In mei 1940 loopt Duitsland Frankrijk in een paar weken onder de voet. De geallieerde generaals, die een stellingenoorlog verwacht hadden net als in de Eerste Wereldoorlog, zijn volledig verrast. Nu moeten ze de restanten van hun leger zien te redden voor het te laat is.

© Getty Images & Shutterstock

Slag om Duinkerken: Achterhoede bezorgde Britten wonderbaarlijke zege

Toen de Britten in 1940 zo’n 338.000 troepen evacueerden uit Noord-Frankrijk, kreeg de marine veel lof voor het ‘wonder van Duinkerken’. Maar als de geallieerde achterhoede niet tot de laatste snik had gevochten en de Duitsers had opgehouden, had Hitler de oorlog vermoedelijk gewonnen.

13 maart 2018 door Kasper Schlie

De 28-jarige Britse kapitein Marcus Ervine-Andrews beseft dat hem een bijna onmogelijke taak wacht als hij in de ochtendnevel staart. 

Aan de andere kant van het kanaal bij Duinkerken dat hij met 200 uitgeputte mannen moet verdedigen, staat namelijk een voltallige Duitse divisie. 

En op deze 1e juni 1940 moet hij vaststellen dat de Duitsers langs de hele linie in het offensief zijn gegaan. Waar hij ook kijkt ziet hij groepjes soldaten in rubberbootjes klimmen om het kanaal over te steken.

‘Wacht tot ik op mijn fluitje blaas,’ roept Ervine-Andrews naar zijn mannen. Wanneer de Duitsers zich halverwege de waterweg bevinden, geeft hij het teken, en het volgende ogenblik barst het Britse machinegeweervuur los.

De Duitsers op het water sneuvelen bij bosjes, maar er komen steeds nieuwe bootjes bij. Een paar uur later weten de eerste Duitsers de overkant te bereiken en drijven ze de Britten, die sterk in de minderheid zijn, voor zich uit. Ervine-Andrews moet nu vooropgaan om zijn wanhopige mannen te motiveren.

Later zal de kapitein het Victoriakruis krijgen van de Britse koning voor wat hij vervolgens doet. Ervine-Andrews kruipt op het rieten dak van een schuur en vuurt nauwkeurige schoten af met zijn geweer. 

17 Duitsers neemt hij te grazen voordat hij een machinegeweer grijpt en zo wild om zich heen schiet dat de vijand zijn opmars moet stilleggen. 

Pas als er met mortier- en antitankgranaten op de schuur gevuurd wordt en het rieten dak in brand vliegt, springt Ervine-Andrews van het gebouw af en brengt hij zijn mannen in veiligheid.

Het gevecht is verloren, maar kapitein Ervine-Andrews heeft zijn doel bereikt: opnieuw is de Wehrmacht een paar uur opgehouden. 

Zo gaat het overal in de omgeving van Duinkerken: 40.000 soldaten in de geallieerde achterhoede gaan de strijd aan met een sterkere vijand. 

Ze hebben orders om tot de laatste man te vechten om de val van Duinkerken zo lang uit te stellen dat het hele Britse leger en zo veel mogelijk Franse troepen het Kanaal over kunnen steken.

Niets minder dan het voortbestaan van Groot-Brittannië staat op het spel: als de Duitsers de achterhoede onder de voet lopen en het Britse expeditieleger met zijn beroepssoldaten wegvagen, kan Hitler eenvoudig de overkant van het Kanaal bereiken en Londen innemen. 

De Britse troepen werden in het begin van de oorlog snel teruggedreven door de Duitsers. Hier maakt een rupsvoertuig met Bren-machinegeweer zich op voor de confrontatie. 

© Getty Images

Achterhoede brengt een zwaar offer

Slechts twee weken eerder, op 16 mei, denderden de Duitse tanks onder aanvoering van generaal Erwin Rommel de Franse grens over. 

Gesteund door vliegtuigen rukten 1000 pantservoertuigen razendsnel op naar de kust, en Rommel was in zijn nopjes met deze prestatie.

‘We zijn door de Maginotlinie! Ik kan het niet geloven. We zijn diep in vijandelijk gebied doorgedrongen,’ schreef hij.

Met een enorme tangbeweging bereiken de Duitsers vier dagen later de kust van het Kanaal, waar ze in totaal zo’n 500.000 Britse, Belgische en Franse soldaten omsingelen.

Een week na de doorbraak van Erwin Rommel staat de verdediging van de smalle kuststrook op instorten, maar dan onderschept de Britse inlichtingendienst een hoopvol bericht: de Duitsers gaan hun opmars stilleggen om de tankdivisies te versterken met infanterie.

Dat bevel komt als een geschenk uit de hemel voor de aanvoerder van het Britse expeditieleger, lord Gort, die zijn kans schoon ziet zijn troepen te evacueren. 

De Britten en Fransen zullen zich terugtrekken tot in de havenstad Duinkerken en de oversteek naar Engeland maken voordat de Duitsers hen bijhalen. Terwijl de meeste Britten naar de kust gaan, moet een achterhoede van 40.000 man samen met de Fransen een front vormen om zo veel mogelijk tijd te winnen.

Omdat er niet genoeg mannen zijn voor een gesloten linie, werpt Gort gedurende 48 uur een aantal zwaar versterkte stellingen op in dorpen en op boerderijen en bruggen. 

Ze weten het nog niet, maar als de leden van de achterhoede op 26 mei plaatsen als Kassel en Le Paradis binnentrekken, zijn hun generaals ervan doordrongen dat de meeste van hun manschappen de oversteek niet zullen maken. 

Het is een noodzakelijk offer om het expeditieleger en daarmee de Britse natie te redden.

Brit neemt het op tegen een tank

Een van de sterkste bolwerken moet het ommuurde Frans-Vlaamse stadje Kassel worden. Dat ligt op een heuveltop, en de Britten hebben een weids uitzicht over het vlakke landschap en de oprukkende Duitsers. 

Op het marktplein krijgen de Britten een voorproefje van de gruwelen die hun te wachten staan: een Franse colonne is door Duitse granaten getroffen en overal liggen lijken en dode paarden.

‘Ik herinner me nog een dode zwarte pony met een open bek. Je kon de witte tanden zien,’ schreef een Britse soldaat later.

Twee Britse infanteriebataljons beginnen meteen de verdedigingswerken van het stadje uit te bouwen. Bij de drie invalswegen komen versperringen en antitankgeschut en de muren worden bemand. 

Daarnaast zetten de Britten vooruitgeschoven stellingen op in een ring op 3 kilometer van Kassel. Daar moeten kleine groepjes mannen de Duitsers ophouden.

Op 27 mei besluit de Duitse generaal Von Rundstedt dat het front
genoeg versterkt is om de opmars te kunnen hervatten. Een tankdivisie stelt zich op in een bos bij Kassel. De Britten kijken mee vanaf de stadsmuren. 

Als drie Duitse tanks met hoge snelheid tussen de bomen vandaan komen, weet kanonnier Harry Munn, die een antitankkanon op de muur bemant, dat hij onmiddellijk in actie moet komen.

‘Toen ze dichterbij kwamen, zag ik de hakenkruisvlaggen duidelijk,’ schrijft Munn later.

Als de tanks op 600 meter afstand zijn, vuurt Munn de eerste granaat af. Het vuur wordt meteen beantwoord: 15 granaten ketsen af op de muur en het pantser van de eerste tank totdat Munn het Duitse voertuig een halt toeroept door de rupsbanden kapot te schieten. 

Als de bemanning over de velden wegvlucht, vliegen de Britse kogels hun om de oren. De Duitsers in de volgende tank komen er niet zo goed vanaf: 

‘Deze keer ging de granaat dwars door het pantser en ontplofte hij binnen in de tank, die in kleine stukjes werd geblazen. Er waren geen overlevenden,’ schrijft Munn. De derde tank is hetzelfde lot beschoren.

Dankzij in totaal 24 stuks antitankgeschut weten de Britten in Kassel de eerste Duitse aanvalsgolf af te slaan en krijgen ze een korte adempauze.

Pas toen ze door hun munitie heen waren, gaven de ingesloten Fransen zich over. 

© Getty Images & Shutterstock

SS pleegt oorlogsmisdaad

30 kilometer ten zuiden van Kassel is een Britse compagnie aan een zelfmoordmissie begonnen. De troepen moeten een boerderij bij het gehucht Le Paradis verdedigen tegen een Duits tankbataljon en worden voor het ochtendgloren door granaten gewekt. 

De Duitsers hebben de voorposten op een paar kilometer afstand onder vuur genomen. De 19-jarige soldaat Bob Brown heeft radiocontact met de voorposten, maar een voor een vallen ze stil. 

Een van de troepen weet Brown nog te bereiken: ‘Ik ben bang dat het voorbij is. Vergeet me niet,’ roept hij in de radio voordat er explosies klinken in de verte en het signaal verdwijnt.

Omdat er geen radioverkeer meer is, rent Brown naar de buitenmuur van de boerderij om zich aan te sluiten bij de 130 Britten die het vuur hebben geopend op de aanstormende Duitsers. Het complex is vrijwel omsingeld, maar de aanvoerder wil niets van een terugtrekking weten.

‘Het leven van anderen hangt ervan af dat wij doorvechten,’ roept hij tegen zijn mannen, waarop hij hun beveelt kaarten, logboeken en geheime documenten in de vijver te gooien. 

De schaarse munitie wordt verdeeld. Pas als het dak van de boerderij in brand is geschoten en is ingestort, wapperen de Britten met een witte handdoek en komen ze met hun handen boven hun hoofd naar buiten. Ze weten op dat moment nog niet dat ze in handen zullen vallen van de beruchte SS-divisie Totenkopf.

De overlevenden verwachten niet dat de Duitsers hen vriendelijk zullen behandelen, maar de ontmoeting met de SS’ers overtreft hun ergste nachtmerrie. 

De 99 ontwapende Britten worden bont en blauw geslagen met geweerkolven, en er ontstaat een verhitte discussie tussen SS-officieren. Volgens de Duitsers hebben de Britten illegale dumdumkogels gebruikt en op hulpverleners gevuurd en moeten ze daarvoor gestraft worden.

De geallieerde soldaten worden op een rij gezet. Ze kijken recht in de loop van twee machinegeweren.

‘Het was de verschrikkelijkste aanblik van mijn leven,’ schrijft soldaat Pooley later.

De Britten die niet omkomen in het spervuur, worden door het hoofd geschoten of doodgestoken met een bajonet, waarna de SS’ers zich snel uit de voeten maken. Als het donker is, beweegt er iets in de stapel lichamen. 

Pooley en een van zijn kameraden zijn zwaargewond, maar leven nog en verbergen zich in een modderige varkensstal. Die nacht horen ze een derde overlevende kermen, maar ze durven hem niet te gaan halen. 

Dat blijkt een wijs besluit: korte tijd later klink er een schot en houdt het geroep op. De twee overleven een paar dagen op rauwe aardappels en regenwater.

Op de dag van het bloedbad van Le Paradis verdedigen andere achterhoedetroepen een kanaal tussen Ieper en Komen, dat een natuurlijke barrière moet vormen tegen de Duitse opmars. 

Vlak voordat de zon opkomt, steekt de Duitse infanterie met bootjes het kanaal over en worden de Britten anderhalve kilometer teruggedreven. 

Omdat de Britse commandant geen tanks heeft, stuurt hij uit wanhoop onbewapende troepenvoertuigen op de Duitsers af. Sommige Duitse soldaten raken in paniek en verlaten hun machinegeweer, waarop ze worden neergemaaid door de Engelse schutters.

27 mei is een lange en bloedige dag geweest voor de Britten. Ze zijn op alle fronten teruggedrongen, maar doordat ze zich zo hevig hebben verzet, was er gelegenheid om 7669 soldaten te evacueren uit Duinkerken.

In totaal werden 338.000 geallieerde soldaten uit Duinkerken geëvacueerd. 

© Getty Images & Shutterstock

Britten ontvluchten Kassel

De Engelsen in Kassel hebben dapper standgehouden, maar op 29 mei zijn ze door hun krachten heen. 

De straten liggen bezaaid met lijken, veel huizen zijn ingestort en de overlevenden hebben bijna geen munitie meer. Pas nu hoort aanvoerder Somerset dat er aan de kust een grootschalige evacuatie gaande is.

‘Ik besefte dat we de offerlammeren van Duinkerken waren,’ schreef hij.

Diezelfde avond krijgen Somerset en zijn mannen toestemming om Kassel te verlaten en te voet naar Duinkerken te gaan. In het holst van de nacht verlaat een lange stoet Britten de noordelijke stadspoort, maar zoals ze al verwacht hadden, komen ze niet ver. 

Ze worden meteen beschoten. De meesten komen om, raken gewond of worden, zoals Somerset, gevangengenomen.

Langs de hele kuststrook trekken de Britten zich terug naar Duinkerken. De meerderheid gaat door naar het strand, maar een groep van 4000 soldaten vormt samen met Fransen een 30 kilometer lange verdedigingsring rond de havenstad. 

Zij moeten de Duitsers nog minstens drie dagen zien op te houden. Want er zijn weliswaar al 70.000 troepen in veiligheid gebracht, maar er wachten nog zo’n 300.000 man, inclusief de achterhoede, op evacuatie.

Gedurende twee dagen worden Duitse aanvallen afgeslagen terwijl schepen en bootjes af en aan varen tussen Frankrijk en Groot-Brittannië. Op 31 mei worden de Britse Grenadier Guards in Veurne in de oostelijke sector van de ring bestookt door Duitse artillerie.

In een kelder onder het marktplein schuilt radio-operator George Jones met een paar kameraden. 

‘Iemand snorde een radio op, en omstreeks 14.00 uur hoorden we dat meer dan twee derde van onze strijdmacht geëvacueerd was,’ schrijft Jones in zijn memoires.

‘Daar zaten we dan, ver in het achterland, ingesloten in een stad die om ons heen instortte. We voelden ons alleen op de wereld,’ aldus de radioman.

Het is inmiddels 31 mei en er zijn al zo’n 200.000 troepen geëvacueerd uit Duinkerken. Die avond komt het langverwachte bevel: de Grenadier Guards mogen naar de schepen aan de kust.

‘In het licht van 100 branden verlieten we Veurne. We struikelden over brokstukken, gebroken glas en kluwens van telefoonkabels, maar we waren eindelijk vrij,’ schrijft George Jones.

Als het licht wordt op 1 juni, sluiten de uitgeputte Grenadiers zich aan bij hun landgenoten op het strand. Maar al snel seinen de Britse destroyers die op zee liggen, op veilige afstand van het Duitse geschut, dat de mannen verder richting Duinkerken moeten lopen.

‘Messerschmitts vielen ons aan,’ schrijft een soldaat later. ‘Gewonden bleven achter en spoelden weg met het getij.’

Na een paar uur lopen weten verreweg de meesten echter aan boord van een evacuatieschip te komen. 

Britten lieten alles achter

  • 2472 stuks geschut
    Zo’n 60 procent van de artillerie lieten de Britten noodgedwongen achter in Frankrijk.

  • 445 tanks
    Gelukkig voor de Britten waren de achtergelaten tanks grotendeels verouderd.

  • 63.879 voertuigen
    Na Duinkerken waren er zo weinig vrachtwagens dat het leger afgeschreven bussen inzette.

  • 20.548 motorfietsen
    Vooral verkenners en ordonnansen gebruikten motorfietsen om berichten over te brengen.

  • 68.000 ton munitie
    Om de verliezen goed te maken haalden de Britten grote munitievoorraden uit de koloniën.

  • 377.000 ton proviand en uitrusting
    De Britten probeerden alles te vernietigen, maar er viel toch veel in Duitse handen.

Deserteurs worden doodgeschoten

‘Ik was de laatste soldaat die Duinkerken verliet,’ klinkt het later die dag via een krakende radioverbinding vier kilometer ten zuiden van de havenstad. Luitenant Langley lacht als hij de woorden hoort, want er klopt niets van. 

254.000 man zijn in veiligheid gebracht, maar er staan nog duizenden soldaten op de stranden en 4000 troepen zijn de stad nog aan het verdedigen. De eenheid van Langley heeft munitie uit verlaten stellingen gehaald en is bereid tot het laatst stand te houden. 

Als de Duitsers een groot offensief openen om door de verdedigingsring te breken, wordt het sommige Britten te veel. 

Luitenant Langley heeft orders om op zijn eigen mannen te schieten als ze vluchten, en het duurt niet lang of hij en een andere officier zien een kapitein die ertussenuit probeert te piepen.

‘Onze geweren gingen tegelijk af,’ aldus Langley. De Duitsers blijven komen, en de Britse machinegeweren raken bijna oververhit. Langley vuurt zelf vanuit een zolderraam en schakelt vijf Duitsers uit voordat alles zwart wordt.

‘Ik werd overspoeld door een golf van hitte, stof en brokstukken,’ schrijft hij. ‘Een granaat had het dak geraakt. Het werd stil, waarna ik mijn eigen stem hoorde zeggen: “Ik ben getroffen.”’

Langley zit onder de granaatscherven en wordt geëvacueerd.

In de avond van 2 juni trekken de laatste leden van de achterhoede zich terug tot in het centrum van Duinkerken terwijl 40.000 Fransen de Duitsers nog proberen tegen te houden. Even voor 23.00 uur vertrekt een schip met de laatste van 193.000 Engelse troepen.

Het Britse deel van de operatie is nu achter de rug, maar in de volgende dagen gaat de evacuatie van Franse soldaten door. 

Zo lang de Duitsers nog niet in het centrum zijn doorgedrongen, kan een klein aantal Britse schepen ’s nachts aanmeren om troepen op te halen, maar in de ochtend van 4 juni valt de havenstad. De Britse marine heeft dan zo’n 52.000 Fransen weten te evacueren.

In totaal komen 11.000 Engelsen en Fransen om bij Duinkerken, maar er zijn 338.000 geallieerde troepen gered. Zij kunnen doorvechten tegen Hitler. 

88.000 geallieerde soldaten bleven achter en brachten de rest van de oorlog door in een Duits gevangenenkamp.

© BPK/Scala Archives

Lees ook

Hugh Sebag-Montefiore: Dunkirk: Fight to The Last Man, The Penguin Group, 2006. Perry Pierik: Duinkerken 1940, Aspekt, 2017.

Bekijk ook ...