Our website does not support Internet Explorer.

To get the best experience on our website and of our content, please use a more modern browser like Edge, Chrome, Safari or similar.

Noodoplossing werd de schrik van de Duitsers

In 1941 arriveerden de eerste P-51 Mustangs uit de VS, maar de jager viel tegen. Britse ingenieurs vormden de Mustang om tot het belangrijkste wapen van de oorlog.

Fine Art/Getty Images

In de lucht tekenen zich 21 stipjes af. Het is oktober 1944 en Charles ‘Chuck’ Yeager denkt dat het Messerschmitt Bf 109-jagers zijn die op weg zijn om Amerikaanse bommenwerpers te onderscheppen.

Hij dropt zijn extra benzinetanks, zodat zijn vliegtuig nog sneller wordt en met ruim 700 km/h kan aanvallen.

Yeager en zijn groep hebben de zon in de rug en de Duitsers hebben geen idee van wat hun te wachten staat.

‘Het was bijna grappig om twee snelle kills te scoren zonder ook maar een schot te lossen.’
Chuck Yeager, piloot tijdens de Tweede Wereldoorlog

Pas op het laatste moment ziet een van de Duitse piloten de Amerikanen aanstormen.

Hij probeert te ontkomen, maar botst op een andere Messer­schmitt. Beide piloten springen uit hun vliegtuig.

‘Het was bijna grappig om twee snelle kills te scoren zonder ook maar een schot te lossen,’ aldus Yeager later.

Hij draait zijn vliegtuig, op zoek naar een nieuw slachtoffer dat hij met een kort, nauwkeurig salvo neerschiet.

Een vierde Duitse piloot valt Yeager van achteren aan. De Amerikaan trekt zijn Mustang in een steile klim en maakt een rol, zodat hij onder zijn achtervolger komt.

Hij schiet de Messerschmitt aan flarden met een kort salvo en even later haalt hij een vijfde tegenstander neer tijdens een scherpe duik.

In luttele minuten is Yeager een aas geworden.

Als ze weer op de basis zijn geland, zeggen zijn makkers gekscherend dat hij nogal hebberig was.

Samen met de andere piloten viert Yeager dat ze zojuist hebben laten zien hoe dodelijk de P-51 Mustang kan zijn met de juiste piloot achter de stuurknuppel.

Er was toen meer dan twee jaar lang koortsachtig aan de jager gesleuteld en nu waren alle schoonheidsfoutjes en gebreken eindelijk weggewerkt.

Vliegtuigen voor de Britten

Aan het begin van de Tweede Wereldoorlog produceerde de Californische vliegtuigbouwer North American Aviation kleine trainingsvliegtuigen.

Hij had nog geen ervaring met oorlogsvliegtuigen, maar het duurde niet lang voordat wanhopige Britse ambtenaren het bedrijf een steuntje in de rug gaven.

De Britse vliegtuigfabrieken konden zelf niet genoeg jagers produceren en de Amerikaanse industrie werd gevraagd om bij te springen.

De North American Aviation-fabriek produceerde 15.586 jagers van het type P-51 Mustang in de fabriek in Californië. Deze vliegtuigen waren erg belangrijk in de oorlog.

© Library of Congress/Getty Images

Een Britse commissie van het ministerie van Defensie ging daarom begin 1940 naar de Verenigde Staten.

De Britten waren bereid om alles te kopen waar vleugels aan zaten en ze waren in het bijzonder geïnteresseerd in de nieuwe Curtiss P-40 Warhawk.

Ze moesten echter achteraan aansluiten in de rij met klanten, want de VS hadden zelf net 500 P-40-vliegtuigen besteld.

‘Ze kan zich met alle vliegtuigen van de Duitsers meten. Ze is een P-51 Mustang, ons beste jachtvliegtuig. Ze kan zich met alle vliegtuigen van de Duitsers meten.‘
Chuck Yeager, piloot tijdens de Tweede Wereldoorlog

De Curtiss-fabrieken konden de vraag niet aan, dus bedachten de Britten een oplossing: ze vroegen North American Aviation, dat ruimte had, hoe snel ze de Warhawk in licentie konden bouwen. Ze kregen een verrassend antwoord.

‘Wij kunnen een beter vliegtuig ontwerpen en bouwen,’ zo beweerde de hoofdontwerper bij North American. De fabriek beloofde zelfs dat ze het nieuwe vliegtuig sneller konden leveren dan eventuele kopieën van de Warhawk.

De Britten accepteerden het aanbod en bestelden 320 exemplaren van een vliegtuig dat nog niet eens bestond.

Chuck Yeager

Chuck Yeager schoot 11 Duitse vliegtuigen neer tijdens de oorlog.

© Bettmann/Getty Images

Azen hielden van de Mustang

Chuck Yeager is het bekendst doordat hij als eerste mens met een straaljager de geluidsbarrière doorbrak, maar tijdens de Tweede Wereldoorlog vloog hij missies boven Duitsland.

In zijn P-51 met de naam Glamorous Glen (vernoemd naar zijn vriendin) schoot hij op één dag vijf Duitsers neer. Yeager was natuurlijk opgetogen over het vliegtuig waarin hij dat deed:

‘Glamorous Glen is altijd mooi. Ze is een P-51 Mustang, ons beste jachtvliegtuig.

Ze kan zich met alle vliegtuigen van de Duitsers meten.

Ze heeft een bereik van 3000 kilometer en heeft de luchtoorlog boven Duitsland veranderd. We kunnen onze bommenwerpers altijd beschermen.

Dankzij de Packard-Rolls-Royce Merlin-motor is ze snel en wendbaar. Ze is de droom van iedere piloot.’

Prototype in recordtijd klaar

Exact 102 dagen na het plaatsen van de bestelling was het prototype NA-73X klaar. Het was slechts een romp zonder motor en had de wielen van een ander vliegtuig, maar het was hoe dan ook een indrukwekkende prestatie.

Normaal duurde het jaren om een vliegtuig te ontwikkelen, maar North American Aviation was niet vanaf nul begonnen.

Hoofdontwerper Edgar Schmued dacht al tijden na over hoe hij de beste jager zou kunnen ontwerpen.

Hij had al tekeningen gemaakt en aerodynamische tests uitgevoerd. Het enige wat hij nog nodig had, was een klant die de ontwikkeling wilde financieren.

Dankzij de Britse bestelling kon hij direct aan de slag. De van oorsprong Duitse Schmued maakte deel uit van een trio dat de Luftwaffe van Hitler de genadeklap zou toedienen.

Iedereen die een beetje verstand had van vliegtuigen vond dat het prototype NA-73X er vrij wonderlijk uitzag. De luchtinlaat voor het koelsysteem van de motor zat op een rare plek: onder de cockpit.

Bij andere jagers zat de inlaat namelijk tussen de propeller en de cockpit.De vleugels waren hoekig en hadden geen vloeiende vorm, zoals bij veel andere vliegtuigen.

De Amerikanen presenteerden hun prototype aan de Britten, die bijzonder tevreden waren.

Voordat het eerste vliegtuig was geleverd, bestelden ze nog eens 300 exemplaren.

Niet geschikt voor Europa

De eerste lading jagers werd als bouwpakket per schip over de Atlantische Oceaan getransporteerd.

Ze bereikten Liverpool in oktober 1941 en vanuit de haven werden ze vervoerd naar een vliegbasis, waar ze in elkaar werden gezet en met Britse radio’s en andere belangrijke onderdelen werden uitgerust.

‘De Mustang voert alle manoeuvres net zo goed uit als de Spitfire, maar dan een stuk rustiger.’
Brits rapport

De Britten noemden het vliegtuig Mustang, naar het wilde Amerikaanse paard dat op de prairies rondloopt.

Nu was het aan de testpiloten om te onderzoeken of het vliegtuig net zo lichtvoetig was als het dier. De resultaten waren positief en in het rapport stond:

‘De Mustang voert alle manoeuvres net zo goed uit als de Spitfire, maar dan een stuk rustiger. Hij doet het goed op het gebied van luchtacrobatiek en je kunt er makkelijk mee landen. De Mustang neemt wel wat meer ruimte in dan de Hurricane of Spitfire.’

Het rapport was dus erg positief, maar de Britten hadden de Mustang nog niet getest op hoogten boven de 5000 meter.

In de ijlere lucht begonnen de problemen voor de Mustang. Hij was namelijk voorzien van dezelfde zwakke motor als de P-40 Warhawk, de Allison V-1710.

De Britse luchtmacht, RAF, beschikte ook over de P-40, maar had inmiddels besloten dat hij niet geschikt was voor luchtgevechten boven Europa, die meestal op grote hoogte plaatsvonden.

De P-40 werd wel met succes in Noord-Afrika ingezet, waar andere dingen van een vliegtuig werden gevraagd.

Dit lot stond de Mustang eigenlijk ook te wachten en dan was het nooit de jager geworden die zo beslissend was in de luchtoorlog boven Europa.

De RAF koos er toch voor de Mustang te blijven gebruiken voor spionage boven Frankrijk en voor aanvallen op treinen en havens.

Deze missies waren niet erg bijzonder, maar ze leidden er wel toe dat een testpiloot van motorproducent Rolls-Royce het vliegtuig onder ogen kreeg en op een idee kwam.

Buitenbeentje brak de regels

Niets stond de ontwikkeling van de Mustang in de weg. Nieuwe ideeën leidden tot een bijzondere vormgeving, waardoor hij er wat hoekig uitzag. Maar in de lucht waren de elegante Duitse jagers geen partij voor hem.

PhotoQuest/Getty Images

Sneller door glad metaal

Amerikaanse vliegtuigen hadden in 1944 geen camouflagekleuren meer. De Mustang werd daardoor lichter en het gladde aluminium zorgde ook voor minder luchtweerstand.

PhotoQuest/Getty Images

Kap voor beter zicht

De laatste versie van de Mustang had een druppelcockpit die zorgde voor een uitstekend zicht rondom. Vijandelijke vliegtuigen konden de Mustang maar moeilijk van achteren aanvallen.

PhotoQuest/Getty Images

Bijzondere vleugeltips

Veel geallieerde ontwerpers dachten dat de ronde vleugeltips de luchtweerstand verkleinden. De Mustang had echter hoekige tips, omdat uit onderzoek was gebleken dat dit aerodynamischer was.

PhotoQuest/Getty Images

Wapens in de vleugels

De Mustang beschikte niet over een groot arsenaal. In iedere vleugel zaten drie Browning M2-machinegeweren. Ze waren licht, maar dodelijk genoeg om andere jagers mee neer te schieten. Een verwarming zorgde ervoor dat de machinegeweren op grote hoogte niet bevroren.

PhotoQuest/Getty Images & USAAF

Dikke buik gaf een zetje

Om de motor af te koelen had de Mustang een luchtinlaat onder de buik. De piloten noemden dit de belly scoop (buikschep). Door deze warmtewisselaar had de Mustang een afwijkende vorm, maar kreeg hij meer snelheid: de warme lucht werd samen- en naar buiten geperst, als bij een straalmotor.

PhotoQuest/Getty Images & Shutterstock

Luchtoffensief wordt een bloedbad

Terwijl de Mustangs hun onbeduidende missies boven Frankrijk vlogen, raakten de VS bij de Tweede Wereldoorlog betrokken.

Amerikaanse vliegtuigen arriveerden op bases in Groot-Brittannië en namen deel aan het luchtoffensief dat de RAF had gelanceerd tegen de Duitse industriesteden.

De Britten kozen ervoor om ’s nachts aan te vallen, terwijl de Amerikanen dat overdag deden.

‘De jagers waren genadeloos. Het was gewoon een moordpartij.’
Amerikaanse bommenwerperpiloot.

Op 17 augustus 1943 stegen er 376 B-17 Flying Fortress-bommenwerpers op voor een aanval op de grote industriesteden Regensburg en Schweinfurt in Zuid-Duitsland.

De bommenwerpers werden eerst geëscorteerd door jagers, maar die keerden door brandstofgebrek snel terug naar Engeland. Nu stonden de bommenwerpers er alleen voor.

Volgens de Amerikanen konden de zwaarbewapende B-17’s zichzelf verdedigen als ze in formatie bleven vliegen.

Die informatie klopte niet: er werden er 60 neergehaald en het grondpersoneel draaide overuren om de resterende vliegtuigen weer op te knappen.

De verliezen waren vier keer hoger dan wat de Amerikaanse vliegtuigin­dustrie kon aanvullen.

Het gevechtsrapport was echter te positief en dikte de verwoestingen die de bommenwerpers hadden aangericht flink aan. Daarom besloten de Amerikanen om in oktober 1943 nog een keer een aanval uit te voeren op Schweinfurt. De Duitse Luftwaffe was er helemaal klaar voor.

‘De jagers waren genadeloos. Het was gewoon een moordpartij,’ zo verklaarde een Amerikaanse piloot later.

60 bommenwerpers werden neergeschoten en nog eens 17 stuks bleken zo zwaar beschadigd te zijn, dat ze niet meer konden worden gebruikt.

Bijna 600 Amerikanen lieten het leven en de overlevenden kwamen in krijgsgevangenschap terecht.

Motor krijgt extra zuurstof

Hoog in de lucht hadden motoren een compressor nodig om de dunne lucht samen te persen, zodat er geen storing zou optreden in de verbranding.

De meeste compressoren hadden één centrifuge, maar de geweldige Rolls-Royce Merlin-motor had er twee.

De snelheid van de centrifuges werd aangepast aan de vlieghoogte.

Lucht werd door de centrifuges samengeperst.

Op 10 kilometer hoogte kreeg de motor meer zuurstof dan op zeeniveau.

Brit maakt Mustang tot een succes

De catastrofale aanval op Schweinfurt werd later ‘Zwarte Donderdag’ genoemd, maar volgens de generaals van de Amerikaanse luchtmacht was de aanval een groot succes.

‘De tegenstand is niet meer wat het geweest is en we hebben ze bijna op de knieën. Het verlies van 60 Amerikaanse bommenwerpers bij Schweinfurt was niet meer dan een tragisch ongeval,’ aldus generaal Henry Arnold.

De zelfverzekerde woorden van de generaal waren puur voor de bühne.

Het luchtoffensief werd gestaakt totdat er een nieuwe strategie was bedacht. Er moesten nieuwe bommenwerpers komen en nieuwe bemanningen worden opgeleid.

Maar eerst moesten de Amerikanen bedenken hoe de kwetsbare vliegmachines konden worden beschermd, op de heen- en terugweg.

De Brit Ronald Harker was de tweede van drie mannen die ervoor zorgden dat de Mustang een van de meest bepalende wapens van de oorlog werd.

Harker was testpiloot bij motorproducent Rolls-Royce.

In de winter van 1942 probeerde hij al eens een Mustang uit en ook hij constateerde dat het vliegtuig het geweldig deed op lage hoogte. Hij dacht echter dat de jager het net zo goed zou doen op 10 kilometer hoogte als de Allison-motor zou worden vervangen door de krachtige Rolls-Royce Merlin-motor.

Harkers idee was eenvoudig, maar zijn bazen gingen er niet in mee.

Rolls-Royce produceerde Merlin-motoren voor de belangrijke Britse Spitfires en ze vonden het waanzin om ze te gebruiken voor een waardeloos Amerikaans vliegtuig.

De RAF had jagers nodig om Groot-Brittannië te verdedigen en dat kon de Spitfire prima.

Na lang aandringen kreeg Harker toch vijf Merlin-motoren om in de Mustang te proberen.

Een Mustang wordt bewapend op een Amerikaanse basis. De piloot beschikte over zes machinegeweren en in totaal 1840 patronen.

© Galerie Bilderwelt/Getty Images

De motoren werden in Mustangs geplaatst en toen een generaal een testvlucht bijwoonde, was hij zeer onder de indruk.

Op zijn verzoek werden twee testmachines overgedragen aan het Amerikaanse leger.

Terwijl de Britten de Mustang in de strijd gebruikten, probeerde North American Aviation een contract af te sluiten met het Amerikaanse leger.

Dat was echter sceptisch, want de Mustang was een vliegtuig dat volgens Britse, en dus buitenlandse, specificaties was gebouwd.

Voorlopig werd alleen de duikbommenwerpervariant afgenomen. Pas toen de ervaringen van de luchtoorlog boven Europa doorsijpelden in de Verenigde Staten, veranderde de mening over de Mustang.

Dankzij de nieuwe motor was de Mustang een fantastisch jachtvliegtuig geworden. En aangezien autoproducent Packard uit Detroit de Rolls-Royce-motoren in licentie bouwde, kon de productie flink worden opgeschroefd.

De motor was eigenlijk bedoeld voor de nieuwe versie van de P-40 Warhawk, maar men zag meer potentie in de Mustang.

Toen North American Aviation de eerste testversies met Packard-motoren leverde, was het leger om. De Mustang was snel en wendbaar, en had nu ook een enorm vliegbereik.

Amerikaanse vliegtuigen hadden altijd al een grote brandstoftank, want alles is de VS was en is nou eenmaal groot.

De oorspronkelijke variant van de Mustang kon daarom al 700 liter brandstof meenemen, daar waar de Britse Spitfire slechts ruimte had voor 320 liter.

In de nieuwe variant met de Packard Rolls-Royce-motor werd het verschil nog groter.

De motor was namelijk 120 kg zwaarder dan de Allison-motor en voor de balans werd er daarom nog een extra brandstoftank van 320 liter achter de cockpit geïnstalleerd.

Met meer dan 1000 liter brandstof aan boord vloog de Mustang verder dan welke jager ook. Het Amerikaanse leger bestelde direct 2200 exemplaren.

Extra brandstof voor een ongekend bereik

De P-51 Mustang was niet alleen heel wendbaar, snel en goed op grote hoogte. Geen enkel jachtvliegtuig kon tippen aan zijn bereik.

De brandstoftank van de Mustang bood, na de upgrades in 1943, ruimte aan 1020 liter benzine – drie keer zoveel als in een Spitfire.

Dankzij twee extra tanks onder de vleugels werd het bereik van de Mustang nog veel groter.

Iedere droptank bood ruimte aan nog eens 409 liter brandstof en als ze leeg waren, dan liet de piloot ze gewoon vallen.

Dat deed hij overigens ook als hij vijandelijke jagers tegenkwam. Zonder deze tanks was de Mustang namelijk nog sneller en wendbaarder.

Bommenwerpers keren terug

In december 1943 ontvingen de Amerikaanse squadrons in Groot-Brittannië voor het eerst de P-51.

De nieuwe jager had een bereik van 1530 km, dat kon worden vergroot tot 2660 km, met extra brandstoftanks onder de vleugels.

Dit was ruim voldoende voor een vlucht naar Berlijn en weer terug.

Sinds de aanval op Schweinfurt hadden de Amerikanen geen bomaanvallen op Duitsland meer uitgevoerd.

Nu kon de P-51 Mustang ze echter beschermen en in februari 1944 werd de Duitse industrie zes dagen lang onophoudelijk gebombardeerd, later ook wel Big Week genoemd.

Nu was het tijd voor een aanval op het hart van Duitsland, Berlijn.

‘Toen ik Mustangs boven Berlijn zag, wist ik meteen dat de oorlog verloren was.’
Hermann Göring, hoofd van de Luftwaffe

Het was 4 maart en Chuck Yeager zat in zijn P-51 Mustang. Op een hoogte van 8,5 kilometer vloog hij rondjes boven de Amerikaanse bommenwerpers.

Amerikaanse piloten kregen tijdens hun opleiding het volgende op het hart gedrukt: ‘De Duitser die jou neerschiet, is de Duitser die je niet zag aankomen.’

Yeager keek daarom continu achterom, maar hij zag die dag geen enkele vijand.

Sterker nog, de hele operatie was eigenlijk een fiasco, want de bewolking zorgde ervoor dat de meeste bommenwerpers hun doelwitten niet konden vinden. De aanval toonde echter wel aan dat de oorlog zo langzamerhand in een beslissende fase terecht was gekomen.

Hermann Göring, commandant van de Luftwaffe, zei later:

‘Toen ik Mustangs boven Berlijn zag, wist ik meteen dat de oorlog verloren was.’

Twee dagen later, op 6 maart 1944 vlogen Amerikaanse bommenwerpers opnieuw naar Berlijn.

In totaal 660 bommenwerpers werden vergezeld door 150 Mustangs. De Luftwaffe zette met zo’n 400 vliegtuigen de tegenaanval in.

‘Amerikanen en Duitsers lieten hun extra tanks vallen alsof het boksers waren die hun cape afdoen als ze de ring in stappen,’ stond er in een rapport. Zonder de tanks waren de jagers veel wendbaarder en de piloten dropten ze voordat ze aan het gevecht begonnen.

Die dag gingen 69 Amerikaanse vliegtuigen verloren, maar de aanval was een succes. Industriegebieden in en rond Berlijn gingen in vlammen op en de Duitsers hadden zware verliezen geleden: tijdens deze aanval en andere acties in maart verloor de Luftwaffe ruim 20 procent van haar ervaren piloten.

De Duitsers hadden niet meer de middelen om piloten en materieel snel te vervangen, en dat was nou precies de bedoeling van de strategie die generaal James Doolittle had uitgedacht.

Hij was de derde man van het trio dat de Mustang tot een groot succes maakte.

Nieuwe strategie sloopt de Luftwaffe

Doolittle gooide de Amerikaanse strategie helemaal om.

Waar het eerst zaak was om de Luftwaffe te ontlopen, benoemde hij de Duitse luchtmacht tot het belangrijkste doel. Hij wilde Berlijn aanvallen, omdat hij wist dat de Duitsers hun hoofdstad zouden verdedigen.

De strategie van Doolittle betekende ook dat de Mustang-piloten niet alleen de Amerikaanse bommenwerpers moesten beschermen, maar actief op zoek mochten gaan naar onoplettende Duitse vliegtuigen die op weg waren om de indringers aan te vallen.

Chuck Yeager maakte ook deel uit van deze zeer effectieve patrouilles:

‘De bemanningen van de bommenwerpers beweren dat zij de oorlog winnen door de Duitse industrie kapot te maken, maar wij denken dat wij de oorlog winnen omdat we een ratio van 10:1 hebben tegen de Luftwaffe.’

De indrukwekkende resultaten van de Amerikanen hadden ook tot gevolg dat de Duitsers bijna geen goede piloten meer hadden.

Ervaren officieren werden snel teruggeroepen van het Oostfront, zodat ze Nazi-Duitsland konden beschermen. Zij deden het echter niet veel beter dan de jonge piloten.

Een slecht getrainde Russische piloot was toch wel een ander soort tegenstander dan een Amerikaan in een uitstekende P-51 Mustang.

Door de strategie van Doolittle kreeg de Luftwaffe het steeds zwaarder.

De Mustang verscheen pas laat op het strijdtoneel, maar toch was dit het vliegtuig dat de meeste azen opleverde – een aas was een piloot die ten minste vijf tegenstanders had neergeschoten.

Tussen 1943 en 1945 verdienden 281 Amerikaanse piloten deze eretitel.

Tijdens de oorlog in Korea vlogen de Amerikanen nog met de Mustang.

© Granger/Imageselect

Koude Oorlog verlengde de levensduur

Straaljagers verschenen voor het eerst op het toneel tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog.

Dit luidde het einde in van vliegtuigen met een propeller. De P-51 Mustang ging echter nog een tijdje mee, omdat hij langer kon blijven vliegen dan andere vliegtuigen.

Toen de Koreaoorlog in 1950 uitbrak, was de P-80 Shooting Star de belangrijkste jager van de VS. Hij verbruikte echter zoveel brandstof dat hij maar kort inzetbaar was, voordat hij weer moest landen om te tanken.

Verder kon de Mustang goed worden ingezet vanaf primitieve vliegveldjes die haastig waren aangelegd en was hij zeer geschikt voor aanvallen op gronddoelen.

De Koreaoorlog was zijn laatste kunstje voor de Amerikanen, maar andere landen hielden hem nog vele jaren in dienst.

De Dominicaanse Republiek nam in 1984 als laatste land afscheid van de P-51.

Marathonmissies met de Mustang

In de zomer van 1944 escorteerden P-51 Mustangs bommenwerpers die doelen in Oost-Europa aanvielen.

De Amerikanen bombardeerden Duitse doelen in Polen, Hongarije en Roemenië om daarna door te vliegen naar Russische bases in Oekraïne, waar ze konden tanken en weer terugvliegen.

Tijdens een van deze missies gingen 75 bommenwerpers en 154 Mustangs op weg naar Gdansk in Polen.

Daar bombardeerden ze Hitlers vliegtuigfabrieken en vervolgens vlogen ze door naar Russische bases ten oosten van Kiev. Bij de landing hadden de bommenwerpers en jagers ruim 2600 kilometer gevlogen.

Vanaf geallieerde bases in Italië werden soortgelijke missies uitgevoerd. De resultaten waren echter niet geweldig en daarom werd Operation Frantic in september 1944 afgeblazen.

In het najaar van 1944 maakte de P-51 Mustang korte metten met alle tegenstanders.

Alleen de nieuwe Duitse straaljager, de Me 262, was een maatje te groot, maar daar waren er gewoon te weinig van.

Het luchtruim boven Europa behoorde toe aan de Mustang.

De Amerikaanse piloten mochten drie mannen dankbaar zijn voor hun mooie wapen: hoofdontwerper Schmued, die een snel en wendbaar vliegtuig had ontworpen, de Britse testpiloot Harker van Rolls-Royce, die op het briljante idee kwam om een andere motor in de Mustang te zetten, en generaal Doolittle, die begreep dat de Mustang de strijd aan moest gaan met de Duitsers als ze zich nog aan het groeperen waren om de bommenwerpers aan te vallen die de Mustangs moesten beschermen.

Lees ook:

Log in

Ongeldig e-mailadres
Wachtwoord vereist
Toon Verberg

Al abonnee? Heb je al een abonnement op ons tijdschrift? Klik hier

Nieuwe gebruiker? Krijg nu toegang!

Reset wachtwoord

Geef je mailadres op, dan krijg je een e-mail met aanwijzingen voor het resetten van je wachtwoord.
Ongeldig e-mailadres

Voer je wachtwoord in

We hebben een mail met een wachtwoord gestuurd naar

Nieuw wachtwoord

Enter a password with at least 6 characters.

Wachtwoord vereist
Toon Verberg