodgeschoten of -geslagen.

Dorothea Binz had een relatie met een SS-officier in het kamp. Naar verluidt ging het stel romantisch wandelen door Ravensbrück. Ze keken toe hoe vrouwen werden afgeranseld en liepen dan lachend verder.

Een getuige vertelde dat Binz eens een gevangene doodsloeg met een bijl, omdat deze niet snel genoeg brandhout hakte.

Kampen: Ravensbrück.
Lot: Opgehangen in 1947.

Lampen van mensenhuid

Ilse Koch
Ilse Koch

Ilse Koch dwong graag gevangenen elkaar te verkrachten terwijl zij toekeek.

Ilse Koch – ‘de heks van Buchenwald’ – riep doodsangst op als ze te paard door het kamp reed en gevangenen met de zweep sloeg. Ze was getrouwd met kampcommandant Karl Koch en verzamelde lampenkappen van getatoeëerde huid van terechtgestelde gevangenen. Ze zou zelf gevangenen met mooie tatoeages hebben aangewezen voor executie. Ilse Koch dwong gevangenen ook graag tot seks met elkaar.

Vlak voor het einde van de oorlog werd Karl Koch ter dood gebracht voor fraude met SS-geld. Ilse Koch werd in die zaak vrijgesproken.

Kampen: Buchenwald, Majdanek.
Lot: Veroordeeld tot levenslang. Pleegde in 1967 zelfmoord.

Zij bekende massamoord

Ruth Closius werd in 1920 in het nazibolwerk Breslau (Wroclaw) geboren. Ze maakte als SS-bewaker snel carrière in het kamp Ravensbrück, waar ze opviel door haar efficiëntie. Closius werd barakleider in het naburige kamp Uckermack en stuurde duizenden vrouwen en kinderen naar de gaskamers.

Anders dan veel kampbewakers bekende zij na de oorlog al haar misdaden. Closius vertelde de rechtbank dat Uckermack bij haar aankomst 4000 mensen telde. Zes weken later waren dat er nog 1000. De rest was vergast met Zyklon B.

Kampen: Ravensbrück, Uckermack.
Lot: Opgehangen in 1948.

Vrouw met honden

Juana Bormann
Juana Bormann

Juana Bormann werd in kamp Lichtenberg bekend als ‘de vrouw met de honden’, omdat ze honden losliet op de gevangenen. Bormann was maar 1 meter 50 lang, maar liet vaak zien dat ze sterk genoeg was om gevangenen dood te slaan.

Kampen: Lichtenberg, Ravensbrück, Auschwitz-Birkenau, Bergen-Belsen.
Lot: Opgehangen in 1945.

Kleren uit in de kou

Ewa Paradies werd pas in de zomer van 1944 SS-bewaakster, maar wist zich in korte tijd berucht en gevreesd te maken in het kamp Stutthof in Polen. Stutthof lag bij haar geboorteplaats Lauenberg, waar ze in mei 1945 werd aangehouden door een Poolse eenheid van het Rode Leger en werd aangeklaagd.

Een getuige beschreef hoe Ewa Paradies een groep vrouwen dwong zich in de sneeuw uit te kleden, waarna ze ijskoud water over hen goot. Paradies (op de foto met de strop om haar nek) werd bij Danzig onder grote belangstelling opgehangen.

Kampen: Stutthof.
Lot: Opgehangen in 1946.

Bekijk ook ...