Sterke, dappere mannen met levenservaring en goede ogen werden gerekruteerd om achter de vijandelijke linies uit een vliegtuig te springen. Het leger wilde alleen ambitieuze soldaten.

© Album Cinema RM/Imageselect, Shutterstock & Wineconsigners.com

De echte ‘Band of Brothers’

Amerikaanse luchtlandingstroepen waren de best getrainde soldaten van de Tweede Wereldoorlog. Ze werden gedropt achter de vijandelijke linies en vochten met lichte wapens. Op D-day en in de Ardennen bewezen 140 mannen van de E Company dat ze uit het juiste hout gesneden waren.

23 februari 2018 door Kasper Schlie

VS/1942

Als voorbereiding op de invasie van Europa leiden de geallieerden duizenden paratroepers op. Zij moeten op D-day achter het front afgeworpen worden en de weg vrijmaken voor tanks en grondtroepen. 

Een paar minuten geleden brak kapitein Herbert Sobel het ontbijt van de E Company ruw af. De spaghetti bolognese ligt de rekruten dus zwaar op de maag als Sobel hen in volle galop de berg Currahee op stuurt. 

De meedogenloze kapitein rent van man naar man terwijl hij sist: ‘Er staat een ambulance aan de voet van de berg. Je zegt het maar. Je kunt de compagnie altijd verlaten.’

Het duurt niet lang of de eersten staan over te geven in de berm, maar voordat ze de kans krijgen erbij te gaan zitten, worden ze overeind getrokken door hun kameraden. Sobel mag niet winnen. De rekruten verbijten hun buikpijn.

De 10 kilometer lange tocht in de hete middagzon is pas een voorproefje van de ontberingen die de mannen van de E Company gedurende drie jaar te wachten staan. Over deze eenheid gaat de tiendelige tv-serie Band of Brothers, die veel lovende kritieken kreeg.

De E Company neemt deel aan enkele van de hevigste gevechten van de Tweede Wereldoorlog: D-day, de luchtlandingsoperatie bij Arnhem en de Slag om de Ardennen. 

Telkens opnieuw belanden ze in het heetst van de strijd omdat de bevelhebbers al bij het uitbreken van de oorlog beseffen dat ze troepen nodig hebben die doorvechten waar anderen het bijltje erbij neergooien. 

Echte bikkels, die standhouden, door vijandelijke linies breken en hun missie snel uitvoeren. 

Elke dag renden de rekruten in de verzengende hitte de berg Currahee in Camp Tuccoa op. Vooral de eerste 5 kilometer over steile weggetjes waren een beproeving. 

© Jim Martin

Training is een afvalrace

In 1942 meldden 5300 man zich aan bij de nieuwe Amerikaanse elite-eenheid, het 506th Parachute Infantry Regiment, dat uit 12 compagnieën bestond. Een daarvan was de E Company. 

1800 van hen werden geschikt bevonden en kwamen op 20 augustus naar het snikhete Camp Toccoa in Georgia.

Er volgde een afvalrace van een jaar, waarin met de zwaksten afgerekend werd. De dagelijkse trainingen waren uitputtend, en de mannen hadden al snel een hekel aan kapitein Sobel en zijn hardvochtige methoden. 

Maar achteraf gezien was het optreden van de kapitein van groot belang geweest, zo schreef de rekruut Robert Rader na de oorlog: 

‘Hij haalde het laatste restje burger uit je en pakte je waardigheid af, maar maakte wel een van de beste soldaten van je.’

De kapitein was een gemeenschappelijke vijand die de kameraadschap onder de rekruten versterkte tijdens hun 13 weken in Camp Toccoa en de parachutetraining in Fort Benning, Georgia.

Toen de E Company in de nazomer van 1943 met de rest van het regiment naar Groot-Brittannië afreisde, was het een goed geoliede eenheid. Van de 1800 rekruten waren nog 600 man over, inmiddels elitesoldaten. 

Een van hen was Don Malarkey, die trots was dat hij tot de uitverkorenen behoorde: 

‘De toetreding tot de E Company was het begin van het grootste avontuur van mijn leven. Sindsdien ben ik Hitler elke dag dankbaar dat hij mij samengebracht heeft met de meest getalenteerde en inspirerende mannen die ik ooit ontmoet heb.’  

De E Company in cijfers

  • 139 mannen vlogen op D-day met de E Company naar Frankrijk.
  • 48 van hen sneuvelden in de 11 maanden die volgden.
  • 100 mannen raakten gewond.
  • 360 soldaten vochten er in totaal in de E Company. Weggevallen leden werden vervangen.
  • 170 dagen bracht soldaat Malarkey door aan het front: een record.
  • 14 leden van de E Company kregen een medaille voor hun prestaties op D-day. 

Keiharde training vormde elitekorps

Gespecialiseerde luchtlandingstroepen waren zeldzaam bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. 

De VS riep pas in augustus 1940 de eerste experimentele eenheid in het leven. De legertop kwam er al snel achter dat alleen besluitvaardige en mentaal sterke soldaten goede paratroepers konden worden. 

Het had geen zin om soldaten uit het reguliere leger te nemen – de luchtlandingstroepen vereisten een aparte wervingsprocedure. 

Het leger gaf de voorkeur aan burgers die zich zelf hadden aangemeld en die iets ouder waren dan de bovengrens voor dienstplichtigen van 21 jaar. Ze kregen 50 dollar extra per maand om hun elitestatus te benadrukken.

Een gemêleerd gezelschap boeren, ambachtslieden en mijnwerkers vormde de 140-koppige E Company, die ook één academicus telde. Hij was afgestudeerd
aan Harvard University.

De meesten hadden twee dingen gemeen: op de middelbare school blonken ze uit in sport, en ze waren stuk voor stuk hartstochtelijke jagers. Daardoor hadden ze trefzeker leren schieten.

Officieren van verschillende onderdelen van het leger meldden zich aan om de elite-eenheid te leiden. 

Luitenant Richard Winters had er goed over nagedacht: ‘Na 10 maanden infanterietraining zag ik in dat mijn leven in handen was van de mannen met wie ik me omringde. De paratroepers die ik had gezien, waren echte soldaten: keihard, slank, zongebruind en taai.’

In vier maanden in Camp Toccoa werd er een eenheid gesmeed van de mannen van de E Company. Daarna liepen ze samen met de rest van het regiment 300 kilometer naar hun parachutetraining in Fort Benning.

Verdwaald achter vijandelijke linies

In september 1943 kwamen de soldaten van de E Company aan in Engeland, waar de troepen zich samen met de overige leden van de 101st Airborne Division op de invasie van Normandië moesten voorbereiden. 

Maar zo ver was het nog lang niet. Acht maanden lang trainden ze allerlei gevechtssituaties.

Tijdens het lange wachten en de zware training kreeg het moreel van de mannen een flinke boost toen de gehate kapitein Sobel na klachten van de sergeants werd overgeplaatst naar een andere eenheid.

In de nacht van 5 op 6 juni 1944 was het eindelijk zo ver. De soldaten van de E Company klommen aan boord van de vliegtuigen die hen het Kanaal over zouden brengen. 

Aan zelfvertrouwen was geen gebrek, en er werden zelfs grappen gemaakt: ‘Hitler maakte één grote fout toen hij de Atlantikwall aanlegde: hij is vergeten er een dak op te zetten!’  

De beruchte toren van Fort Benning maakte luchtlandingstroepen van de rekruten.

© Hulton Deutsch/Getty Images

Hevige straatgevechten in Carentan

Samen met 13.000 andere paratroepers vloog de E Company in het holst van de nacht op Frankrijk af. 

De mannen zouden 5 tot 10 kilometer achter de zwaar versterkte Normandische kustlijn worden afgeworpen om wegen en bruggen te veroveren op de route die de geallieerden moesten nemen om van de stranden Omaha en Utah af te komen. Maar vanwege mist, wolken en afweergeschut raakten de paratroepers verspreid.

Toch vielen ze in kleine groepjes de Duitse stellingen aan. Pas op 12 juni, een week later, kwam de E Company als eenheid in actie. De elitesoldaten moesten de plaats Carentan schoonvegen om de bruggenhoofden op Utah en Omaha Beach te kunnen samenvoegen.

Om 6.00 uur werd de E Company te voet naar de stad gestuurd om de Duitse achterhoede aan te vallen. De mannen stortten zich in een greppel toen ze door een Duits machinegeweer beschoten werden, maar luitenant Winters ging staan en riep ‘Naar voren!’

‘Ik was als bezeten. Niemand had me ooit zo meegemaakt,’ vertelde Winters later. Hij rende door de kapotgeschoten straten, waar om elk huis gevochten werd – vaak met de bajonet.

Plotseling begon het mortiergranaten te regenen in de smalle steegjes. De 22-jarige Edward Tipper liep net een huis uit toen er een granaat op hem af vloog.

‘Ik werd geraakt door een locomotief. Ik voelde geen pijn en stond te wankelen op mijn benen,’ vertelde hij later.

Toegesnelde kameraden kregen hem zo ver te gaan zitten, al zei Tipper dat er niets aan de hand was. Maar hij had zijn beide benen gebroken.

Op straat lagen tientallen doden en gewonden. De E Company was uitgedund, maar het Duitse verzet was gebroken. 

Met steun van artillerie en vliegtuigen werden de laatste Duitsers verdreven uit Carentan, en na drie weken aan het front werd de E Company teruggestuurd naar Engeland om op adem te komen. 

Op de Britse basis beseften de mannen voor het eerst hoe bloedig de gevechten waren geweest waar ze aan deelgenomen hadden. Op D-day waren 139 mannen boven Normandië afgeworpen, en slechts 74 waren er teruggekeerd. 

Toen de sergeants John Martin en Bill Guarnere een barak binnengingen, riep Martin: ‘Jezus, Bill, deze hut is al half leeg en de oorlog is nog maar net begonnen. We komen hier nooit levend uit!’ 

Bloedige vuurdoop op D-day

Op papier was het plan eenvoudig: spring er boven de landingszone uit, sluit je snel aan bij de rest van de E Company en val het dorp Sainte-Marie-du-Mont aan. Maar de werkelijkheid was anders.

De C-47-toestellen raakten elkaar kwijt in de dichte bewolking boven Normandië, en een aantal werden er neergehaald door luchtafweergeschut. 

De overlevende leden van de E Company landden verspreid over een gebied van 20 km², maar hielden het hoofd koel. Ze zochten aansluiting bij andere eenheden en gingen meteen vechten.

De grootste groep van de E Company bestond uit slechts negen gewone soldaten en twee officieren. Toch zag luitenant Winters er geen been in een Duitse stelling met vier zware kanonnen en 60 soldaten aan te vallen. 

Terwijl twee paratroepers dekking gaven, stortten Winters en de overige Amerikanen zich met geweren en granaten op het eerste kanon, dat ze wisten op te blazen met TNT.

De Duitsers hadden zigzaggende loopgangen aangelegd naar de andere drie kanonnen, en daar maakte de E Company gebruik van. 

Met grote nauwkeurigheid gooiden de soldaten granaten naar elk kanon, waarna dat werd bestormd. Na nog geen halfuur waren 20 Duitsers dood en 12 gevangengenomen. De rest was gevlucht.

‘We hadden er goed over nagedacht en voerden geen roekeloze acties uit,’ zei sergeant Lipton, die erbij was. Toch kwamen er vier leden van de E Company bij om.

Fiasco in Nederland

Na 10 weken had het leger opnieuw parachutisten nodig. Veldmaarschalk Montgomery wilde met Operatie Market Garden proberen in Nederland door de Duitse linies te breken. 

De E Company werd met 41.000 andere luchtlandingstroepen boven Nederland gedropt om wegen en bruggen veilig te stellen waarover de tanks konden oprukken.

Eindhoven werd ingenomen en de Amerikanen werden toegejuicht door de bevolking, maar twee dagen later werd de E Company belaagd door 50 Duitse Panther-tanks en moest de eenheid zich voor het eerst terugtrekken. 

Operatie Market Garden draaide uit op een fiasco omdat de tanks die de E Company te hulp moesten schieten, veel te laat waren.

In december 1944 werd het ijzig koud in Europa en viel er een dik pak sneeuw. Tijdens de koudegolf gaf Adolf Hitler zijn reserves onverwacht de opdracht in het offensief te gaan. Tiger-tanks en andere rupsvoertuigen denderden dwars door de Ardennen en verrasten de geallieerden.

In allerijl werden versterkingen opgeroepen, en de 101st Airborne Division moest de strategisch belangrijke stad Bastenaken, waar de Duitsers doorheen moesten, verdedigen. Onder de 11.000 paratroepers die zich ten noorden van de stad ingroeven, was de E Company.

Deze defensieve actie was een nieuwe uitdaging voor de eenheid, die zich tot dan toe alleen met aanvallen had beziggehouden. 

Maar de elitesoldaten lieten zich niet uit het veld slaan: ‘De vijand heeft ons omsingeld, de stakkers,’ merkte een lid van de E Company droogjes op. 

De paratroepers haalden grote hoeveelheden gestolen kunst uit Berchtesgaden. Op straat stelden ze de vondsten uit het huis van Hermann Göring tentoon. 

© William Vandivert/Getty Images

Kou is de ergste vijand

Zeven dagen lang was Bastenaken alleen te bevoorraden vanuit de lucht, maar al deden de piloten hun uiterste best, de troepen hadden voortdurend gebrek aan voedsel, munitie en geneesmiddelen om de honderden gewonden te behandelen.

De E Company stuurde een verkenner naar Bastenaken om witte lakens te halen, waarmee de soldaten hun zomeruniform konden camoufleren in de besneeuwde bossen. Met de stof voerden ze ook hun broeken en jassen, want de winterkou ging door merg en been.

Een vuur maken om eten te koken of zich op te warmen was uitgesloten, want Duitse sluipschutters wachtten hun kans af om hen op de korrel te nemen. De kou was dan ook haast ondraaglijk.

‘Rillen van de kou werd voor ons net zo gewoon als ademhalen,’ vertelde een soldaat. Bevriezingen waren aan de orde van de dag, maar slechts weinigen lieten hun kameraden in de schuttersputjes in de steek om zich achter het front te laten verzorgen. 

En de paar die dat wel deden, schaamden zich dood. Zodra ze aan de beterende hand waren, verruilden ze het veldhospitaal weer voor het front.

‘Bastenaken was absoluut de zwaarste campagne van het regiment,’ schreef Don Malarkey vele jaren later.

Naast kou, honger en sluipschutters hadden de soldaten ook veel last van de hevige Duitse bombardementen. 

De eenheid hield zich in het bos schuil, en de meeste granaten raakten de bomen en ontploften boven de grond, waardoor het hout- en metaalsplinters regende.

Twee veteranen van de E Company, Bill Guarnere en Joe Toye, raakten zo hun benen kwijt. De sneeuw was rood van het bloed en het gekerm van de gewonden hield nooit op. 

Ondanks zware verliezen hield de eenheid stand. Het laatste offensief van Hitler werd gestuit.

Concentratiekampen zijn een schok

Het Ardennenoffensief was de laatste grote veldslag van de E Company. De soldaten namen nog deel aan enkele schermutselingen in Haguenau bij de Frans-Duitse grens voordat de Duitsers in mei 1945 begonnen te capituleren.

Had de tegenstander die hun 11 maanden lang het leven zuur had gemaakt echt het bijltje erbij neergegooid? 

De soldaten van de E Company geloofden niets van de verhalen over Duitsers die wanhopig op zoek waren naar iemand om zich aan over te geven. Maar toen de mannen de Duitse grens overstaken, kwamen ze langs twee Amerikanen die 2000 krijgsgevangenen bewaakten.

De E Company hoefde niet te vechten tijdens de opmars richting het zuiden van Duitsland. De soldaten reden over de snelwegen van Hitler en genoten van de zonovergoten bergen en groene bossen – een schril contrast met de bloedige maanden die ze hadden beleefd.

In Buchloe, 70 kilometer ten westen van München, wachtte echter nog een laatste, nare verrassing. 

De paratroepers stuitten hier op een concentratiekamp van de nazi’s. Er lagen stapels lijken die er als skeletten uitzagen, met af en toe een broodmagere gevangene ertussen die zich aan het leven vastklampte.

Toen de soldaten gebouwen in de buurt doorzochten, vonden ze kisten vol kaas, die ze meteen uitdeelden.

Vele jaren later stonden de gruwelen majoor Winters nog helder voor ogen: ‘De aanblik van uitgehongerde mannen die hun blik neersloegen en hun hoofd bogen als we hen aankeken – zoals een mishandelde hond in elkaar duikt – gaf ons een onbeschrijflijk gevoel dat we nooit zullen vergeten. Ik zei tegen mezelf: nu weet ik waarom in hier ben.

Vanuit Buchloe ging de E Company naar Berchtesgaden, waar de villa’s van Hitler, Göring en andere nazikopstukken stonden. Het was tijd voor een feestje. 

Lees ook

Stephen Ambrose: Band of Brothers, Simon & Schuster, 2001. Dick Winters & Cole Kingseed: Beyond Band of Brothers, Large Print Press, 2008.

Bekijk ook ...