De Slag om Okinawa: Amerika vecht tegen onzichtbaar leger

Er ligt maar één eiland tussen de Amerikaanse eindoverwinning en de totale nederlaag van Japan. Maar als een half miljoen Amerikanen landt op de lege stranden van Okinawa, zoeken ze vergeefs naar de soldaten van de keizer. Het eiland lijkt volkomen verlaten. Niets wijst erop dat dit de bloedigste weken van de oorlog in Azië zullen worden.

Er ligt maar één eiland tussen de Amerikaanse eindoverwinning en de totale nederlaag van Japan. Maar als een half miljoen Amerikanen landt op de lege stranden van Okinawa, zoeken ze vergeefs naar de soldaten van de keizer. Het eiland lijkt volkomen verlaten. Niets wijst erop dat dit de bloedigste weken van de oorlog in Azië zullen worden.

Polfoto/Corbis

Doodstil zitten de marine-infanteristen schouder aan schouder in de open landingsvaartuigen, die over de kalme golven glijden.

De witte strepen in het water leiden terug naar de marineschepen die voor anker liggen en waar de infanteristen even daarvoor van boord gingen. De mannen denken spoedig te zullen sterven.

De kapitein van een van de schepen zegt op deze eerste paasdag, op 1 april 1945, zijn mannen vaarwel met de vrolijke tonen van Irving Berlins Easter Parade, die een beetje metalig over het water schallen in een poging de sfeer op te krikken.

Het deuntje sterft weg als de vaartuigen de kust naderen, en wordt uiteindelijk overstemd door de golfslag en het lawaai van de motoren.

Alle infanteristen staren naar het strand dat in het grijze ochtendlicht ligt, en angstig turen de mannen om te zien wat hun aan de kust te wachten staat.

Er is niets bedreigends te zien, slechts verlaten stranden, lichtgroene bomen en laag, dicht struikgewas. Er hangt een onheilspellende stilte over het eiland Okinawa. Waar is de vijand?

De Amerikanen hebben alleen handwapens tegen de Japanse sluipschutters. De struiken achter het strand zijn tot kniehoogte verbrand door het geschut en bieden geen dekking.

© Polfoto/Corbis

Nieuwe tactiek moet VS verslaan

Als de landingsvaartuigen het strand op glijden in het zuiden van het Japanse eiland Okinawa, op niet meer dan zo’n 515 kilometer van de Japanse hoofd­eilanden vandaan, zijn de lege stranden een verrassing voor de geallieerden.

Sinds de slag bij Midway in de zomer van 1942 zit het de Japanners tegen, en ze zijn steeds wreder en wanhopiger gaan terugvechten. De Amerikanen verwachten dan ook dat ze, zodra ze aan land gaan, zoals altijd frontaal door het keizerlijke leger worden aangevallen.

Op hun hoede en met het geweer in de aanslag onderzoeken de Amerikanen het strand en proberen ze om door het dichte struikgewas te kijken. Alleen het geluid van de golven, de bladeren en hun eigen ademhaling is hoorbaar.

Vanaf een heuvel in de buurt worden de Amerikanen echter nauwlettend in de gaten gehouden.

Luitenant-generaal Mitsuru Ushijima en zijn tweede man, generaal-majoor Isamu Cho van het Japanse 32e leger, volgen met een verrekijker hoe tienduizenden Amerikanen aan land gaan en hoe een stroom van vrachtwagens, tanks en ander materieel het strand op rolt.

Ze weten dat alleen zij en hun manschappen tussen de vijand en de totale ondergang van het Rijk van de Zon staan, dat al duizend jaar geen oorlog verloren heeft. Ze zijn goed voorbereid en zeker van zichzelf.

Met de hulp van overste Hiromichi Yahara hebben deze twee mannen een geheel nieuwe tactiek ontwikkeld. Deze keer zullen ze zich niet met bajonetten en banzai-­geroep op de vijand storten.

De Japanners hebben het terrein maandenlang verkend, troepen en wapens gecamoufleerd en een ondergronds netwerk van tunnels van bijna 100 kilometer aangelegd onder het 1200 vierkante kilometer grote eiland.

Ze zijn voorbereid op een guerrillaoorlog, op oprukken van struik tot struik en meter voor meter, en bereid te sterven voor de keizer. De Amerikanen zullen het niet gaan redden op Okinawa.

‘Een slagschip voor een vliegtuig, een schip voor een boot, tien vijanden of een tank voor één man’, is het bevel.

Het vliegdekschip USS Franklin was een van de vele schepen die door kamikazeaanvallen getroffen werden.

© BPK Images

Japanners konden zelfmoord niet weigeren

Ruim 4600 kamikazepiloten stierven bij Okinawa. De jonge soldaten vreesden voor de veiligheid van hun familie als ze zich niet meldden.

‘Ik ben erg bang voor de dood, en toch staat onze dood al vast … Moeder, ik wil zo graag dat je van me houdt en me vertroetelt … ik wil in je armen liggen slapen.’

Dit schreef Hayashi Ichizo, een jonge kamikazepiloot, in april 1945, kort voor hij voor het laatst opsteeg.

De jonge kamikazepiloten konden niet weigeren. De aanmelding vond meestal plaats op openbare bijeenkomsten, waar de soldaten zich door handopsteking opgaven.

Ze wisten dat hun leidinggevenden het leven voor hen en hun familie tot een hel konden maken als ze zich niet opgaven, en als een piloot eenmaal op de vrijwilligerslijst stond, was er geen weg terug.

De rest van zijn leven was het aftellen tot de dood.

Als een piloot zich in de lucht bedacht, kreeg hij nóg een kans om zijn missie uit te voeren, maar als dat te vaak gebeurde wachtte bij de landing het vuurpeloton. Soms zetten officieren namen van opstandige rekruten op de lijst.

Naarmate de militaire situatie in Japan hopelozer werd, werd zelfmoord steeds wranger. Als ze toch zouden sterven in de onvermijdelijke nederlaag, konden ze net zo goed doodgaan als helden, zeiden de
rekruten tegen elkaar.

In zijn dagboek probeert Hayashi Ichizo zich met zijn lot te verzoenen:

‘Je kunt gemoedsrust vinden door je leven te geven voor de keizer,’ schreef hij en voegde eraan toe: ‘Heel eerlijk gezegd wil ik het liefst helemaal niet sterven voor de keizer. Maar het is nu eenmaal voor mij bepaald dat ik mijn leven voor hem zal geven.’

Amerikanen luieren op het strand

Na de landing trekt het Amerikaanse leger landinwaaarts.

Afgezien van een enkele sluipschutter, die de Amerikanen snel uitschakelen, ondervinden ze geen weerstand, en de hele opmars verloopt verbazend snel. Ze nemen al spoedig twee vliegvelden in, die ook meteen in gebruik worden genomen.

Al op 4 april, slechts drie dagen na de landing, hebben de Amerikanen het middelste deel van het langgerekte eiland in handen.

Ze hadden gedacht pas na twee weken heftige strijd zo ver te zijn. De vrees maakt plaats voor blijdschap en opluchting.

De soldaten lopen over het strand of liggen in het gras te lezen of te praten. Ze vangen en braden wilde varkens en woelen met hun tenen in het warme zand terwijl de zon glinstert in zee.

Mannen die eerst nog zeker wisten dat ze geen zonsopgang meer zouden meemaken, krijgen hun vertrouwen terug, niet alleen in hun eigen overlevingskansen, maar ook in een spoedig einde van de oorlog.

Wie had gedacht dat het zo makkelijk zou gaan?

Japanners liggen op de loer

Het is tijd voor de tweede fase van de invasie. De Amerikaanse troepen worden verdeeld. Eén deel gaat naar het noorden, een ander naar het zuiden om de rest van het eiland in te nemen.

Amerikaanse verkenningsvluchten boven het zuidelijke deel van het eiland tonen aan dat zich daar geen troepen bevinden, maar het landschap alleen al boezemt angst in. Hoge bergruggen rijzen aan alle kanten omhoog. Het hele eiland is één grote natuurlijke vesting, en niemand kan zien wat er schuilgaat achter de volgende heuvel.

Een hevige stortbui verandert de rode kleigrond van Okinawa in een zompige massa. De wegen stromen vol met gelig water, waardoor de wielen van vrachtwagens en jeeps vast komen te zitten. Water stroomt de tenten binnen en maakt alles door- en doornat.

Als de regen afneemt, blijkt het dat het terrein aan de noordkant onbegaanbaar is geworden. Grote eiken en hoge dennen priemen aan alle kanten de lucht in, met daaronder een dicht struik­gewas.

Er zijn amper wegen aan de noordkant van het eiland, en in het ontoegankelijke terrein zijn tanks onbruikbaar. De Amerikanen hebben al snel door wat de Japanners van plan zijn.

Als de infanteristen op adem zijn gekomen en het even rustig aan doen, trekken de Japanners, die zich schuilhielden in het struikgewas, in spleten en op rotsen, ineens ten aanval.

Ze vuren telkens onverwachts van dichtbi korte salvo’s af en verdwijnen dan weer even snel als ze gekomen zijn.

‘Het is,’ merkt een officier op, ‘alsof je tegen een spookvijand vecht.’

‘Ja, ze hebben allemaal een pistool, maar waar zijn ze?’, vraagt een gefrustreerde soldaat zich af.

De heuvels zijn bezaaid met allerlei piep­kleine grafkapelletjes van zandsteen en cement, waar de Amerikanen in het hoge gras met het geweer in de aanslag omheen lopen, terwijl ze alert zijn op de kleinste bewegingen in het landschap.

Er is geen vijand te zien, en het enige geluid dat ze horen is het gezoem van insecten.

Maar het vreedzame karakter van het landschap blijkt dodelijk.

Plotseling klinken er mitrailleursalvo’s uit de kapelletjes en worden soldaten in de rug geraakt. Van alle kanten komen er Japanners aangestormd, uit spelonken, uit holen in de grond en uit grote, ronde tanks waarin regenwater voor de landbouw wordt opgevangen. Nu begrijpen de Amerikanen waarom ze de Japanse troepen niet vanuit de lucht konden zien.

Ondergrondse ruimtes zijn volgepakt met honderden soldaten en enorme hoeveelheden handwapens en munitie. Er is geen echt front, er zijn alleen kleine gevechten om rotsen en heuvels, die voortdurend in andere handen vallen.

Ondanks de Japanse tegenstand rukken de Amerikanen op naar het noorden. Meter voor meter. Heuvel voor heuvel. Eén week na de invasie zijn 4500 Japanners en 1500 Amerikanen gesneuveld.

Zelfmoordpiloten bestoken vloot

Terwijl de infanteristen op het land tegen een verborgen vijand vechten, krijgen hun kameraden op zee een duivels bombardement over zich heen.

De eerste golf komt op 6 april, als zo’n 900 Japanse vliegtuigen opeens de hemel verduisteren. Ruim een derde ervan bestaat uit de gevreesde kamikazes, zelfmoordvliegtuigen die zich met een grote lading springstof op de schepen storten en ontploffen.

Piloot Junie B. Lohan is een van de honderdduizenden opvarenden van de 430 schepen dicht bij de kust.

Hij staat als aan de grond genageld op het dek van een vliegdekschip als een Japans vliegtuig, versierd met een rode zon, zich met veel geraas uit het laaghangende wolkendek stort. Iedereen duikt weg, maar Lohan kan zijn blik niet afhouden van het vliegtuig, dat met hoge snelheid op het dek af komt vliegen.

‘Ik was te zeer gefascineerd om me te kunnen verroeren. Ik stond te kijken hoe hij op ons af kwam. Ik was niet bang. Ik denk dat ik wilde zien wat de piloot zou doen. Ik dacht niet dat hij ons zou raken, maar dat gebeurde wel,’ zei Lohan na afloop van de slag.

De dagen erna gaan de kamikazeaanvallen door.

Als de kogelregen van het scheepsgeschut de Japanse vliegtuigen raakt, storten ze in zee, rondtollend en met een staart van vuur en rook achter zich. Het is elke keer weer een grote opluchting voor de Amerikanen.

Maar er komt geen einde aan, en hoewel de kanonnen fanatiek schieten, gebeurt het onvermijdelijke: de vlieg­tuigen storten zich in een duikvlucht op de scheepsdekken, waar ze in een zee van vuur en met een dikke, vette walm exploderen.

De hitte en de geur van brandende brandstof slaan de soldaten in het gezicht als ze een paar seconden later komen aanrennen om het vuur met brandslangen te bestrijden. Het is vaak een verloren strijd.

‘Het vliegtuig sloeg achter op het dek in en ontplofte.

De brandstof spoot weg en veroorzaakte een aantal branden, die een gedeelte van het dek volledig verwoestten. Pogingen het vuur te blussen haalden niets uit, want de brandslangen waren doorboord en de ventielen waren vernield in de explosie,’ vertelt kapitein Albert O. Momm van de Amerikaanse destroyer Mullany. Binnen negentien uur zonken er zes schepen.

De verdediging van de Japanners is hardnekkig, op het land en in de lucht, en op 11 en 12 april wordt de druk op de Amerikanen nog verder opgevoerd. Op zee vallen de schepen weer ten prooi aan een golf kamikazeaanvallen, en op land wijkt Yahara, vanwege het Japanse succes, even van zijn guerrillatactiek af om een echte aanval op de Amerikanen uit te voeren.

De veldhospitalen puilen uit van de gewonden en stervenden, en op de schepen liggen lijken in lange rijen te wachten om in zee gegooid te worden.

In deze donkere dagen twijfelen vele Amerikanen eraan of ze de slag tegen Japan, en daarmee de hele oorlog, wel zullen kunnen winnen.

President sterft tijdens slag

Wanneer de uitgeputte bemanning van de oorlogsschepen op 13 april al vroeg aan het ontbijt zit, wordt er een mededeling gedaan die bij alle mannen als een mokerslag aankomt.

‘Attentie! President Roosevelt is overleden. Herhaling. Onze opper­bevel­hebber, president Roosevelt, is over­leden,’ klinkt het uit de luidsprekers.

Hoewel iedereen wist dat de gezondheid van de president niet best was, komt zijn dood een paar maanden na het begin van zijn vierde ambtsperiode als een schok. Roosevelt was al bijna 12 jaar, tijdens de crisis van de jaren 1930 en de wereldbrand van de jaren 1940, het houvast van de natie.

De jongste soldaten kennen geen andere president.

Overal verzamelen terneergeslagen Amerikaanse soldaten zich met gebogen hoofd om hun opperbevelhebber te herdenken. Wie zou ze nu nog uit deze ellendige oorlog kunnen leiden?

Napalm doet Japanners de das om

De Amerikanen krijgen weer moed door hun zowel getalsmatige als materiële overmacht.

De laatste Japanners in het noorden van het eiland worden op 21 april verslagen, slechts drie weken na de landing op het strand. Nu begint de slag om het zuidelijke deel.

De Amerikanen doen verwoede pogingen om de vrijwel ondoordringbare Japanse verdedigingslinie te door­­breken, die zich over het gehele zuidelijke deel van het eiland uitstrekt en die de weg verspert naar het Japanse hoofdkwartier in de stad Shuri.

Op 19 april beginnen de Amerikanen met de zwaarste artillerieaanval van de oorlog. Ze bestoken Japanse stellingen vanuit de lucht en vanaf land en zee, en het landschap wordt bedekt met allesverwoestende napalm. Pas na vijf dagen breken de Amerikanen door de linie.

Het groene landschap is veranderd in een verschroeide, kale vlakte en er hangt een scherpe stank van napalm. De Japanse soldaten zijn verdwenen, op zoek naar nieuwe schuilplaatsen.

De Japanners hebben een enorm gebrek aan versterkingen, wat de leger­leiding in Tokio bewust negeert.

Die richt zich al op de beslissende slag om de hoofdeilanden. Die slag zal ook wel verloren worden, maar cultuur en traditie schrijven voor dat alles op alles moet worden gezet om de verdediging zo heldhaftig en de nederlaag zo eervol mogelijk te dragen.

Voor de leiding hebben de troepen in Okinawa maar één doel: de Amerikanen vertragen en uitputten en hun materiaal zo veel mogelijk verwoesten, voor ze Japan zelf bereiken.

Japanse soldaten voeren een verloren strijd tegen het machtige leger van de VS.

© Polfoto/Corbis

De Japanners verbergen zich in grotten en tunnels

Luitenant-generaal Ushijima vermijdt een frontale confrontatie met het superieure Amerikaanse leger. Hij kiest een nieuwe tactiek.

De hele oorlog lang stormen de Japanners massaal in frontale aanvallen met geheven bajonet naar voren als de Amerikanen ergens in de Stille Oceaan op een strand landen.

Een rampzalige tactiek, die dan wel van moed getuigt maar twee miljoen Japanse soldaten het leven kost en de Amerikanen niet kan stoppen.

Nu is het de laatste kans om van tactiek te veranderen. De Japanners verschuilen zich in tunnels en grotten op het eiland.

Graven worden zelfs als schuttersputjes gebruikt. Zo moeten de Japanners de Amerikanen langzaam uitputten, totdat die zo zijn verzwakt dat ze Japan zelf niet kunnen aanvallen.

Brutale officier wijzigt tactiek

Als Duitsland, Japans enige belangrijke bondgenoot, eind april wordt verslagen, wordt het de tweede man van het eiland, generaal-majoor Cho, te gortig. Hij is, zo blijkt, nooit echt een voorstander geweest van de uitputtingstactiek.

De stoutmoedige Cho is een echte havik.

Hij was betrokken bij meerdere couppogingen, bij de bezetting van Mantsjoerije en ook bij de massamoord in Nanking, die in 1937 aan 300.000 Chinezen het leven heeft gekost. Zelfs in het bijzonder militaristische Japan van de jaren 1930 gold hij als extreem oorlogszuchtig.

Nu heeft hij genoeg van de guerrillaoorlog, die tot dusver dodelijker was voor de Japanners zelf dan voor de Amerikanen.

Hij pleit er dan ook voor om deze tactiek te beëindigen en om de Amerikanen frontaal aan te vallen.

Overste Yahara protesteert, maar zijn argumenten vinden geen weerklank meer bij de legerleiding in Tokio. Elke dag neemt de Japanse slagkracht af.

Tokio is het met generaal-majoor Cho eens: liever samen strijdend ten onder gaan dan langzaam wegkwijnen.

Vanuit havens en vliegbases op Okinawa willen de VS de Japanse aanvoerlijnen afsnijden en de hoofdeilanden aanvallen.

Amerika verwacht dat het Japanse leger zal strijden tot de laatste man. De president en zijn generaals zien zich genoodzaakt het Rijk van de Zon totaal te vernietigen.

Nog vóór de atoombom klaar is moet daarvoor een conventionele landing op grote schaal in Japan zelf plaatsvinden. Dus de VS hebben een springplank nodig dicht bij japan.

Okinawa ligt voor de hand. Het eiland is het laatste restant van de verdediging van de Japanse hoofd­eilanden, en Okinawa heeft de enige havens tussen Taiwan (600 km zuidwaarts) en Japan zelf (500 km noordwaarts).

Operation Iceberg wordt de grootste operatie van de oorlog in Azië.

De Amerikanen veroveren Okinawa in 1945

©

1-5 april

©

5-8 april

©

8-17 april

©

17-21 april

©

21-24 april

©

24 april-23 juni

Japanners spoelen aan

Op 3 mei wordt vanuit Zuid-Okinawa een offensief gelanceerd, met als doel de Amerikanen noordwaarts te drijven.

‘Toon jullie gezamenlijke kracht. Elke soldaat moet zeker één Amerikaanse duivel doden,’ luidt het bevel.

Eerst zetten de Japanners een artillerieaanval in.

Minstens een halfuur lang regent het handgranaten op de Amerikanen, die worden verblind door een rookgordijn. Tegelijk rollen er voor het eerst Japanse tanks het slagveld op, en twee Japanse amfibie-eenheden gaan aan land aan de oost- en westkust. Het offensief is een grote schok voor de Amerikanen.

De inlichtingendiensten hebben hen er juist van verzekerd dat een offensief van de Japanners niet aan de orde was.

De Amerikanen stellen alles in het werk om de aanval af te slaan.

Als de Japanners zich voor het eerst in het open veld wagen, tonen de Amerikanen hun overmacht. Japanse tanks worden doorzeefd en amfibie-eenheden worden uitgeschakeld met een onophoudelijk spervuur vanaf land en vanuit zee.

De stranden van Okinawa zijn in de vroege ochtend van 4 mei bezaaid met de bebloede lijken van jonge Japanners. De operatie is een ramp voor Japan: 10.000 van de overgebleven 76.000 mannen zijn dood, tegen 700 yanks.

Zondag 5 augustus 1945 werd atoombom Little Boy in de B-29 Enola Gay geladen. Een dag later doodde hij 80.000 inwoners van Hiroshima en maakte 70% van de stad met de grond gelijk.

© Polfoto/Corbis

Atoombom moest nieuw Okinawa voorkomen

Japan capituleerde toen de VS twee atoombommen afwierpen boven Hiroshima en Nagasaki. Volgens de Amerikanen kon het niet anders.

De grote verliezen en de gevreesde kamikaze­aanvallen bij Okinawa hebben een diepe indruk gemaakt op president Harry S. Truman, die Roosevelt na diens dood opvolgde.

Door deze ontwikkelingen begon hij ernstig te twijfelen aan de volgende operatie, met de codenaam Olympic, een landing in Kyushu, het zuidelijkste hoofdeiland van Japan. De inlichtingendiensten bevestigden wat de

Amerikanen vreesden: er stonden minstens 3000 kamikazepiloten klaar om zich in de dood te storten tegen de binnen­vallende vijand, en ondanks de vele nederlagen telde het Japanse leger nog 680.000 soldaten, evenveel manschappen als de Amerikaanse invasiemacht.

Uit vrees voor een nieuw en nog bloediger Okinawa gelastte Truman operatie Olympic af en keurde hij het gebruik van het nieuwe kernwapen, dat net klaar was, goed.

De steden Hiroshima en Nagasaki werden op 6 en 9 augustus gebombardeerd.

Op 15 augustus capituleerde Japan uiteindelijk. ‘We zagen het gooien van de bom als een pure noodzaak,’ zo verklaarde George C. Marshall, de latere minister van Buitenlandse Zaken.

Vechten tot de laatste man

In de schuilplaats van de legerleiding in Shuri, een wijdvertakt net van grotten en tunnels waar 10.000 soldaten en burgers zitten, roept luitenant-generaal Ushijima overste Yahara bij zich.

Zittend op de grond op een versleten rijstmat, met zijn benen gekruist en een zorgelijke blik op zijn gezicht, maakt Ushijima een trieste indruk.

‘Overste Yahara, zoals u zelf al eerder hebt voorspeld is dit offensief totaal mislukt,’ zegt hij, en hij gaat verder: ‘Onze hoofdmacht is voor een groot deel weg, maar nog niet helemaal, en de eilandbewoners steunen ons.

We zullen strijden tot de laatste heuvel, de laatste vierkante centimeter land en de laatste man.’ Yahara zwijgt. Hij weet dat het niet lang meer gaat duren.

Intussen naderen de Amerikanen Shuri. In het noorden waren ze al snel heer en meester, en hier in het zuiden zal de beslissende slag plaatsvinden.

Op 11 mei beginnen de Amerikanen met een tangbeweging tegen de Japanse stellingen. Ze hebben hun tactiek aan­gepast en voeren geen grote aanvallen meer uit, maar doen kleinere, guerrilla-achtige uitvallen.

Met hun handwapens, vlammenwerpers en handgranaten gaan ze de grotten een voor een af.

Voor het eerst tijdens de oorlog in Azië gaven Japanse soldaten en burgers zich massaal over.

© Polfoto/Topfoto

Japanners storten zich de dood in

In de grotten onder Shuri loopt het water langs de wanden en vormt kleine stroompjes in de gangen.

Het elektrische licht knippert en valt uit. In het halfdonker tast overste Yahara in zijn met bloed doordrenkte uniform in het rond om zoveel mogelijk documenten te verzamelen en te vernietigen.

Met het gebrul van het Amerikaanse kanonvuur boven zijn hoofd verlaat hij samen met de andere hoge officieren de grot en vlucht verder naar het zuiden.

Twee dagen later staan de Amerikanen in Shuri. Ze vechten er straat voor straat tussen de kapotgeschoten huizen.

Doodsbange burgers komen de grotten uit, ineengedoken en verblind door het felle daglicht. Uit één grot komen 600 mensen, meer dood dan levend.

De Japanse propaganda had ze tevoren wijs­gemaakt dat de Amerikanen iedereen die zich overgeeft zullen martelen, verkrachten en doden.

Velen hebben zelfmoord gepleegd om dit te voorkomen. Er hangt al snel een
lijkenlucht rond de ruïnes in de warme straten van Shuri. Soldaten die erop zijn getraind om zich niet over te geven op het eiland, blazen zichzelf op of storten zich van de hoge rotsen naar beneden.

Door Japanse verschansingen op de eilanden sneuvelden tienduizenden Amerikanen.

© Imperial Waer Museum

Iwo Jima was een bloedig voorproefje

Sinds de slag bij Midway drie jaar eerder hadden de Japanners eiland na eiland fel verdedigd.

Met de kreet ‘Tennoheika banzai!’ (moge de keizer tienduizenden jaren regeren) toonde het leger van de keizer zijn doodsverachting.

Bij de strijd om Iwo Jima kwamen bijna 7000 Amerikanen om het leven. De Amerikanen hadden verwacht dat bij Operation Iceberg, de codenaam voor de invasie van Okinawa, 80% van de 183.000 mannen zou omkomen.

Officieren plegen harakiri

Met de Amerikanen op hun hielen trekken Cho, Yahara en Ushijima met hun mannen naar Mabuni op het zuidelijkste puntje van Okinawa. In een grot, met de druipstenen boven zijn hoofd, schrijft Ushijima zijn laatste orders.

‘Mijn geliefde soldaten. De afgelopen drie maanden heeft u allen zeer moedig gestreden. U heeft uw plicht gedaan. Uw moed en loyaliteit geven hoop voor de toekomst. Het slagveld is nu zo’n chaos dat ik u niet meer kan leiden. Elke man moet tot zijn laatste adem strijden voor het moederland. Vaarwel!’

Bij zonsopgang op 23 juni roepen Cho en Ushijima hun naasten bij zich om samen harakiri te plegen.

Vroeg in de ochtend gaan Cho en Ushijima voor de grot zitten met hun gezicht naar de zee; ze rijten hun buik open. Meteen daarna onthoofdt een kapitein ze allebei met een houw van zijn zwaard.

Een paar uur later gaan Amerikaanse officieren de grot binnen. Niemand is nog in leven. De dode Japanse officieren hebben hun zwaard naast zich liggen. Ze hebben gestreden tot het bittere eind. Op 26 juni krijgen de

Amerikanen de controle over het eiland.

Voor de Japanners is de slag om Okinawa een militaire en humanitaire catastrofe met zo’n 75.000 gesneuvelde soldaten.

Voor de Amerikanen heeft de zoete overwinning een bittere nasmaak. Er zijn 14.000 mannen gesneuveld, onder wie luitenant-generaal Simon Buckner, die de grondtroepen leidde tot hij op 18 juni het leven liet bij een granaatinslag.

De Amerikanen hebben de gruwelijke en meedogenloze oorlog nu aan den lijve ondervonden.

De laatste slag van de oorlog was ook een van de bloedigste.