Zes miljoen Duitsers moesten sterven: Joden wilden Holocaust wreken

Als de Tweede Wereldoorlog bijna voorbij is, wil een groepje joden de massamoord door de nazi’s wreken. Miljoenen Duitse burgers en SS’ers moeten vergiftigd worden.

Als de Tweede Wereldoorlog bijna voorbij is, wil een groepje joden de massamoord door de nazi’s wreken. Miljoenen Duitse burgers en SS’ers moeten vergiftigd worden.

Shutterstock

Midden in de nacht verwijdert Leibke Distel behoedzaam een vloerplank van de bakkerij waar hij sinds een paar maanden werkt.

Onder de vloer liggen flessen met in totaal 18 kilo arsenicumpoeder: genoeg gif om 60.000 mensen te doden. En dat is precies wat de 23-jarige Distel van plan is.

Hij behoort tot de militante joodse groepering Nakam, die wraak gezworen heeft voor de Holocaust. Op 14 april 1946 is de Tweede Wereldoorlog bijna een jaar voorbij, en nu is het uur der wrake aangebroken.

Voorzichtig haalt Distel de flessen een voor een tevoorschijn en overhandigt hij ze aan zijn twee kameraden. Die gieten het gif over in een paar grote emmers en mengen er water door.

Als de voorbereidingen klaar zijn, kan het echte werk beginnen: de drie mannen brengen het gif met een kwast aan op de ruim 3000 roggebroden die de bakkerij heeft geproduceerd voor een kamp vol SS’ers.

Ze bestrijken alleen de onderkant, zodat de 15.000 gevangenen in kamp Neurenberg het geur- en kleurloze arsenicum hopelijk niet zullen ontdekken.

Een Duitse rechercheur en een Amerikaanse luitenant kijken onder de vloer van de bakkerij, waar Nakam het gif opsloeg.

© Hagalil.com

Als het ochtend wordt, wissen de mannen hun sporen uit en zorgt Distel ervoor dat de broden netjes opgestapeld zijn. Dan verlaten ze de bakkerij.

Een paar uur later komen de vrachtauto’s die het brood elke ochtend ophalen en naar het kamp brengen. Niemand valt iets op.

De ene rolcontainer na de andere wordt in de wagens geduwd, waarna die naar het kamp vertrekken. Al meer dan een jaar droomt Nakam van dit moment.

Weldra zullen de beulen die zes miljoen joden vermoordden een pijnlijke dood sterven.

Oog om oog, tand om tand

Het ontstaan van Nakam ging terug tot de nadagen van de Tweede Wereldoorlog in 1945. Hitlers duizendjarige rijk werd met de dag kleiner, en in de bevrijde gebieden zochten joodse overlevenden elkaar op.

Na hun lange lijdensweg waren de meesten aan het eind van hun Latijn, maar een enkeling had het al over wraak. De Duitsers mochten niet wegkomen met de moord op hun geloofsgenoten.

‘Voor ons is de oorlog niet voorbij. Wij blijven tegen de Duitsers vechten,’ was het devies van de groep Nakam, die al in februari 1945 gevormd werd.

‘Als we onconventionele middelen gebruiken, kunnen we ons doel bereiken.’ Abba Kovner, 1945

Nakam is Hebreeuws voor ‘wraak’, en dat was precies wat oprichter en leider Abba Kovner wilde.

De charismatische kunstacademiestudent met Russische wortels was niet uit op willekeurige speldenprikken waarbij enkele Duitsers zouden omkomen.

Hij zon op een omvangrijke en ‘noodzakelijke’ wraakactie: de hele wereld moest weten dat de moord op joden altijd volgens het principe oog om oog, tand om tand vergolden wordt.

‘Zes miljoen voor zes miljoen. Als we onconventionele middelen gebruiken, kunnen we ons doel bereiken,’ zei Kovner tegen zijn groep.

Rond de 60 joden die hun familie en vrienden waren kwijtgeraakt tijdens de vervolging door de nazi’s sloten zich in de lente en zomer van 1945 bij Nakam aan. De leden waren het er al snel over eens dat het onconventionele middel vergif moest zijn.

Met Kovner als hoofdarchitect werd het zogenoemde Plan A opgesteld. Het doel was om het drinkwater in de vier grootste steden van Duitsland te vergiftigen, waardoor zes miljoen Duitsers zouden sterven.

Dat de slachtoffers vooral burgers zouden zijn, was van geen belang. De nazi’s hadden immers ook niemand gespaard.

De Joodse Brigade vocht in april 1945 in Noord-Italië tegen de Duitsers.

© Imperial War Museum

Eenheid liquideerde Duitsers

Nakam was niet de enige groepering die wraak wilde nemen op de Duitsers. Ook de Joodse Brigade kwam in actie.

In 1944 wierven de geallieerden vrijwilligers in Palestina, destijds een Brits mandaatgebied. Zo’n 5000 joden uit Palestina werden lid van de Jewish Brigade Group, de Joodse Brigade.

Toen de oorlog voorbij was, bevond deze eenheid zich in Italië, en daar gingen sommige soldaten gewoon door met het doodschieten van Duitsers. Voor hen was het onbegrijpelijk dat de Duitsers simpelweg naar huis mochten gaan zonder gestraft te worden.

De geallieerde officieren van de brigade hadden geen idee dat deze joodse wrekers vermeende oorlogsmisdadigers ontvoerden en naar de Noord-Italiaanse bossen brachten. Daar dwongen ze de Duitse soldaten hun misdaden te bekennen. De straf was onmiddellijke liquidatie.

‘Ik herinner me dat ik ooit een man opdroeg zijn eigen graf te graven. Een kwartier lang schepte hij, terwijl ik naast hem stond. Toen het gat groot genoeg was, zei ik dat hij erin moest gaan liggen. Boem! Dat was het,’ vertelde Brigadelid Chaim Miller, die deelnam aan de liquidaties.

De Joodse Brigade was vooral actief bij de Italiaans-Oostenrijkse grens, waar in de zomer van 1945 zo’n 300 Duitsers doodgeschoten zouden zijn.

Er werd ook een Plan B bedacht. Als er geen hele steden konden worden vergiftigd, zou Nakam een SS-gevangenkamp bij Neurenberg als doelwit kiezen. Maar in de zomer van 1945 richtte de groepering zich nog op het doden van 6 miljoen Duitsers. Dat was echter makkelijker gezegd dan gedaan.

50 kilo gif in zee

Plan A vergde een grondige voorbereiding. Daarom stuurde Kovner in september zijn volgelingen naar Hamburg, Frankfurt, München en Neurenberg, de steden die vergiftigd zouden worden.

De leden van Nakam solliciteerden bij de waterleidingbedrijven, waardoor ze aan kaarten van het leidingstelsel konden komen en konden nagaan hoe het gif de wijken in kon stromen zonder dat de geallieerde bezettingstroepen werden getroffen.

Terwijl de handlangers van Kovner hun acties planden in Duitsland, ging de Nakam-leider zelf naar de joodse gemeenschap in Palestina om de benodigde grote hoeveelheid gif in te kopen.

Volgens Kovner hielp de scheikundige Chaim Weizmann, later de eerste president van Israël, hem met het vinden van twee broers die 50 kilo arsenicum konden leveren. Historici twijfelen echter aan de betrokkenheid van Weizmann.

Chaim Weizmann met zonnebril en zwarte hoed zou Nakam aan arsenicum geholpen hebben. Hij werd in 1949 de eerste president van de staat Israël.

© National Photo Collection of Israel

Hoe dan ook kon Kovner in de herfst van 1945 aan zijn vrienden in Europa melden dat hij het gif in handen had, en op 14 december ging hij aan boord van het Britse vrachtschip Champollion met bestemming Toulon in Frankrijk.

De 50 kilo arsenicum zat in een zak met 12 emmers, die melkpoeder leken te bevatten.

Kovner werd begeleid door vijf mannen van de joodse paramilitaire organisatie Hagana, waarmee hij in Palestina in contact was gekomen. Maar die konden Kovner niet helpen toen zijn valse naam kort voor aankomst in Toulon werd omgeroepen over de geluidsinstallatie van het schip.

De Nakam-leider zou door de geallieerde militaire politie worden gearresteerd zodra hij aan land was gegaan, kreeg hij te horen. In allerijl werd het kostbare gif in zee gedumpt.

Kovner zat maandenlang vast en werd uitgebreid verhoord – niet omdat hij een gifaanval had beraamd, maar omdat de Britten hem ervan verdachten tot de ondergrondse beweging te behoren die tegen het Britse bewind in Palestina streed.

Tijdens een reis naar het Britse mandaatgebied Palestina kocht Abba Klovner 50 kilo arsenicum in.

© Library of Congress

Het is niet bekend wie Kovner aangaf. Volgens sommigen was het David Ben-Gurion, de latere premier van Israël, die over de plannen had gehoord en een tragedie wilde voorkomen.

In ieder geval liet Nakam Plan A varen. Nu werd Plan B in werking gesteld.

Bakker smokkelt gif binnen

Nu de leider achter de tralies zat, nam Kovners vriend Pascha Reichmann de honneurs waar. Vanuit Parijs liet deze voormalige Poolse partizaan het Nakam-team in Neurenberg weten dat de plannen veranderd waren.

Het doelwit was niet langer de watervoorziening van de stad: ze moesten zich richten op de 15.000 SS’ers in het kamp Stalag 13. Daarvoor was een stuk minder arsenicum nodig.

De slechts 20-jarige Joseph Harmatz, die in de oorlog samen met Kovner als partizaan had gevochten en nu de groep in Neurenberg leidde, wees Leibke Distel aan om te infiltreren in de bakkerij die brood leverde aan het kamp.

Distel vertelde de directeur dat hij er altijd van had gedroomd om bakker te worden, en hij werd aangenomen. De 23-jarige bakkersleerling begon meteen arsenicum mee te smokkelen onder zijn jas. Hij goot het gif, dat hij van Reichmann kreeg, in glazen flessen die hij onder een losse vloerplank in de bakkerij verborg.

Kovner werd door de geallieerde militaire politie gearresteerd en kon niet deelnemen aan de aanslag op het kamp met SS’ers.

© National Archives and Records Administration

Distel viste bij de andere bakkers naar informatie over de broodproductie voor het kamp. Hij ontdekte dat de Amerikaanse bewakers stokbrood aten en alleen de Duitse gevangenen roggebrood kregen.

Zo konden de gevangenen vergiftigd worden zonder dat de bewakers gevaar liepen.

Op zaterdag 13 april liet Distel de twee andere Nakam-leden binnen in de bakkerij, waar ze zich verscholen. Na werktijd verstopte Distel zich in een grote mand voordat de deur op slot ging.

Even na middernacht begonnen de drie met het insmeren van de roggebroden, waarna ze de bakkerij via een raam verlieten.

Harmatz wachtte hen op een afgesproken plek op, en samen reden ze naar de grens met Tsjecho-Slowakije. Slechts één lid van de groep, Rachel Gliksman, bleef achter in Neurenberg om te controleren of het gif zijn werk had gedaan.

Gliksman zag de hele dag ambulances heen en weer rijden tussen het kamp en de ziekenhuizen van de stad.

Abba Kovner was in juli 1944 bij de bevrijding van Vilnius.

© United States Holocaust Memorial Museum

Partizaan leidde wraakzuchtige joden

Hij zag er niet uit als een geharde strijder, maar de iele Abba Kovner vocht toch tegen de nazi’s. Voordat hij Nakam oprichtte, leefde hij twee jaar als partizaan in de Litouwse bossen.

Abba Kovners haat jegens de Duitsers kwam niet uit het niets. Hij was in 1918 in Sebastopol op de Krim geboren, maar woonde in Vilnius toen de Duitsers de Sovjet-Unie binnenvielen.

Kovner en zijn moeder belandden met 60.000 andere joden in het getto in de Litouwse hoofdstad, en hij had al snel door dat Hitler hen allemaal wilde vermoorden.

Om zijn lotgenoten te motiveren schreef hij in januari 1942 in een pamflet:

‘We moeten ons niet als lammeren naar de slachtbank laten leiden. We zijn misschien zwak en weerloos, maar de enige optie is verzet tegen de vijand.’

Een enkeling sloot zich bij hem aan, en in 1943 ontvluchtten ze het getto en doken ze onder in de bossen.

Daar vochten ze tot het eind van de oorlog als partizanen tegen de Duitsers. Kovner betreurde zijn leven lang dat hij zijn moeder niet had overgehaald hem te volgen. Kort na zijn vlucht werd iedereen naar een concentratiekamp gestuurd.

Ze ging naar de bakkerij en deed zich voor als klant. Toen ze tussen neus en lippen door vroeg wat er aan de hand was, kreeg ze te horen dat het brood ‘niet in orde’ was geweest. Er zouden duizenden gevangenen vergiftigd zijn, maar die waren niet allemaal dood.

In de dagen daarna lieten de Amerikanen weinig los, maar een joods-Amerikaanse officier praatte zijn mond voorbij tegen Reichmann en vertelde dat 8000 gevangenen ziek waren geworden en dat er 860 waren gestorven.

Dat strookte echter niet met de cijfers die op 24 april in de Süddeutsche Zeitung stonden.

‘Van de 15.000 gevangenen kregen er 2283 vergiftigingsverschijnselen en werden er 207 opgenomen. Volgens het ziekenhuis zijn er geen doden,’ aldus de krant.

Veel Nakam-leden geloofden dat de autoriteiten de werkelijke cijfers in de doofpot hadden gestopt. Toch was de actie niet echt geslaagd. Vanuit Parijs probeerde Reichmann Harmatz een hart onder de riem te steken:

‘We hebben iets belangrijks gedaan, dat nooit vergeten zal worden.’

Nakam valt uit elkaar

Na de uitvoering van Plan B wilden veel Nakam-leden meer aanslagen plegen, maar de pas vrijgelaten Kovner had er geen zin meer in.

Abba Kovner (1918-1987) werd kapitein in het Israëlische leger tijdens de Arabisch-Israëlische Oorlog in 1948. In 1961 getuigde hij in het proces tegen een van de architecten van de Holocaust: Adolf Eichmann.

© National Photo Collection of Israel

Hij trok naar Palestina en stak al zijn energie in de strijd om er een joodse staat te vestigen na het vertrek van de Britten.

Kovner riep de andere leden van Nakam op om zich bij hem te voegen. Langzaam maar zeker viel het groepje uit elkaar.

De vergiftiging van Stalag 13 was de enige grote missie van Nakam. Het is tot op de dag van vandaag een raadsel waarom er niet meer doden zijn gevallen.

De belangrijkste theorie is dat Distel en zijn mannen niet genoeg gif onder de roggebroden smeerden.