‘Geen stap terug!’ Bevel nr. 227 aan het Rode Leger, 28 juli 1942.

© Shuttersock & Ullstein Bild

De Slag om Stalingrad: het persoonlijke duel van Hitler en Stalin

In het najaar van 1942 voerden Hitler en Stalin een meedogenloze strijd in de straten van Stalingrad. Beiden wilden de rokende puinhopen van de stad koste wat kost in handen krijgen.

1 oktober 2018 door Esben Sylvest

Toen de jonge Sovjetsoldaat Michail Panikacha in een septembernacht in 1942 bij de oostoever van de Wolga aankwam, wist hij niet wat hij zag. 

Aan de overkant van de rivier baadde Stalingrad in het licht van de vlammen en explosies. De lichtbundels van schijnwerpers dansten in de lucht.

In de rokende puinhopen van de eens zo bloeiende stad deden slecht getrainde soldaten van het Rode Leger hun best om de Duitse aanval af te slaan. Hun enige verbinding met de buiten-wereld was de Wolga: elke nacht bracht een armada van kleine bootjes voedsel en munitie over de rivier naar de stad.

Die nacht staken Panikacha en zijn makkers van het 883e Regiment over, en ze werden meteen naar het front gestuurd, waar ze tussen de brokstukken en rottende lijken moesten vechten. De nieuwkomers kregen te horen dat de meesten van hen het niet langer dan een paar dagen zouden volhouden.

Op 1 oktober – drie dagen na zijn aankomst in Stalingrad – lag Panikacha in een loopgraaf bij de staalfabriek Rode Oktober toen een Duitse tank op hem af kwam. 

Hij stak de lappen aan die de lont van twee simpele molotovcocktails vormden, maar daarbij kreeg hij een golf brandbare vloeistof over zich heen. 

Zijn uniform brandde al toen hij tevoorschijn kwam en zich als een levende fakkel op de tank stortte. Panikacha smeet de flessen kapot op het koelrooster boven de motor en de tank ontplofte in een enorme vuurzee.

Het offer dat de jongeman gebracht had, was een perfect propagandamiddel, en al snel werden frontsoldaten in pamfletten aangespoord om zijn voorbeeld te volgen. Panikacha was net het soort soldaat dat het Rode Leger nodig had.

Het stormkanon StuG III brak door alle muren tijdens de Duitse opmars in de stad. Maar in het centrum lagen de puinhopen in de weg.

© Scanpix/AKG Images

Duitsers hebben de beste papieren

Eind augustus 1942 waren sterke Duitse troepen aangekomen in de voorsteden van Stalingrad. Ze maakten deel uit van Fall Blau, het grote offensief van Hitler waarmee de Russische olievelden in de Kaukasus veroverd moesten worden.

Voor de Duitsers was Stalingrad van weinig belang, maar Jozef Stalin wilde de stad koste wat kost in handen houden. 

Hij was bang dat het moreel van zijn troepen een knauw zou krijgen als de stad die zijn naam droeg zou vallen. Daarnaast was het een knooppunt voor het transport van olie naar het noorden. De dictator beval dan ook de stad tot de laatste man te verdedigen.

Stalingrad kreeg echter geen versterkingen, want Stalin concentreerde zijn troepen bij Moskou. Het zwakke 62e Leger was aan zichzelf overgeleverd. De soldaten waren slecht getraind, hadden al zware verliezen geleden ten westen van de stad en kregen alleen hulp van plaatselijke milities van arbeiders.

Ze stonden tegenover het ervaren 6e Leger met ruim 250.000 man, en de bevelhebber, generaal Friedrich Paulus, verwachtte een snelle overwinning. Op 13 september gaf hij zijn troepen het bevel om op te rukken. Een Russische soldaat beschreef de aanblik van de Duitse tanks en gevechtstroepen.

‘Het leek alsof een zwerm zwarte insecten de stad opvrat. Ze waren zeer goed bewapend, en er kwamen er steeds meer. We dachten dat ze ons volledig onder de voet zouden lopen.’

Binnen een paar uur veroverden de Duitsers de heuvel Mamajev Koergan die tussen het centrum en het industriegebied in het noorden ligt en uitzicht biedt op de Wolga. 

Intussen drongen andere eenheden door tot in het hart van de stad, en ze naderden de belangrijke veerhaven met rasse schreden. 

De Duitsers hadden ongeveer twee keer zo veel soldaten als het 62e Leger, vijf keer zo veel tanks en waren heer en meester in de lucht. Stalingrad stond op het punt in Duitse handen te vallen.

Boerenzoon neemt het bevel over

Na een paar weken van hevige Duitse bombardementen wisten de Russische troepen dat ze alleen ’s nachts de Wolga konden oversteken. 

Maar op 14 september stond het 62e Leger zo onder druk dat duizenden soldaten de rivier bij klaarlichte dag over moesten.

De boten werden bestookt met bommen en granaten, en nog niet de helft van de soldaten overleefde de oversteek. Maar de rest ging in de tegenaanval en voorkwam een snelle Duitse zege.

In de weken die volgden dreven de Duitse strijdkrachten het Rode Leger een paar keer bijna de Wolga in, maar luitenant-generaal Tsjoejkov kreeg de verdediging stukje bij beetje op orde.

De 42-jarige Vasili Tsjoejkov had pas vlak voor het begin van de Duitse aanval het bevel over het 62e Leger gekregen, maar hij wist van aanpakken. 

Net als zijn vader, die dag in dag uit zijn velden ten zuiden van Moskou bewerkte en daarnaast een beroemd worstelaar was, had Tsjoejkov een ijzersterk gestel en een opvliegend karakter.

Met officieren die niet voldeden aan zijn hoge verwachtingen, rekende hij genadeloos af. Maar de gewone soldaten droegen hem op handen: met zijn doorleefde gezicht, donkere, borstelige haar en droge humor was Tsjoejkov een van hen, en bovendien was hij vaak in de voorste linies te vinden.

De Duitse generaal Paulus bleef altijd op veilige afstand van het strijdtoneel, maar Tsjoejkov zat gedurende de hele slag midden in de stad.

‘Het had een geweldige uitwerking op ons: onze bevelhebber zat zij aan zij met ons in de hel. Dit gaf ons nieuwe moed om onze stellingen te verdedigen,’ zei een kapitein over de generaal, die vaak persoonlijk de soldaten in de loopgraven een hart onder de riem stak.

Tsjoejkov spoorde zijn officieren aan om hun grotere rantsoenen van boter, suiker en sigaretten met de gewone soldaten te delen, en ze mochten hun rang niet gebruiken om zich privileges te verschaffen. Zo ontstond er een groot saamhorigheidsgevoel in het 62e Leger, ondanks de zware verliezen.

Het grootste wapenfeit van de generaal was echter zijn tactische inzicht: hij begreep hoe een oorlog in de stad werkt.

De soldaten lieten het wel uit hun hoofd om rechtop te lopen in de ruïnes.

© Scanpix/AFP/Ria Novosti

Huizen worden vestingen

Jozef Stalin had bevolen dat Stalingrad koste wat kost verdedigd moest worden.

‘Geen stap terug,’ had hij gezegd. Een officier die zijn mannen toestond zich terug te trekken, kwam voor de krijgsraad.

De belangrijkste verdedigingslinie van Tsjoejkov werd gevormd door een aantal versterkte stellingen in de stevigste gebouwen van de stad, die omgeven waren met prikkeldraad en mijnen. Deze vestingen werkten als een soort golfbrekers, die het de Duitsers moeilijk maakten om op te rukken.

Als de stellingen werden aangevallen, riepen de verdedigers de hulp in van batterijen met kanonnen langs de Wolga.

‘De fascistische troepen zullen verpletterd worden zoals de golven gebroken worden door rotsen,’ zei Tsjoej-kov. Dat was klare taal voor de soldaten.

Eén gebouw aan de Pensenskaja-straat had een bijzondere betekenis voor het 62e Leger, want het verscheen vaak in de Sovjetpropaganda. 

In het huis, dat bekendstond als ‘Pavlovs Huis’, verbleef een Russisch garnizoen onder leiding van sergeant Jakov Pavlov, die dapper standhield nadat alle andere Sovjet-troepen verdreven waren.

Volgens de officiële lezing van de twee maanden lange strijd van Pavlov had hij zich uit opofferingsgezindheid met 25 man in het huis verschanst, maar getuigen beweerden dat Pavlovs Huis goed versterkt en bemand was.

Tussen de gevechten door scholen de Russische soldaten in kelders en in bunkers, waar ze enigszins beschut zaten. In de kelder van Pavlovs Huis kookten de mannen op een gietijzeren fornuis en sliepen ze zelfs op een matras, maar hun laarzen hielden ze aan.

Er woonden ook gezinnen in de kelder die de stad niet op tijd hadden kunnen ontvluchten. Een vrouw beviel hier van het meisje Sina, wier vader in de eerste dagen van de Slag om Stalin-grad was gevallen. 

De baby leek weinig kans te maken om te overleven, maar de soldaten van Pavlov zetten hun leven op het spel om voedsel te zoeken voor de moeder, en Sina bleef leven.

62e Leger vecht ’s nachts

In het begin van de slag dacht Tsjoejkov de beste strategie uit om op te boksen tegen de veel grotere slagkracht van de Duitsers. 

Hij gaf zijn troepen het bevel zo dicht mogelijk bij de vijand te blijven. De afstand tussen de twee partijen moest zo kort zijn – niet meer dan 25 à 50 meter – dat de Duitsers de Russische stellingen niet konden bombarderen zonder hun eigen mensen te raken.

‘We mogen de vijand geen afstand laten nemen,’ was zijn instructie.

Terwijl de Duitsers orde probeerden te scheppen, paste Tsjoejkov zich aan de heersende chaos aan. Hij zag af van operaties met duizenden soldaten, maar deelde zijn leger op in aanvalsgroepen van 50 à 80 man, die veel beter uit de voeten konden in de straten van de stad.

Elke aanvalsgroep bestond uit een stormgroep, een versterkingsgroep en een reservegroep en was alleen ’s nachts actief, wanneer ze niet bang hoefde te zijn voor luchtaanvallen en de Duitsers doorgaans rust hielden om op krachten te komen. In het donker konden Duitse kanonnen en vliegtuigen hun doelen niet goed lokaliseren.

Een Russische soldaat beschreef een nachtelijke aanval op een bank, waar 30 Duitse soldaten zich verschanst hadden. 

De Russen bliezen de muur op en waren plotseling zo dicht bij de vijand dat ze met messen en scheppen moesten vechten. Een Duitser probeerde hem te wurgen, maar de Rus greep zijn mes en stak de Duitser in zijn nek.

‘Zulke lijf-aan-lijfgevechten waren nieuw voor ons. Binnen in een gebouw heb je niets aan een machinegeweer, want er is geen tijd om het te laden en geen plek om het te gebruiken. Een mes en een kleine schep waren de beste wapens voor de stormgroepen – je moest stevig in je schoenen staan en bliksem-snel reageren,’ schreef hij.

De Duitsers vreesden deze lijf-aan-lijfgevechten, net als de voortdurende hinderlagen waarbij de Russen plotseling patrouilles in de rug aanvielen. 

Als de Duitse eenheden oprukten, probeerden de aanvalsgroepen van Tsjoejkov ongemerkt achter hen te komen via het riool, gebouwen of kelders, waar ze de tussenmuren al uit hadden gesloopt.

De Duitser Wilhelm Hoffman zat bij de 94e Infanteriedivisie en vocht mee in het centrum van Stalingrad. Hij schreef in zijn dagboek: 

‘Je ziet ze niet, ze houden zich schuil in gebouwen en kelders en vallen ons van alle kanten aan – zelfs van achteren. De Russen doken op in een sector die we twee dagen geleden bezet hebben, en nu kunnen we weer opnieuw beginnen.’

Zo ging het door tot eind september, toen de Duitsers uiteindelijk het hele centrum van Stalingrad wisten in te nemen. 

Beide partijen hadden zware verliezen geleden, maar dit was nog maar het begin van het bloedbad – al snel begon de volgende fase, die nog bloediger was dan de vorige.

De slag draaide uit op een patstelling, en het moreel van de Duitsers kelderde.

© Ullstein Bild

Rook en stof verduisteren de zon

Jozef Stalin en Adolf Hitler waren allang niet meer bezig met strategie – het ging nu om het gezichtsverlies dat een verloren Slag om Stalingrad zou opleveren. De slag moest koste wat kost gewonnen worden.

Terwijl de Duitse begraafplaatsen achter het front steeds groter werden, dacht Hitler maar aan één ding: Stalingrad veroveren.

‘Niemand krijgt ons daar weg,’ zei hij op 30 september 1942 in een toespraak in Berlijn. 

Zijn generaals hadden hem erop gewezen dat de olievelden in de Kaukasus die winter niet meer veroverd konden worden, en dat het langgerekte front verkort moest worden door een aantal eenheden terug te trekken. Maar Hitler wilde hier niets van weten en gaf het bevel voor een nieuw offensief.

Op 14 oktober zette de Luftwaffe de grootste aanval van de slag in. Stuka-duikbommenwerpers lieten hun bommen pas vlak boven het doel los, zodat ze geen Duitse stellingen zouden raken.

‘We moeten de bommen helemaal naar het doel brengen, zoals je brood in een oven schuift,’ schreef de 31-jarige Duitse majoor Paul-Werner Hozzel – een doorgewinterde piloot die de Stuka-vloot in Stalingrad leidde. Zijn eskader voerde maar liefst 12.000 missies uit.

Na de luchtaanvallen lieten meer dan 2000 Duitse kanonnen en mortieren een regen van granaten neerdalen op de stad. Hoog boven het slagveld scheen de zon, maar tussen de ruïnes op de grond was het aardedonker.

‘Je kon de zon niet meer zien, je zag alleen nog een vaag bruin schijfje door de dampen. We zagen alleen aarde, vuur en rook om ons heen. Je kon de afzonderlijke explosies niet horen – het was één overdonderend lawaai,’ schreef een Russische soldaat later.

Ruïnes komen tot leven

Toen de kanonnen eindelijk zwegen, vielen 90.000 Duitsers met 300 tanks over een front van vijf kilometer breed aan. Ze waren op weg naar drie grote fabrieken aan de noordkant van de stad, waar Tsjoejkov nog standhield.

Zijn 62e Leger telde nog maar 20.000 man en zo’n 20 tanks. Maar elke straat was gebarricadeerd om de Duitse tanks te vertragen, er stond antitankgeschut in de gebouwen en de soldaten hadden grote hoeveelheden springstof.

Toen de Duitse troepen en tanks de stad binnentrokken, kwamen de Sovjet-soldaten uit hun schuilplaatsen in de ruïnes tevoorschijn. Het Duitse bombardement had niet veel uitgericht.

‘Het was net of we neptorpedo’s in plaats van bommen hadden gegooid,’ zei de Stuka-majoor Hozzel.

Maar de Duitsers waren veruit in de meerderheid en drongen de verdedigers terug tot op een strookje land van 200 meter breed aan de Wolga. Ze hadden nu 90 procent van Stalingrad in handen en bestookten de laatste Russische eenheden constant. 

Zelfs de rasoptimist Tsjoejkov zat ’s middags op 15 oktober met de handen in het haar. Toen de Duitsers zijn hoofdkwartier naderden, liet hij zijn jongere broer komen, die lid van zijn staf was: 

‘Fjodor, een van ons moet hier levend uit zien te komen. Als de Duitsers hier zijn, dan pak ik mijn machinegeweer en vecht ik tot mijn laatste snik aan de Wolga. Ik geef me niet over – ik wil strijdend ten onder gaan,’ zei de generaal. 

Hij gaf zijn broer een afscheidsbrief voor zijn vrouw
Valentina mee en stuurde hem naar de veilige oostoever van de Wolga. Vervolgens droeg hij een batterij kanonniers op om zijn hoofdkwartier plat te gooien als de Duitsers door zouden breken. 

Galgenhumor aan de Wolga

In de bunkers en loopgraven van het Rode Leger langs de rivier leefden de soldaten van dag tot dag, want het had weinig zin om over de toekomst na te denken. Divisies met duizenden mannen hadden er na een paar dagen strijd nog maar een paar honderd over.

De Russische soldaten aan de Wolga deden spelletjes om even niet aan de naderende dood te hoeven denken, zoals ‘ruilen zonder te kijken’ met een willekeurige kameraad: de twee gaven elkaar de inhoud van hun zakken. Soms hadden ze geluk en kregen ze een duur horloge of sigaretten, soms niets.

Op deze manier probeerden de Russen de moed erin te houden. Aan de andere kant van het front beschreef de Duitse soldaat Wilhelm Hofmann de werkelijkheid kort en krachtig in zijn dagboek: ‘In Stalingrad kan iedereen op elk moment om het leven komen.’

De artsen en zusters van het Rode Leger deden hun best om de gewonden te verzorgen, maar het was moeilijk om ze op de veilige oostoever te krijgen. Soms werden zwaargewonden op een vlot gezet en de rivier op geduwd in de hoop dat iemand aan de overkant zich over hen zou ontfermen.

In oktober werden scherpschutters een belangrijk onderdeel van de Russische verdediging. De soldaat Aleksandr Kalentsjev vroeg toestemming om op eigen houtje te vechten. De Siberiër was altijd al een trefzekere schutter geweest, en nu wilde hij ‘met zijn geweer op Fritzenjacht gaan’, zoals hij het zei.

Hij vond een goede uitkijkpost in de ruïnes en ging geduldig liggen wachten. Binnen een paar dagen had hij al 10 Duitsers doodgeschoten, en het duurde niet lang of andere Russische soldaten volgden zijn voorbeeld. 

Ze noemden het ‘een rekening openen’, waarop dode Duitsers ‘gestort’ werden. Generaal Tsjoejkov zag hier wel wat in en zei tegen zijn mannen: 

‘Zo merken alle Duitsers dat ze zich voor de loop van een geweer bevinden.’ De beste scherpschutters hadden soms wel 50 of 100 doden op hun rekening.

De Duitsers zetten op hun beurt ook sluipschutters in om af te rekenen met hun Russische collega’s.

In Stalingrad krioelde het van de scherpschutters, die zich overal konden verstoppen om rustig op hun prooi te wachten. ’s Morgens vroeg kwamen ze tevoorschijn en namen ze posities in vanwaar ze Duitse vliegtuig- en artilleriespotters onder vuur namen.

© Scanpix/AFP/Ria Novosti

Russen gaan in de tegenaanval

Oktober ging voorbij zonder dat de Duitsers een definitieve doorbraak konden forceren, en de moed begon hun langzaam in de schoenen te zakken. De uitgeputte soldaten van Paulus raakten het geloof in de overwinning kwijt.

Een officier van het Rode Leger zag hoe de Duitsers veranderden. In het begin waren het gladgeschoren en fris gewassen kerels, zelfs in het heetst van de strijd, maar nu namen ze de moeite niet meer om zichzelf te verzorgen, en hun aanvallen werden steeds minder hevig.

Terwijl er een merkwaardige rust over Stalingrad neerdaalde, viel buiten de stad de beslissing van de slag. De Russische legerleiding had een miljoen reservisten op de been gebracht, die zich op 19 november 1942 in de strijd stortten.

 Tanks doorbraken het front in het noorden en het zuiden, en een paar dagen later stonden de verse troepen achter het 6e Leger. De tot dan toe oppermachtige Duitsers lagen nu zelf zwaar onder vuur.

Aan de oever van de Wolga begrepen de troepen van Tsjoejkov dat ze snel uit hun benarde positie zouden worden bevrijd. In het westen, achter de vijand, hoorden ze in de verte het gebulder van Russische kanonnen – het 62e Leger stond er niet meer alleen voor.

Het zou nog tot 6 februari duren voor generaal Paulus van het Duitse 6e Leger capituleerde. 

Het is niet bekend hoeveel doden er in Stalingrad zelf vielen, maar het aantal Duitse en Russische doden, gewonden en krijgsgevangenen ligt dicht bij het miljoen. De Duitse nederlaag in de Slag om Stalingrad betekende een keerpunt in de oorlog.

Vasili Tsjoejkov vocht later in Berlijn. Hij werd twee keer tot Held van de Sovjet-Unie uitgeroepen en bevorderd tot maarschalk. Toen hij in 1982 overleed, werd hij niet begraven in Moskou, zoals gebruikelijk was voor een officier van zijn rang. Vasili Tsjoejkov kreeg zijn laatste rustplaats in Stalingrad.

Lees ons grote thema over de Tweede Wereldoorlog, waarin allerlei aspecten van de oorlog uitgebreid aan bod komen.

Lees ook

Michael L. Jones: Stalingrad – How the Red Army Triumphed, Pen & Sword Military, 2007. Peter Antill: Stalingrad 1942, Osprey Publishing, 2007. Antony Beevor: Stalingrad, Penguin Books, 2007.

Bekijk ook ...