Minister: De jonge, werkloze architect Albert Speer bezocht in 1930 een bijeenkomst van de nazi’s in Berlijn en raakte in de ban van Hitler. Hij kreeg veel opdrachten van belangrijke partijleden en de staat. Hij had een nauwe vriendschapsband met Hitler. 

© Polfoto/Ullstein Bild

Hitlers ondergang: ooggetuigen vertellen alles

Als de geallieerden op het punt staan Duitsland te verslaan, verschanst Adolf Hitler zich in de Führerbunker onder Berlijn. Hij is in het gezelschap van zijn getrouwen, en ook nu een ramp zich voltrekt laten ze hem niet in de steek. Ze maken er zijn verjaardag, bruiloft en zelfmoord mee. Velen wacht een wisse dood.

17 september 2018 door Torsten Weper

Maandag 16 april 1945

Na een voorbereiding van maanden rukt het Rode Leger op naar Berlijn. 2,5 miljoen Sovjetsoldaten trekken vanaf de rivier de Oder naar de 100 kilometer westwaarts gelegen Duitse hoofdstad. Hier heeft Hitler zich verschanst.

Lijfwacht Rochus Misch: Op een dag half april begon het bunkerleven. Hitler was naar de plek verhuisd waar hij wilde sterven. Eva week niet van zijn zijde en woonde in zijn kleedvertrek. 

Alle bijeenkomsten vonden in de kaartenzaal plaats en de telefooncentrale was het hele etmaal bemand. Schädle, commandant van Hitlers lijfwacht, kwam naar me toe en zei: ‘Misch, u gaat mee naar beneden.’

Koud, klam, akelig wit kunstlicht. Dat Hitler onder dezelfde omstandigheden zou leven, was een schrale troost. Onzin, het was helemaal geen troost. Niemand vroeg zich af hoe het de ander verging. Je dacht alleen aan jezelf.

Minister van bewapening Albert Speer: Nog tijdens Hitlers laatste dagen in april 1945 boog ik me in de bunker met hem over de bouwplannen voor Linz, terwijl we aan de dromen van weleer dachten. 

Zijn werkkamer was met een vijf meter dik plafond en twee meter grond erboven de veiligste plek in Berlijn. Wanneer zware bommen vlakbij explodeerden, schudde de bunker en dook Hitler in zijn stoel in elkaar. Wat een verschil met de onverschrokken soldaat uit de Eerste Wereldoorlog!

Vrijdag 20 april 1945

Aan het Westfront nemen de Amerikanen Neurenberg in. Berlijn ligt zwaar onder vuur. In de Führerbunker viert Hitler zijn verjaardag.

Chauffeur Erich Kempka: De Führer werd 56. Ik dacht automatisch terug aan de jaren dat het Duitse volk deze dag vierde en dat er grote recepties en parades werden gehouden.

Toen ik in 1932 in dienst trad, wilde ik hem rondrijden en vergezellen, zodat ik mijn steentje kon bijdragen aan zijn succesvolle werk voor de vrede. Voor zover het lot het toeliet, is die wens in vervulling gegaan.

LIjfwacht: Tijdens de aanval op Polen in 1939 liep Rochus Misch een schotwond in zijn buik op. In het veldhospitaal kreeg hij bevel te solliciteren bij het lijfwachtenkorps van Hitler, het Führerbegleitkommando. Misch deed vervolgens dienst als lijfwacht en telefonist van Hitler. Alleen hij en Hitler mochten in de bunker een wapen dragen.

© Rochus Misch

Minister van bewapening Albert Speer: Een afdeling van de Hitlerjugend die zich had onderscheiden, werd in de tuin van de Rijkskanselarij aan Hitler voorgesteld. Hij sprak wat woorden en tikte een enkeling op de wang. 

Zijn stem was zwak en hij vertrok snel. Hij realiseerde zich vast dat hij niet meer overtuigde en alleen nog medelijden opwekte. De meesten voelden zich ongemakkelijk en praatten maar over de oorlog. Niemand wist wat te zeggen.

Secretaresse Traudl Junge: ’s Avonds zaten we als haringen in een ton in de kleine werkkamer. Hitler zweeg en staarde voor zich uit. We vroegen of hij Berlijn niet wilde verlaten. ‘Nee, dat kan ik niet’, zei hij. ‘Ik moet de beslissing hier in Berlijn afdwingen of ten onder gaan!’ We zwegen. De sekt waarmee we hadden getoost, smaakte ons niet meer.

Onze bange vermoedens werden bewaarheid: Hitler geloofde zelf niet in de overwinning. Het gezelschap brak op. Eva Braun, die eerst met Hitler zijn kamer binnenging, kwam weer naar buiten. Haar ogen flikkerden. 

Ze droeg een jurk van zilverblauw brokaat. Eva wilde de angst in haar hart beteugelen en nog een laatste keer feesten, terwijl er niets te feesten viel. Ze wilde dansen, drinken, vergeten. Ik liet me maar al te graag meeslepen in die laatste uitbarsting van levensvreugde.

Eva Braun nodigde iedereen die ze in de bunker tegen het lijf liep in haar voormalige woonkamer op de eerste verdieping in de Rijkskanselarij. Deze was nog intact, al stonden de fraaie meubels nu in de bunker. 

De grote, ronde tafel werd feestelijk gedekt voor iedereen die tot de kring rond Hitler hoorde en nog in Berlijn was. Er werd zelfs een oude grammofoon gevonden, en nog één plaat. ‘Bloedrode rozen vertellen je over geluk…’ Eva Braun wilde dansen! Ze nam iedereen mee in een roes van wanhoop. De dood hijgde in onze nek.

We dronken champagne lachten, en ik deed net zo hard mee, want ik wilde niet huilen. Door een explosie viel het gezelschap even stil, iemand rende naar de telefoon en een ander won belangrijke informatie in. 

Maar niemand sprak over de oorlog, de overwinning of de dood. We waren geesten die feest vierden. En al die tijd bleven rode rozen over geluk vertellen. Ineens draaide mijn maag zich ervan om.

Zaterdag 21 april 1945

Het regent Russische granaten in de tuin van de Rijkskanselarij, waaronder de Führerbunker ligt.

Lijfwacht Rochus Misch: De afgelopen maanden waren Hitler niet in zijn koude kleren gaan zitten. Elke nederlaag, elke tegenslag, elk vermeend of werkelijk verraad van zijn naasten had een weerslag op zijn fysieke gestel. 

Hij begon moeilijk te lopen, met een been te trekken. Zijn blik dwaalde almaar af, zijn evenwichtsgevoel was verstoord. Wat het meest opviel, was dat hij extreem langzaam bewoog. Hij maakte de indruk van een oude man.

Zondag 22 april 1945

Russische soldaten bereiken de wijken Pankow en Karlshorst. De binnenste verdedigingsring van Berlijn is doorbroken. Hitler laat een deel van zijn staf gaan. Er staat een vliegtuig voor ze klaar.

Lijfwacht Rochus Misch: Die dag kende net als alle andere dagen van het leven in de bunker geen begin. Op een willekeurig moment ging de lange, slapeloze nacht over in de
ochtend. Ik dommelde steeds in en probeerde me op te peppen met cognac en chocolade. De situatie werd steeds uitzichtlozer.

Hitler hoopte dat er een breuk tussen het Westen en de Russen zou ontstaan, maar dat gebeurde niet. Ik verbond generaal Busse, die het commando voerde over het Negende Leger, door met officier Burgdorf. 

Generaal Busse rapporteerde: ‘De zware strijd is een uitputtingsslag die mensen en materieel kost, en we zijn door onze reserves heen.’

Tegen mijn orders in luisterde ik naar het gesprek. Als ik maar een sprankje hoop kon krijgen, maar nee. De telefoon ging opnieuw.

Het was Schädle, hoofd van Hitlers lijfwacht. Mijn gedachten waren nog bij het teleurstellende nieuws dat ik opgevangen had. Daarom luisterde ik eerst maar half naar wat Schädle zei: 

‘Vliegtuig – vertrekken – plaatsen vrij, haal uw vrouw.’ Ineens was ik alert. In het laatste vliegtuig dat Berlijn zou verlaten, was plek voor mijn vrouw en dochter. Zij konden vertrekken. Ik kon het niet geloven.

Secretaresse Traudl Junge: In de bunker heerste een koortsige onrust. De deur naar de vergaderruimte was dicht. Achter de deur waren luide stemmen te horen. 

In de keuken dronk ik koffie met mevrouw Christian (mijn collega) en mejuffrouw Krüger (de secretaresse van Martin Bormann). Eindelijk ging de stalen deur open. Hitlers gezicht was uitdrukkingloos, zijn ogen stonden dof: ‘Kleed u snel om. Over een uur gaat u met een vliegtuig naar het zuiden. Alles is verloren, hopeloos verloren.’

Ik was ontzet. Eva Braun herpakte zich als eerste. Ze liep naar Hitler, pakte zijn handen en sprak lachend en troostend tegen hem alsof hij een teleurgesteld kind was: 

‘Maar je weet toch dat ik bij je blijf. Ik laat me niet wegsturen.’ Hitlers ogen gingen glanzen en toen deed hij iets wat niemand hem ooit had zien doen: hij kuste Eva Braun op de mond. 

Ik wilde het niet zeggen, maar de woorden floepten vanzelf mijn mond uit; ik wilde hier niet blijven en ik wilde niet sterven, maar het was sterker dan ikzelf.

‘Ik blijf ook’, zei ik.

Lijfwacht Rochus Misch: Ik kreeg verlof en een medewerker van Hitlers garage reed mij naar de wijk Rudow. Berlijn was verlaten, er was geen levende ziel te bekennen. 

De man reed zo snel hij kon tussen de puinhopen door. Ik vermoedde dat Gerda en ons eenjarige dochtertje Brigitta in de schuilkelder zaten. Ik liet mij daarheen rijden en vond ze al snel.

Gerda omhelsde mij, maar haar reactie op mijn levensreddende boodschap trof mij als een mokerslag. Ze schudde het hoofd. Nee, ze kon nu niet vertrekken, zei ze. Brigitta had hoge koorts. Bovendien wilde ze haar ouders niet alleen in Berlijn achterlaten. 

Vertwijfeld probeerde ik haar te overreden. Ik noemde de gruweldaden van de Russen tegen de bevolking van Oost-Pruisen. Maar het lukte me niet om haar te overtuigen. ‘Het is de laatste kans, Gerda’, zei ik smekend. Maar mijn vrouw schudde verdrietig, maar vastberaden het hoofd.  

Secretaresse: In 1941 zocht Hitler een secretaresse. Enkele vrouwen deden een test, onder wie de 21-jarige Traudl. Ze viel bij Hitler in de smaak. Traudl voegde zich bij een team van vier secretaresses. Ze paste goed in de staf en trouwde met Hans Junge, Hitlers kamerheer. Junge koos er zelf voor om de staf te verlaten en weer naar het front te gaan.

© Polfoto/Ullstein Bild

Maandag 23 april 1945

Frankfurt am Main valt. Rijksmaarschalk Göring stuurt een telegram vanuit Berchtesgaden in Beieren. Hij wil weten of Hitler de verdediging van het land nog wel kan leiden. Anders neemt hij het als diens plaatsvervanger over. Hitler ruikt onraad en eist dat Göring wordt gearresteerd.

Chauffeur Erich Kempka: In de kleine kring die ervan op de hoogte was, sloeg het telegram in als een bom. De ingewijden wisten dat de verstandhouding tussen de Führer en de rijksmaarschalk sinds de val van de Luftwaffe slecht was. 

Maar zo’n telegram had niemand van
Hermann Göring verwacht. De rijksmaarschalk stelde bijna dictatoriale eisen aan de Führer.

Secretaresse Traudl Junge: Niemand kon de slaap vatten. Als schimmen bewogen we ons door de bunker en wachtten. We glipten soms de trap op, wachtten tot het artillerievuur even stopte en keken vol afschuw hoe de verwoesting zich buiten uitbreidde. 

We waren onderhand omringd door ruïnes. Op de Wilhelmsplatz lag een dood paard. Maar ik voelde niets meer, ik was helemaal leeg vanbinnen.

Dinsdag 24 april 1945

Hitler geeft opdracht om van de oost-westas, de paradestraat van de nazi’s (nu de Strasse des 17. Juni), een tijdelijke landingsbaan te maken.

Lijfwacht Rochus Misch: Degenen die de bunker wegens belangrijke taken niet konden verlaten, wisten het maar al te goed: pas na de dood van Hitler konden we onszelf redden. Dus wachtten we daarop.

Woensdag 25 april 1945

Het Rode Leger en de US Army treffen elkaar op een brug over de Elbe bij Torgau. Duitsland is ‘in tweeën gehakt’. In Berlijn vervliegt de hoop.

Lijfwacht Rochus Misch: Ik was blij dat er voortdurend iets te doen viel. Zo kon ik de tijd een beetje vergeten.

Donderdag 26 april 1945

Er is een opvolger voor Göring gevonden. Luchtmachtgeneraal Robert von Greim vliegt voor zijn benoeming van München naar Berlijn. Hij neemt testpiloot Hanna Reitsch mee.

Piloot Hanna Reitsch: Onder ons wemelde het van de Russische tanks en soldaten. Ik kon hun gezichten goed zien, terwijl ze schoten met alles wat ze hadden: geweren, machinepistolen en granaten. Rechts en links, boven en onder ons zagen we kleine, dodelijke explosies, tot er opeens een vreselijke knal klonk.

Ik zag een witgele vlam naast de motor en hoorde Greim tegelijkertijd roepen dat hij was geraakt. Bijna automatisch reikte ik over zijn schouder naar de gashendel en stuurknuppel. Greim verloor het bewustzijn en zakte in elkaar. 

Het vliegtuig was geraakt. Ik zag dat beide tanks brandstof lekten en werd bang. De boel kon elk moment in de lucht vliegen en het was een wonder dat dat nog niet was gebeurd. Ik kon het vliegtuig besturen en was ongedeerd.

We naderden de radiotoren van Berlijn. De rook, het stof en de zware zwavellucht werden steeds erger, maar het schieten nam af. We 

vlogen kennelijk over wijken die nog in Duitse handen waren. Nu kwamen mijn testvluchten boven Berlijn van pas. 

Ik hoefde niet te zoeken en had genoeg aan de kompaskoers naar de Flakbunker. Links lag de oost-westas met de Overwinningszuil. Ik landde vlak bij de Brandenburger Tor. Het gebied leek uitgestorven.

Greim was weer bij kennis gekomen en moeizaam hielp ik hem uit het vliegtuig. Hij ging op een stoep zitten. Nu was het wachten totdat er een auto voorbijkwam. Of die Duits of vijandelijk zou zijn, moesten we maar afwachten.

Secretaresse Traudl Junge: Wie had ooit gedacht dat een klein, lief en zeer vrouwelijk type als Hanna Reitsch zo moedig kon zijn. Op de zwarte coltrui droeg ze het IJzeren Kruis. Robert von Greim leunde op haar schouder en hinkte de bunker binnen.

Hanna Reitsch ging direct naar de Führer. Zoals zoveel vrouwen liep ze weg met Hitler.

Vrijdag 27 april 1945

Het Rode Leger bereikt de Alexanderplatz. Speer moet in Berlijn tekst en uitleg komen geven over de reden dat hij Hitlers Nero-bevel om de Duitse fabrieken te vernietigen, niet uitgevoerd heeft.

Minister van bewapening Albert Speer: Ik kreeg het benauwd toen ik naar Hitlers werkkamer onder de grond werd geleid. Hij was alleen en ontving mij koeltjes. 

Hij gaf mij geen hand en zei met schelle stem: ‘Ik heb van Bormann een rapport gekregen over uw onderhoud met de Gauleiters in het Ruhrgebied. U raadde hen af mijn orders op te volgen en zei dat we de oorlog verloren hadden. Bent u zich ervan bewust welke straf daarop staat?’

Alsof hij zich opeens iets herinnerde, liet hij zijn stem dalen en hij voegde er bijna als een gewoon mens aan toe: ‘Als u niet mijn architect was geweest, had ik de maatregelen genomen die in dergelijke gevallen noodzakelijk zijn.’

Chauffeur: Erich Kempka was eerst monteur bij de autofabriek DKW. In 1930 werd hij lid van de nazipartij en ging hij als chauffeur voor hooggeplaatste partijleden werken. In vier jaar tijd werkte Erich Kempka zich op tot privéchauffeur van Hitler. Bovendien was hij verantwoordelijk voor Hitlers wagenpark in een ondergrondse garage.

© Polfoto/Ullstein Bild

Zaterdag 28 april 1945

De Führerbunker is vrijwel afgesloten van de buitenwereld. Daarom luistert Hitlers staf naar de BBC. Deze radiozender deelt mee dat SS-leider Himmler vredesonderhandelingen heeft gevoerd met de Zweedse diplomaat Folke Bernadotte.

Lijfwacht Rochus Misch: Hitler was de rooie. Hij schreeuwde. Tussen de telefoongesprekken door hoorde ik hem geagiteerd roepen: ‘Echt iets voor Himmler, echt iets voor Himmler!’ 

Zo reageerde hij ook op de vlucht van Hess naar Engeland in 1941. Hitler liet Hanna Reitsch en Robert von Greim komen. Ze moesten Himmler arresteren.

Piloot Hanna Reitsch: De koeriers zeiden dat er op 400 meter van de oost-westas geen granaatgaten waren, maar dat kon elk moment veranderen. De start zou sowieso een kwestie van geluk zijn. De vijand zocht met zoeklichten de straten af. 

Toch kon de Arado opstijgen. We zetten koers naar de Brandenburger Tor. De vijand had ons gezien en schoot met lichtspoormunitie. De lucht was er vol van. Op 700 meter hoogte bereikten we open luchtruim.

Zondag 29 april 1945

Amerikaanse troepen bereiken München. In Italië worden Mussolini en zijn geliefde door partizanen vermoord. Het nieuws beangstigt Hitler en hij besluit zijn lot in eigen hand te nemen.

Lijfwacht Rochus Misch: Kort na middernacht zag ik een onbekende man in de bunker. Hannes Hentschel, die verantwoordelijk was voor de dieselgenerator, leek niet verrast. ‘Weet jij wie dat is?’ vroeg ik.

‘Dat is de trouwambtenaar.’

‘Wie?’ Ik had het vast verkeerd gehoord, maar Hentschel herhaalde: ‘De trouwambtenaar. De Führer gaat trouwen.’ 

Zo hoorde ik over de bruiloft van Hitler en Eva Braun. Er kwamen maar weinig mensen een toost uitbrengen op het echtpaar Hitler. Ik bleef op mijn post en vroeg me af hoe ik Eva Braun nu moest aanspreken. ‘Mevrouw Hitler’ klonk niet goed.

Secretaresse Traudl Junge: De Führer kwam naar mij toe, pakte mijn hand en vroeg: ‘Hebt u wat gerust, mijn kind?’ Ik zei verbaasd: ‘Ja’, en hij ging verder: ‘Ik wilde graag iets
dicteren.’ Ik nam plaats aan tafel en wachtte. Toen gooide de Führer de woorden er opeens uit: ‘Mijn politieke testament.’

Een moment weigerde mijn hand dienst. Nu volgde waar we al dagen op zaten te wachten. Een verklaring voor wat er was gebeurd. Een schuldbekentenis of misschien een rechtvaardiging. In het laatste document zou hij, die niets meer te verliezen heeft, eindelijk de waarheid vertellen over het ‘Duizendjarige Rijk’.

Maar niets van dit alles. Bijna mechanisch somde de Führer de verklaringen, aanklachten en eisen op die ik, het Duitse volk en zelfs de hele wereld op voorhand al kenden.

Maandag 30 april 1945

In de Rijksdag vechten Russen en Duitsers op honderden meters van de Führerbunker, waar Hitler een dramatische stap voorbereidt.

Secretaresse Traudl Junge: Otto Günsche, de bediende van Hitler, kwam naar mij toe: ‘Kom, de Führer wil afscheid nemen.’ Ik stond op en liep de gang in. Ik zag alleen de Führer. 

Hij kwam heel langzaam zijn kamer uit, met afhangende schouders, ging de deur door en gaf ons allemaal een hand. Even voelde ik zijn warme hand in de mijne, toen keek hij mij aan zonder me te zien. 

Hij zei iets tegen mij, maar ik kon het niet verstaan. Pas toen Eva Braun naar mij toe kwam, werd de betovering verbroken. Ze glimlachte en omarmde mij.

‘Wilt u toch niet proberen om hier weg te komen? Dan kunt u Beieren de groeten van mij doen’, zei ze lachend, maar in haar stem klonken tranen door. Toen liep ze met de Führer zijn woonkamer in. De zware ijzeren deur sloot zich langzaam achter hen.

Chauffeur Erich Kempka: Ik bevond mij in een van de minder verwoeste ruimtes van de ondergrondse garage. Hitlers adjudant Günsche belde, zijn stem was hees van opwinding.

‘Ik moet meteen 200 liter benzine hebben.’

Ik dacht dat het een slechte grap was en probeerde uit te leggen dat dat onmogelijk was. Zijn stem sloeg bijna over.

‘Benzine, Erich! Benzine!’

‘Waar heb je 200 liter benzine voor nodig?’

‘Dat kan ik niet via de telefoon zeggen!’

Gejaagd gaf ik mijn mensen de opdracht de jerrycans voor de Führerbunker te vullen. Zelf haastte ik mij naar Günsche om uit te vinden wat er aan de hand was.

Lijfwacht Rochus Misch: Hitlers kamerheer Heinz Linge en Otto Günsche legden eerst hun oor tegen de deur van de werkkamer. Toen liepen ze langzaam verder naar de deur van de woonkamer. Niemand durfde adem te halen.

Mijn blik viel eerst op Eva. Ze zat met opgetrokken benen op de bank, haar hoofd was naar Hitler gedraaid. Haar schoenen stonden onder de bank. Naast haar, ik weet niet meer of dat op de bank of in de stoel was, zat de dode Hitler. Zijn open ogen staarden in de leegte.

Piloot: Als kind had Hanna al een fascinatie voor vliegen en op 20-jarige leeftijd haalde ze haar vliegbrevet. In de jaren 1930 vestigde ze records met zweefvliegen en werd ze testpiloot. Ze vloog onder andere in de eerste helikopter, de Focke-Wulf Fw 61, en in het raketvliegtuig Me 163. In 1945 bereidde ze een redding van Hitler per helikopter voor.

© Polfoto/Ullstein Bild

Chauffeur Erich Kempka: Ik had niet aan de 20 treden naar de uitgang gedacht. Mijn krachten lieten het afweten. Halverwege kwam Otto Günsche mij te hulp. Samen droegen we het 

lichaam van Eva Hitler naar buiten.

Het was ongeveer twee uur in de middag. De Rijkskanselarij lag zwaar onder vuur. De Russische granaten sloegen aan alle kanten om ons heen in. Ontelbare kluiten aarde vlogen ons om de oren. De lucht was vol pleisterkalk.

Günsche en ik legden Eva Hitler naast haar man. Om ons heen explodeerden de granaten zo heftig dat het leek alsof de Russen nu twee keer zoveel beschietingen uitvoerden.

Ik keek naar de bunker en haalde diep adem. Vervolgens pakte ik een jerrycan en zette die naast de lichamen. Ik schroefde de dop eraf. De inslaande granaten bedolven ons onder de aarde en de granaatsplinters vlogen in het rond. We renden naar de ingang om te schuilen.

We waren op van de zenuwen. Gespannen wachtten we tot de beschietingen even stopten, zodat we de lichamen met benzine konden overgieten. Voorovergebogen rende ik naar de jerrycan. Mijn lichaam trilde, maar ik dwong mezelf om de laatste orders van Hitler uit te voeren en goot de inhoud over de doden.

Hoe moesten we de benzine aansteken? Ik wees een voorstel om een handgranaat te gooien van de hand. Toevallig viel mijn oog op een doek die naast een brandslang lag. We drenkten de doek in benzine. ‘Een lucifer!’

Dr. Goebbels haalde een doosje uit zijn zak en gaf het aan mij. Ik stak een lucifer aan en hield die bij de doek. Zodra deze vlam vatte, gooide ik hem als een brandende bal in een grote boog naar de met benzine overgoten lichamen.

De lijkverbranding duurde tot half acht.

Secretaresse Traudl Junge: Beneden stond de deur naar Hitlers kamer nog steeds open. Op tafel lag naast een roze zijden zakdoek de kleine revolver van Eva en op de vloer zag ik de glanzende messing huls van de gifampul. Plotseling werd ik overweldigd door een machte­loze haat tegen de Führer.

Lijfwacht Rochus Misch: Wat nu? Al snel besloot men met de Russen te onderhandelen. Er moest een telefoonverbinding worden opgezet. Telefoontechnicus Gretz kwam met een enorme kabeltrommel: ‘Ik ga naar de Russen.’ Het Rode Leger stond al in de Zimmerstrasse, dat was op nog geen 400 meter.

Ik probeerde verbinding te krijgen, en toen hoorde ik een Russische stem. ‘Moment, moment’, zei ik en verbond door naar generaal Krebs, die vloeiend Russisch sprak.

Dinsdag 1 mei 1945

Het Rode Leger viert de verovering van de Rijksdag; de Amerikanen nemen Braunau in, waar Hitler in 1889 werd geboren. Joseph Goebbels, de nieuwe rijkskanselier, wijst het resultaat van de vredesonderhandelingen van generaal Krebs af. In de Führerbunker zijn velen klaar om te vluchten, anderen kiezen de dood.

Lijfwacht Rochus Misch: Rond vijf uur kwam mevrouw Goebbels met haar zes kinderen naar de telefooncentrale. Ze trok hen witte nachthemden aan. Ze werden uitgebreid gekamd en geknuffeld. Helga van negen huilde.

Ik wist dat dit het definitieve afscheid was van een moeder en haar kinderen. Mevrouw Goebbels maakte hen gereed om te sterven.

Secretaresse Traudl Junge: We wachtten tot het avond werd. De gewonde Schädle, het hoofd van Hitlers lijfwacht, had al zelfmoord gepleegd. Krebs en Burgdorf stonden op, streken hun uniform glad, gaven iedereen een hand ten afscheid en verlieten de kamer. 

Ze wilden hier zelfmoord plegen. Goebbels liep rusteloos rond met een sigaar in de hand. Hij zag eruit als een hoteleigenaar die in stilte wachtte totdat alle gasten waren vertrokken. Hij klaagde en schold niet langer. 

Toen was het tijd. We gaven hem allemaal een hand ten afscheid. Met een geforceerde glimlach wenste hij mij alle goeds. ‘Misschien glipt u door de Russische linies’, zei hij. Maar ik schudde vertwijfeld het hoofd. We waren volledig omsingeld.

Een voor een verlieten wij deze vreselijke plek. Voor het laatst liep ik langs Hitlers deur.

Woensdag 2 mei 1945

Joseph en Magda Goebbels plegen zelfmoord, Berlijn geeft zich over. 300.000 Russische en een onbekend aantal Duitse soldaten is gedood.

Lijfwacht Rochus Misch: Kort na middernacht keek Goebbels me aan en zei: ‘De oorlog is verloren. We wisten hoe te leven en we weten hoe te sterven. Ik heb u niet meer nodig, Misch.’ 

Daarop schudde hij mij de hand, wat hij nog nooit eerder had gedaan. Zijn greep was stevig, zijn vingers waren koud.

Toen voelde ik me vrij. Ik dacht niet meer aan Goebbels of Hitler. Ik ging terug naar het schakelbord en trok alle snoeren eruit.

Lees ons grote thema over de Tweede Wereldoorlog, waarin allerlei aspecten van de oorlog uitgebreid aan bod komen.

Lees ook

Traudl Junge: Til den bitre ende, Lindhardt og Ringhof, 2003. Rochus Misch: Der Letzte Zeuge, Piper Verlag, 2009. Erich Kempka: I Was Hitler's Chauffeur, Frontline Books, 2010. Albert Speer: Erindringer, Schønbergs Forlag, 2003. Hanna Reitsch: Fliegen – Mein Leben, Winkelried-Verlag, 2009. 

Bekijk ook ...