Rommels laatste missie

Erwin Rommel is de grootste oorlogsheld van nazi-Duitsland. Na zijn successen in Noord-Afrika stuurt Hitler hem naar de Atlantikwall om D-day tegen te houden. Voor Rommel begint een race tegen de klok.

Erwin Rommel is de grootste oorlogsheld van nazi-Duitsland. Na zijn successen in Noord-Afrika stuurt Hitler hem naar de Atlantikwall om D-day tegen te houden. Voor Rommel begint een race tegen de klok.

Frihedsmuseet, Shutterstock

Denemarken krijgt op 4 december 1943 bezoek van een oorlogsheld. Hitler heeft Erwin Rommel opgedragen de Atlantikwall, die de geallieerden buiten de deur moet houden, te versterken. Voor zijn eerste inspectie is de veldmaarschalk afgereisd naar het noorden.

‘In de middag voeren we naar Fanø, dat de toegang tot Esbjerg controleert,’ schreef admiraal Friedrich Ruge later.

Ruge weet dat Esbjerg de enige havenstad aan de Deense westkust is die groot genoeg is om een invasieleger te bevoorraden en daarom een mogelijk doelwit is voor een geallieerde landing.

Vanaf het eiland Fanø, dat tegenover Esbjerg ligt, varen 1000 man in boten uit om een invasie te simuleren. Het landingsstrand wordt verdedigd door troepen en vier kanonnen, die met scherp schieten.

Granaten suizen over de hoofden van de invasiemacht, maar de geroemde verdediging van het strand slaagt er niet in de ‘invasie’ af te slaan. De aanvallers weten een bruggenhoofd te vestigen. De oefening is een afgang voor de plaatselijke commandant, maar zeer leerzaam voor Rommel en zijn staf:

‘Tot onze verbazing bestond de Atlantikwall slechts op een paar plaatsen.’ Admiraal Friedrich Ruge, Rommels marine-expert

‘Het vlakke, brede strand, geschikt voor amfibische landingen en landingen vanuit de lucht, maakte een diepe indruk. Het was beangstigend duidelijk dat grote aantallen soldaten en materieel in korte tijd op dit soort plaatsen konden worden geconcentreerd,’ aldus Ruge.

Bij Rommels staf slaat de twijfel toe. Als de verdediging van de andere kusten net zulke tekortkomingen heeft, is Hitlers enorme verdedigingswerk, de Atlantikwall, een wassen neus. Rommel moet het onmiddellijk onder handen nemen, want de grote invasie dreigt. Het wordt een race tegen de klok.

Bolwerk is nep

Vanuit Denemarken togen Rommel en zijn staf naar Frankrijk. Langs de hele kust zagen ze slechts wat verspreide stellingen, vaak niet eens van beton. Vijandelijk vuur zou de kanonnen makkelijk uitschakelen.

‘Tot onze verbazing bestond de Atlantikwall slechts op een paar plaatsen. De foto’s van de linie die voortdurend in het Duitse bioscoopjournaal te zien waren, kwamen bijna uitsluitend uit de omgeving van Calais-Boulogne,’ schreef Ruge.

Er waren enkele zware kanonnen opgesteld om de geplande Duitse landing in Groot-Brittannië te steunen, maar na de verloren luchtslag met de Britten in 1940 had Hitler de invasie afgeblazen. Daarna had hij de Atlantikwall verwaarloosd, net als veldmaarschalk Gerd von Rundstedt, die in 1942 bevelhebber in het westen werd.

Vanwege Von Rundstedts gebrek aan interesse en materieel lag het werk aan de linie drie jaar vrijwel stil, maar eind 1943 werd de behoefte aan een sterke verdediging ineens nijpend, want de geallieerden waren begonnen aan de voorbereidingen op D-day.

Toen Rommel zijn verslag over de gebreken van de Atlantikwall ingeleverd had, plaatste Hitler hem onder Von Rundstedt. De held uit Noord-Afrika werd verantwoordelijk voor de kust van Nederland tot Bretagne, de westpunt van Frankrijk.

De veldmaarschalk had een plan, gebaseerd op zijn ervaringen uit de woestijn:

‘In de strijd tegen de Britten leerden we dat grote mijnenvelden met verspreide stellingen uiterst moeilijk te veroveren zijn. Bovendien kunnen mijnenzones bemand worden door reservisten of hulptroepen,’ zei Rommel tegen een medeofficier.

Rommel was een inspirerende leider. In Noord-Afrika verrichtte hij wonderen met het Duitse Afrikakorps.

© Historical/Getty Images

Britten vreesden Woestijnvos

In Afrika maakte Rommel naam. De Duitsers én de geallieerden zagen hem als een strategisch genie en een bekwaam leider.

Van 1941 tot 1943 leidde Erwin Rommel met succes de Duitse en Italiaanse strijdkrachten in Noord-Afrika. Thuis werd hij gezien als Hitlers schoothondje, die de baan alleen kreeg omdat hij dicht bij de Führer stond. Maar zege na zege bewees dat Rommel een meester was in de blitzkrieg.

Zijn tanks sloegen toe waar zijn tegenstander dat het minst verwachtte, en Britse verslaggevers begonnen hem ‘de Woestijnvos’ te noemen. Hitler beloonde Rommel met promoties, en hij werd op slechts 50-jarige leeftijd de jongste veldmaarschalk van Duitsland.

De Woestijnvos dreef de Britten terug naar El Alamein in Egypte, op slechts 120 kilometer van het strategisch belangrijke Alexandrië. Daar stokte zijn opmars echter vanwege mijnenvelden en bevoorradingsproblemen, en bovendien liep hij een leverinfectie op.

Rommel was in Duitsland voor behandeling toen de Britten in de tegenaanval gingen en de Duitsers 2500 kilometer terugdreven. In 1943 kon het Afrikakorps geen kant meer op en gaf het zich over in Tunis, maar Rommel werd niet gevangengenomen. Hitler had hem al teruggeroepen.

Midden in de mijnenvelden plaatsten de Britten stellingen met antitankgeschut en soms zelfs tanks. Rommel wilde de rollen omdraaien en de aanvallende Britten en Amerikanen blootstellen aan explosieven en kruisvuur.

‘Dit zou de aanleg vereisen van een versterkte en gemineerde zone vanaf de kust tot 8 of 10 kilometer landinwaarts, verdedigd zowel vanaf zee als vanaf het land,’ schreef Rommel.

De Duitsers langs het strand moesten zich ook aan de achterkant kunnen verdedigen, want er zouden waarschijnlijk parachutisten landen in het achterland.

Deze ‘zone des doods’ moest een invasiemacht niet afslaan, maar wel zodanig vertragen dat Duitse reservisten konden aanrukken.

Generaals onderschatten de vijand

Rommel had zijn plan klaar, maar zijn Legergroep B kon de slag niet winnen zonder steun. Daarvoor waren de troepen over een te groot gebied verspreid. Er moesten dus Duitse pantserreserves dicht bij de kust gestationeerd worden, zodat die binnen een paar uur ter plaatse konden zijn om de doorslag te geven.

VIDEO: Rivieren van beton vormen bunkers van de Atlantikwall

Von Rundstedts tankgeneraal Geyr von Schweppenburg was het echter totaal niet eens met die strategie. Hij wilde de geallieerden aan land laten gaan en laten oprukken tot dicht bij Parijs, waarna de Duitsers hen in een grote tegenaanval zouden wegvagen. Zo zou de vijand zware verliezen lijden en de strijd mogelijk zelfs moeten staken.

Die strategie was echter ingegeven door onkunde, zo meende Rommel. Sinds 1941 hadden Von Schweppenburg en veel andere generaals slechts aan het Oostfront gevochten, en hun beeld van de Britten en Amerikanen was achterhaald.

‘Onze vrienden uit het oosten weten niet wat hun te wachten staat. Hier zijn geen fanatieke hordes die massaal op onze linies afstormen zonder acht te slaan op verliezen,’ zei Rommel tegen een collega.

De Britten hadden geleerd van hun fouten in 1940 en 1941. Bovendien hadden zij en de Amerikanen veel kanonnen, tanks en vooral vliegtuigen, die grote Duitse grondoperaties konden belemmeren.

‘De gedurfde tankaanvallen uit het begin van de oorlog zijn verleden tijd,’ meende Rommel. Hij beheerste de blitzkrieg tot in de puntjes, maar in Noord-Afrika had hij ervaren hoe luchtaanvallen de bewegingen van zijn troepen konden stilleggen.

Een intelligente verdediging was de enige optie, zo vond hij.

VIDEO: Bekijk Rommels toespraak op de Atlantikwall

Maar Rommel, Von Schweppenburg noch Von Rundstedt bepaalden de strategie. Dat deed Hitler. Die bemoeide zich met alle details, en de bevelhebbers in het westen konden niet één divisie verplaatsen zonder de instemming van de Führer.

Hitler hield van verdedigingslinies en grote bouwprojecten, maar de woorden van Geyr von Schweppenburg over een grote veldslag die de oorlog zou beslissen, klonken hem ook als muziek in de oren. Daarom maakte de Führer geen keuze.

Frankrijk wordt een val

Rommel kreeg zijn reserves niet waar hij ze hebben wilde, maar had Hitlers steun om de Atlantikwall zo snel mogelijk uit te bouwen. Zijn hoofdingenieur Meise rekende uit hoeveel mijnen er nodig waren:

‘De eerste fase, een 1000 meter brede strook langs de kust en eenzelfde strook landinwaarts, vereist 10 mijnen per meter, wat uitkomt op 20 miljoen mijnen langs de kust. In heel Frankrijk zullen zo’n 300 miljoen mijnen nodig zijn.’

Duitse landmijnen bevatten 5,5 kilo TNT-springstof. De explosie vernietigde lichte pantservoertuigen en blies de rupsbanden van zware tanks.

© SEWilco/Public domain

Toen Rommel arriveerde, waren er maar 1,7 miljoen mijnen gelegd, en per maand kwamen er niet meer dan 40.000 bij. De productie in Duitsland was echter opgevoerd, maar niet voldoende om aan de vraag te kunnen voldoen. Met buitgemaakte Franse springstof wist Legergroep B wel zelf 11 miljoen mijnen te vervaardigen.

Rommel moest prioriteiten stellen vanwege de tekorten, en reisde onvermoeibaar op en neer langs de Noord-Franse kust om de voortgang te inspecteren.

Het gebied rond Calais lag volgens Rommel voor de hand als doelwit van een invasie.

‘Hier zullen ze de meeste steun hebben van hun langeafstandsgeschut, de kortste zeeroute voor de aanval en bevoorrading, en de beste omstandigheden voor de inzet van hun luchtmacht.’

Normandië lag voor de hand

Het westen van het Bretonse schiereiland was ongeschikt voor een invasie omdat grote delen ervan rotsachtig waren. Maar Normandië had brede stranden, en er waren geen zware kanonnen in betonnen bunkers, zoals bij Calais. Dit was aantrekkelijk voor de geallieerden.

Gerd von Rundstedt en Erwin Rommel in gesprek. De twee behoorden tot de elite van nazi-Duitsland – in totaal benoemde Hitler 26 veldmaarschalken (Generalfeldmarschall).

© Bundesarchiv, Bild 101I-718-0149-18A / Jesse / CC-BY-SA 3.0

Rommel bezocht Normandië eind januari 1944 en was niet tevreden met wat hij er zag. Er waren verdedigingsstellingen gebouwd, maar de tussenruimte was te groot. Op sommige plaatsen zat er 3,5 kilometer tussen, en niemand leek zich hier zorgen over te maken.

‘Over het algemeen verzetten de troepen te weinig werk om de stellingen te kunnen voltooien. De tijdsdruk wordt onderschat,’ schreef Rommel geërgerd.

Vier Duitse divisies beschermden de kwetsbare kust van Normandië, maar twee daarvan werden in reserve gehouden, waardoor de twee divisies aan zee respectievelijk 90 en 200 kilometer moesten bestrijken. Bovendien waren die veel tijd kwijt met oefenen, want ervaren soldaten werden telkens naar het Oostfront overgeplaatst en vervangen door rekruten.

In Nederland werd de Atlantikwall een tijdje bemand door vrijwilligers uit India. Deze circa 4500 soldaten waren gerekruteerd onder krijgsgevangenen in Noord-Afrika.

© Bundesarchiv, Bild 101I-263-1580-06 / Wette / CC-BY-SA 3.0

Verder naar achteren bevond zich de Duitse 21e Pantserdivisie, waarvan de tanks de enige mobiele strijdmacht in dit deel van Normandië vormden. Als de vijand landde, was deze divisie echter niet sterk genoeg om hem tegen te houden.

Race tegen de klok

In het voorjaar van 1944 werd er druk aan de Atlantikwall gewerkt door betaalde arbeiders, krijgsgevangenen, dwangarbeiders en Duitse soldaten. Bunkers werden gegoten, mijnen gelegd en versperringen aangebracht.

‘Dag in, dag uit en week in, week uit worden we sterker. Het vijandelijke offensief lijkt vertraagd. Voor ons is elke dag een vermogen waard,’ schreef Rommel aan zijn vrouw. Hij dacht nog steeds dat de aanval bij Calais zou komen, en daar waren de Duitsers bijna klaar.

In brieven en gesprekken met zijn staf werd hij steeds optimistischer. En Hitler was beter gestemd dan een jaar eerder, toen Rommel het had gewaagd te pleiten voor een vredesverdrag met de geallieerden.

In een gesprek met propagandaminister Joseph Goebbels zei Hitler:

‘Rommel wordt gedreven door woede en haat, en heeft al zijn energie gestoken in het voltooien van de verdediging van Calais. De strijder in hem is weer ontwaakt.’

© Shutterstock

Belgische poorten hielden tanks tegen

Zoals de naam al doet vermoeden, waren de 3 meter brede en 2 meter hoge hekken een Belgische uitvinding. De Duitsers zetten er meer dan 23.000 op de Franse stranden.

Tanks konden er onmogelijk langs, en ze versperden de weinige wegen van het strand af. De Duitsers plaatsten ze ook langs het water, waardoor amfibische tanks rechtstreeks op de Duitse kanonnen af moesten rijden.

© Shutterstock

© Frihedsmuseet

Tsjechische egels doorstonden explosies

De Duitsers namen deze eenvoudige Tsjechische uitvinding over, die bestond uit een X-vormig stuk metaal met een steunpoot. Het obstakel, bijna 1,5 m hoog, moest tanks tegenhouden, net als de Belgische poort.

De zespotige ‘egels’ waren soms van oude spoorrails gemaakt en bleven intact tijdens een bombardement. Als er dichtbij een bom insloeg, gingen de egels hooguit aan de wandel. Welke kant ze ook op gingen, ze bleven een lastig obstakel.

© Frihedsmuseet

© Bundesarchiv, Bild 101I-719-0243-33 / Jesse / CC-BY-SA 3.0

Boomstammen moesten boten doen kantelen

Deze primitieve versperring, die op de zeebodem bij het strand werd aangebracht, noemden de Duitsers Hemmbalken (rembalken).

Ze waren gemaakt van dikke boomstammen, en als een geallieerd landingsvaartuig op zo’n schuine balk voer, sloeg het om en vielen alle soldaten in het water. Veel Hemmbalken werden voorzien van mijnen, die dood en verderf zaaiden als er een boot op liep.

© Bundesarchiv, Bild 101I-719-0243-33 / Jesse / CC-BY-SA 3.0

Rommel en Hitler verwachtten veel van het wonderwapen dat vanaf juni dood en verderf moest gaan zaaien in
Groot-Brittannië. De V1, een bom met straalaandrijving, bevatte 850 kilo springstof en kon Londen en andere doelen in Zuid-Engeland raken.

Als de geallieerde invasie mislukte, zou het Duitse V1-offensief de Britten op termijn breken. Hitler wist echter niet dat Rommel ook bezig was met een alternatieve manier om de oorlog te beëindigen. Via zijn stafchef Hans Speidel was de Woestijnvos in contact gekomen met een groep Duitse officieren die Hitler uit de weg wilden ruimen.

Storm stelt Duitsers gerust

Het was al eind mei 1944 en de geallieerde invasie uit het westen liet nog op zich wachten. Rommel bezocht Caen in Normandië en waarschuwde de soldaten dat ze zich niet te veilig moesten wanen.

‘Mijn heren, ik ken de Engelsen uit Afrika en Italië. En ik kan u verzekeren dat ze een landingsplaats zullen kiezen waarvan ze denken dat wij er geen invasie verwachten. Dat zal hier zijn, op deze plek.’

Tot dan toe had Rommel steeds Calais aangewezen als landingsplaats van de geallieerden. Misschien had de twijfel nu toegeslagen, of wilde hij de soldaten gewoon motiveren, want aan dit deel van de kust moest nog veel werk worden verzet.

Iedereen wist dat de invasie aanstaande was, want geallieerde vliegtuigen bestookten Noord-Frankrijk onophoudelijk, en de komende dagen was het vollemaan en was het getij optimaal voor een landing. Maar Rommel werd gerustgesteld toen hij het weerbericht voor 4 juni zag.

Door harde wind was een operatie een paar dagen lang uitgesloten, en daarna zou de vijand pas aan het eind van de maand een nieuwe kans hebben. Opgelucht nam hij plaats in zijn stafauto, die hem naar Zuid-Duitsland bracht om de 50e verjaardag van zijn vrouw te vieren.

Op D-day, 6 juni 1944, dook een geallieerde vloot op bij Normandië.

© United States Coast Guard

En Rommel was niet de enige die zijn waakzaamheid liet verslappen. In Normandië liepen de Duitse hoofdkwartieren leeg. Hoge officieren begaven zich naar Bretagne voor een oefening nu het gevaar van een invasie geweken leek te zijn.

Hitler stopt de tanks

Op 6 juni rond 10.15 uur ging in huize Rommel de telefoon. Opgewonden vertelde stafchef Hans Speidel dat de geallieerden aan het landen waren. Speidel had het opperbevel al toestemming gevraagd om de pantserreserves in te zetten.

Hij had zelfs de 12e SS-Pantserdivisie bevolen naar de kust te gaan, al stond die niet onder het bevel van Legergroep B. Maar na een order van hogerhand waren de tanks gestopt.

Niemand mocht zich verplaatsen zonder groen licht van Hitler, en die stond gewoonlijk pas aan het eind van de ochtend op. Rommel was al in zijn auto gesprongen en was onderweg naar Frankrijk.

© Claus Lunau/Historie

Kustbatterijen dekten de stranden

Langs de bezette Atlantische kust stonden Duitse batterijen zo dicht op elkaar dat een geallieerde invasievloot altijd binnen bereik van de kanonnen was.

De grootste kanonnen konden doelen raken in een straal van ruim 40 kilometer, terwijl middelgrote een kleiner stuk van de zee bestreken. Alleen op plaatsen waar steile hellingen of kliffen het de geallieerde troepen onmogelijk maakten aan land te gaan, kwamen geen kustbatterijen.

‘Het is maar de vraag of Rommel iets had kunnen uitrichten als hij in zijn hoofdkwartier geweest was,’ zei admiraal Ruge later.

Voor Legergroep B, die de kust bewaakte bij Calais, was in dit kritieke ogenblik geen rol weggelegd. Alles hing nu af van de Duitse commandanten in Normandië en vooral de besluiten van Hitler.

De Führer beging een blunder door te aarzelen: hij dacht dat de landing in Normandië een afleidingsmanoeuvre was om de Duitse troepen weg te lokken uit Calais, waar de geallieerde hoofdmacht zou landen. Von Rundstedt en Rommel waren het daarmee eens, maar smeekten toch om versterkingen in Normandië.

Pas in de loop van de middag gaf Hitler de eerste eenheden vrij, en die waren zo ver van de kust dat ze pas de volgende dag ter plaatse zouden zijn.

Rommel dacht op de eerste dag in ieder geval zijn eigen 21e Pantserdivisie in te kunnen zetten. Maar ook die tanks bleken te ver weg te zijn.

Vóór de Tweede Wereldoorlog ontwikkelde de Duitse marine krachtige kanonnen voor de schepen. Veel daarvan belandden aan Hitlers Atlantikwall.

Ze hadden een groot bereik, maar konden verre doelwitten moeilijk raken. Ze hielden vijandelijke schepen echter wel op afstand, want doordat ze op het land stonden, waren ze nauwkeuriger dan kanonnen op een deinend scheepsdek.

© akg-images/Sammlung Foedrowitz

Het zwaarste Duitse geschut

  • Kaliber: 40,6 cm
  • Bereik: 42 km
  • Geplaatst: Noorwegen en Frankrijk
  • Taak: Vanuit Calais bestookten de Duitsers Zuid-Engeland. In Noorwegen beschermden drie kanonnen de toegang tot Narvik.

© akg-images/Sammlung Foedrowitz

© Bjoertvedt

Zelfde type als op het slagschip Bismarck

  • Kaliber: 38 cm
  • Bereik: 36 km
  • Geplaatst: Noorwegen, Denemarken en Frankrijk
  • Taak: Batterij Vara bij Kristiansand in Noorwegen en batterij Hanstholm in Denemarken hielden samen met zeemijnen geallieerde schepen uit het Skagerrak.

© Bjoertvedt

© Lars Erik Brattås

De kanonkoepels van het slagschip Gneisenau

  • Kaliber: 28 cm
  • Bereik: 40 km
  • Geplaatst: Noorwegen en Nederland
  • Taak: Fort Austrått in Noorwegen hield vijandelijke schepen uit de Trondheimfjord.

© Lars Erik Brattås

© Mads Winther/Ritzau Scanpix

Standaardkanon van de Kriegsmarine

  • Kaliber: 15 cm
  • Bereik: 23 km
  • Geplaatst: Noorwegen, Denemarken, Nederland, België en Frankrijk
  • Taak: Legde spervuur over mijnenvelden, haveningangen en riviermondingen.

© Mads Winther/Ritzau Scanpix

Bovendien waren ze op weg naar gedropte Britse parachutisten toen het hoofdkwartier ze naar de kust stuurde. Daardoor ging kostbare tijd verloren. Pas in de avond ging een colonne in de tegenaanval, en die slaagde er bijna in door te breken naar zee, maar toen ging de zon onder. De geallieerden waren aan land.

Hoofdkwartier opgeblazen

De uren na de geallieerde landing waren beslissend. Dat had Rommel al gezegd sinds hij het bevel over Legergroep B had gekregen, maar de vijand had op alle vijf de invasiestranden voet aan de grond weten te krijgen.

Alleen op Omaha Beach hadden Duitse stellingen een bloedbad aangericht.

Volgens de Britten was Rommel zo sluw als een vos, maar op D-day werd het tactische genie overrompeld.

Zelfs als de kust van Normandië op tijd was versterkt, zoals Rommel had geprobeerd, was de invasie niet voorkomen. Het was altijd de bedoeling geweest dat de bunkers en mijnenvelden de vijand slechts zodanig zouden vertragen dat tanks konden aanrukken om hem te raken als hij op zijn kwetsbaarst was. Maar de pantserdivisies kwamen te laat.

De geallieerden noemden de uitvinding van de Woestijnvos ‘Rommel-asperges’.

© Carsten Yttesen/Historia

Rommels vinding moest Atlantikwall rugdekking geven

Voordat de geallieerde invasie begon, zouden parachutisten achter de Atlantikwall landen, zo voorspelde Rommel correct. De eerste golf zou bestaan uit luchtlandingstroepen, waarna grote zweefvliegtuigen zouden landen met kanonnen, voertuigen en meer troepen.

Rommel wilde hun een warm onthaal bereiden.

Daartoe zette hij alle geschikte landingsplekken vol met palen. Op elke vierkante kilometer open terrein werden 1000 houten of stalen palen van 2 tot 4 meter lang in de grond geslagen – en een spinnenweb van prikkeldraad verbond ze.

Een op de drie palen had een springlading. Als zweefvliegtuigen wilden landen, zouden de palen en het prikkeldraad de kwetsbare romp van hout en canvas aan flarden scheuren.

De geallieerden gaven de Duitse versperringen de bijnaam ‘Rommel-asperges’. Veel ervan stonden echter op de verkeerde plek omdat de landingszones over het algemeen dichter bij de kust lagen dan Rommel had voorzien. Op D-day hadden de geallieerden weinig last van Rommels asperges.

Geyr von Schweppenburg en zijn tanks werden op 7 juni onder Rommels bevel geplaatst. Maar de tegenaanval moest worden afgeblazen. Zelfs de dichtstbijzijnde tankeenheden moesten ruim 100 kilometer afleggen naar de kust en werden bestookt door geallieerde vliegtuigen.

Op 9 juni rukte een aantal verzwakte eenheden aan, maar die werden snel teruggedreven. Een dag later maakten vijandelijke vliegtuigen het hoofdkwartier van Geyr von Schweppenburg met de grond gelijk.

‘Het was de ironie van het lot dat juist hij zo zwaar getroffen moest worden door de geallieerde luchtmacht. Dat conventionele tankoperaties, die in Rusland zo effectief waren geweest, in Frankrijk geen zoden aan de dijk zetten, was een les die te laat werd geleerd,’ schreef Ruge.

De Atlantikwall had gefaald, en Von Schweppenburgs plan voor een tegenaanval was in duigen gevallen.

VIDEO: Geallieerde vliegtuigen bestoken de Duitsers

Toen zijn tanks aankwamen, werden ze verspreid om de gaten op te vullen die in de verdediging werden geslagen. Het initiatief lag bij de geallieerden, die steeds meer soldaten aan land zetten.

Veldmaarschalk spreekt Hitler tegen

Rommels Legergroep B wist het geallieerde bruggenhoofd na de landing enigszins af te schermen. Maar er werden zware verliezen geleden in Normandië.

Overdag stortten geallieerde vliegtuigen zich op alles wat bewoog, en slagschepen voor de kust bestookten het achterland. Op 10 juni schreef Rommel:

‘Er werden tot 640 kanonnen ingezet. Het effect is zo hevig dat er überhaupt geen operaties kunnen plaatsvinden binnen het bereik van deze snelvurende artillerie.’

Een week later arriveerde Hitler in Rommels hoofdkwartier om met Von Rundstedt een nieuwe strategie uit te stippelen.

Hitler overlaadde zijn veldmaarschalken met geschenken om hun loyaliteit te kopen.

© Akg-Images/Ritzau Scanpix

Rommel wilde van Hitler af

In 1944 was Rommel bereid om Hitler ten val te brengen, maar de bronnen zijn het niet eens over de vraag hoe ver de veldmaarschalk wilde gaan.

De twee Duitse veldmaarschalken wilden een Duitse terugtrekking en riepen de Führer op om zelf het front te bezoeken, zodat hij een indruk kon krijgen van de penibele situatie.

De vijand moest verder landinwaarts doordringen terwijl de Duitsers zich hergroepeerden, vonden de bevelhebbers. Dan zouden de tanks weer in de tegenaanval gaan – ongeveer zoals Von Schweppenburg eerder dat jaar had voorgesteld.

Rommel zei later tegen zijn familie dat hij de kans op succes zeer gering achtte. Maar alles was beter dan de huidige stellingenoorlog voortzetten.

De volgende ochtend sloeg er een verdwaalde V1 in bij het Duitse hoofdkwartier, en Hitler vertrok naar Duitsland zonder nieuwe orders te geven.

Eind juni deden Rommel en Von Rundstedt een nieuwe poging om Hitler de situatie uit te leggen, maar de Führer bleef zeggen dat de Duitse troepen stand moesten houden en de vijand terug in zee moesten drijven.

Het werd een verhitte discussie, en toen de twee veldmaarschalken weggingen, verwachtten ze ontslagen te worden.

Op veel plaatsen verborgen de Duitsers hun kanonstellingen in het landschap. Ze leken op boerderijen, vissershutten of schuren.

© Occupation Archive

Maar alleen Von Rundstedt werd uit zijn functie ontheven. Hij werd vervangen als commandant in het westen door Günther von Kluge, die al snel inzag dat Hitler aan het luchtfietsen was. Het zou rampzalig aflopen voor de Duitsers in Frankrijk, maar Rommel zou dat niet meemaken.

Geallieerden nemen Rommel onder vuur

Duitse voertuigen in Normandië werden dagelijks aangevallen door geallieerde jachtbommenwerpers. Daarom bood een generaal die Rommel op 17 juli bezocht aan om diens zwarte Horch-dienstauto te vervangen door een minder opvallend exemplaar.

Rommel sloeg het aanbod echter af, en dat had hij niet moeten doen. Om 16.00 uur ging hij op weg naar zijn eigen hoofdkwartier.

De chauffeur reed over kleine weggetjes met bomen aan weerszijden en zigzagde om uitgebrande Duitse voertuigen heen. Na een paar uur moest hij zich echter wel op een hoofdweg wagen en gaf hij plankgas om zo snel mogelijk een bos te bereiken.

Maar Britse piloten hadden de auto gespot, en twee Spitfires doken erop af. Toen ze in de buurt waren, openden ze het vuur.

Video: Bekijk de luchtaanval op Rommel

20mm-projectielen doorboorden de auto en de chauffeur werd geraakt. Hij zakte aan het stuur in elkaar en de auto botste op een boomstronk. Rommel werd eruit geslingerd.

‘De veldmaarschalk lag bewusteloos op de grond. Het bloed stroomde uit wonden in zijn gezicht, te weten rond een oog en de mond,’ zei een stafofficier later.

Rommel had een schedelbreuk en een gebroken kaak opgelopen, en zijn gezicht zat vol wonden door de verbrijzelde voorruit. Een Franse arts die hem behandelde, betwijfelde of hij het zou overleven.

Maar de veldmaarschalk haalde het, terwijl de Amerikanen aan een offensief begonnen waarmee ze door het Duitse front in Normandië zouden breken om aan hun opmars naar Duitsland te kunnen beginnen.

Hitler neemt wraak op Rommel

In het najaar van 1944, toen hij nog aan het herstellen was in zijn huis bij het Zuid-Duitse Bodenmeer, kreeg Rommel onaangekondigd bezoek van twee generaals uit Hitlers hoofdkwartier.

Ze vertelden hem dat zijn naam was genoemd in verband met de bomaanslag van Von Stauffenberg op Hitler in de Wolfsschanze enkele maanden eerder.

VIDEO: Kijk hoe de Atlantikwall onder de voet wordt gelopen

Hoewel hij volgens het onderzoek niet actief betrokken was bij het complot, was Rommel ervan op de hoogte geweest. En hem werd nu verweten dat hij geen alarm had geslagen.

Hitlers handlangers stelden de veldmaarschalk voor een keuze:

Hij kon zich proberen te verantwoorden tegenover Hitler, of zijn lot in handen van een volksrechtbank leggen, die uit fanatieke nazi’s bestond. In beide gevallen was een doodvonnis onvermijdelijk. Bovendien zou er wraak genomen worden op alle stafleden van Rommel, en zijn familie zou huizen en andere bezittingen kwijtraken.

Er was ook een derde mogelijkheid: Rommel kon zelfmoord plegen. De omstandigheden zouden niet aan het licht komen, want Hitler kon niet aan de grote klok hangen dat zijn grote oorlogsheld met de coupplegers had gesympathiseerd.

Rommel wist wat hem te doen stond. Hij trok zijn uniformjas aan en liep met de twee generaals mee naar hun auto.

Zoals beloofd logen de nazi’s over Rommels zelfmoord en gaven ze hem een staatsbegrafenis.

© Bundesarchiv, Bild 183-J30702 / Hoffmann / CC-BY-SA 3.0

Het was 14 oktober 1944, en na een korte rit stopten ze op een afgelegen weg. Rommel kreeg een cyanidecapsule en de chauffeur en de generaals verlieten de auto. Toen ze even later terugkeerden, was de passagier dood.

Volgens de nazipropaganda was Rommel bezweken aan de verwondingen van de luchtaanval, en vier dagen later kreeg hij een staatsbegrafenis. Toen speelde de Atlantikwall allang geen rol meer in de oorlog.