Het olifantenkalf Tuzinka eindigde haar dagen in het toenmalige Koningsbergen. Haar kooi werd een schuilplaats voor joden.

© Rynekseniora.pl & Shutterstock

Dierentuin was schuilplaats voor voortvluchtige joden

De dierentuin van Warschau werd geplunderd tijdens de Duitse inval in Polen in 1939. Veel dieren werden weggehaald door de nazi’s, en de kooien werden voor andere dingen gebruikt.

18 maart 2019 door Pernille Morgensen

Toen de Duitsers in september 1939 de Poolse hoofdstad Warschau binnentrokken, bezetten ze ook de dierentuin van de stad.  

De dierentuin huisvestte toen, net als vandaag de dag, verscheidene exotische dieren, en die vielen wel in de smaak bij de Duitsers. Sommige dieren kwamen aan hun eind als proefdier of prooi voor rijke jagers, en bijzonder zeldzame exemplaren werden naar dierentuinen in het Derde Rijk gebracht. 

Uiteindelijk kwam een groot aantal kooien leeg te staan, tot frustratie van de inwoners van de stad en de directeur van de dierentuin, Jan Żabiński. 

Kooien huisvestten ondergedoken joden

De lege kooien bleken ideale schuilplaatsen voor voortvluchtigen, en op initiatief van Żabiński en zijn vrouw Antonina werden er tijdens de oorlog honderden joden ondergebracht.

De onderduikers zaten soms een paar dagen, maar soms wel een paar jaar in de kooien – net zo lang tot het Poolse verzet hen met valse papieren elders kon onderbrengen.

Bekijk ook ...