Meedogenloze bombardementen staken Duitsland in brand

In het begin van de Tweede Wereldoorlog mislukten de meeste Britse bombardementen op Duitsland. Toen Arthur Harris het commando kreeg over de luchtaanvallen, nam hij geen halve maatregelen. Zijn strategie werkte, maar was zo meedogenloos dat zelfs Churchill zich ervoor schaamde.

In het begin van de Tweede Wereldoorlog mislukten de meeste Britse bombardementen op Duitsland. Toen Arthur Harris het commando kreeg over de luchtaanvallen, nam hij geen halve maatregelen. Zijn strategie werkte, maar was zo meedogenloos dat zelfs Churchill zich ervoor schaamde.

Getty Images/Fotomontage

Sir Arthur Harris was 80 jaar oud toen hij in 1972 een van zijn laatste interviews gaf aan de BBC. De gepensioneerde air marshal was een fragiel oud mannetje en mompelde zijn antwoorden.

Maar uit zijn woorden bleek dat hij zijn vastberadenheid nog niet kwijt was: ‘Als ik die tijd nog een keer zou meemaken, zou ik precies hetzelfde doen,’ zei Harris.

Hij zou Duitsland net zo lang bombarderen tot alle steden in puin lagen. ‘Onze bommenwerpers hielden een miljoen Duitse mannen weg van het front. Zij moesten het luchtafweergeschut bedienen, er munitie voor maken en de steden herbouwen,’ betoogde Harris.

Duitsland was het slachtoffer van de noodzaak tot oorlogvoering, stelde de oude soldaat. Al tijdens de oorlog vonden critici dat het luchtoffensief van Harris zinloos was en tienduizenden Duitse burgers onnodig het leven kostte, maar Harris wilde daar niets van weten.

© Getty Images

CV Arthur Harris

Naam: Arthur Travers Harris.

Geboren 13 april 1892 in Engeland. Op zijn 17e ging hij naar Rhodesië (Zimbabwe).

WOI (1914-1918): Harris begint als hoornblazer in het Britsgezinde Rhodesische leger en eindigt als piloot in Frankrijk. Hij haalt vijf vijandelijke toestellen neer.

Interbellum (1919-1938): Gestationeerd in India, Irak en Iran. Hij legt bomtapijten op opstandige dorpen in Irak. De opstandelingen geven zich over vanwege de vele burgerdoden. In 1936 wordt Harris naar Egypte gestuurd, vanwaar hij bombardementen op Arabieren in Palestina leidt. Hele dorpen worden verwoest.

WOII (1939-1945): Voert eerst het bevel over een groep bommenwerpers van de RAF, vanaf 1942 coördineert hij alle bombardementen.

Na de oorlog (1945-1984): Harris emigreert naar Zuid-Afrika en wordt directeur van een rederij. In 1953 keert hij terug en wordt hij geridderd. Hij sterft op 91-jarige leeftijd.

RAF wil de oorlog winnen

Als tiener had Arthur Harris al een sterke wil. Zijn vader wilde dat hij het leger in ging, maar in plaats daarvan emigreerde hij in 1910 naar de kolonie Rhodesië, het huidige Zimbabwe.

Hij was toen pas 17. Tijdens de Eerste Wereldoorlog vijf jaar later keerde hij terug naar huis om opgeleid te worden als gevechtspiloot.

Hij klom snel op in de gelederen, en na de oorlog bleef majoor Harris bij wat de eerste zelfstandige luchtmacht ter wereld zou worden, de Royal Air Force (RAF).

De nieuwe luchtmacht was erop gebrand om zijn eigen zaakjes te regelen en zijn steentje bij te dragen aan de verdediging van het koninkrijk.

In plaats van het leger en de marine te assisteren wilde de RAF de vijand op diens zwakste plek raken en hem tot overgave dwingen. De leiding van de luchtmacht deed vaag over de doelen die ze in gedachten had.

Er werd gesproken van ‘zenuw-centra’ en ‘hoofdslagaders’, maar iedereen wist dat het de bedoeling was dat bommenwerpers de vijand ver achter de frontlinie zouden bestoken.

De RAF was de enige luchtmacht die op strategische bombardementen was voorbereid toen de Tweede Wereldoorlog op uitbreken stond.

Maar tot ergernis van Harris en andere officieren moest de luchtmacht in 1939 zijn toestellen aan de grond houden.

Groot-Brittannië had er alles aan gedaan om een oorlog met Hitler te voorkomen, en zelfs toen het zo ver was, hoopte de regering nog steeds een vredesverdrag te kunnen sluiten.

Om de onderhandelingen niet onmogelijk te maken mochten er geen Duitse burgerdoelen aangevallen worden.

Bommenwerpers stijgen op

Toen de oorlog uitbrak, voerde air vicemarshal Arthur Harris het bevel over Groep 5, met 120 bommenwerpers die vooral aan de grond stonden in Midden-Engeland.

Bij gebrek aan Duitse doelen vocht hij veldslagen uit tegen de bureau-craten van het ministerie van Luchtvaart.

Eind september 1939 kreeg Harris eindelijk de kans om in actie te komen toen een missie naar een Duitse basis op het eiland Helgoland groen licht kreeg.

Op klaarlichte dag arriveerden 11 tweemotorige Handley Page Hampdens bij het eiland. Ze raakten hun doelen niet en werden verdreven door Duitse jagers.

Zes toestellen werden neergeschoten. Na een reeks mislukkingen hielden Harris en de andere RAF-bevelhebbers hun methoden tegen het licht.

Bommenwerpers waren kwetsbaar bij aanvallen en het bereik van jachtvliegtuigen was te gering om ze te kunnen begeleiden. De rest van de oorlog werden missies vooral ’s nachts gevlogen.

Vanaf de lente van 1940 mochten er missies boven Duitsland worden uitgevoerd. De lading bestond echter niet uit bommen, maar uit pamfletten tegen het regime van Hitler.

De Britse regering dacht dat het volk een duwtje in de rug nodig had om tegen de nazi’s in opstand te komen. De fluwelen handschoenen gingen echter al snel uit.

Op 10 mei 1940 volgde Winston Churchill Neville Chamberlain op als premier, en hij geloofde niet in vrede met Hitler. Een paar uur na de machts-wisseling opende Duitsland bovendien de aanval op de Benelux en Frankrijk.

Er kwamen verontrustende berichten van het front binnen, en de regering zocht een manier om de blitzkrieg te stoppen. Nu de situatie zo dreigend geworden was, was de verleiding groot om luchtaanvallen uit te gaan voeren.

De RAF wilde al sinds het begin zijn gang kunnen gaan, en de top beloofde de regering een snelle overwinning: ‘De achilleshiel van de Duitsers is het Ruhrgebied, waar 60 procent van de oorlogsindustrie zit.

En de burgerbevolking zal vermoedelijk snel bezwijken onder intensieve bombardementen,’ stond er in een RAF-rapport. Volgens de luchtmacht kon de gehele productie stilgelegd worden met slechts 1000 à 4000 ladingen bommen.

Deze schatting was gebaseerd op een hoge trefzekerheid. Zelfs als de bommen vanaf grote hoogte werden afgeworpen, zouden ze maximaal 300 meter van het doelwit terechtkomen, stelde de RAF.

Vlogen de toestellen lager, dan was de foutmarge nog maar 75 meter. Niemand wist of deze cijfers in de praktijk zouden kloppen, maar de RAF twijfelde er niet aan.

In het licht van de dreigende nederlaag in Frankrijk durfden Britse politici geen nee te zeggen. De bommenwerpers mochten Duitse fabrieken bestoken, al zouden er zeker burgerdoden vallen.

Britse bommen-werpers hadden postduiven aan boord om berichten te sturen na een noodlanding.

© Imperial War Museum

Bommen vallen mijlenver van doelen

Toen de RAF in de zomer van 1940 met de bombardementen begon, had Harris Groep 5 verruild voor de operationele staf van het ministerie.

Daar was hij getuige van de massale Duitse vergelding voor de eerste Britse luchtaanvallen. Op 29 december stond Harris op het dak van het ministerie om te kijken hoe Duitse brandbommen op het centrum van Londen vielen.

Hij zag de koepel van Saint Paul’s Cathedral boven de vlammenzee uittorenen, en op dat moment haatte hij de vijand. Dat was voor het eerst en voor het laatst tijdens de oorlog, zei de air marshal vele jaren later.

De Blitz, de luchtaanvallen op Duitse steden, kostte meer dan 40.000 Britse burgers het leven, maar in militair opzicht leverde het offensief weinig op, en er gingen veel vliegtuigen bij verloren.

Maar vooral bewerkstelligde het dat nu alle remmen los gingen bij de Britten, die het Ruhrgebied de volle laag gaven. De Duitse wapenindustrie werd echter nauwelijks getroffen, al deed de RAF nog zo zijn best.

Er werden allerlei positieve cijfers uit de duim gezogen, maar feit was dat slechts een fractie van de afgeworpen bommen doel trof. De illusie spatte pas in de herfst van 1941 uiteen toen experts luchtfoto’s bestudeerden.

Hun conclusie wekte zo veel beroering dat de toekomst van alle bombardementsmissies op het spel stond. Sommigen wilden een eind aan de bombardementen en alles inzetten op schepen, jachtvliegtuigen en tanks.

De premier wilde doorgaan, maar eiste van de luchtmacht dat de bombardementen voortaan effect zouden sorteren. Harris mocht een nieuw offensief tegen de Duitse wapenindustrie leiden, en in februari 1942 kreeg hij het bevel over alle bommenwerpers van de RAF.

‘Nu heeft u de kans een vuur in de buik van de vijand te ontsteken en zijn zwarte hart uit zijn lijf te branden.’ Arthur Harris voor de aanval op Berlijn, november 1943

Doelen worden makkelijker

Harris had heel wat goed te maken in zijn nieuwe functie, maar premier Churchill voorzag hem van een directief dat zijn werk veel makkelijker maakte.

‘Het is besloten dat het hoofddoel van uw operaties nu het moreel van de vijandelijke bevolking is, en met name dat van de industriearbeiders,’ kreeg Harris te horen.

Er zou een eind komen aan zinloze pogingen om bepaalde depots en fabrieken in het donker te raken. Voortaan werden hele steden bestookt.

Harris besefte terdege wat de gevolgen van het directief zouden zijn: ‘De nazi’s zijn deze oorlog ingegaan met de vrij kinderlijke overtuiging dat zij iedereen konden bombarderen en dat niemand het terug zou doen.

In Rotterdam, Londen, Warschau en talloze andere steden brachten ze deze uiterst naïeve theorie in praktijk. Ze zaaiden wind, en nu zullen ze storm oogsten,’ zei Harris in een toespraak op de BBC-radio.

Hij zocht zorgvuldig naar het perfecte doel om de storm voelbaar te maken in Duitsland én Groot-Brittannië. De keus viel op het Noord-Duitse Lübeck. Dat lag aan de rivier de Trave, waardoor piloten makkelijker de weg konden vinden.

Er was genoeg oorlogsindustrie in de stad om met een beetje goede wil van een militair doel te kunnen spreken. Zo kon Harris voldoen aan Churchills eis om niet aan de grote klok te hangen dat burgers nu doelwit waren.

Lübeck had weinig afweergeschut en de binnenstad bestond uit steegjes met vakwerkhuizen. ‘Lübeck zou niet de doorslag geven, maar het leek me beter om een industrie-stad van matig belang te verwoesten dan een mislukte poging te doen een grote stad in puin te leggen,’ schreef Harris later.

De volle maan scheen op de avond voor palmzondag, 29 maart 1942, op Lübeck toen het gebrom van honderden vliegtuigmotoren aanzwol. Harris had 234 vliegtuigen ingezet voor de missie – veel meer dan voorheen.

Ze vlogen allemaal binnen twee uur over de stad opdat reddingswerkers niet de tijd kregen om de branden te blussen voordat er nieuwe ontstonden. De vloot bestond met name uit tweemotorige toestellen, want bakbeesten als de Avro Lancaster waren nog gloednieuw.

Daarom werd Lübeck slechts geraakt door 300 ton bommen, maar twee van de drie waren brandbommen, en het effect op de stad was boven verwachting. Ruim de helft van de historische binnenstad brandde volledig af en de kathedraal uit de 14e eeuw stortte in.

312 burgers kwamen die nacht om, waarmee het de dodelijkste luchtaanval van de RAF was tot dan toe. Het doden van burgers was echter niet het belangrijkste. Harris moest Duitse arbeiders ‘onthuizen’, zoals het in de ambtelijke stukken omschreven werd.

Als Duitse steden onbewoonbaar waren, zou de industrie stilvallen. Het was allemaal doorgerekend: er waren 58 Duitse steden met meer dan 100.000 inwoners. Samen telden ze 22 miljoen mensen.

De Britten moesten in één jaar 10.000 zware bommenwerpers bouwen, en als de helft van de bommen op de binnensteden viel, zou een derde van de Duitse bevolking dakloos zijn.

‘Onderzoek wijst uit dat het verlies van huizen grote schade toebrengt aan het moreel. Burgers lijken hier meer door te worden beïnvloed dan door het sneuvelen van vrienden of familieleden,’ stond er in de analyse.

Deze conclusie stoelde op twijfelachtig onderzoek naar Britse slachtoffers. Er werd veel verwacht van ‘onthuizing’: de luchtmachttop ging ervan uit dat Duitsers minder konden hebben dan Britten.

Harris wil uitblinken

De nazi’s namen wraak voor de aanval op Lübeck met bombardementen op Bath, Canterbury en andere Britse cultuur-steden. Er vielen 1600 doden.

De Britse industrie maakte overuren om meer en grotere bommenwerpers voor Harris te produceren. Met de verwoesting van Lübeck had hij politieke steun verworven, en de luchtaanvallen werden een hoeksteen van de strategie.

Eerst kon de productie de verliezen nauwelijks bijbenen, maar in 1942 begon Harris’ vloot flink te groeien.

Omdat de RAF nog niet sterk genoeg was om nazi-Duitsland op de knieën te krijgen, plande Harris operaties die volop aandacht zouden trekken en het volk achter de luchtmacht zouden scharen.

De thousand-bomber raid in mei 1942 ging bijvoorbeeld vooral om propaganda en was strategisch gezien niet nodig.

Keulen moest worden aangevallen door de grootste luchtvloot die ooit bijeen was gebracht, en voor vertrek kregen alle bemanningen een boodschap van Harris: ‘U heeft nu de kans om de vijand een slag toe te brengen die weerklank zal vinden over de hele wereld. Geef hem van katoen!’ waren zijn opzwepende woorden aan bijna 1000 bemanningen.

Keulen is opsteker voor Harris

De vloot die op Keulen afging, was indrukwekkend, maar alleen op papier: Harris had zijn 1000 vliegtuigen in heel Groot-Brittannië bij elkaar gescharreld, en er deden veel verouderde toestellen, trainingsvliegtuigen en haastig opgelapte wrakken aan de missie mee.

Soms bestond de bemanning uit een instructeur en zijn leerlingen. Het gebrek aan kennis werd gedeeltelijk gecompenseerd door nieuwe methoden en betere techniek.

Bij de aanval gebruikte de RAF voor het eerst een bomber stream, waarbij alle vliegtuigen door hetzelfde punt in de verdediging vlogen. Daardoor konden Duitse jagers er maar een paar neerhalen terwijl de rest op het doelwit af ging.

Ook was de helft van de toestellen met een nieuwe H2S-radar uitgerust, die de navigator de weg naar het doel wees. Het resultaat was verwoestend. In anderhalf uur lieten 11 bommenwerpers per minuut hun lading vallen op Keulen.

Bij de explosies en 1200 grote branden werden meer dan 3000 gebouwen verwoest en raakten er 8000 beschadigd. 60.000 inwoners werden ‘onthuisd’. Toch had de enorme aanval een geringere uitwerking dan verwacht.

Anders dan Lübeck was Keulen een moderne stad met brede boulevards, die de branden beperkten. Ook bleef de watervoorziening in stand en kon de brandweer met ingeroepen versterkingen meer dan 90 procent van de stad redden.

Het dodental bedroeg ‘slechts’ 486 burgers, terwijl de RAF 43 vliegtuigen verloor. De propagandawaarde van Keulen was echter hoog, en van de ene dag op de andere wist iedereen wie Harris was.

Journalisten zwermden om de man die de Duitsers lik op stuk gaf. Harris werd beloond met meer geld en nieuwe bommenwerpers. Het aantal squadrons met viermotorige bakbeesten als de Avro Lancaster en Handley Page Halifax nam toe van 15 tot 36.

Beide vliegtuigtypen konden zo’n 6 ton aan bommen meevoeren en bezorgden de RAF een enorme slagkracht.

In de zomer van 1943 zaaide de vloot van Harris dood en verderf in Hamburg. Brandbommen en bommen met springstof creëerden samen een vuurstorm die de zuurstof uit hele wijken zoog.

Nu liep het aantal slachtoffers niet meer in de honderden, maar in de duizenden, zo niet tienduizenden. In Hamburg waren er na meerdere nachten van luchtaanvallen meer dan 40.000 burgerdoden.

De bemanningen betaalden echter ook een hoge prijs. De staf van Harris had bepaald dat een verlies van zo’n 4 procent per missie aanvaardbaar was omdat dit opgevangen kon worden door fabrieken en vliegscholen.

Maar achter deze kille rekensom schuilde een gruwelijke werkelijkheid: elke bemanning liep een hoog risico om vroeg of laat te worden neer-geschoten.

En wie in een Lancaster zat, kon meestal ook niet met een parachute ontsnappen: het luik van de verder uitstekende bommenwerper was te klein.

Harris deed er alles aan om de geringe overlevingskans verborgen te houden voor Lancasterbemanningen. Ondanks de zware verliezen genoot Harris de volledige steun van Churchill.

De grootschalige verwoesting van Duitse steden stemde Sovjetleider Jozef Stalin tevreden – en dat was nodig, want hij was boos dat de Britten en Amerikanen nog niet in Frankrijk geland waren.

Na de vuurstormen van juli 1943 was Hamburg grotendeels verwoest. 1,2 miljoen mensen ontvluchtten de stad.

© Getty Images

Churchill trapt op de rem

Toen de invasie van Normandië in 1944 dichterbij kwam, kreeg Harris orders om de bombardementen op Duitsland te staken omdat spoorlijnen, depots en hoofdkwartieren in Frankrijk bestookt moesten worden.

Hij verzette zich hevig en beloofde dat de Duitsers binnen een paar maanden zouden capituleren als hij door mocht gaan op de ingeslagen weg. Harris beschouwde het als een strijd om de controle over de bommenwerpers.

Als zijn toestellen slechts ingezet werden om grondtroepen te ondersteunen, zou hij ondergeschikt worden aan generaal Eisenhower, die de invasie in Frankrijk leidde.

Harris dreigde zijn zelfstandigheid kwijt te raken, maar er was niets aan te doen. Een half jaar lang moest hij de invasie steunen, en pas in september 1944 mocht hij weer naar Duitsland.

Nu kon niets hem meer tegenhouden, ook niet toen er 1,4 miljoen ton bommen op Duitsland waren neergedaald, alle industriesteden in puin lagen en de val van Hitler nog slechts een kwestie van tijd was.

In februari 1945 vaagde de RAF samen met Amerikaanse vliegtuigen de stad Dresden van de kaart, die niet van militaire betekenis was. Bij de vuurstorm in de renaissancestad kwamen ongeveer 25.000 mensen om.

Na deze actie sloeg de stemming om en kwam Harris steeds meer alleen te staan. De oorlog was zo goed als voorbij, en de Britse pers uitte kritiek op het zinloze bloedvergieten.

Harris bleef missies uitvoeren die geen nut leken te hebben. Op 2 maart vielen 700 vliegtuigen Keulen aan, hoewel geallieerde troepen de zwaar beproefde stad al naderden.

Op 11 maart stonden grondtroepen op het punt Essen in te nemen toen 1000 RAF-toestellen toesloegen. Zelfs Churchill werd het nu te gortig. Hij stuurde een berisping naar de RAF, want de geallieerden zouden het verwoeste Duitsland snel bezetten.

Desondanks ging Harris gewoon door. Halverwege april maakte hij de Berlijnse voorstad Potsdam met de grond gelijk, met zijn vele historische paleizen.

Hierna schreef Churchill aan Harris: ‘Wat wilde u bereiken met de verwoesting van Potsdam?’ De toestemming voor de massale luchtaanvallen werd ingetrokken en ze hielden eindelijk op.

‘Dresden? Die plaats staat niet meer op de kaart.’ Arthur “Bomber” Harris

Air marshal stapt boos op

Na de oorlog kwam de meedogenloze strategie van Harris onder vuur te liggen. De strijd was vanaf het begin neergezet als de goeden tegen de slechten, maar de aanblik van de puinhopen van de Duitse steden paste niet in dat beeld.

De toezeggingen van de RAF waren veel te optimistisch geweest. Ondanks de luchtaanvallen nam de Duitse wapenproductie tot 1944 toe, en de burgers hadden zich niet tegen Hitler gekeerd, al waren er 350.000 doden gevallen door toedoen van de RAF en de U.S. Air Force.

De critici wezen er bovendien op dat de verliezen onder de bemanningen van de bommenwerpers de hoogste van het hele Britse leger waren: 55.000 van de 125.000 mannen waren gesneuveld.

Als eerbetoon aan de overlevenden verzocht Harris om een speciale medaille voor alle betrokkenen bij de bombardementen, maar de Britse regering wilde de aanvallen het liefst vergeten en wees het idee van de hand.

Een boze Harris weigerde de adellijke titel die hij in 1946 net als zijn collega’s aangeboden kreeg. Verbitterd verliet hij de luchtmacht en emigreerde naar Zuid-Afrika.