Generaal Slim veranderde Britten in junglekrijgers

In Azië waren de Britten na vele nederlagen hun zelfvertrouwen kwijt. Gelukkig schoot een geniale bevelhebber hun te hulp. William Slim leerde zijn mannen te vechten in de jungle, en toen Japan in 1944 India aanviel, waren ze er klaar voor.

In Azië waren de Britten na vele nederlagen hun zelfvertrouwen kwijt. Gelukkig schoot een geniale bevelhebber hun te hulp. William Slim leerde zijn mannen te vechten in de jungle, en toen Japan in 1944 India aanviel, waren ze er klaar voor.

Popperfoto/Getty Images , Bettmann/Getty Images

William ‘Bill’ Slim werd nooit een van de bewierookte helden van de Tweede Wereldoorlog. De Britten keken meer op naar mannen als Churchill en Montgomery, die niet alleen bekwame leiders waren, maar zichzelf ook goed konden verkopen.

‘Uncle Bill’, zoals Slim werd genoemd door zijn mannen, die voor hem door het vuur gingen, was introverter. Pas recent krijgen zijn prestaties de aandacht die ze verdienen.

Slim vormde het succesvolle ‘vergeten’ 14e Leger ter verdediging van de kolonie Birma. En toen de Japanners oprukten naar India, wist hij de invasie niet alleen tegen te houden maar vaagde hij het hele Japanse leger weg.

Zijn boek over de oorlog in India en Birma is nu verplichte kost voor Britse aspirant-officieren, en hij is ‘mogelijk de grootste legerleider van de 20e eeuw’ genoemd.

Slim behaalde zijn succes in Azië onder de ergst denkbare omstandigheden. Nooit eerder in de geschiedenis van Groot-Brittannië nam een generaal zo’n lamgeslagen leger over als dat waar Slim in 1942 het bevel over kreeg.

© Wikimedia Commons

Slim spaarde zichzelf nooit

In 1914 ging Bill Slim in dienst. Hij vocht in de Eerste Wereldoorlog, en bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog was hij met 25 jaar ervaring een van de meest doorgewinterde officieren.

Zijn medische dossier getuigt ervan dat hij zijn troepen onbevreesd aanvoerde.

Mitrailleurschoten in de borst In de Eerste Wereldoorlog was hij bij de catastrofale landing op het schiereiland Gallipoli in 1915. Een Turkse kogel doorboorde de linkerlong van tweede luitenant Slim, ging rakelings langs zijn ruggengraat en schampte zijn schouder.

Granaatscherf in de arm Pas twee jaar later, in 1917, kon Slim terugkeren naar het front. Hij werd bevorderd tot kapitein en naar Irak uitgezonden. Bij de bestorming van een Turkse positie werd Slim door een granaatscherf in zijn arm geraakt.

Schoten in het achterste Aan het begin van de Tweede Wereldoorlog had Slim de rang van kolonel. Hij voerde een Indiase brigade aan in de strijd tegen de troepen van Mussolini in Oost-Afrika. Bij een aanval van Italiaanse jachtvliegtuigen wierp Slim zich op de grond, maar hij werd door drie mitrailleurkogels in zijn achterwerk geraakt.

Zelfvertrouwen is geknakt

Niemand voorzag een grote toekomst voor Bill Slim toen hij aan het begin van de Eerste Wereldoorlog zijn loopbaan als officier begon.

Als zoon van een ijzer­handelaar had hij weinig aanzien in een leger waarin edelen elkaar nog steeds de belangrijkste taken toeschoven.

Hij kwam dan ook in India terecht, waar hij moeizaam opklom in de rangen van het Britse koloniale leger.

‘Nou, heren, het had erger gekund. Het had kunnen regenen.’ Generaal Slim

Toen de wereld weer ten oorlog trok, leidde Slim Indiase troepen in Ethiopië, Irak, Syrië en Iran, tot hem in 1942 een taak toebedeeld werd waar niemand op zat te wachten. Hij kreeg de leiding over twee divisies, die het onmogelijke moesten presteren: de Japanse opmars door Birma stoppen.

‘Nou, heren, het had erger gekund,’ zo begon Slims poging om een aantal Britse officieren en Chinese geallieerden aan het front op te beuren.

‘Hoe dan?’ vroeg een van de mannen, en het pessimisme droop ervan af.

Generaal Slim zocht naarstig naar een goed antwoord, maar hij kon niets bedenken.

‘Tja, het had kunnen regenen,’ zei hij met een dappere glimlach.

Kort daarna werden zijn twee divisies dan ook uit Birma verdreven.

Toen de oorlog in Birma eind 1942 een nieuwe fase in ging, werd Slim niet betrokken bij de Britse plannen.

Optimistische salon­generaals bevalen een Brits tegenoffensief, maar de Japanners sloegen de aanval met gemak af, waarop er koppen rolden in het opperbevel.

Aan Slim de taak de boel weer glad te trekken na deze nederlaag. Hij moest uit de moedeloze, door honger en koorts verzwakte soldaten een sterke eenheid vormen die zou terugkeren naar Birma.

‘De Britten vrezen de jungle en haten het land en zien niet in waarom ze ervoor zouden moeten vechten.’ Geallieerd militair rapport, 1942

‘In feite is de hele 14e Indiase divisie een psychiatrisch geval,’ waarschuwde de legerarts in een rapport. Slims overige troepen waren er weinig beter aan toe.

‘De Indiërs zijn duidelijk bang voor de Jappen en het moreel is laag,’ aldus het rapport. Veel Indiërs kwamen uit militaire families die generaties lang de Britten hadden gediend, maar nu leidde de Indiase drang naar onafhankelijkheid tot onrust.

Krijgsgevangenen en deserteurs sloten zich massaal aan bij een rebellenleger dat de Japanners opzetten in Birma.

De koloniale heersers vertrouwden de Indiërs nooit helemaal. Daarom hadden hun divisies altijd een harde kern van Britten en honds­trouwe Ghurka’s uit Nepal, die zich met gedegen professionaliteit van hun taken kweten.

Maar de Europese troepen waren uit ander hout gesneden. De beroepssoldaten van weleer, die zonder morren voor soldij en eten vochten, waren opgevolgd door onwillige dienstplichtigen.

‘De Britten vrezen de jungle en haten het land en zien niet in waarom ze ervoor zouden moeten vechten. Ze hebben het gevoel dat ze deelnemen aan een vergeten veldtocht, waarvoor niemand zich interesseert,’ aldus het rapport.

De bonte mengeling van troepen had slechts twee dingen gemeen: ze werden aangevoerd door witte officieren en de Japanners wonnen elk gevecht.

‘Jungletraining is de manier om de Japanners te verslaan, die uit een van de meest geïndustrialiseer­de landen ter wereld komen en niet per se goede junglestrijders zijn.’ Generaal Slim

Training moet moreel verbeteren

Het gebrek aan zelfvertrouwen was het grootste probleem in Slims 14e Leger. De soldaten hadden zo veel nederlagen geleden dat ze niet meer op zichzelf of hun officieren vertrouwden.

Ze zagen de Japanners en de jungle als vijanden die onoverwinnelijk waren.

‘De soldaten moeten zich thuis voelen in de jungle en deze als een vriend zien. Ze moeten begrijpen dat jungletraining de manier is om de Japanners te verslaan, die uit een van de meest geïndustrialiseer­de landen ter wereld komen en niet per se goede junglestrijders zijn,’ schreef Slim.

In 1943 werden er 80.000 exemplaren gedrukt van een militair handboek met de titel The Jungle Book.

Dit vormde de basis voor een trainingsprogramma van twee maanden dat alle nieuwe troepen moesten doorlopen voordat ze naar het front in Birma werden uitgezonden.

Slim pakte ook de ziekenzorg aan, die totaal ontoereikend was. Malaria was in de tropische wildernis onvermijdelijk, en als deze ziekte zich aandiende had het leger een veel grotere zorgcapaciteit nodig.

Ook het bevoorradingssysteem moest worden verbeterd, zodat proviand en munitie de jungle konden bereiken. Tot slot beval Slim dat elke soldaat in zijn leger met vertrouwen tegemoet moest worden getreden.

Hij wilde een einde maken aan de Britse traditie om alleen blanken beslissingen te laten nemen. Vooral in twee divisies met Afrikaanse koloniale troepen die hij als versterking kreeg, was het extreem.

Elk bataljon van 800 man had 50 tot 60 witte officieren. Zwarte sergeanten en soldaten leerden geen initiatief te nemen en blokkeerden als hun Europese officieren sneuvelden.

Na grondige training en reorganisatie was Slim in het voorjaar van 1944 klaar om met zijn 14e Leger Birma binnen te vallen. Maar uit inlichtingenrapporten bleek dat de Japanners hem vóór wilden zijn met hun eigen offensief.

Generaal Slim, wegenbouw

Wegen aanleggen was in de jungle van Birma bijna ondoenlijk, en vaak spoelden ze in de regentijd weg.

© Library of Congress

Invasie moet China klein krijgen

Aanval is de beste verdediging, meende de Japanse generale staf begin 1944. Hij beval het Japanse 15e Leger van generaal Renya Mutaguchi als eerste toe te slaan en het dal bij het Indiase Imphal te veroveren waar de Britten met veel moeite een grote legerbasis hadden opgezet.

Zonder de vliegbases van Imphal en de nieuwe wegen door de bergen zou Slims invasie van Birma onmogelijk zijn.

Maar Mutaguchi’s ambities voor deze Operatie U-Go reikten verder.

Hij zag een kans om Groot-Brittannië en China in de oorlog in de Stille Oceaan op een zij­spoor te zetten, zodat Japan al zijn pijlen op de VS kon richten.

Als Imphal veroverd was, moesten de Japanse troepen door de bergen oprukken naar Dimapur, de poort naar het binnenland van India.

Japan had eenheden van Indiase rebellen gevormd, en als die oprukten zou het hele subcontinent hopelijk opstaan tegen het impopulaire Britse koloniale bewind.

Dimapur was ook van cruciaal belang voor de oorlog in China. De stad lag aan de spoorlijn naar Assam. Daarover werden voorraden naar luchtbases vervoerd, vanwaar geallieerde vrachtvliegtuigen ze over de besneeuwde Himalaya brachten.

Als de stroom van wapens en munitie tot stilstand kwam, zou dat een verpletterende slag zijn voor het Chinese leger.

Want tegelijk met Operatie U-Go tegen India lanceerde Japan de nog grotere Operatie Ichi-Go in China, een gigantisch offensief met 500.000 troepen om geheel China te veroveren. Een zege bij Imphal kon dus heel de oorlog in Azië bepalen.

‘Om vernietiging te voor­komen, moet de vijand winnen voordat de moesson komt.’ Generaal Slim

Hoewel Slim wist dat er veel op het spel stond, beschouwde hij de Japanse aanval als een unieke kans.

Hij had zich er het hoofd over gebroken hoe zijn 14e Leger midden in de dichte jungle van Birma de vijand moest verslaan, maar nu kwamen de Japanners naar de plek waar hij de heerschappij in de lucht, vliegvelden en goede bevoorradingslijnen had.

‘Om vernietiging te voor­komen, moet de vijand winnen voordat de moesson komt. Als hij het gebied rond Imphal dan niet heeft veroverd, zal zijn bevoorrading hopeloos vastlopen,’ voorspelde Slim.

Britse genietroepen gebruikten olifanten bij het onderhoud aan telefoonlijnen in Oost-India. De dieren hadden de perfecte hoogte.

© Mondadori Portfolio/Getty Images

Olifanten deden het zware werk

In het ruige landschap aan het front in Birma had je weinig aan jeeps en vrachtauto’s. Daarom zetten de Britten mahouts en hun olifanten in.
Toen het Britse leger bruggen bouwde in Azië, werden olifanten als kraan gebruikt om boomstammen op hun plek te tillen.

Ook versleepten olifanten bomen bij de aanleg van wegen door de jungle en in de regentijd gaven ze soldaten op patrouille een lift door drassig gebied.

Verder brachten de dieren munitie en eten naar soldaten die niet vanuit de lucht konden worden bevoorraad. Volgens Slim speelden de honderden olifanten en hun begeleiders een beslissende rol bij de gevechten in Birma en India.

‘Ze legden honderden bruggen voor ons aan en hielpen bij de bouw en tewaterlating van meer schepen dan de mooie Helena de Grieken verschafte. Zonder de olifanten zou onze terugtrekking uit Birma een stuk zwaarder zijn geweest en de erop volgende bevrijding van het land veel moeilijker.’

Er dreigt weer een nederlaag

Zijn inzichten maakten de generaal echter overmoedig. Nog voor de slag goed en wel was begonnen, beging hij twee blunders die hem bijna de overwinning hadden gekost. Drie Indiase divisies van het 14e Leger stonden aan de Birmese grens.

Als de Japanners aanvielen, moesten zij zich vechtend terugtrekken naar Imphal, waar Slim de beslissende slag wilde uitvechten.

Maar het eerste schot was in maart 1944 nauwelijks gelost of een van de divisies was al omsingeld.

Duizenden Japanse soldaten trokken de met oerwoud bedekte bergen in de grensstreek in voor ze de zich terugtrekkende Indiërs en Britten bereikten.

‘Ik had sterk onderschat hoe goed de vijand was in grootscheepse infiltratie over lange afstanden.’ Generaal Slim in zijn memoires

De Japanners hadden deze tactiek al vaak gebruikt, maar Slim werd toch verrast door het gemak waarmee de vijand zich over zelfs het moeilijkste terrein voort­bewoog.

En terwijl de omsingelde divisie zich een weg uit de val vocht, doken er vlak bij Imphal andere Japanners op.

Slim had verwacht dat hooguit een paar duizend vijandelijke troepen de weg van Imphal naar zijn grote bevoorradings­depot in Dimapur zouden afsnijden, want om daar te komen moesten ze door ruim 80 kilometer dichte wildernis.

Hij was dan ook geschokt toen er plotseling twee divisies van bij elkaar 30.000 tot 40.000 man uit de jungle opdoemden en zijn twee belangrijkste bases bedreigden.

‘Ik had sterk onderschat hoe goed de vijand was in grootscheepse infiltratie over lange afstanden, en hoezeer hij bereid was risico’s te nemen in het spel om voorraden,’ gaf hij in zijn memoires toe.

Er stonden geen Britse reserves klaar om de Japanners tegen te houden en een militaire ramp dreigde.

Slim schraapte ijlings een vloot transportvliegtuigen bijeen die een paar dagen heen en weer naar Imphal vlogen met versterkingen.

Intussen kreeg een haastig samengesteld leger het bevel om de opmars van een complete Japanse divisie naar het weerloze Dimapur tot staan te brengen.

Ze moesten een heuvel bij de plaats Kohima bemannen, en hun opdracht was tijd te winnen – zo nodig door te vechten tot de laatste man.

Vijand is met te veel

Op 3 april 1944 bereikten de eerste Japanners Kohima en begon er een hevig gevecht.

De Britten hadden een sterke positie op de heuvel, maar die werd slechts bemand door een paar troepen uit verschillende Indiase eenheden van nauwelijks getrainde rekruten en lokale gendarmes.

Op 5 april kregen ze versterking van een Brits bataljon, waarmee het leger 1500 man telde. De Japanners, geleid door generaal Kotoku Sato, waren echter met 10 keer zo veel en braken een dag later door de ring rond de heuvel.

‘Onze operaties mislukken vaak, de meeste patiënten sterven onder onze handen of kort daarna.’ Britse legerarts

Vanuit schuttersputjes op de heuvel namen de troepen van Slim met hun mitrailleurs iedereen onder vuur die de steile flanken op kwam.

Maar Sato’s scherpschutters hadden een vrij schootsveld vanaf nog hogere heuveltoppen in de buurt én konden doelen aanwijzen voor de mortieren en kanonnen die de Japanners opstelden in het dal.

De regen van granaten en kogels stopte slechts als de belegeraars de slag probeerden te beslissen door weer een kamikazeachtige bestorming te doen.

Generaal Slim, Chinees leger marcheert

Een Chinees leger marcheert naar het front. Japan probeerde al sinds 1937 heel China te veroveren. Operatie U-GO tegen Birma moest de bevoorradingslijnen naar China doorsnijden en de zege veiligstellen.

© Library of Congress

Een voor een vielen de Britse posities. Op den duur waren de belegerden bij Kohima bij elkaar gedreven op een gebied van 500 bij 500 meter.

Een van de zwaarste gevechten werd op de tennis­baan naast de bungalow van een lokale Britse ambtenaar gevoerd. De schuttersputjes van beide partijen lagen op maar een paar meter van elkaar, en de handgranaten vlogen over en weer boven het smalle niemandsland.

Vliegtuigen wierpen munitie, eten en medicijnen af voor de omsingelden – en met drinkwater gevulde autobanden, want de Japanners hadden de watertoevoer naar de Britse posities afgesneden.

Intussen hoopten de gewonden zich op in het kleine Britse veldhospitaal.

‘Het lijkt zinloos om te proberen levens te redden. Onze operaties mislukken vaak, de meeste patiënten sterven onder onze handen of kort daarna,’ schreef een arts moedeloos in zijn dagboek.

Bij zonsondergang werden de doden naar buiten gebracht en begraven, maar vaak werden ze door Japanse granaten weer opgegraven.

Er hing een penetrante stank in Kohima. De verdedigers op de heuvel kregen meer te verduren dan ze voor mogelijk hadden gehouden.

Elk kamp is een vesting

Terwijl de soldaten bij Kohima man tegen man vochten, vond in het dal bij Imphal een grotere veldslag plaats. De Japanners rukten van alle kanten op behalve uit het westen, waar slechts een smal junglepad door de bergen naar India liep, bewaakt door Britse troepen.

Bezorgde collega’s adviseerden Slim Imphal te evacueren, maar hij sloeg hun raad in de wind – de strijd was nog lang niet beslist.

‘Ik zie hem voor me: een gezicht als dat van een roverhoofdman.’ Britse soldaat

Bij de jungletraining had het 14e Leger geleerd dat de Japanners ongezien door dicht bos oprukten en vanuit het niets in de rug aanvielen.

Als tegenzet vormden alle eenheden zogenoemde boxes, vanwaaruit ze zich tegen aanvallen uit alle richtingen konden verdedigen. De boxes bevonden zich op heuvels, waar de Indiërs, Gurkha’s en Britten al snel met de vijand te maken kregen.

Maar ook vliegvelden, geschutsbatterijen, hoofdkwartieren en depots werden door loopgraven en mitrailleurs omsingeld, en in het Imphaldal moest je op elk moment een wapen bij de hand hebben.

Ook Slim zelf was voorbereid op gevechten als hij het front bezocht.

‘Ik zie hem voor me: een gezicht als dat van een roverhoofdman, een Gurkha­hoed op zijn hoofd en een karabijn over zijn schouder. Hij zag eruit als een sjofele soldaat met generaalsstrepen, en dat was hij natuurlijk ook,’ zo beschreef een soldaat de legerleider na de oorlog.

Iedereen wist dat deze man die zo veel verantwoordelijkheid droeg niet met een zilveren lepel in zijn mond was geboren.

En dat hij dag en nacht in touw was om hen te helpen de zege te behalen.

‘Als officier mag u niet eten, drinken, slapen, roken of zelfs maar gaan zitten voordat u er persoonlijk voor gezorgd hebt dat al uw mannen dit ook kunnen. Als u dat voor hen doet, volgen ze u tot het einde van de wereld. En doet u het niet, dan krijgt u met mij te maken,’ zo instrueerde Slim zijn officieren.

Slims luchtbrug met versterkingen en zijn boxes brachten de Japanse opmars in het Imphaldal tot staan.

De verdedigers waren zijn twee blunders in het begin van de strijd te boven gekomen en nu begon dan de uitputtingsslag waarop de generaal zo vurig had gehoopt.

Hij had artillerie en een reserve van tanks, en vliegtuigen voerden voorraden aan.

De Japanners waren te voet opgerukt met voor slechts drie weken proviand en munitie, en veel van hun bevoorradingsroutes bestonden uit junglepaden. Dat zou hun bezuren.

‘De minst vindingrijke Japanse generaal die ik ben tegengekomen.’ Generaal Slim over zijn tegenstander

Japanse generaal vergeet het doel

Terwijl het Imphaldal in een impasse raakte, was verder naar het noorden het bloedige beleg van Kohima nog aan de gang. Generaal Sato dreef zijn troepen steeds weer voort om het laatste verzet op de top van de heuvelrug te breken.

‘De minst vindingrijke Japanse generaal die ik ben tegengekomen. Het kwam domweg niet in zijn hoofd op dat hij ons ook keihard zou kunnen treffen zonder Kohima in te nemen,’ zei Slim later over zijn tegenstander.

In het begin van het beleg vreesde Slim dat Sato mannen zou achterlaten om de omsingelden in Kohima in de gaten te houden terwijl hij zelf met de rest van zijn divisie naar Dimapur optrok.

Niets zou hem dan in de weg staan om de enorme depots van de stad te veroveren, en daarmee zou de bevoor­radingssituatie aan het front zijn omgekeerd.

Maar Sato zette al zijn mannen in bij Kohima. Slim vond de fantasieloze generaal zelfs zo nuttig dat hij zijn piloten verbood de Japanse hoofdkwartieren aan te vallen, uit vrees dat ze Sato zouden doden.

Intussen ging een Brits ontzettings­leger, dat per trein Dimapur had bereikt, op weg naar Kohima. Na een week waren ze bij het front en maakten ze een einde aan het 13 dagen lange Japanse beleg. Eindelijk werden de uitgeputte soldaten op de heuvel afgelost.

Churchill wilde nog meer troepen naar het front sturen voor een verpletterend offensief tot aan Imphal, maar als Slim had gehoorzaamd, waren zijn troepen al snel door hun proviand en munitie heen geweest.

Hier, ver van Londen, negeerde hij de premier en luisterde hij naar zijn bevoorradingsofficieren.

De Japanners werden geleidelijk teruggedreven van Kohima, maar hoewel Sato verloren had, dwong hij zijn hongerige, zieke soldaten om door te vechten. Pas op 13 mei gaf de generaal op en beval hij de troepen zich terug te trekken.

De restanten van zijn divisie vluchtten en in de dagen die volgden werden belangrijke posities, die de Britten hadden kunnen vertragen, zonder verzet opgegeven. Dat hadden Slim en zijn officieren nooit eerder meegemaakt bij de Japanners.

Eenmaal aan de andere kant van de jungle kon Slim tanks en zelfrijdende artillerie inzetten.

© IWM/Getty Images

Slim bevrijdde Birma

Na de zege bij Imphal begon Slim in december 1944 met een tegeninvasie om de vijand uit Birma te verdrijven.

Elk jaar van mei tot november spoelde de moesson de aarden wegen van Birma weg. Slim had dus een strak tijdschema toen hij eind 1944 de invasie van Birma inzette.

De Britten moesten vóór de regen kwam in de hoofdstad Rangoon zijn. Met zes infanteriedivisies gesteund door tanks rukte Slim op over primitieve wegen.

De Amerikanen hadden op eilanden als Guadalcanal en Peleliu grote moeite gehad met de Japanners, maar de Britten vorderden verrassend snel. Hun succes was te danken aan meerdere factoren.

Vreselijke aanblik wacht de troepen

De moesson was inmiddels begonnen toen de Japanners zich terugtrokken uit Kohima.

Het was voor Slim zaak snel de landwegen naar Imphal te heropenen, want slechts twee van de zes vliegvelden in het dal waren gebouwd om de zware regenval te kunnen weerstaan. Hij wist ook dat het regenseizoen een ramp zou zijn voor de Japanners.

Hun zwakke bevoorradingslijnen stortten in, waardoor de soldaten in de heuvels bij Imphal honger leden en ten prooi vielen aan tropenziekten. Velen stierven door een tekort aan medicijnen.

De Japanners waren het initiatief kwijt en het gevecht duurde alleen nog voort omdat de eerzuchtige generaal Renya Mutaguchi zijn nederlaag niet erkende.

Veel van zijn mannen verdedigden elke positie tot de laatste man en lieten Slims soldaten er hard voor werken.

‘We hadden de mythe doorgeprikt dat het Japanse leger onoverwinnelijk was.’ Generaal Slim in zijn memoires.

Steeds meer troepen gooiden echter het bijltje erbij neer. Ze deserteerden en gaven zich over aan de Britten om van de onmenselijke beproevingen af te zijn.

Pas op 3 juli zag Mutaguchi de realiteit onder ogen. Hij gaf de restanten van zijn Japanse 15e Leger het bevel de bergen over te steken en terug te keren naar Birma. Slim en zijn troepen hadden gewonnen.

‘We waren beter in jungleoorlog geworden dan de Japanners en hadden de mythe doorgeprikt dat het Japanse leger onoverwinnelijk was. Noch onze mannen, noch zijzelf geloofden er nog in,’ zei Slim later tevreden.

In de verlaten Japanse kampen wachtte Slims soldaten een akelige aanblik. Overal zagen ze tekenen van een leger dat totaal was ingestort. Vooral in een stad aan de grens was het erg.

‘Op straat en in de huizen lagen 550 Japanse lijken. Daartussen lagen nog eens 100 mannen in onbeschrijfelijke viezigheid te sterven door honger en ziekte,’ schreef Slim.

In veldhospitalen langs het hele front hadden Japanners gewonde kameraden door het hoofd geschoten voor ze zich terugtrokken. Niemand mocht levend achterblijven, de schande om in handen van de vijand te vallen was te groot.

Generaal Mutaguchi had zo’n 95.000 mannen meegenomen over de Indiase grens. Bijna 55.000 stierven er door verwondingen, honger of ziekte, en in feite had hij zijn eigen 15e Leger vernietigd. De slag was op dat moment de meest verpletterende Japanse nederlaag op land van de hele oorlog.

© Kevin O’Hara AGE/Imageselect

Prestaties werden opgemerkt in Londen

Slim versloeg als eerste de Japanners, die tot dan toe onverslaanbaar werden geacht. Dankzij hem kreeg het Britse leger weer zelfvertrouwen, en zijn warme, vriendelijke stijl van leidinggeven leverde opvallende resultaten op.

Het vergeten leger overwint

Slims wens om de vijand te verslaan voor hij zijn eigen invasie begon, was vervuld. Hij ondervond daardoor slechts weinig tegenstand bij zijn aanval op Birma.

Het offensief begon toen de moessonregen in december 1944 ophield. Toen de oorlog een jaar later voorbij was, had hij Birma heroverd.

Slim begreep de regels van de jungleoorlog waar zijn voorgangers faalden. De generaal had zijn ‘vergeten’ leger omgesmeed tot een wapen dat de vijand aankon op een van de moeilijkste slagvelden van de Tweede Wereldoorlog.

In het leger van Bill Slim vochten Britse arbeiderszonen, Indiase sepoys en Gurkha’s uit Nepal voor het laatst samen, voordat het Britse Rijk na de Tweede Wereldoorlog uiteenviel.