Het offensief begint met een zwaar bombardement, dat de Amerikanen op de vlucht jaagt.

Ardennen-offensief

In de ochtend van 16 december 1944 breekt de hel los in de Belgische Ardnennen. Duizenden kanonnen maken de weg vrij voor Duitse pantsertroepen die door de Amerikaanse linies stoten, met als doel de strategisch belangrijke havenstad Antwerpen te veroveren en vier geallieerde legers in het noorden te isoleren. Geharde, ongekend wrede oostfrontstrijders worden hierbij ingezet.

21 februari 2011 door Esben Sylvest

Een Amerikaanse soldaat neemt iets ongewoons waar als hij op de ochtend van 16 december 1944 naar de Duitse verdedigingslinies in het oosten kijkt. Vanuit zijn uitkijkpost bij het stadje Clervaux in de Ardennen ziet hij het felle licht van schijnwerpers aan de donkere hemel. Het lukt de soldaat nog net om zijn commandant te roepen en de lichtbundels te rapporteren voordat het granaten begint te regenen.

Na enige minuten houdt het kanongebulder op en klinkt het geluid van ronkende tanks. Bijgeschenen door het felle zoeklicht zijn de Duitsers een groot offensief begonnen, dat het Derde Rijk moet redden. Duitse pantservoertuigen komen over een breedte van 100 kilometer in beweging, gevolgd door tienduizenden infanteristen.

Offensief is Hitlers laatste kans

Er wordt een offensief verwacht in de heuvelachtige Belgische Ardennen langs de Duitse grens. Het gebied wordt daarom zwak verdedigd, door te weinig soldaten, die uit een mix van nieuw aangekomen rekruten uit Amerika en moegestreden, verzwakte eenheden bestaan. Om die reden beschouwt Hitler de Ardennen als het perfecte gebied om de geallieerde linies te doorbreken. Samen met zijn staf heeft hij een gewaagd plan bedacht.

Drie legereenheden moeten Antwerpen met zijn belangrijke aanvoerhaven innemen. Is de haven in Duitse handen, dan kunnen versterkingen moeilijker aangevoerd worden en, nog belangrijker, raken de vier geallieerde legers in Noord-België en Nederland ingesloten.

Totaal onopgemerkt hebben de Duitsers 200.000 geoefende soldaten naar het front gebracht. Voor ondersteuning heeft Hitler de laatste resten van nog functionerende pantserdivisies en duizenden kanonnen bijeengebracht. Het verrassingseffect is zo belangrijk voor de Duitsers dat zelfs de codenaam de geallieerde spionnen op het verkeerde been moet zetten. Wacht am Rhein moet de geallieerden doen geloven dat Hitler een verdedigingsoperatie voorbereidt in plaats van een groot offensief.

Om de verrassende manoeuvre ten volle te kunnen uitbuiten moeten de Duitsers zo snel oprukken dat de geallieerden geen versterkingen kunnen mobiliseren. Op de eerste dag moeten ze het besneeuwde, moeilijk begaan­bare terrein oversteken en snel strategische wegen en bruggen innemen, zoals het knooppunt Bastenaken. Deze stad moet binnen een dag veroverd worden om vervolgens verder te kunnen oprukken.

Volgens het plan hebben de troepen uiterlijk vier dagen om de Maas in het noordwesten over te steken. Daarvandaan is het vrij makkelijk om over vlak terrein op te rukken naar Antwerpen.

Bastenaken zwak verdedigd

Het Duitse offensief moet de geallieerden dwingen vrede te sluiten. Hitler heeft 200.000 elitesoldaten laten aanrukken en ze opgedragen ‘net zo wreed te vechten als aan het oostfront’.

Als op 16 december 1944 om 5.30 uur ’s morgens de hel losbreekt, komt de aanval als een totale verrassing voor de geallieerden. Zo ook voor de soldaten van de 28e Amerikaanse infanteriedivisie, die na maanden harde strijd bezig zijn op krachten te komen. De bevelhebber, overste Hurley Fuller, wordt ruw gewekt door de Duitse granaten. Zijn troepen in Clervaux hebben een aantal wegen naar Bastenaken in handen, en meteen na het begin van het offensief komt een niet mis te verstaan bevel binnen van opper­bevelhebber Dwight D. Eisenhower: verdedig met alle middelen de stellingen bij Clervaux.

De Duitsers rukken echter zo snel op dat de eerste tank al binnen een paar uur Clervaux binnenrijdt. De buitenste verdedigingslinies zijn volledig onder de voet gelopen en nu maken de Duitsers het stadje huis voor huis met de grond gelijk. Honderden granaten leggen Clervaux in puin, en veteranen van het oostfront verslaan de Amerikaanse verdedigers met gemak.

Als een Duitse tank granaten afvuurt op het hotel waar Fuller zijn hoofdkwartier heeft, slaat de overste met zijn officieren en tientallen gewonde soldaten op de vlucht. Maar het is te laat. Als ze door een raam aan de achterkant naar buiten klauteren, horen ze Duitse stemmen in het huis. Fuller vlucht de stad uit richting de geallieerden in het westen, maar wordt door een Duitse patrouille opgepakt.

Totale chaos in de eerste uren

Het weer zit mee voor Hitlers troepen, precies zoals zijn meteorologen al hadden voorspeld. Er ligt over de Ardennen een dik wolkendek, waardoor vliegtuigen de geallieerde grondtroepen niet te hulp kunnen komen. Kortom, het loopt voor de Duitsers gesmeerd. Na de verovering van Clervaux kunnen ze verder oprukken naar Bastenaken.

Aan de Luxemburgse grens bij Losheim gaan de Duitsers net zo effectief te werk als in Clervaux.

‘Het stikt hier van de Duitsers’, rapporteert een Amerikaanse patrouille voordat ze op de vlucht slaat. Vanuit een nabijgelegen dorp verzendt het Amerikaanse garnizoen een laatste bericht over vijandelijke kanonnen die 70 meter van hun commandopost het vuur openen. Drie soldaten komen om, de overige 87 geven zich over.

De overgave is geheel volgens plan. Hitler en zijn generaals gaan ervan uit dat de nieuwe rekruten van de geallieerden zich zullen overgeven of vluchten als ze de superieure vijand treffen. Toch komt er snel een einde aan de opmars. Als ze van de schrik bekomen zijn, storten de Amerikanen zich met ware doodsverachting in de strijd.

Bij Wahlhausen, iets ten oosten van Clervaux, beschiet een peloton van overste Fuller zelfs de eigen posities in een wanhopige poging de Duitse tanks te stoppen. Maar één Amerikaan overleeft deze ongelukkige beschieting.

Oostfronttactiek bepaalt de strijd

Het 6e SS-leger valt op het noordelijkste front aan. Het doel is Antwerpen.

Terwijl de Duitse troepen in het noorden vastlopen in een fuik en op zware tegenstand stuiten, zijn ze in het zuiden dichter bij een doorbraak.

Hier dringt een onderdeel van het 1e pantserleger van de SS op 17 december diep door achter de geallieerde linies. De eenheid wordt geleid door de nog maar 29-jarige Obersturmbannführer Joachim Peiper, die aan het oostfront berucht is geworden door de vernietiging van een aantal Russische dorpen.

Deze gewoonte om Russische dorpen tot de grond toe af te branden heeft de eenheid van Peiper de bijnaam ‘de snijbranders’ opgeleverd, en met zijn 100 tanks raast hij nu over de Ardennen, waar een groep gigantische Tiger-tanks van een andere eenheid zich bij hem aansluit. Een Amerikaanse verkenner ziet ze door de Ardennen oprukken en voelt de aarde trillen onder de zware rupsvoertuigen. Met een witte zakdoek in de hand dirigeert een Duitser de imposantste tank die de Amerikaan ooit gezien heeft.

De robuuste Tiger is met 70 ton de grootste tank van de Tweede Wereldoorlog. De dikte van het pantser is 18 centimeter, en het 88-mm-precisiekanon kan op 700 meter een Amerikaanse Sherman-tank verpulveren.

In een rechtstreekse confrontatie zijn de Amerikanen kansloos, en een groot aantal geallieerde tankbestuurders slaat bij de aanblik van de Tigers alleen al op de vlucht. De weinigen die de strijd wel aangaan, kunnen het niet navertellen. Om de Duitsers te verrassen stellen de Amerikaanse tanks zich vaak verdekt op achter de top van een heuvel.

Maar de Duitsers gebruiken een strategie van het oostfront: zodra ze een heuveltop oversteken, vuren ze lichtgranaten af, die de vijand verblinden en het silhouet van de tanks zichtbaar maken. Voor de Amerikanen ook maar beseffen wat er aan de hand is, hebben granaten van de Duitse tanks hun voertuigen in een vlammenzee doen veranderen.

Slachtpartijen aan orde van de dag

Joachim Peiper wil naar het westen oprukken, om de weg vrij te maken voor andere Duitse eenheden en vooral om dood en verderf te zaaien en de geallieerden af te schrikken.

Op 17 december sturen de mannen van Peiper een aantal gevangengenomen Amerikaanse soldaten een veld bij Malmédy op en openen het vuur. In de paniek weten er een paar te vluchten, maar op de bevroren aarde blijven 84 dode Amerikanen achter. Ook de geallieerden gaan over tot sporadische liquidaties van krijgsgevangenen. Bij beide partijen hangt hun lot dikwijls af van het
humeur van de soldaten. Als ze net hun eigen kameraden gedood hebben zien worden, zijn ze snel geneigd spontaan wraak te nemen. Ook schieten troepen in koelen bloede krijgsgevangenen dood als het lastig is hen mee te nemen.

Ondanks enkele successen is de geallieerde tegenstand zo hevig dat de Duitsers na enkele dagen nog vechten om strategische posities die volgens plan binnen enige uren ingenomen hadden moeten worden. Langs het hele front blazen geallieerde genietroepen bruggen op, zodat de Duitsers moeten omrijden of wachten tot hun eigen genie nieuwe bruggen heeft aangelegd. Een lading TNT op de juiste plaats kan meer schade aanrichten dan honderd geweren, constateert Joachim Peiper terwijl zijn eenheid oprukt door de Ardennen.

‘Die verdomde genietroepen ook’, briest hij, als zijn pantsereenheid bij Stavelot gehinderd wordt door alweer een in puin gelegde brug.Verder naar het zuiden zijn de restanten van het regiment van Fuller nog altijd bezig om de Duitse opmars naar Bastenaken te vertragen. Zijn mannen geven hun leven om kostbare tijd te winnen, zodat de geallieerde troepen verderop zich kunnen versterken. Van de 5000 soldaten van Fullers regiment komen slechts 532 mannen ongeschonden door het Duitse offensief.

Veteranen redden Bastenaken

De besneeuwde bossen en de Amerikaanse verdediging vertragen de Duitse voortgang.

In Noordoost-Frankrijk rust intussen de Amerikaanse 101e Luchtlandingsdivisie, de Screaming Eagles, uit na hevige gevechten in Nederland. Het Duitse Ardennenoffensief dwingt ze terug naar het slagveld. Op 18 december wordt de eenheid in vrachtwagens geladen en in allerijl naar Bastenaken gereden om dit vitale knooppunt te versterken.

Als deze mannen het laatste stuk te voet afleggen, treffen ze Amerikaanse soldaten die in paniek de stad verlaten.

‘Ren! Vlucht! Ze maken jullie af! Ze hebben alles! Tanks, machinegeweren, vliegtuigen’, roepen deze.

Maar de Screaming Eagles zijn net als de Duitsers geharde soldaten en leggen rond de stad snel een verdedigingslinie van schuttersputjes aan. De hele stad wordt versterkt door de veteranen, die in de haast geen voedsel en winteruniformen hebben meegenomen. Het is erg koud, en het sneeuwt constant.

’s Nachts slapen de mannen in de kleine schuttersputjes dicht op elkaar gepakt om warm te blijven. Overdag versterken ze hun stellingen met boomstammen om zich te beschermen tegen granaatscherven en houtsplinters, maar zonder bijlen is dit een hele klus. Soms leggen ze de bevroren lijken van Duitse soldaten over de putten.

Op 21 december, met een vertraging van vier dagen, omsingelen de Duitsers Bastenaken. De ongeveer 12.000 Amerikaanse soldaten zitten nu opgesloten binnen de Duitse linies.

Eén magazijn per man

De volgende dag komen vier Duitse soldaten aangelopen met een grote witte vlag. Ze eisen dat de geallieerden in Bastenaken zich overgeven, anders zullen de gevolgen verschrikkelijk zijn. Generaal Anthony McAuliffe van de 101e Luchtlandingsdivisie wijst de eis resoluut van de hand en schrijft als antwoord: ‘Nuts’ – (jullie zijn) gek.

Als de strijd eenmaal is losgebarsten, dreigen in het belegerde Bastenaken voedsel en munitie op te raken.

Het kanon dat in het noorden van de stad staat opgesteld, en dat de weg tussen Bastenaken en Foy bestrijkt, beschikt slechts over drie granaten. De soldaten inventariseren met angst in het hart de overgebleven munitie: één magazijn per man en één kist patronen per machinegeweer. De situatie ziet er hopeloos uit, tot er eindelijk hulp komt – van boven.

Op 23 december klaart het weer op, en dan kan een C-47-vrachtvliegtuig, ondanks hevig Duits luchtafweergeschut, de belegerde stad te hulp schieten. De piloten werpen munitie en voedsel af, en in een moedige actie landt een groep vrijwillige chirurgen met zweefvliegtuigjes in de straten van Bastenaken. Ze beginnen meteen ter plaatse met het opereren van gewonden in een werkplaats.

Het lot van het offensief is hiermee bezegeld. Bastenaken wordt niet ingenomen, en in het noorden is de opmars volledig tot stilstand gekomen. Alleen de eenheid van Joachim Peiper opereert achter het front, maar op dezelfde dag dat Bastenaken gered wordt, wordt Peiper van de Duitse hoofdmacht, en dus van voedsel en brandstof, afgesneden.

De eenheid graaft zich in om op versterking te wachten, maar die komt niet, en als Peipers mannen dezelfde dag een aanval uitvoeren om weer bij de Duitse linies te kunnen komen, moet hij de meeste zware voertuigen achterlaten. De aanval slaagt, en de troepen zijn veilig, maar het materiaal wordt de rest van de oorlog node gemist.

Patton doorbreekt belegering

In een maand tijd brachten de geallieerden bijna 700.000 troepen naar België, waarmee ze de Duitsers definitief wisten te verslaan.

Drie dagen later wordt de belegering van Bastenaken eindelijk doorbroken, als tanks van het 3e Amerikaanse leger van George Patton uit het zuiden aankomen, via het dorp Assenois, waar de 19-jarige rekruut James Hendrix zich onsterfelijk maakt. Slechts bewapend met een geweer bestormt hij in zijn eentje een Duitse loopgraaf met twee stuks 88-mm-antitankgeschut.

Als een Duitse soldaat opkijkt uit een nabijgelegen schuttersputje, schiet Hendrix hem neer en rent verder naar het volgende schuttersputje, waar hij een Duitser met zijn geweerkolf neerslaat. Hij vervolgt zijn weg naar de twee antitankkanonnen, waarvan de bemanning zich zonder verzet aan de jonge soldaat overgeeft. James Hendrix krijgt later voor zijn heldhaftige actie de Medal of Honor, een hoge onderscheiding.

Als de troepen van Pattons 3e leger de belegering van Bastenaken hebben doorbroken, is het massaoffensief van de Duitsers allang weggeëbd. De geallieerden hebben langs het gehele front het initiatief overgenomen.

De Duitse generaals weten nu dat ze de Maas niet over kunnen steken om Antwerpen te bereiken. De verwachte brede doorbraak in de Ardennen is uitgebleven. Aan de Duitse generaalveldmaarschalk Gerd von Rundstedt de ondankbare taak het slechte nieuws aan Hitler te vertellen, die er zoals gewoonlijk niets van wil weten. Hij is ervan overtuigd dat zijn leger aan de vooravond van de grote doorbraak staat.

‘Alles is veranderd in het westen. Volledig succes is nu binnen bereik’, roept de Führer enthousiast.

De oorlog is definitief verloren

Rond Nieuwjaar beseft Hitler de ernst van de situatie. Hij start nog een offensief in de Elzas, verder naar het zuiden, om de geallieerden te dwingen troepen uit de Ardennen weg te halen, zodat het offensief daar door kan gaan.

Op hetzelfde moment begint de Luftwaffe aan een laatste, gigantisch offensief. De Duitsers bombarderen met succes geallieerde vliegvelden in België en Nederland. Bijna 500 vliegtuigen van de geallieerden worden verwoest, maar de prijs is hoog. De Luftwaffe raakt 280 toestellen kwijt en komt dit niet meer te boven. De geallieerde verliezen worden binnen een paar weken aangevuld.

Pas als de Duitsers op alle fronten op de vlucht zijn, geeft Hitler groen licht voor een terugtrekking. De volgende weken trekken de Duitse troepen zich hevig strijdend terug door de Ardennen naar Duits grondgebied. Het grootste deel betrekt de stellingen in de Siegfriedlinie, de langgerekte reeks verdedigingswerken die langs de westgrens loopt en het vaderland bescherming moet bieden tegen de geallieerden. Hier wachten ze de onafwendbare invasie af.

Het offensief eist een hoge tol. Zo’n 19.000 Amerikaanse sol­daten komen om het leven, en duizenden mannen raken gewond of worden gevangen­genomen. De Amerikanen hebben in de gehele Tweede Wereldoorlog niet zo veel manschappen verloren in één slag.

Voor de Duitsers zijn de verliezen ook hoog, en het leger heeft tijdens het offensief alle reserves aan mankracht en materiaal opgebruikt. De oorlog is voor de Duitsers nu definitief verloren.

Speciale troepen zaaien paniek

Tijdens het offensief leidde luitenant-kolonel Otto Skorzeny de geheime operatie Operation Greif. Skorzeny’s compagnie van Engelssprekende Duitsers wist met gestolen Amerikaanse uniformen en jeeps achter de vijandelijke linies te komen. Ze lokten geallieerde troepen in een hinderlaag en wilden de bruggen over de Maas innemen.

Bij de geallieerden ging het nieuws over de soldaten van Skorzeny als een lopend vuurtje en de Amerikanen zetten de jacht in op de vermomde vijanden. Er kwamen checkpoints waar soldaten vragen werden gesteld die alleen geboren Amerikanen konden beantwoorden, zoals de naam van de vriendin van Mickey Mouse. Het leidde tot bizarre situaties.

Generaal Omar Bradley werd aangehouden hoewel hij de juiste hoofdstad van Illinois noemde: Springfield. De militaire politie dacht dat het Chicago was.

Skorzeny’s vermomde Duitsers werden geliquideerd als de Amerikanen ze konden pakken.

SS slachtte Amerikanen af

Tijdens het Ardennenoffensief beval Hitler zijn troepen om net zo wreed te werk te gaan als aan het oostfront, om de geallieerden angst aan te jagen. De gevechten in het westen waren tot dan toe redelijk ‘netjes’ geweest, maar op 17 december transporteerden SS-soldaten onder leiding van overste Joachim Peiper 120 Amerikaanse soldaten naar een veld bij Malmédy. De meesten werden ter plaatse geliquideerd; de gewonden werden gedood met een nekschot.

Een klein groepje kon een café in vluchten, dat door de Duitsers werd gebarricadeerd en in brand gestoken. 84 Amerikanen kwamen om bij de slachtpartij van Malmédy, de eerste in zijn soort aan het westfront.

Bekijk ook ...