Our website does not support Internet Explorer.

To get the best experience on our website and of our content, please use a more modern browser like Edge, Chrome, Safari or similar.

Sovjettroepen lieten niets achter voor de vijand

Tactiek van de verschroeide aarde is Stalins bittere verdediging

In Moskou bereidt de Sovjetleider zijn rijk voor op een uitputtingsoorlog tegen Hitler. Complete fabrieken inclusief arbeiders worden in het oosten in veiligheid gebracht en wat er verder nog van waarde is, wordt verwoest. Hoe het gewone volk nu verder moet, daar denkt Stalin niet aan.

Mary Evans, Getty Images & Polfoto/Ullstein bild

Het centrum van Kiev ligt er verlaten bij. Alle brede boulevards en de weidse pleinen zijn verlaten; de stilte is overweldigend. Bij de 28-jarige Duitse soldaat Hans Roth gaan de nekharen overeind staan.

Hij is bang dat het een val is, dat de rust over een paar minuten plaatsmaakt voor ratelende mitrailleursalvo’s en bulderende granaatexplosies.

Roths eenheid is op van de zenuwen als de soldaten de Oekraïense hoofdstad op 19 september 1941 binnenvallen. In drie dagen zijn de Duitsers van hinderlaag naar hinderlaag getrokken op weg naar de stad.

Onder het spervuur van het Rode Leger zijn ze op mijnen, stroomdraden en verdekt opgestelde vlammenwerpers gelopen, geactiveerd door een onvoorzichtige voetstap.

‘Geen kilo graan, geen liter benzine mag in vijandelijke handen vallen!’
Stalin

Met deze ervaringen nog vers in het geheugen houden Roth en zijn makkers er geen rekening mee dat ze Kiev zonder slag of stoot in kunnen nemen.

Maar het blijft stil, en de Duitse troepen stuiten niet op verzet. De soldaten krijgen eindelijk een beetje rust. Het dagelijks leven komt weer op gang.

Eindeloze kolonnes vrachtwagens met troepen en voorraden rijden door de straten van Kiev richting het oosten, terwijl de burgers die achtergebleven zijn uit hun schuilkelders tevoorschijn komen.

De straten vullen zich weer met mensen, de sfeer is bijna vredig. Maar dan worden de stadsgeluiden overstemd door een gigantische ontploffing, die bakstenen en ijzeren balken door de lucht doet vliegen.

Er heerst een enorme chaos.

Veel Sovjetburgers waren de Duitsers goedgezind.

Op weg naar het oosten fristen Duitse soldaten zich vaak op bij gastvrije boeren.

© Getty Images

Sovjetburgers hadden liever Hitler dan Stalin

Op veel plaatsen werden de Duitsers als bevrijders onthaald. Etnische minderheden, christenen en anticommunisten haatten het regime.

Na het nieuws over de Duitse inval sloegen duizenden mensen op de vlucht richting het oosten, weg van de oprukkende pantserdivisies. Anderen bleven echter, en keken uit naar de komst van de vijand.

‘Hoe de Duitsers ook zijn’, schreef Lidija Osipova in Leningrad op 23 juni, ‘ze kunnen nooit erger zijn dan wat we hebben.’

Zij en haar man verafschuwden het leven onder Stalin, en ze waren niet de enigen. De Baltische staten waren in 1940 geannexeerd door de Sovjet-Unie, en hier juichten de mensen de Duitse aanval toe.

Op de tweede dag van Operatie Barbarossa bezetten opstandelingen het radiogebouw in Kaunas en riepen ze de zelfstandigheid van Litouwen uit.

In Letland werden de Duitsers onthaald op vlaggen en gejubel toen ze Riga binnentrokken.

Stalin was zeer gehaat in de Oekraïne, waar zijn beleid in 1932 een hongersnood veroorzaakt had. Terwijl ‘graancommando’s’ de oogst in beslag namen, waren vier miljoen mensen omgekomen.

Daarom werd de komst van de Duitsers ook hier uitbundig gevierd. Maar de bewondering voor de Duitsers nam af toen bleek dat ze niet als bevrijders waren gekomen, maar als nieuwe bezetters.

Ze vervingen slechts de wrede dictatuur van Stalin door die van Hitler.

De inwoners vluchten in doodsangst alle kanten op, en in de paniek worden sommigen vertrapt.

Als de rook is opgetrokken, ziet Hans Roth de verwoestingen: een standbeeld van Lenin heeft plaatsgemaakt voor een krater van 100 meter doorsnee, en van twee gebouwen zijn de muren ingestort.

Meteen komt er een zoektocht naar andere bommen op gang. Roth en zijn groep moeten het nationale museum van de Oekraïne doorzoeken. In de kelder horen ze een angstaanjagend getik.

Het geluid komt achter een muur vandaan, en de doodsbenauwde Duitsers zijn een half uur naarstig op zoek naar de tikkende tijdbom. Dan krijgen ze het bevel om het pand te ontruimen.

Die avond wordt het museum door een explosie getroffen, en ook elders in de stad klinken luide knallen. De lucht kleurt oranje door alle branden.

De volgende dag worden een groep hoge Duitse officieren en vele burgers in een hotel door een bom gedood. Stalins vallen maken geen onderscheid tussen Duitsers en Sovjetburgers.

De branden woeden vier dagen lang en maken een groot deel van Kiev met de grond gelijk.

VIDEO – Bekijk kleurenbeelden van de Slag om Kiev:

Sovjet-Unie is klaar voor oorlog

De systematische verwoestingen waren het antwoord van de Sovjetleiding op de Duitse invasie van 22 juni. Stalins eerste reactie op de Duitse aanval was er vooral een van ongeloof.

De dictator meende zeker te weten dat zijn rivaal in Berlijn de Sovjet-Unie niet durfde aan te vallen zolang grote delen van het Duitse leger nog met Groot-Brittannië bezig waren.

Wekenlang negeerde hij daarom alle rapporten die voor een aanval uit het westen waarschuwden. Zelfs de eerste meldingen van gevechten aan de grens wilde hij niet geloven, tot de bewijzen zich opstapelden.

Maar toen Stalin de realiteit eindelijk onder ogen zag, deed hij een stortvloed van orders uitgaan, waaronder op 24 juni het bevel om een evacuatieraad op te richten.

Portret van Jozef Stalin in Stalinmuseum in Batoemi, Georgië

Jozef Stalin schrok er niet voor terug om zijn burgers op te offeren in de strijd tegen de Duitsers – ook vrouwen en kinderen.

© Ephraim Stillberg

Dit zou bepalend worden voor het verloop van de oorlog aan het Oostfront.

De raad moest 2500 fabrieken en 20 miljoen mensen in veiligheid brengen ten oosten van Moskou. Hitler hoopte op een snelle Duitse overwinning, maar Stalin verwachtte een langdurige strijd.

De toegang tot materiaal en middelen zou bepalend zijn voor de uitkomst. Stalin had het gehele westen van het Sovjetrijk al lang afgeschreven.

Hij wilde zo veel mogelijk van het productieapparaat in veiligheid brengen, voordat het in de handen van de in sneltreinvaart oprukkende Duitse troepen zou vallen.

Drie dagen later had de raad het besluit voor de volksverhuizing genomen: ‘Arbeiders, ingenieurs en werknemers van bedrijven aan het front hebben prioriteit; dan de rest van de bevolking: allereerst jongeren die het leger kunnen dienen, dan Sovjet- en partijleiders.’

Ondertussen verordonneerde Stalin wat er moest gebeuren met alles wat niet getransporteerd kon worden.

‘Geen korrel graan en geen druppel benzine’ mochten in vijandelijke handen vallen.

‘Waardevolle bezittingen, graan, voedsel en grondstoffen moeten allemaal vernietigd, verwoest of verbrand worden.’

Deze woorden waren het startschot voor een nietsontziende verwoesting door het Sovjetveiligheidsapparaat.

Kiev werd het hardst getroffen. Al voordat de Duitsers de stad in marcheerden en de hakenkruisvlag plantten, werden een elektriciteitscentrale, vier bruggen over de rivier de Dnjepr, een grote voedselopslag, een fabriek van conserven en de watertoren opgeblazen.

Grote hoeveelheden meel, suiker, zout en geneesmiddelen werden in de rivier gegooid.

© Scala/BPK

Operatie Barbarossa

In de zomer van 1941 valt Hitlers oorlogsmachine de Sovjet-Unie aan. Dat is het startschot van een titanenstrijd, die de uitkomst van de Tweede Wereldoorlog bepaalt.

We vertellen het verhaal van de heftige strijd in drie delen, waarvan dit het tweede is.

Lees deel 1: Operatie Barbarossa lichtte Stalin van het bed

Stalin spreekt het volk toe

In de jaren 1930 had Stalin miljoenen mensen gedwongen te werken om een communistisch, industrieel paradijs te scheppen, en de collectivisatie van de landbouw had tot de hongerdood van nog eens miljoenen geleid.

Voor de komende krachtmeting met Hitler had hij nog meer beproevingen in petto. In een radiotoespraak op 3 juli maakte hij het volk duidelijk wat hij wilde.

‘Ik spreek tot jullie, mijn vrienden’, begon hij joviaal, waarna hij uiteenzette hoe hij het leven van de Sovjetburgers op zijn kop wilde gaan zetten.

‘Er is geen plaats voor zeurpieten en lafaards, paniekzaaiers en deserteurs.’

Alles moest ondergeschikt worden aan de oorlogsvoering, want de strijd was ‘niet alleen maar een oorlog tussen twee legers, het is de oorlog van de hele bevolking tegen de fascistische krachten’.

Terwijl de Duitsers oprukten moest ‘al het rijdend materiaal geëvacueerd worden, en er mogen geen enkele locomotief, geen korrel graan, geen enkele treinwagon en geen druppel brandstof overblijven voor de vijand’.

Sovjettroepen verbranden gewassen van Oekraïense boeren.

Op Stalins bevel werden bommen verstopt in gebouwen in Kiev, en boeren moesten lijdzaam toezien hoe hun velden verbrand werden.

© Scala/BPK & Getty Images

Boeren moesten ‘hun vee in veiligheid brengen en hun graan afstaan aan de overheid, opdat het gered wordt’.

Kinderen en ouderen werden niet genoemd. Stalin zei ook geen woord over hoe de burgers achter de Duitse linies zich zouden moeten zien te redden als al het voedsel weg was.

Bovendien wilde de evacuatieraad voorkomen dat mensen hun lot in eigen hand namen. Vluchten werd verboden, en alleen wie voor het regime waarde had, mocht hopen op de vurig gewenste toestemming om te vertrekken.

De tactiek van de verschroeide aarde was begonnen. De officiële solidariteit van het communisme was ver te zoeken, en de planning was sterk overhaast.

Partijbonzen vertrekken

De Sovjetleiding stelde zich een nette evacuatie voor van de gebieden bij het front.

De arbeiders zouden de machines van hun fabrieken systematisch demonteren en in treinen laden, die mensen en installaties weg zouden brengen naar het veilige oosten.

In hun kielzog konden dan ‘vernietigingsbataljons’ alles van waarde wat achtergebleven was opblazen en de velden in brand steken, met de assistentie van de bevolking die tot zelfopoffering bereid was.

De werkelijkheid was echter anders.

De vernietigingsbataljons bestonden uit partijactivisten, dienstplichtigen en criminelen. Ze hielden absoluut geen rekening met de bevolking, zo ondervonden de Oekraïners.

Alleen daar al ging 216.000 ton graan in vlammen op.Vaak gingen ze ook zonder enige planning te werk. In de industriestad Zaporizja veroorzaakten Stalins bataljons twee grote tragedies.

De broodfabriek werd zonder waarschuwing opgeblazen voordat de laatste arbeiders het terrein verlaten hadden, en terwijl burgers in de rij stonden om de laatste broden te kopen. Circa 300 mensen kwamen om.

De stad kreeg bovendien een enorme vloedgolf over zich heen, toen een dam in de Dnjepr werd verwoest om de productie van elektriciteit te stoppen.

Het water spoelde het zuidelijke deel van de stad weg, met inwoners en al.

Vaak waren de fabrieksdirecteuren, partijsoldaten en ambtenaren die de evacuatie moesten organiseren de eersten die de benen namen, soms in bezit van allerlei gestolen waar.

‘De fabrieksdirecteur en brandweercommandant vluchtten als eersten, en ook veel leiders van landbouwcoöperaties zijn ervandoor gegaan na staatseigendommen te hebben geconfisqueerd.’
Rapport over chaotische toestanden in het Sjpoljanskij-district

Begin augustus kwam een rapport binnen over chaotische toestanden in het Sjpoljanskij-district bij het zuidfront:

‘De evacuatie is in een ongeordende vlucht omgeslagen door het gebrek aan gezag van de districtsorganisaties. De fabrieksdirecteur en brandweercommandant vluchtten als eersten, en ook veel leiders van landbouwcoöperaties zijn ervandoor gegaan na staatseigendommen te hebben geconfisqueerd.’

In Vitebsk in de Sovjetrepubliek Wit-Rusland vertrok de voorzitter van de gemeenteraad naar Moskou met medeneming van een auto en een vat olie.

Evacuatie wordt volksverhuizing

Op sommige plaatsen verliep de evacuatie nog enigszins systematisch. Een paar dagen na het bevel stuurden de autoriteiten in Leningrad dagelijks 15.000 inwoners op reis.

Na zes weken konden ze trots melden dat ze een half miljoen mensen uit de stad geëvacueerd hadden, Maar de efficiëntie hield bij de stadsgrenzen op, en er waren nog veel burgers op het omliggende platteland achtergebleven toen de Duitsers in september Leningrad belegerden.

Duitsers hangen hun gijzelaars op.
© Polfoto/Ullstein Bild

Duitsers hingen gijzelaars op

Achter het front voerde het Duitse leger een keiharde bezettingspolitiek. Elke vorm van verzet werd meedogenloos neergeslagen. Zelfs mensen die zich gedeisd probeerden te houden, moesten het ontgelden.

De Duitsers vergolden aanvallen van partizanen vaak door burgers in het dichtstbijzijnde dorp te executeren. Naar schatting kostte de Duitse strijd tegen de partizanen alleen al in Wit-Rusland 345.000 mensen het leven.

Veel ‘geëvacueerden’ moesten in de praktijk zelf hun weg zoeken uit de bedreigde gebieden.

Toen de arbeidster Tamara Kokosjkina op stel en sprong haar schoenzolenfabriek in Kalinin bij Moskou moest verlaten, verliep alles zo snel dat ze niet met de vrachtwagen meekon.

Ze moest langs de hoofdweg naar Moskou lopen met haar zoontje op de arm en haar dochter aan de hand. Ze was bepaald niet de enige.

Ondanks het verbod waren de autoriteiten niet in staat om wat ze ‘spontane zelf-evacuatie’ noemden tegen te houden. Hele hordes mensen hadden hun aller-belangrijkste bezittingen gepakt en vluchtten naar het oosten, weg van het kanongebulder.

In de woorden van de Poolse schrijver Aleksander Wat: ‘Heel Rusland was onderweg.’

Ondanks het keiharde beleid van de autoriteiten om uitsluitend mensen te evacueren die waardevol waren voor de oorlogsvoering, kwamen er steeds meer mensen in aanmerking.

Al vroeg in de oorlog was de familie van partijleden en officieren uitverkoren om als eerste de treinen in te gaan, gevolgd door schrijvers, academici, filmmakers en acteurs.

Zelfs vrouwen en kinderen die niets met de Sovjetelite te maken hadden, mochten steeds vaker mee.

Ook gedwongen deportaties waren aan de orde van de dag. Veel minderheden, waarvan Stalin een afkeer had, werden naar het oosten gebracht.

Vooral de miljoenen etnische Duitsers, die al honderden jaren in het zuiden van het land woonden, kregen het zwaar te verduren.

Alleen al op de Krim werden in augustus 60.000 Duitsers naar Siberië gedeporteerd, nadat Stalin de veiligheidsdienst NKVD had opgedragen om ze ‘er allemaal uit te gooien’.

Velen stierven onderweg. De evacuatieraad en de NKVD grepen de gelegenheid ook aan om Moskou te ontdoen van zwervers en vluchtelingen.

Lopende banden werken weer

Stalins evacuatieorders voor het productieapparaat van de Sovjet-Unie leidden tot een chaos van een ongekende omvang. Maar ondanks dat lukte het om veel spullen uit handen Hitlers oprukkende legers te houden.

Het uitgebreide spoornet werd volop benut, en op 20 november 1941 waren maar liefst 914.380 wagonladingen met grondstoffen, machines, industriële goederen en mensen oostwaarts gegaan.

Voor het eind van het jaar waren meer dan tien miljoen mensen en 2500 fabrieken naar het oosten verplaatst.

Vrouwelijke partizanen aan Sovjetzijde.

Veel van de 800.000 vrouwen die aan Sovjetzijde meevochten waren partizanen.

© Polfoto/Corbis

Partizanen schoten ‘collaborateurs’ dood

De partizanen vochten tegen de Duitse bezetting, maar vaak richtten hun acties zich tegen de burgerbevolking.

Burgers die handel dreven met de vijand of hun wintervoorraad niet aan de partizanen wilden afstaan, liepen het risico voor een vuurpeloton te komen.

Sommige partizanen waren gewoon bandieten, die de chaos gebruikten om zich te verrijken. Het is nooit onderzocht hoeveel burgerslachtoffers het verzet gemaakt heeft.

De inwonertallen van veel steden in het uitgestrekte achterland explodeerden: Omsk groeide met 42%, Koejbysjev met 36% en Sverdlovsk met 28%.

Vanwege de massale evacuatie van arbeiders en machines kon de Sovjet-Unie buiten bereik van Hitler op grote schaal oorlogsmaterieel produceren.

In Saratov aan de Wolga werden MiG-jachtvliegtuigen gemaakt, nog terwijl de metselaars bezig waren de fabriek eromheen te bouwen.

Het eerste vliegtuig was al klaar nog geen twee weken nadat de laatste onderdelen van de productie van de trein waren geladen.

Door op het patriottisme in te spelen, kreeg Stalin van grote delen van de bevolking steun voor de ‘Grote Vaderlandse Oorlog’, zoals het regime het noemde.

Veel burgers werkten keihard om de bevoorrading van de troepen aan de fronten op peil te houden.

Zelfs in het verre Tasjkent, de hoofdstad van Oezbekistan, waren mensen zeer betrokken bij de strijd tegen de Duitsers.

Sovjet-Unie paste de productie aan.

In de hele Sovjet-Unie werd de productie aangepast. Zo gingen locomotieffabrieken tanks maken.

© Scala/BPK

Er werden ongeveer 90 fabrieken naar het gebied verplaatst, waar de plaatselijke bevolking in samenwerking met geëvacueerden van heinde en verre alles maakte, van gevechtsvliegtuigen tot Stalinorgels en uniformen voor het Rode Leger.

In één fabriek maakte de pas negen jaar oude Oleg Boldyrev bommen, mijnen en granaten. Hij had zijn vader gesmeekt om met de productie mee te mogen helpen.

De mobilisatie van de Sovjetindustrie werd allesbepalend, en Stalin haalde zijn gelijk. De oorlog was niet binnen zes weken voorbij, zoals Hitler gehoopt had.

De Blitzkrieg mondde uit in een langdurige strijd, die de Sovjet-Unie won vanwege de veel hogere productie.

Hans Roth werd een van de circa vier miljoen Duitse doden aan het Oostfront. Hij verdween tijdens gevechten in Wit-Rusland in de zomer van 1944.

Lees ook:

Log in

Ongeldig e-mailadres
Wachtwoord vereist
Toon Verberg

Al abonnee? Heb je al een abonnement op ons tijdschrift? Klik hier

Nieuwe gebruiker? Krijg nu toegang!

Reset wachtwoord

Geef je mailadres op, dan krijg je een e-mail met aanwijzingen voor het resetten van je wachtwoord.
Ongeldig e-mailadres

Voer je wachtwoord in

We hebben een mail met een wachtwoord gestuurd naar

Nieuw wachtwoord

Enter a password with at least 6 characters.

Wachtwoord vereist
Toon Verberg