Our website does not support Internet Explorer.

To get the best experience on our website and of our content, please use a more modern browser like Edge, Chrome, Safari or similar.

Gestapo: Hitlers geheime politie joeg Europa schrik aan

Deportatie, marteling en willekeurige executie. De Duitse geheime staatspolitie, de Gestapo, zaaide terreur in de bezette landen in Europa. Met de hulp van plaatselijke collaborateurs infiltreerden de agenten in het verzet, en ze rekenden keihard af met Hitlers vijanden.

Granger/Polfoto

Feiten over de Gestapo

Naam: Geheime Staatspolizei
Opgericht: 26 april 1933
Leiders: Hermann Göring (1933-1934), Heinrich Himmler (1934-1945)
Hoofdkwartier: Prinz-Albrecht-Straße, Berlijn
Medewerkers: 32.000 (1944)

Eerst viel hem niets bijzonders op aan de vier of vijf Duitse vrachtwagens die met een hels kabaal door het slaperige dorpje denderden.

Maar toen de Franse politieman Leon Roussel een onverwacht geluid hoorde, wreef hij nog eens in zijn ogen.

Het was een gedempt gezang. Door het motorlawaai heen klonken de noten van de Marseillaise, het Franse volkslied, en hij zag dat er gewapende Duitsers in de open vrachtwagens zaten, samen met Franse burgers met handboeien om.

‘De burgers in de wagens zaten te zingen,’ vertelde Roussel na de oorlog.

Twee uur later keerden de vrachtwagens terug naar het dorp.

De Gestapo drukte alle vormen van verzet tegen de nazi’s wreed de kop in.

© Mary Evans/Scanpix

Er werd niet meer gezongen, en de laadruimten waren afgedekt om de lijken te verbergen.

‘Uit de laadklep van de vrachtwagens liep een stroompje bloed, dat een spoor trok vanaf de steengroeve waar ze waren doodgeschoten. Pas nu besefte ik dat de mensen in de auto’s gijzelaars waren die geëxecuteerd zouden worden.’

Twee dagen voor Roussels ervaring in het dorp Châteaubriant, op 20 oktober 1941, was een Duitse officier in een naburig dorp gedood door het verzet.

Als vergelding voor die aanslag hadden de Duitsers bepaald dat 50 Franse burgers moesten worden geëxecuteerd – de mannen die Roussel had gezien.

De liquidaties waren uitgevoerd door de Gestapo, de geheime staatspolitie van nazi-Duitsland. En dit was bepaald geen uitzonderlijk geval.

Tot het eind van de Tweede Wereldoorlog zijn zeker 29.600 mensen omgekomen door toedoen van de geheime politie, terwijl alleen al in Frankrijk meer dan 75.000 joden naar een vernietigingskamp zijn gestuurd.

Gestapo staat boven de wet

De Gestapoagenten hadden de vrije hand om te liquideren wie ze wilden. Ze hoefden alleen verantwoording af te leggen aan Heinrich Himmler, Reichsführer-SS en hoofd van de politie, en diens rechterhand Reinhard Heydrich.

Formeel was Adolf Hitler hun directe baas, en hij was in zijn nopjes met de resultaten die de Gestapo behaalde.

‘We worden gezien – als ik zo vrij mag zijn – als een kruising tussen een huishoudster en het afvalputje van het rijk.’
Heinrich Himmler over het imago van de Gestapo, 1941.

Vijf jaar voor het bloedbad in het Franse Châteaubriant, in 1936, had de Führer de geheime politie boven de wet gesteld.

Hij wilde het korps efficiënter maken. Voortaan kon de Gestapo zonder tussenkomst van een rechter burgers arresteren, martelen, deporteren en zelfs om het leven brengen.

‘Het is heel begrijpelijk dat mensen liever niets met ons te maken hebben. Want er is geen probleem dat wij niet kunnen oplossen. We worden gezien – als ik zo vrij mag zijn – als een kruising tussen een huishoudster en het afvalputje van het rijk,’ zei Himmler in 1941 over de rol van de Gestapo.

Dankzij haar ruime bevoegdheden opereerde de Gestapo los van de rechtbanken.

Een verdachte liep dan ook het risico alsnog door de dienst gearresteerd te worden als hij was vrijgesproken door een Duitse rechter of was vrijgekomen na het uitzitten van zijn celstraf.

Meestal betekende zo’n arrestatie dat de betrokkene ofwel werd vermoord ofwel naar een concentratiekamp werd gestuurd zonder vorm van proces.

Drie ijzervreters leidden Gestapo

Himmler, Heydrich en Müller creëerden een monster dat meedogenloos afrekende met het verzet tegen de Duitse bezetter.

Gestapo slaat staatsvijanden neer

De Gestapo werd in 1933 opgericht toen Hitler zijn plaatsvervanger Hermann Göring benoemde tot Pruisisch minister van Binnenlandse Zaken en daarmee hoofd van de politie van Pruisen.

Göring reorganiseerde het korps en nam veel fanatieke nazi’s in de gelederen op.

Hij wilde een politiedienst creëren die in het geheim opereerde en ‘alle tendensen die schadelijk kunnen zijn voor de staat’ de kop indrukte.

Echte Gestapoagenten gingen onopvallend gekleed om niet de aandacht te trekken.

© AKG/Scanpix

Al een jaar later moest Göring de Gestapo echter overdragen aan Heinrich Himmler.

Op dat moment was Himmler commissaris van politie in München, en onder zijn leiding werd de Gestapo uitgebreid van een Pruisisch politiekorps tot een landelijke geheime politie.

In 1939 kreeg de Gestapo haar uit-eindelijke vorm toen ze onder het Reichssicherheitshauptamt (RSHA) kwam te vallen – de veiligheidsdienst van het Duitse rijk, die onder leiding stond van Himmlers beruchte rechterhand Reinhard Heydrich.

Het RSHA had ook andere afdelingen dan de Gestapo, waaronder de Einsatzgruppen, de gevreesde doodseskaders waar de Gestapo in Oost-Europa samen mee optrok.

‘Er werd 1000 kronen uitgeloofd voor tips die konden leiden tot de opheldering van een brand die door saboteurs was gesticht in een kleermakerszaak. Ik wist weinig van dit soort dingen. Ik dacht maar één ding: hoeveel kleren en voedsel ik voor mijn kind en mij zou kunnen kopen van 1000 kronen.’
De Deense collaborateur Grethe Bartram.

Agenten van de Gestapo trokken de bezette gebieden binnen in het kielzog van het Duitse leger en assisteerden de Einsatzgruppen en lokale doodseskaders bij het oppakken van joden, zigeuners, verzetslieden, gehandicapten en willekeurige burgers, die werden geliquideerd of afgevoerd naar kampen.

Terwijl de Gestapo in Oost-Europa op klaarlichte dag wreedheden beging, opereerde het politiekorps in het bezette West-Europa meer achter de schermen. Maar ook daar maakten de nazi’s stelselmatig gebruik van terreur en marteling.

In Nederland, België, Frankrijk en de Scandinavische landen ging de Gestapo aanvankelijk behoedzamer te werk en maakte ze vooral gebruik van lokale collaborateurs om in verzetsgroepen te infiltreren en ze op te rollen. De verraders konden op een beloning rekenen.

‘Op een dag zag ik in de krant een advertentie staan van de Deense politie. Er werd 1000 kronen uitgeloofd voor tips die konden leiden tot de opheldering van een brand die door saboteurs was gesticht in een kleermakerszaak. Ik wist weinig van dit soort dingen. Ik dacht maar één ding: hoeveel kleren en voedsel ik voor mijn kind en mij zou kunnen kopen van 1000 kronen,’ vertelde de Deense collaborateur Grethe Bartram na de oorlog.

De advertentie was geplaatst door de Gestapo, en Bartram, die banden had met het communistische verzet, werd een van de meest ‘productieve’ Deense verraders.

In de loop van de oorlog leverde ze meer dan 50 mensen uit aan de Gestapo. Onder de slachtoffers waren haar eigen broer en echtgenoot.

In 1942 pleegden Tsjechen een bomaanslag op de auto van Heydrich. Het nazikopstuk kwam om het leven ...

© Topfoto/Polfoto

... en Hitler liet 10.000 willekeurige Tsjechen liquideren als vergelding.

© Granger/Polfoto

Gestapo hangt gevangenen op aan armen

Als de Gestapo een naam doorkreeg, werd de verdachte meestal van zijn bed gelicht door twee of drie agenten en een stel SS’ers in uniform.

Hij kreeg een paar minuten om wat kleren te pakken en werd in stilte afgevoerd.

Gevangenen die waren betiteld als vijanden van het Derde Rijk, kregen allemaal dezelfde behandeling, of ze nu aan de Euterpestraat in Amsterdam, Avenue Foch in Parijs of de Prinz-Albrecht-Straße in Berlijn vastzaten.

De verhoren verliepen altijd ongeveer hetzelfde.

Doorgaans werd de gevangene eerst in een donkere cel opgesloten. Pas na iets meer dan een week begonnen de verhoren en martelingen, waarbij het slachtoffer met stokken, touwen of de blote vuist in werd bewerkt.

De geallieerden lieten na de oorlog anonieme Gestapoagenten hun collega’s aanwijzen.

© Corbis/AOP

De verhoorders van de Gestapo mochten iemand graag ophangen aan zijn armen, die achter zijn rug waren gebonden.

De gevangene bleef in de martelkelder hangen tot hij flauwviel van de pijn of de schouders uit de kom schoten.

Soms waren de methoden zeer sadistisch. Zo werden wel de voetzolen van gevangenen met een scheermes opengesneden, waarna ze over zout moesten lopen, of werden plukjes watten in petroleum gedrenkt, tussen de vingers of tenen geplaatst en aangestoken.

Daarnaast hield degene die het verhoor leidde vaak iemands hoofd onder water tot hij bijna verdronk, en ook elektroschokken behoorden tot het repertoire van de Gestapo.

Meestal werd de ene pool aan de enkel bevestigd en de andere aan de geslachtsorganen.

Lokale Gestapobeulen zijn de wreedste

Martelingen werden meestal uitgevoerd door plaatselijke agenten, die de taal en de cultuur kenden. Zij waren vaak meer gevreesd dan de Duitsers omdat ze be-ter waren in psychische druk uitoefenen en wreder te werk gingen om indruk te maken op hun Duitse bazen.

Dat gold bijvoorbeeld voor de Deen Ib Birkedal, die berucht was vanwege zijn meedogenloze optreden.

Een van de gevangenen die door de Deense Gestapobeul werden mishandeld, was verzetskopstuk Mogens Fog.

Hij werd in 1944 verhoord in het hoofdkwartier van de Gestapo in Kopenhagen, maar weigerde de namen van andere verzetslieden te noemen.

‘Hij had een knuppel in zijn hand, die flink versleten was, en af en toe hield hij die onder zijn neus en snoof hij eraan – duidelijk een gewoonte.’
Verzetsstrijder Mogens Fog over de methoden van beul Birkedal.

De Duitsers hadden genoeg van de koppigheid van Fog en zagen zich genoodzaakt ‘andere methoden’ in te zetten. Om 3 uur ’s nachts werd Fog naar Birkedal gebracht.

‘Hij had een knuppel in zijn hand, die flink versleten was, en af en toe hield hij die onder zijn neus en snoof hij eraan – duidelijk een gewoonte,’ schreef Fog.

Birkedal blafte en schold in het Deens en het Duits en zei dreigend tegen Fog dat hij maar eens op zoek moest gaan naar zijn duimschroeven.

Als de gevangene niet snel aan het praten sloeg, zou bij niet alleen met de knuppel bewerkt worden, maar zouden de Duitsers willekeurige gebouwen vol burgers opblazen en zou Fog de schuld krijgen.

Toen de verzetsman nog steeds zijn kaken op elkaar hield, werd hij over een leunstoel gelegd en liet de Gestapobeul zijn knuppel op hem neerdalen.

‘Bij elke slag deed het meer pijn, vlak nadat ik was geraakt. Hij ging steeds langzamer slaan en zei steeds: “Nou? Nou?” Zelfs de kleinste aanraking deed op dat moment heel zeer.’

Mogens Fog hield geen blijvend letsel over aan de marteling, maar andere verzetsstrijders hadden minder geluk.

De Franse officier en onderwijzer Louis Labussière beschreef bijvoorbeeld na de oorlog, tijdens de processen van Neurenberg, uitgebreid hoe de Gestapo te werk ging.

Hij verklaarde hoe hij in een gevangenenkamp was herenigd met zijn vriend Lalbue, die net als hij was gemarteld door de Gestapo.

‘Hij kon de vingers van zijn rechterhand niet bewegen omdat hij eraan was opgehangen. Hij was geslagen en had stroomstoten gekregen. Er waren lucifers onder de nagels van zijn handen en voeten gestoken, die waren omwikkeld met doeken, waarna de lucifers waren aangestoken. Terwijl zijn voeten en handen in vlammen gehuld waren, had één Duitser met een mes in zijn voeten gestoken en had een ander hem geslagen. Een aantal kootjes van zijn vingers waren helemaal weggebrand,’ vertelde Labussière in de rechtbank.

Martelmethoden van de Gestapo

  • De duimschroef

    was een schroef waarin de hand van een gevangene werd geplaatst. Als de beul aan een hendel draaide, werden de botten langzaam gebroken, tot het slachtoffer ging praten.

  • Waarheidsserum

    met scopolamine werd gebruikt om een delirium op te wekken bij gevangenen. Dan raakten ze hun werkelijkheidsbesef kwijt en spraken ze naar verluidt altijd de waarheid.

  • Water

    werd vooral voor Franse verzetsstrijders gebruikt. Meestal werd iemands hoofd onder water geduwd tot hij het gevoel had dat hij verdronk of werd de gevangene in een ijskoud bad gezet.

Het verzet was goed op de hoogte van de martelmethoden van de Gestapo, en als een lid werd opgepakt, nam de rest van de groep aan dat het een kwestie van tijd zou zijn voordat de wilskracht van hun kameraad werd gebroken.

De verzetsgroep kon alleen maar hopen dat het slachtoffer het lang genoeg vol zou houden om bijvoorbeeld wapendepots of onderduikers te kunnen verplaatsen.

De Gestapo was zo gevreesd door het verzet – met name in de eindfase van de oorlog – dat velen liever zelfmoord pleegden dan in de martelcellen van de geheime politie te belanden.

Sommige verzetslieden droegen daarom gifpillen bij zich die ze snel konden innemen als er plotseling Gestapoagenten opdoken.

Na de Britse aanval brandde het Deense Gestapogebouw tot de grond toe af.

© Scanpix

Britten bombardeerden school

Een van de zwaarste aanvallen op de Gestapo vond op 21 maart 1945 plaats, toen 18 Britse Mosquito’s het hoofdkwartier van de dienst in Kopenhagen bombardeerden.

Dat gebeurde op verzoek van het Deense verzet, dat hoopte dat er gevangenen bevrijd zouden worden en dat het Gestapoarchief met informatie over het verzet in vlammen zou opgaan.

Er kwamen 100 Gestapoagenten en soldaten om het leven bij het bombardement, maar één van de toestellen stortte neer bij een katholieke meisjesschool, waardoor enkele Britse piloten die voor hun doelwit aanzagen.

Dit misverstand kostte 86 schoolmeisjes het leven.

Gestapo moordt tot het einde

In 1944 – toen de Russen oprukten aan het Oostfront en de geallieerden waren geland op de Normandische kust, bereikten de moord- en martelpraktijken van de Gestapo hun trieste hoogtepunt.

Goederentreinen vol joden, verzetsstrijders en burgers uit de bezette landen reden af en aan naar de kampen in het oosten.

En zelfs toen de geallieerden oprukten naar Parijs, haalde de Gestapo de cellen leeg en werden de gevangenen naar het oosten gestuurd om ze niet in handen van de vijand te laten vallen.

Op 18 augustus 1944, de dag dat de Gestapo Parijs verliet, reed een konvooi met 1600 gevangenen naar Duitsland ondanks protesten van het Rode Kruis.

Bijna al deze mensen kwamen om in Duitse concentratiekampen.

De Gestapo bleef tot het bittere einde angst zaaien in de bezette landen en viel pas uit elkaar toen de geallieerden tot Duitsland waren doorgedrongen.

De fanatiekste agenten bleven zelfs op dat moment hun ‘plicht’ doen, zoals de Deense Gestapobeul Ib Birkedal, die nog in de allerlaatste dagen van de oorlog in mei 1945 verzetslieden martelde en vermoordde.

Hermann Göring, de oprichter van de Gestapo, werd in Neurenberg berecht.

© Roger-Violet/Polfoto

Gestapomisdaden kwamen aan het licht

Tijdens de processen van Neurenberg droegen de aanklagers bewijzen aan voor diverse misdaden van de Gestapo, waaronder:

  • De in scène gezette aanval op Duitsland, die als excuus diende voor de invasie van Polen.
  • De organisatie van de beruchte Einsatzgruppen, die talloze onschuldige mannen, vrouwen en kinderen vermoordden in Oost-Europa.
  • De executie van politieke leiders en wetenschappers in de Duitse krijgsgevangenenkampen.
  • De executie van krijgsgevangenen die hadden geprobeerd te vluchten.
  • Het transport van duizenden mensen naar vernietigingskampen of werkkampen.
  • De executie van gevangengenomen geallieerde commando’s en luchtlandingstroepen.
  • De moord op gevangenen om ze niet in geallieerde handen te laten vallen.
  • De deportatie van honderdduizenden burgers uit de bezette gebieden voor tewerkstelling in Duitsland.
  • Het transport van burgers uit de bezette gebieden voor een geheim proces en straf in Duitsland.
  • De moord op familieleden van gevangenen in hechtenis.

Gestapobeul aangesteld door de VS

Sommige Gestapoagenten pleegden zelfmoord voor ze in geallieerde handen vielen.

Maar vaak verbrandden ze hun documenten, trokken ze burgerkleding aan en probeerden ze op te gaan in de enorme vluchtelingenstromen.

Een enkeling ontsprong de dans. Er zijn voorbeelden van Gestapoagenten die na de oorlog werden ingehuurd door de geallieerden, die elkaar bespioneren inmiddels belangrijker vonden dan oorlogsmisdadigers berechten.

Een van hen was de beruchte Klaus Barbie, bijgenaamd de Slachter van Lyon. Volgens sommige historici had hij 14.000 liquidaties in Frankrijk op zijn geweten.

Ondanks zijn verleden ging Barbie aan de slag bij de militaire inlichtingendienst van de VS, het CIC, dat in hem een waardevolle inlichtingenofficier zag in de strijd tegen het communisme.

Hij werd verborgen gehouden voor de Franse autoriteiten tot het CIC hem in 1951 naar Bolivia hielp ontsnappen. Pas 32 jaar later werd hij uitgeleverd aan Frankrijk en kreeg hij levenslang.

Tijdens het proces vertelden zijn slachtoffers in geuren en kleuren over de martelingen van Barbie.

Maar de voormalige Gestapobeul toonde geen berouw: ‘Ik streed op nietsontziende wijze tegen het verzet – waar ik respect voor koester. Maar dat hoorde allemaal bij de oorlog,’ verklaarde hij.

Lees ook:

Log in

Ongeldig e-mailadres
Wachtwoord vereist
Toon Verberg

Al abonnee? Heb je al een abonnement op ons tijdschrift? Klik hier

Nieuwe gebruiker? Krijg nu toegang!

Reset wachtwoord

Geef je mailadres op, dan krijg je een e-mail met aanwijzingen voor het resetten van je wachtwoord.
Ongeldig e-mailadres

Voer je wachtwoord in

We hebben een mail met een wachtwoord gestuurd naar

Nieuw wachtwoord

Enter a password with at least 6 characters.

Wachtwoord vereist
Toon Verberg