Nordland, SS, Letland

Hitlers Scandinavische vrijwilligers belandden in een hel in Koerland

Meer dan 10.000 Scandinaviërs vochten voor nazi-Duitsland. Velen van hen lieten het leven op het Letse schiereiland Koerland, waar Deense, Noorse en Zweedse SS-soldaten vanaf de herfst van 1944 door het Rode Leger werden belegerd. De Letse organisatie Legenda zoekt naar de vergeten soldaten op het slagveld.

Meer dan 10.000 Scandinaviërs vochten voor nazi-Duitsland. Velen van hen lieten het leven op het Letse schiereiland Koerland, waar Deense, Noorse en Zweedse SS-soldaten vanaf de herfst van 1944 door het Rode Leger werden belegerd. De Letse organisatie Legenda zoekt naar de vergeten soldaten op het slagveld.

Bundesarchiv

(Het artikel verscheen voor het eerst in 2019)

De mond van de schedel is wijd opengesperd, alsof de doodskreten van de soldaat nog over de Letse velden klinken. Maar de Deense onderzoeker Anders S. Nikkelsen toont zich niet geschokt door de aanblik.

Zorgvuldig veegt hij de aarde van de beenderen, terwijl hij zoekt naar losse knopen, munten en andere persoonlijke bezittingen. Alles kan bruikbaar zijn om de naam van de soldaat te achterhalen.

In het beste geval duikt er een ‘dogtag’ op: dan is de identiteit van de gevallene op te zoeken in de Duitse archieven.

Het lijkt erop dat deze soldaat is gedood door een granaatexplosie. Zijn helm werd door de drukgolf van zijn hoofd gerukt en zijn nek is gebroken.

‘De kinriem heeft het tongbeen gebroken, en dat heeft het gehemelte doorboord,’ stelt Nikkelsen vast.

Naast de Deen zijn anderen aan het graven: er zijn zeven graven geopend. Alle gravers behoren tot de Letse groep Legenda, die is opgericht om soldaten te zoeken die zijn achtergebleven in de bodem van Letland.

Twee wereldoorlogen zijn er in het kleine Baltische land uitgevochten, en alleen al van de tweede zijn er nog zo’n 200.000 Russen en Duitsers vermist.

Deze zeven soldaten zijn vermoedelijk gesneuveld in het najaar van 1944, toen het Rode Leger hun stelling bestormde. Het moet er heftig aan toe gegaan zijn, want de lichamen vertonen ernstig letsel.

De soldaten kwamen van tal van verschillende onderdelen, zo blijkt uit hun knopen en dogtags.

Eentje hoorde bij de Kriegsmarine, een ander kwam van de arbeidsdienst van de nazi’s en een derde heeft Deense munten bij zich.

Waarschijnlijk is hij een van de 6000 Denen die voor Hitler vochten. 2000 van hen keerden nooit terug.

Legenda, Letland

Legendalid Anders S. Nikkelsen met zwarte pet heeft net een SS-soldaat blootgelegd. Er ligt geen dogtag bij het skelet.

© Torsten Weper/historie

De eerste Scandinaviërs in de SS

De eerste Deense en Noorse vrijwilligers meldden zich al kort na de bezetting van Denemarken en Noorwegen in april 1940 aan.

De Duitsers ontvingen Scandinaviërs die voor de Waffen-SS wilden vechten met open armen: de bevolking bestond uit lange, blonde Germanen. Zo zag SS-leider Heinrich Himmler het graag.

Eerst werden de rekruten, net als vrijwilligers uit Nederland en Vlaanderen, opgenomen in de SS-divisie Wiking.

Een van hen was de Noor Olav Tuff, die in januari 1941 tekende voor vier jaar dienst. Een halfbroer van hem droeg al een Duits uniform en twee van zijn broers sloten zich ook aan bij Wiking. Hun was na de oorlog grond beloofd.

‘De meesten van ons meldden zich aan voor een grondige militaire training in het beste leger van de wereld,’ zei Tuff na de oorlog. Bij Wiking maakte hij kennis met Denen, een paar Zweden en later ook een bataljon Finnen, hoewel dat volgens de nazi’s geen ariërs waren.

‘De Denen konden meer hebben dan de Noren,’ vertelde een SS-officier. ‘Aan de andere kant werkten de Noren harder en dachten ze beter na.’

In een rapport over de nieuwe troepen werden de Scandinaviërs omschreven als ‘zelfstandige denkers en zeer geneigd tot kritiek’. Kritiek leveren was niet de gewoonte binnen de SS.

De divisie Wiking was bedoeld als een smeltkroes van Germaanse nationaliteiten, maar het aandeel Denen, Noren, Nederlanders en Vlamingen kwam nooit boven de 10 procent. Het overgrote deel van de soldaten was Duits.

Danskere, Nordland

Denen en Noren vochten zij aan zij in Nordland.

© sz photo/ritzau scanpix

Divisie Nordland stond er alleen voor

In het Duitse leger moest elke divisie zelfstandig kunnen vechten. Daarom waren eenheden zodanig gecombineerd dat ze samen door de vijandelijke linies konden breken of een aanval konden afslaan.

Nordland bestond uit 15.000 man verdeeld over:

Regiment 23 ‘Norge’
Drie Noorse infanteriebataljons (bijna 1000 man).

Regiment 24 ‘Danmark’
Drie Deense infanteriebataljons (bijna 1000 man).

Daarbij kwamen een SS-tankbataljon, een SS-pantserartillerieregiment, een SS-pantserverkennings-bataljon, een SS-StuG-bataljon en een SS-tankjagerbataljon.

Bovendien telde Nordland genie, bevoorradings- en signaaltroepen en mobiele werkplaatsen en dergelijke. De meeste Noren en Denen zaten in ‘Norge’ en ‘Danmark’.

Er zaten ook Scandinaviërs bij andere eenheden, die in meerderheid uit Duitsers of Duitse Roemenen bestonden. Zo had het verkenningsbataljon een ‘Zweedse afdeling’.

De eenheden van Nordland vochten meestal niet samen, maar werden opgedeeld in tijdelijke groepen, bijvoorbeeld een bataljon infanterie met steun van tanks.

Oorlogsmisdaden in Oekraïne

Wiking was klaar voor de strijd toen de Duitse aanval op de Sovjet-Unie in de zomer van 1941 begon. De Wehrmacht rukte razendsnel op, Wiking marcheerde door Oekraïne en het had er alle schijn van dat de Sovjets bijna verslagen waren. Het Rode Leger trok zich ijlings terug, en de Russische soldaten gaven zich bij honderdduizenden over.

Op weg naar het front viel het Olav Tuff op dat het Rode Leger niet de enige vijand was. De Duitse troepen hingen in de bezette gebieden talloze joden op – in alle Oekraïense dorpen bungelden ze aan de bomen. Al snel was ook zijn eenheid betrokken bij de moordpartijen.

‘In één geval in Oekraïne in het najaar van 1941 werden burgers als vee een kerk in gedreven,’ vertelde Tuff. ‘Toen goten leden van mijn eenheid benzine op de kerk. Tussen de 200 en 300 mensen verbrandden. Ik stond op wacht en liet niemand eruit.’

In de loop van de herfst ging de vaart eruit. De Duitsers boekten nog steeds overwinningen, maar er sneuvelden zo veel soldaten dat de legertop in Berlijn zich zorgen begon te maken. Er moesten versterkingen komen, en een deel daarvan zou uit de bezette landen gehaald worden.

De Waffen-SS begon een wervingscampagne. Noren en Denen werden voortaan in zelfstandige eenheden opgenomen waar ze niet in de minderheid waren, en vochten zelfs onder eigen vlag.

‘Deense mannen! Sluit u aan bij het Vrijkorps Denemarken om ons samen sterk te maken tegen het bolsjewisme,’ luidde de oproep in Deense kranten, geschreven door kolonel C.P. Kryssing.

Hij was aangewezen als leider van het vrijkorps dat naar het Oostfront zou gaan.

‘Voor de eer van Denemarken, de vrijheid van ons volk en de toekomst van ons vaderland.’ Kryssing was geen nazi, maar een conservatieve, nationalistische Deense carrièreofficier.

Ook in Noorwegen werd geworven, maar de rekrutering verliep in beide landen traag. En er woedde een interne strijd tussen overtuigde nazi’s en kolonel Kryssing, die vergeefs probeerde zijn eenheid te vrijwaren van ideologie.

‘Weg met de democraat Kryssing,’ stond er op een kazernemuur gekalkt.

De kolonel moest het veld ruimen: de SS plaatste hem en zijn vertrouwelingen over naar andere eenheden, en hun plek werd ingenomen door fanatieke nazi’s.

Legenda

Op een stukje onontgonnen land in Koerland groef Legenda zeven vergeten soldaten op.

© niels-peter granzow busch/historie

Detectives van het slagveld

De Letse groep Legenda zoekt sinds 1999 naar gesneuvelde soldaten in Koerland.

Dankzij Legenda weten nu duizenden Duitse en Russische nabestaanden wat het lot was van hun verwanten tijdens de strijd in Letland.

De organisatie voert een race tegen de klok, want ook souvenirjagers kammen op eigen houtje de slagvelden uit.

Anders dan Legenda hebben zij geen toestemming om te graven en is het hun alleen te doen om voorwerpen als dogtags of medailles, waar verzamelaars grof geld voor neertellen.

‘Na de capitulatie wilden Duitse officieren niet gezien worden met medailles waaruit bleek hoeveel Russen ze hadden gedood. Daarom stopten ze alle medailles in een rugzak en begroeven ze die. Als je zo’n rugzak vindt, ben je honderdduizenden euro’s rijker,’ zegt historicus Valdis Kuzmins van de Letse militaire academie.

Als een soldaat geen dogtag heeft, is zijn identiteit lastig vast te stellen. Legenda verzamelt al zijn persoonlijke bezittingen en draagt die over aan de autoriteiten.

Om geruchten over hun motieven te voorkomen, zijn de leden van Legenda heel open over hun werk. Zo worden de opgravingen gelivestreamd op Facebook en publiceert de organisatie rapporten over de werkzaamheden.

Gebrek aan Scandinavische SS’ers

Het gloednieuwe Noorse Legioen sloot zich in 1942 aan bij de troepen die de stad Leningrad belegerden. Vrijkorps Denemarken leed ondertussen zware verliezen bij Demjansk in het zuiden.

Met nog geen 1000 man onder de wapenen bleken beide korpsen echter te klein. Ze werden opgenomen in andere eenheden, die altijd de hoogste prioriteit gaven aan hun eigen soldaten bij het verdelen van voorraden en het toewijzen van artilleriesteun.

Himmler maakte zich intussen kwaad omdat de landen van herkomst zich overal mee bemoeiden. De Scandinavische nazipartijen zagen de eenheden als hun eigen troepen en waren het vaak oneens met de Duitse legertop.

In de zomer van 1943 probeerde het opperbevel van de SS alle problemen op te lossen door een nieuwe divisie in het leven te roepen. Nordland bestond uit de regimenten Noorwegen en Denemarken, waarin de meeste Scandinaviërs uit de voormalige Divisie Wiking, het Noorse Legioen en het Vrijkorps Denemarken werden opgenomen.

Ook deze divisie werd echter niet zo Scandinavisch als Himmler had gewild. Er waren nog steeds niet genoeg Deense, Noorse en Zweedse vrijwilligers.

De SS vulde de gelederen aan met etnische Duitsers wier voorouders in de middeleeuwen naar Roemenië waren gegaan.

‘De meesten van hen waren klein en goed doorvoed. Ze leken niet van de lucht te leven,’ schreef een rasbewuste Deen na de oorlog. ‘Ze bleken niet in de wieg gelegd voor soldaat. Ze stammen niet af van een volk van krijgers.’

Infanterie-Sturmabzeichen
© Yngve Sjødin & Anders Nikkelsen/Legenda

Embleem Het Infanterie-Sturmabzeichen

werd na drie aanvallen uitgereikt. Het kan van pas komen bij de identificatie.

uniformsrester
© Yngve Sjødin & Anders Nikkelsen/Legenda

Uniformsresten

met emblemen. Een geoefend oog kan zien dat dit een embleem van Regiment Norge is.

Pibe, 2 verdenskrig
© Yngve Sjødin & Anders Nikkelsen/Legenda

De pijp

die bij een Deense soldaat in Koerland werd gevonden, was gestopt met tabak.

Kurland 2. verdenskrig DK moent
© Yngve Sjødin & Anders Nikkelsen/Leganda

Een Deense munt

vormt een aanwijzing dat de soldaat tot Regiment Danmark behoorde.

ring, 2 verdenskrig
© Yngve Sjødin & Anders Nikkelsen/Legenda

Deze ring

is in 2019 gevonden in het graf van een Deen in Koerland. De ingegraveerde huwelijksdag is 24-11-37.

Omsingeld in Koerland

In 1943 was een Duitse nederlaag aan het Oostfront onvermijdelijk geworden. In februari draaide de Slag om Stalingrad uit op een catastrofe, en enkele maanden later liep Hitlers zomeroffensief spaak bij Koersk.

De Duitsers waren het initiatief aan het front kwijt.

De grote Legergroep Noord belegerde Leningrad nog, maar kwam steeds meer onder druk te staan. En hier werd in december SS-Divisie Nordland ingezet.

Een maand later begonnen de Russen aan een grootscheeps offensief om de Duitsers bij Leningrad te verjagen. Nordland leed zware verliezen bij een poging de frontlinie te behouden: aan het begin van de slag bestond een compagnie genietroepen uit 118 man, onder wie 76 Noren. Een kleine twee weken later waren er nog maar 41 over.

Nordland hield tot aan de zomer van 1944 stand bij Narva in Estland. Toen kwam er verandering in de situatie: verder naar het zuiden trokken de Russen in het kader van Operatie Bagration door Wit-Rusland, waarbij drie Duitse legers vrijwel werden weggevaagd. Niets leek de opmars van het Rode Leger naar het westen te kunnen stuiten.

In oktober stonden de Russen aan de Litouwse Oostzeekust, waardoor Legergroep Noord met 500.000 soldaten van de SS en Wehrmacht geïsoleerd raakte in de Baltische landen.

De legergroep trok zich terug in de streek Koerland ten westen van de Letse hoofdstad Riga.

Daar konden de troepen zich beter verdedigen, want ze moesten stand zien te houden tegen een Russische overmacht die de overwinning voor het grijpen had. Maar liefst zes keer begon het Rode Leger aan een offensief om de Duitsers de Oostzee in te drijven. Het regende granaten, en de Russen rukten onbevreesd op.

Onder de omsingelde troepen waren Deense en Noorse soldaten van Nordland, die bij het dorp Priekule de haven van Liepa¯ja moesten beschermen.

Op deze plek – tijdens de eerste felle gevechten met het Rode Leger in de herfst van 1944 – sneuvelden de zeven naamloze soldaten.

Voordat de Duitse eenheid zich terugtrok, wisten de soldaten hun gevallen kameraden te begraven met simpele houten kruizen, die helaas verwoest werden bij de strijd in de maanden daarna.

Daarom hebben de mannen 75 jaar lang onopgemerkt in de grond gelegen.

‘Een oorlog is pas voorbij als de laatste soldaat is begraven.’ Kim Blok, vrijwilliger bij Legenda

Een skelet onder het gras

Een oude boerin, die opgegroeid is op een boerderij in de buurt, herinnert zich dat ze als kind de zeven kruizen zag.

Eerst nam ze contact op met de Duitse organisatie voor de opsporing van gevallen soldaten, de Volksbund. Maar die vond het de moeite niet waard om te gaan graven. Daarom stortte de Letse groep Legenda zich op de zaak.

Sinds 1999 stelt die organisatie zich ten doel vermiste soldaten op te sporen en hun een echt graf te geven.

‘Een oorlog is pas voorbij als de laatste soldaat is begraven,’ mogen de leden van de groep graag zeggen.

De groep bestaat vooral uit Letten, die regelmatig bijeenkomen om te graven. Elk jaar vinden ze 600 à 700 soldaten. Ze hebben ver buiten de grenzen van Letland aandacht gekregen, en in de loop der jaren hebben ook buitenlanders zich aangesloten bij de organisatie, onder wie de Deen Anders S. Nikkelsen en de Nederlander Kim Blok.

De buitenlanders namen deel aan twee expedities, de laatste in oktober 2019, toen Legenda onder meer groef in het stuk grond dat de boerin had aangewezen.

Als eerste verkent de Let Vladislavs de wildernis met zijn ‘sonde’: een dun metalen stokje.

‘Vladislavs kan voelen of de sonde metaal, een steen of een bot raakt,’ vertelt Yngve Sjødin, een Noors lid van Legenda. ‘Hij lijkt wel helderziend. Het is of de doden hem zeggen dat ze gevonden willen worden.’

Op aanwijzing van Vladislavs schraapt een kleine graafmachine de bovenste grondlaag af. Als de eerste botten zichtbaar worden, gaan de vrijwilligers de graven in om de soldaten bloot te leggen.

‘Ik probeer eerst de benen te vinden, dan weet ik ongeveer waar het hoofd moet liggen,’ legt Nikkelsen uit. ‘Als de schedel te zien is, weet je meestal wel wat er met hem gebeurd is. Hij heeft in ieder geval heel erge dingen meegemaakt.’

De vrijwilligers staan er altijd bij stil onder welke omstandigheden de soldaten sneuvelden. In 2014 groef Sjødin een Duitse soldaat op uit een loopgraaf.

Uit de dogtag bleek dat hij bij het medisch personeel hoorde: ‘Hij had verbanden en andere uitrusting bij zich. We volgden de loopgraaf, en een paar meter verderop vonden we twee soldaten die duidelijk door een explosie getroffen waren.’

‘Bij een van hen ontbraken beide onderarmen. Ik stel me voor dat hij met zijn geweer aan de rand van de loopgraaf stond toen de granaat insloeg. De hospik was naar hem onderweg toen die zelf ook geraakt werd,’ speculeert Sjødin.

Tijdens de expeditie vond Anders S. Nikkelsen een Deense SS’er. Die had een dogtag van de divisie Nordland en Deense munten bij zich.

‘Het was heel bijzonder om hem te vinden – hij was tenslotte een landgenoot. Bij Legenda houden we ons niet bezig met politiek. We zien hem gewoon als een soldaat die is achtergelaten. Ik hoop dat de Volksbund erin slaagt om hem te identificeren, zodat we zijn familie op de hoogte kunnen stellen.’

Koerland Tweede Wereldoorlog

Als de skeletten zijn opgegraven, worden ze met de aangetroffen bezittingen – in dit geval een goed bewaarde lepel – in een doos gelegd.

© niels-peter granzow busch/historia

Onbekende soldaat krijgt naam

Aan de hand van de beenderen en een paar bezittingen kunnen deskundigen de vergeten soldaten uit Koerland identificeren.

De stoffelijke resten van Duitse soldaten die Legenda vindt, worden onderzocht door de Volksbund. Sinds 1919 heeft deze organisatie 832 militaire begraafplaatsen aangelegd in Europa en Afrika.

Er liggen 2,75 miljoen Duitse soldaten die in de Eerste en Tweede Wereldoorlog zijn gevallen – en dat aantal groeit jaarlijks.

‘Dit jaar (2019, red.) komen er 20.000 bij,’ schat Thomas Schock, het hoofd van de afdeling voor opgravingen. Hij heeft de mensen van Legenda opgeleid, en twee of drie keer per jaar stuurt hij medewerkers naar het ‘bottendepot’ van de Letse organisatie om de vondsten te onderzoeken.

‘We kijken naar de leeftijd, lengte en verwondingen van een soldaat, maar een identificatie is altijd complex. Het duurt vaak drie jaar, want de archieven zijn niet zo goed georganiseerd als je zou willen.’

Die archieven, die zich in Berlijn bevinden, bevatten de namen van alle Duitse soldaten sinds 1871. Het identificeren gaat het makkelijkst als een soldaat gevonden is met zijn dogtag, waar
zijn eenheid en nummer in staan gegraveerd.

Eerder werd 70 procent van de lichamen geïdentificeerd, maar nu is dat cijfer gedaald vanwege de vele souvenirjagers die persoonlijke voorwerpen uit graven stelen.

‘Als nabestaanden van een buitenlandse soldaat informatie willen, moeten ze zich melden bij de Volksbund,’ legt Schock uit.

Hitler wacht op wonderwapen

In 1944 wist de legertop in Berlijn van de uitzichtloze situatie waarin de troepen in Koerland zich bevonden. Er werd gepleit voor een evacuatie per schip, maar Hitler wilde daar niets van weten.

Hij fantaseerde over een wonderwapen dat bijna klaar was en waarmee Duitsland alsnog zou zegevieren.

Als het wapen er was, moesten de soldaten in Koerland de vijand in de flank aanvallen, zo meende Hitler. Sommige troepen aan het front geloofden hem.

‘We dachten dat er snel betere wapens in massaproductie zouden komen,’ zei de Zweedse SS-korporaal Erik Wallin na de oorlog. ‘We moesten alleen een paar maanden pas op de plaats maken, dan zouden we met een verwoestende kracht terugslaan.’

Anderen waren het geloof in de zege kwijt. Wallin werd ooit door zo veel landgenoten omringd dat zijn mortiereenheid de ‘Zweedse afdeling’ werd genoemd.

In Koerland waren de meesten er niet meer. Velen waren er gedeserteerd, en zijn beste vriend was doodgeschoten toen hij op desertie was betrapt.

De Noor Olav Tuff was bij Wiking gebleven toen de meeste Scandinaviërs in 1943 overgestapt waren naar Nordland. Maar na een ziekenhuisverblijf kwam ook hij in Letland terecht.

Tuff moest voorraden naar de soldaten aan het front vervoeren en gewonden mee terug nemen.

Daartoe beschikte hij over een wagen met een blind paard: de Duitsers waren bijna door hun brandstof heen, en wat er nog restte, was voor de tanks. Daarom moest de Noor het doen met een paard-en-wagen.

Op zijn dagelijkse route moest Tuff een open veld oversteken, waar de vijand vrij zicht had. Omdat zijn blinde ros niet kon galopperen, moest hij het dier zo snel als het kon laten draven.

‘Ik hoorde een stel Stalinorgel-raketten aankomen en sprong van de wagen,’ schreef Tuff na de zoveelste levensgevaarlijke tocht naar het front.

‘De hele vlakte explodeerde, de dichtstbijzijnde inslag was maar 15 meter van de wagen. Het paard en ik maakten het goed. Ik klom terug en reed door.’

De geïsoleerde troepen in Koerland sloegen het eerste Russische offensief in oktober 1944 af.

Na een korte onderbreking begonnen 52 Sovjetdivisies aan een nieuwe bestorming, en toen ook die mislukte, stuurde Stalin nog meer troepen. Er werd fel gevochten over een smalle linie door Koerland. Telkens opnieuw wisselden de velden van eigenaar.

‘De hele vlakte explodeerde, de dichtstbijzijnde inslag was maar 15 meter van de wagen.’ SS-korporaal Erik Wallin

Soldaat ligt onder een schep

De herinneringen aan de slag liggen nu onder het gras. De mensen van Legenda zijn nog maar net begonnen als de eerste granaathulzen en mitrailleurpatronen opduiken.

Dit alles wordt op grote stapels gelegd. Het Letse leger zal aan het eind van de dag de munitie opblazen.

Onverwacht vangt een Pools lid van Legenda een krachtig signaal op met zijn metaaldetector.

Onder het gras gaat een roestige schep schuil, en als hij die optilt, ontdekt de man een dijbeenbot. Als het gras verwijderd is, komt er een bijna compleet skelet tevoorschijn dat met het gezicht omlaag ligt. De linker schouder van de soldaat is kapot.

Het gaat vermoedelijk om een Rus die, in tegenstelling tot de zeven Duitsers in het graf even verderop, op het slagveld is blijven liggen en bedolven werd onder de aarde door een explosie.

De soldaat draagt geen dogtag. De mensen van Legenda leggen zijn botten in een vat, waarna ze de grond uitkammen op persoonlijke bezittingen.

Bij de stapel munitie liggen twee niet ontplofte mortiergranaten van Russische makelij. Yngve Sjødin raapt er een op en vertelt over zijn eerste ervaring met de aandenkens aan de oorlog.

‘Ik raakte een keer een granaat met mijn schop. De vonken vlogen ervan af!’

Hij kon het navertellen, maar graven in een oud slagveld is niet ongevaarlijk.

De Letse autoriteiten registreren gemiddeld één sterfgeval per jaar. Er zijn dan ook veel onervaren souvenirjagers op zoek naar oude helmen en geweren.

De Noor Yngve Sjødin met de verroeste resten van een Katjoesja-raket.

© niels-peter granzow busch/historie

Rode Leger gaat tot het uiterste

De laatste weken van 1944 deed het Rode Leger nieuwe pogingen om de verdedigers van Koerland de Oostzee in te drijven.

De aanvallen waren niet bepaald sterke staaltjes tactiek: volgens de generaals waren er genoeg soldaten om de Duitse stellingen massaal te blijven bestormen. De verliezen rezen de pan uit.

‘De eerste urrah-kreten van de aanstormende bolsjewieken werden overstemd door het lawaai van onze mitrailleurs,’ vertelde de Zweed Erik Wallin.

‘De ene golf aanvallers na de andere kwam aanrennen, maar ze werden allemaal neergemaaid of trokken zich terug. We hielden stand,’ noteerde hij.

Toen er in Berlijn rapporten binnenkwamen over 500 Russische tanks die in Koerland waren verwoest, was Hitler door het dolle heen. Als alle Duitse soldaten zo dapper hadden gevochten, had het er een stuk beter uitgezien.

Maar de waarheid over de strijdlustige Duitsers in Koerland was simpel: hier waren de troepen meer geconcentreerd dan elders aan het Oostfront. Elke eenheid hoefde maar een paar honderd meter front te verdedigen.

Bovendien voerden schepen proviand en munitie aan en konden de soldaten zich ingraven in versterkte stellingen, die na verloop van tijd deden denken aan de loopgraven van de Eerste Wereldoorlog.

Rond de jaarwisseling besefte Stalin dat Koerland niet zulke zware verliezen waard was. De aanvallen gingen door, maar de sterkste eenheden werden naar het westen overgeplaatst om deel te nemen aan de opmars naar Duitsland.

Koerland was nu in feite één groot krijgsgevangenenkamp, waar de gevangenen zichzelf bewaakten.

In Duitsland hadden de generaals Hitler eindelijk aan zijn verstand weten te peuteren dat het zo niet langer ging.

Met tegenzin stemde hij in met een evacuatie van de troepen uit Koerland, en eind januari gingen de mannen van Nordland aan boord van schepen die hen naar Duitsland brachten voor het laatste gevecht: de Slag om Berlijn.

Er bleef een groot Duits leger achter, dat Koerland tot het eind van de oorlog in handen hield. Pas toen nazi-Duitsland op 8 mei 1945 capituleerde, legden de troepen in Koerland de wapens neer. De Russen maakten 180.000 gevangenen.

Kim Blok is kapitein bij de landmacht en is sinds 2014 vrijwilliger voor Legenda.

© Niels-Peter Granzow Busch/HISTORIA

‘Alle soldaten verdienen een graf’

In het dagelijks leven houdt Kim Blok zich bezig met logistiek en financiën bij de Nederlandse landmacht. In zijn vrije tijd verzamelt de 47-jarige kapitein militaria en reist hij door Europa om oude slagvelden te bezoeken.

Hoe kwam u bij Legenda?
‘Ik ben via Facebook in aanraking gekomen met Legenda. In 2014 ging ik voor het eerst mee. Een aantal van de vrijwilligers ken ik al jaren. Het bergen van soldaten in Letland gebeurt anders dan in bijvoorbeeld Nederland, er is minder tijd beschikbaar. Het belangrijkste is dat het zorgvuldig en met respect gebeurt.’

Wat gaat er door een militair als u heen wanneer u een graf opent?
‘Het laatste wat je als soldaat wilt, is achtergelaten worden. Een oorlog is pas voorbij als de laatste soldaat begraven is. Er liggen nog steeds veel soldaten in de grond, en dat is de reden dat ik deelneem. Voor mij maakt het niet uit aan welke kant ze vochten – alle soldaten verdienen een graf.’

Veel vrijwilligers zijn in de 40, hoe komt dat volgens u?
‘Je moet een bepaalde leeftijd hebben om geïnteresseerd te zijn. En we gaan twee keer per jaar, de reis- en verblijfkosten zijn voor eigen rekening.’

Soldaten krijgen een graf

Na 1945 keerde de rust weer in Koerland. Het dagelijks leven in het dunbevolkte gebied met zijn velden en uitgestrekte bossen kwam weer op gang. Letland hoorde nu bij de Sovjet-Unie, en de soldaten onder de grond werden vergeten.

Pas na de val van de Sovjet-Unie in 1991 was het mogelijk om naar de circa 200.000 vermisten te zoeken.

Alleen al tijdens de twee expedities in 2019 heeft Legenda de stoffelijke resten van 74 soldaten gevonden, onder wie drie Denen en twee Noren. Eerder zijn er ook Zweden en Nederlanders opgegraven in Koerland.

De botten en persoonlijke voorwerpen worden overgedragen aan deskundigen uit respectievelijk Duitsland en Rusland. Vaak lukt het een gevallene een naam te geven en de familie in te lichten. Dan kunnen de stoffelijke resten begraven worden.

Voor de leden van Legenda is het de kroon op hun werk om deel te nemen aan een ceremonie op een militaire begraafplaats in Koerland.

Tijdens de expeditie in oktober werden 59 soldaten uit een Russisch massagraf dat Legenda een jaar eerder ontdekte begraven. Ze zijn in kleine kisten van karton gelegd. De ceremonie werd geleid door een Russisch-orthodoxe priester, en 100 nabestaanden waren aanwezig.

Een Lets parlementslid las de namen van de soldaten op. Regina Loc­mele-Lunova is zelf betrokken bij Legenda en nam in de dagen daarvoor deel aan de opgravingen.

Voor Kim Blok, in het dagelijks leven kapitein bij de Nederlandse landmacht, is het moment dat de expeditieleden de kisten decoreren en begraven op een militaire begraafplaats in feite het belangrijkste onderdeel van de missie naar Letland:

‘Ik word emotioneel op een dag als deze. Er liggen nog steeds veel soldaten in de grond, en dat is de reden dat ik deelneem. Voor mij maakt het niet uit aan welke kant ze vochten – alle soldaten verdienen een graf.’

Als de experts van de Volksbund de zeven soldaten uit Priekule hebben onderzocht, worden ze te ruste gelegd op de begraafplaats van Saldus. Daar liggen al 30.000 man van de SS en Wehrmacht.

© niod

De Nederlands-Vlaamse divisie

Duitsland leed zware verliezen aan het Oostfront, en naast Scandinaviërs werden de gelederen ook aangevuld met Nederlanders en Vlamingen.

In juni 1940 werd bekend dat de SS-divisie Wiking opgericht zou worden, voor soldaten uit de ‘Germaanse’ buurlanden van Duitsland. Voor Nederlandse en Vlaamse vrijwilligers werd de SS-Standarte Westland in het leven geroepen.

NSB-leider Anton Mussert verzette zich aanvankelijk tegen een Nederlandse SS-divisie onder Duitse leiding omdat hij bang was dat Nederland het laatste restje soevereiniteit zou verliezen.

De Duitsers dreigden hem echter opzij te zetten als NSB-leider – ten gunste van de radicalere Meinoud Rost van Tonningen – en uiteindelijk ging hij overstag. In september 1940 werd de Nederlandsche SS opgericht.

In totaal werden circa 7000 Nederlanders lid van het korps, dat vooral een politieke organisatie was.

De Duitse Waffen-SS wierf echter wel soldaten onder de leden.

Alles bij elkaar vochten er zo’n 22.000 Nederlanders en 17.000 Belgen voor de Duitsers. Aan het eind van de oorlog bestond ongeveer de helft van de SS’ers uit niet-Duitse vrijwilligers.

SS-vrijwillgers krijgen straf

De divisie Nordland maakte het eind van de oorlog mee in de hel van Berlijn. De Zweedse mortierschutter Erik Wallin vocht tot het laatst mee. Toen trok hij zijn uniform uit en blufte hij zich samen met een kameraad een weg door de linies van het Rode Leger. Ze bereikten de Elbe en werden met een pont overgezet.

‘Het gevoel om eindelijk buiten bereik van het Rode Leger te zijn, was geweldig,’ vertelde Wallin. ‘Aan de overkant werden we opgewacht door Britse soldaten die ons met een brede grijns welkom heetten in de beschaafde wereld.’

Eenmaal thuis in Zweden kreeg Wallin drie maanden cel wegens diefstal omdat hij een Zweeds legeruniform had meegenomen toen hij in Duitse dienst ging.

In Noorwegen werden SS-vrijwilligers aangeklaagd wegens landverraad. Olav Tuff kreeg drie jaar en acht maanden, uitsluitend omdat hij voor de vijand had gediend. Of Noorse SS’ers misdaden hadden gepleegd, werd niet onderzocht.

De Deense SS’ers kregen twee jaar cel. C.P. Kryssing kreeg acht jaar, en hoewel hij in 1948 vrijkwam, probeerde hij de rest van zijn leven zijn naam te zuiveren.

Zijn acties in de oorlog waren goedgekeurd door de Deense autoriteiten, zo betoogde de voormalige kolonel.

Kurland

59 soldaten uit een massagraf in Koerland werden geïdentificeerd door de Russische autoriteiten en afgelopen najaar begraven door Legenda.

© torsten weper/historie