Adelaarsnest

Het Kehlsteinhaus kreeg de bijnaam Adelaarsnest. Tegenwoordig is het een restaurant.

© Wikimedia

Nazibouwwerken: Hitlers visies staan nog steeds

Adolf Hitler was een groot fan van architectuur als propagandamiddel. Diverse pompeuze bouwwerken zagen het levenslicht tijdens zijn bewind, en een deel ervan staat nog steeds.

7 juli 2016 door Tobias Schultz

De nazistische bouwwerken moesten ontzag inboezemen voor de positie van het duizendjarig rijk als grootmacht.

Al vroeg in zijn regeringsperiode stelde Hitler Albert Speer aan als hoofdarchitect. Beide mannen bewonderden de architectuur van de oude Grieken en Romeinen, en dat is terug te zien in diverse bouwwerken die de oorlog overleefden, zoals het Olympisch Stadion in Berlijn.

Daarentegen had Hitler geen hoge pet op van dé architectonische trend uit die tijd, avant-garde. Die beschouwde hij als entartet – ontaard of gedegenereerd.

Het Adelaarsnest

In april 1937 kwam Martin Bormann, een van Hitlers naaste medewerkers, op een briljant idee. Hij wilde als cadeau voor Hitler een ‘theehuis’ laten bouwen op de top van de berg Kehlstein nabij de Obersalzberg in de Beierse Alpen, waar Hitler zijn zomerresidentie had. Door de locatie van het theehuis op 1834 meter hoogte gaven de geallieerden het huis later de naam Eagle’s Nest – Adelaarsnest.

Het project werd razendsnel voltooid. Er werd de hele winter doorgewerkt – ondanks sneeuw en lawines – en in september 1938 was het Kehlsteinhaus klaar. Hoewel Hitler onder de indruk was, was hij niet heel blij met het huis. Hij had namelijk last van duizelingen en hoogtevrees en kon slecht tegen de ijle berglucht. In totaal legde hij slechts 14 officiële bezoeken af aan het Kehlsteinhaus, voor het laatst in oktober 1940. Hoe vaak hij er officieus was, is niet bekend. Maar vaak zal het niet geweest zijn.

Tegen het einde van de oorlog vreesden de geallieerden dat Hitler zich zou verschansen in een ‘Alpenvesting’ op de Obersalzberg. Daarom werd het complex op 25 april 1945 gebombardeerd door de Royal Air Force. Het Adelaarsnest was ook een doelwit, maar de geallieerden slaagden er niet in dit te raken.

Tegenwoordig wordt het Kehlsteinhaus gebruikt als café en restaurant.

Onderzeebootbasis Lorient

Onderzeebootbasis Lorient

Onderzeebootbasis Lorient.

© Wikimedia

In 1940 wilde grootadmiraal Karl Dönitz een basis vanwaar hij het verloop van de strijd op de Atlantische Oceaan en de Noordzee kon aansturen.

Daarom werd er in Lorient op het schiereiland Keroman aan de Franse westkust een enorme en geweldig sterke betonnen kolos gebouwd.

De bouw begon in 1941 en was een jaar later al voltooid.

30 onderzeeërs konden in de veilige betonnen haven terecht voor onderhoud. Ook werden ze bijgetankt en bewapend, voordat ze op pad gingen om geallieerde bevoorradingsschepen tot zinken te brengen.

Toen Amerikaanse troepen in 1945 Lorient bereikten en de stad razendsnel innamen, weigerden de Duitse soldaten op de basis zich over te geven.

Pogingen om de betonnen muren van de basis te bombarderen, liepen op niets uit. Uiteindelijk zagen de Amerikanen zich genoodzaakt de Duitsers uit te hongeren.

De Franse marine heeft de basis nog gebruikt tot 1997. Nu is het een museum.

Badhotel Prora

Badhotel Prora

Badhotel Prora.

© Wikimedia

In de jaren 1930 was de toeristische organisatie van de Duitse staat, Kraft Durch Freude, wereldwijd de grootste in zijn soort. Het enorme badhotel Prora op het eiland Rugen was dan ook een prestigeproject van jewelste.

Prora kon 20.000 vakantiegangers huisvesten. Alleen het hoofdgebouw was al 4,5 kilometer lang en had een prominente plek op slechts 150 meter van de kust.

Behalve het hoofdgebouw bestond Prora uit nog zeven woonblokken. Daar kwamen nog zwembaden en bioscopen bij, en verder alles wat een Duits gezin op vakantie zich kon wensen.

Het gebouw was ontworpen door Clement Klotz en de bouw startte in 1936.

Prora werd echter nooit in gebruik genomen als hotel. In 1939, toen het bijna klaar was, werd de bouw stopgezet en werden de medewerkers overgeplaatst naar het leger, dat veel ingenieurs en bouwvakkers nodig had.

Tijdens de oorlog fungeerde Prora als vluchtelingencentrum. Toen het stof van de Tweede Wereldoorlog was neergedaald, was Prora aan de oostkant van het IJzeren Gordijn beland, waar het tot 1956 onderdak bood aan Sovjettroepen. Daarna werd het overgenomen door het Oost-Duitse leger. Na de Duitse hereniging in 1989 werd Prora verlaten.

Op dit moment wordt het oude badhotel niet gebruikt, maar het verkeert nog steeds in relatief goede staat.

De flaktorens

Flaktoren in Wenen

Flaktoren in Wenen.

© Wikimedia

Smaken verschillen natuurlijk, maar wat je ook van de nazibouwwerken vindt, over één ding kan er geen twijfel bestaan: ze waren zeer solide.

Hitlers flaktorens zijn hier een voorbeeld van. Ze werden gebouwd om luchtafweergeschut te huisvesten (Flak in het Duits, van Flugabwehrkanone). De onderste verdiepingen dienden als schuilplaats voor burgers. 

Drie werden er gebouwd in Berlijn, drie in Wenen en drie in Hamburg. Een aantal daarvan staan nog geheel of gedeeltelijk overeind, ondanks pogingen van de Britten om ze op te blazen. Het zijn herinneringen aan een duistere tijd in Europa – maar ze zijn ook gewoon niet kapot te krijgen. 

In de twee torens die nog in Wenen staan, zitten restaurants en nachtclubs.

Het Olympisch Stadion in Berlijn

Het Olympisch Stadion in Berlijn

Het Olympisch Stadion in Berlijn.

© Wikimedia

De Olympische Spelen van 1916 waren aan Berlijn toebedeeld, maar vanwege de Eerste Wereldoorlog moest de stad er 20 jaar op wachten.

In 1936 vond in de Duitse hoofdstad het grootste sportevenement van het jaar plaats. 

De ogen van de wereld waren op Berlijn gericht, en Adolf Hitler maakte van de gelegenheid gebruik om op grote schaal propaganda te maken voor Duitsland en het nazisme. 

Duitse sporters moesten veel medailles winnen, en de Spelen moesten pompeuzer aangekleed worden dan ooit tevoren. 

Met deze eisen begon de bouw in 1934. De opdracht ging naar de gebroeders Walter en Werner March, de zonen van de architect Otto March, die in 1916 de opdracht was misgelopen. 

Het resultaat overtrof de stoutste verwachtingen. Het indrukwekkende complex in Grunewald even buiten Berlijn besloeg 1,3 km2. Het atletiekstadion Maifeld bood plaats aan 50.000 toeschouwers en het amfitheater Waldbühne ernaast aan 25.000.

Daarnaast werden er een zwemstadion, een voetbalstadion en een ijshockeyhal gebouwd.

Vandaag de dag huist de voetbalclub Hertha Berlin in het Olympisch Stadion. Het oude atletiekstadion vormt de thuisbasis van de nog veel oudere Berlijnse voetbalclub en zijn fans. 

Wil je een abonnement op Historia?

Hier vind je de beste aanbiedingen

Bekijk ook ...