Anne Frank schrijft in haar dagboek

Anne Frank vertelde haar dagboek alles

In 1942 duiken Anne Frank en haar gezin onder voor de nazi's. Het geluid van Duitse laarzen op straat is echter lang niet het grootste probleem in het puberbestaan van Anne. Haar moeder is veel erger.

In 1942 duiken Anne Frank en haar gezin onder voor de nazi's. Het geluid van Duitse laarzen op straat is echter lang niet het grootste probleem in het puberbestaan van Anne. Haar moeder is veel erger.

Ullstein Bild/ All Over Press

Die ochtend in mei 1940 wekt het geluid van ronkende vliegtuigmotoren Nederland, en vermoedelijk ook een 10-jarig Joods meisje met de naam Anne Frank. Uit de vliegtuigen springen duizenden zogeheten Duitse Fallschirmjäger. Zij moeten strategisch belangrijke punten veroveren.

En tegelijkertijd bestormt Hitlers landmacht het Nederlands grondgebied en drukt het de slecht uitgeruste Nederlandse soldaten in de verdediging.

Amsterdam, twee jaar na de Duitse invasie. Op 5 juli 1942 ligt de nu 13-jarige Anne op een ligstoel op de veranda te zonnen als haar zus Margot plotseling opgewonden aan komt rennen.

‘Er is een oproep van de SS voor vader gekomen’, fluistert ze. Beiden weten wat dat inhoudt: concentratiekamp.

‘Hij gaat natuurlijk niet’, stelt Margot haar bange zusje gerust. Otto Frank is al maanden bezig met de voorbereidingen voor de vlucht van het gezin.

‘Moeder is naar Van Daan om te vragen, of we morgen naar onze schuilplaats kunnen vertrekken. Van Daan gaat met ons mee schuilen. We zijn daar dan met ons zevenen’, vervolgt Margot.

‘Om even na zevenen ging ik naar papa en mama en dan naar de huiskamer, om mijn cadeautjes uit te pakken, het was in de eerste plaats jou die ik te zien kreeg, wat misschien wel een van mijn fijnste cadeaus is.’ Anne Frank, 14 juni 1942

Als hun moeder thuiskomt, stuurt ze de meisjes naar hun kamer, zodat de volwassenen even rustig kunnen praten. Daar verklapt Margot dat de oproep niet hun vader, maar haarzelf betreft.

‘Ik schrok opnieuw en begon dan te huilen. Margot is zestien, zulke jonge meisjes willen ze dus alleen weg laten gaan. [...] waar zouden wij gaan schuilen, in de stad, op het land, in een huis, in een hut, wanneer, hoe, waar...?’, vraagt Anne zich af als het tot haar doordringt.

Koortsachtig beginnen de meisjes hun schooltassen vol met spullen te pakken. Als eerste stopt Anne het dagboek erin, dat ze kort daarvoor op haar verjaardag heeft gekregen. Hun ouders nemen intussen contact op met hun ‘Arische’ bondgenoten, die eten en kleding voor het onderduikadres halen.

Anne Frank huis

In het achterhuis van het gemarkeerde gebouw zat Anne Frank ondergedoken met haar ouders en zus, de familie Van Pels en Fritz Pfeffer.

© Polfoto

Anne Frank en haar gezin duiken onder

De volgende ochtend sjokt het gezin door de stromende regen naar het onderduikadres. De werklui die zich naar hun werk haasten, kijken hen medelijdend na. De opvallende gele Jodenster die ze allen dragen, spreekt boekdelen.

Anne heeft onder meer twee hemdjes, drie broeken, een jurk, rok, jasje en zomerjas aan. Hetzelfde geldt voor de rest van het gezin, want geen enkele Jood durft met een koffer over straat te gaan. Hun huis laten ze achter met afgehaalde bedden en de ontbijtboel nog op tafel.

Annes ouders, Otto en Edith, lopen voorop. Maandenlang hebben ze al zo veel mogelijk inboedel en kleding naar het onderduikadres gebracht, dat zich in Otto’s kantoor op Prinsengracht 263 bevindt. Daar gaan ze nu naartoe. Van buiten lijkt het gebouw alleen de firma Opekta te huisvesten. Op de tweede verdieping bevindt zich echter een geheime ingang naar het achterhuis.

Het deel op de begane grond betrekt de familie Frank, terwijl Hermann en Auguste van Pels met hun zoon Peter boven wonen. Op zolder zijn voorraden opgeslagen. Het verbijf ligt boven het magazijn van Opekta, maar in tegenstelling tot de kantoormedewerkers weten de magazijnmedewerkers niets van de ondergedoken Joden. Daarom is tijdens kantooruren elk geluid verboden. En ook ’s avonds moeten ze oppassen.

‘We hebben Margot [...] verboden ’s nachts te hoesten, hoewel ze een zware verkoudheid te pakken heeft en geven haar [...] codeïne’, schrijft Anne.

Puber Anne Frank komt in opstand

Anne went al snel aan de wat eento­­­nige routine op het onderduikadres, die bestaat uit huishoudelijke taken, Franse grammatica en ‘rotsommen’.

‘Ik voel me veeleer als in een heel eigenaardig pension, waar ik met vakantie ben’, schrijft Anne over de begintijd in het Achterhuis. Maar dat verandert. Het puberale verzet tegen moeder Edith krijgt langzamerhand vorm.

‘De naturen van Margot en moeder zijn zo vreemd voor mij, ik snap m’n vriendinnen nog beter dan m’n eigen moeder, jammer is dat hè!’, vertelt Anne, het huilen nabij, aan haar dagboek na een verhitte discussie over de benaming ‘dienstmeisje’. Op een dag in oktober 1942 botst Anne voor de zoveelste keer met haar moeder, en de ruzie eindigt voor beiden in tranen.

‘Ik heb pappie eindelijk verteld dat ik veel meer van “hem” houd dan van moeder. Daar heeft hij dan op gezegd dat dat wel weer over zou gaan, maar dat geloof ik niet.’

‘Vader is dus prima-prima opgevoed en moest gisteren verschrikkelijk lachen, omdat het de eerste keer in zijn 55-jarig leven was, dat hij aan tafel de koekenpan uitkrabde.’ Anne Frank, 8 mei 1944

Na drie maanden verblijf in het huis, met een zeer beperkt privéleven, is Anne snel geïrriteerd. Bijna elke dag ligt ze wel overhoop met haar moeder of de familie Van Pels.

Elke avond worden de ruzies echter even opgeschort, als de bewoners van het Achterhuis afstemmen op Radio Oranje. De Gestapo arresteert Joden in groepen, horen ze. ‘Wij nemen aan dat de meesten vermoord worden.

De Engelse radio spreekt van vergassing’, schrijft Anne. Als ze in de avonden de verduisteringsgordijnen opzij schuift, ziet ze vaak hoe rijen huilende kinde­-ren en hun ouders worden ‘gecommandeerd door zo’n paar kerels, geslagen en gepijnigd, tot ze er haast bij neervallen’.

Anne Frank helpers

De bondgenoten hielpen na de oorlog Anne Franks verhaal te verspreiden.

© All over Press

Bondgenoten verspreidden vals gerucht

Zonder de hulp van hun bondgenoten hadden de Achterhuisbewoners het niet zo lang gered. Vier medewerkers van het bedrijf van Otto Frank, Opekta, dat ingrediënten voor jam produceerde, voorzagen de onderduikers van eten en kleding. Daarnaast verspreidden ze
het valse gerucht dat de families naar België waren gevlucht.

Johannes Kleiman(1896-1959) was boekhouder bij Opekta. Hij werd voor zijn hulp aan de onderduikers wel gearresteerd, maar na zes weken vrijgelaten om gezondheidsredenen.

Miep Gies (1909-2010) was een van de secretaresses van Opekta. Toen de familie Frank werd opgepakt, ging zij heimelijk terug naar het Achterhuis om de dagboeken van Anne Frank op te halen. Na de oorlog droeg ze de teksten over aan Otto Frank.

Elisabeth Voskuijl (1919-1983) was secretaresse bij Opekta. Zij wist te ontsnappen toen de Duitsers de gezinnen oppakten.

Victor Kugler (1900-1981) werd directeur van Opekta toen de Joden geen zaken meer mochten doen. Hij werd door de Duitsers opgepakt, maar wist in maart 1945 te vluchten.

Anne Frank krijgt er een huisgenoot bij

Vanwege de slechte situatie voor Joden besluiten de beide families in november 1942 om een achtste bewoner op te nemen. De keus valt op Fritz Pfeffer (in het dagboek Albert Dussel), een Joodse tandarts met een christelijke vrouw. ‘Geweldig nieuws’, schrijft Anne, die haar kamer met de als kindvriendelijk bekendstaande man moet delen.

Maar na 10 dagen kan ze Pfeffer al niet meer luchten of zien. Met tieners heeft hij niet veel op. Anne noemt hem een ‘ouderwetse opvoeder en preker van ellenlange manierenreeksen’.

‘Dit alles zou nog tot daar aan toe zijn, als mijnheer maar niet zo’n grote klikspaan was en zich niet ook nog moeder als overbriefadres uitgezocht had’, schrijft Anne na een aanvaring razend.

‘Stel je eens voor hoe interessant het zou zijn als ik een roman van het Achterhuis uit zou geven. Bij de titel alleen zouden de mensen denken dat het een detectiveroman was.’ Anne Frank, 29 maart 1944

Ook ’s nachts ontstaan er conflicten. Pfeffer maant Anne tot stilte, en Anne maant op haar beurt de snurkende Pfeffer weer tot stilte, die volgens haar klinkt als een naar lucht happende vis.

Als Pfeffer Anne niet wakker houdt, zorgen de geallieerde bommenjagers wel voor een oorverdovend lawaai.

‘Ik heb m’n angst voor alles wat schieten of vliegers is nog niet afgeleerd en lig haast elke nacht bij vader in bed om daar troost te zoeken’, schrijft Anne, die beeft van angst en haar vader smeekt om een kaars aan te steken.

Maar al snel ziet ze in dat hun veiligheid zwaarder weegt dan het geruststellende licht van een kaars. Op 27 april 1943 gooien de Engelsen opnieuw brandbommen op Amsterdam en wordt onder andere de Duitse officiersclub, Offiziersheim, geraakt, terwijl de 13-jarige Anne op een andere plek in de stad wakker ligt.

‘[...] ik heb zwarte kringen onder m’n ogen door het tekort aan slaap’, constateert Anne, die dagelijks valeriaan slikt tegen angst en depressie. Ze heeft overdag bovendien haast geen mogelijkheid om energie bij te tanken. In het voorjaar van 1943 bestaat het menu elke dag uit droog brood, spinazie en grote aardappels die zoet en muf smaken.

D-day leidt tot euforie bij gezin van Anne Frank

In september 1943 komt er eindelijk goed nieuws uit de buitenwereld: Italië en de fascist Mussolini hebben zich overgegeven. Op de klanken van ‘God Save the King’, het volkslied van de VS en de Russische ‘Internationale’ gaat er gejuich op in het Achterhuis.

Behalve het goede nieuws over Italië is er echter weinig reden tot juichen. Eind september 1943 is Amsterdam volgens de nazi’s ‘gezuiverd van Joden’. Duizenden Nederlandse Joden zijn al naar vernietigingskampen gestuurd of verblijven in het doorgangskamp Westerbork – de laatste halte voor de vernietigingskampen.

‘Ik klamp me aan vader vast, omdat ik elke dag minachtender op moeder neerzie en hij de enige is die m’n laatste restje familiegevoel ophoudt.’ Anne Frank, 30 oktober 1943

Binnen een jaar zal ook Anne Frank in een veewagon zitten op weg naar Auschwitz. Maar op 6 juni 1944 lijkt dat scenario niet realistisch, wanneer de BBC de uitzending begint met de woorden ‘This is London ... London calling’, de invasie is begonnen, ‘I repeat’, de invasie is begonnen.

In het Achterhuis wordt het nieuws eerst met scepsis ontvangen, maar als de radio het bericht steeds herhaalt en generaal Eisenhower ten slotte op de radio aankondigt dat ‘het uur van de vrijheid nadert’, breekt de euforie dan eindelijk los. ‘This is D-Day.’

Het mooiste aan de invasie, schrijft de 14-jarige Anne, ‘is dat er vrienden in aantocht zijn’, en Margot zegt dat ze in september misschien naar school kan.

Anne verheugt zich erop het huis te verlaten, want ze vindt dat ze omringd is door hatelijke, snauwerige mensen die haar niet mogen. Ook heeft ze er genoeg van om te worden aangesproken op haar zogenaamde pubergedrag.

‘Ach, ik zou wel willen luisteren, maar het gaat niet; als ik stil en ernstig ben, denkt iedereen dat het een nieuwe komedie is. [...] en [ik] zoek aldoor naar een middel om te worden, zoals ik zo erg graag zou willen zijn en zoals ik zou kunnen zijn, als... er geen andere mensen in de wereld zouden wonen’, schrijft ze op 1 augustus 1944 – haar laatste geschreven woorden.

Concentratiekamp Bergen Belsen

De Engelse soldaten waren ontzet bij de aanblik van de situatie in concentratiekamp Bergen-Belsen, waar Anne Frank stierf.

© Scanpix/Granger

SS bestormt schuilplaats van Anne Frank

Als er op 4 augustus een auto stopt bij de Prinsengracht 263, geeft Otto Frank Peter juist Engelse les.

‘Je weet toch wel dat double maar één b heeft’, vermaant hij de jongen, als hij voetstappen op de trap hoort. Het volgende moment stormt een agent in burger binnen met getrokken pistool. Hij beveelt hen naar beneden te gaan, waar Anne en de andere vijf bewoners al met hun handen omhoog staan.

Het lijdt geen twijfel dat ze verraden zijn, want de politie is goed op de hoogte: ze wisten dat de boekenkast de ingang naar de schuilplek verborg.

‘Rauter, een of andere hoge mof, heeft een rede gehouden: “Alle Joden moeten vóór 1 Juli de Germaanse landen verlaten hebben. [...]” Als [...] ziek en verwaarloosd vee worden die arme mensen naar de onzindelijke slachtplaatsen gevoerd. Maar laat ik hierover zwijgen, ik krijg alleen nachtmerries van mijn eigen gedachten!’ Anne Frank, 27 maart 1943

Beneden staat SS-Oberscharführer Karl Josef Silberbauer. Alle waardevolle spullen moeten worden ingeleverd, beveelt hij. Otto wijst het kistje met de waardevolle spullen aan. Vervolgens moeten ze een paar uur wachten op een vrachtauto die hen alle acht naar Kamp Westerbork kan brengen.

Op 3 september 1944 vertrekt een van de laatste Judentransporten van Westerbork naar Auschwitz, waar in totaal 1,1 miljoen mensen omkomen. Anne Frank staat op de lijst van het Judentransport als Jood 309, ‘geboren 12-06-1929, geen werk’.

Toen het Rode Leger eind januari 1945 Auschwitz bereikte, vonden de soldaten slechts 7000 overlevenden – allen vuil, broodmager en onder de luizen. Anne Frank was er niet bij. Drie maanden eerder waren Anne en Margot van Auschwitz naar Bergen-Belsen gebracht.

Daar brak tyfus uit, waar beide meisjes aan overleden. Anne stierf begin maart 1945 op 15-jarige leeftijd, en ze is waarschijnlijk in een massagraf begraven. Slechts enkele weken na de dood van Anne, op 12 april 1945, werd het kamp bevrijd door Engelse soldaten, die er een afschuwelijke situatie aantroffen.

Ongeveer 55.000 uitgehongerde en zieke gevangenen zwierven verzwakt door het kamp in de stank van duizenden niet begraven lijken.

Karl Silberbauer

De SS’er Karl Silberbauer woonde in Wenen, waar hij agent was.

© All over Press

Nazi-jager pakte SS’er

In 1963 wist nazi-jager Simon Wiesenthal Karl Josef Silberbauer – de SS-Oberscharführer die Anne Frank en haar familie had opgepakt – te lokaliseren. Silberbauer woonde in Wenen, waar hij een respectabele baan als politieagent had.

Niet lang daarna werd Silberbauer door de politie geschorst en belegerde de pers zijn huis. Aan de journalisten vertelde Silberbauer dat hij Otto Frank had gecomplimenteerd met zijn mooie dochter.

De vroegere SS’er kon echter niet vertellen wie degene was die de families Frank en Van Pels verraden had.

Verrader is nooit gevonden

De agenten die de families oppakten, waren zo goed op de hoogte dat iemand de schuilplaats verraden moet hebben. Toch is nooit aan het licht gekomen wie de verrader was.

De magazijnmedewerker Wim van Maaren, die in het magazijn van Opekta op de begane grond onder de schuilplaats werkte, heeft zich in twee rechtszaken moeten verweren tegen de aanklacht dat hij de verrader van het Achterhuis was.

Beide keren werd hij echter vrijgesproken. Tijdens de verhoren gaf Van Maaren toe dat hij wel iets vermoedde. Maar hij is vast niet de enige geweest die de grote voorraden eten zag die bij Prinsengracht 263 naar binnen gingen.

De nazi’s betaalden kopgeld aan mensen die Joden aangaven, dus meer mensen kunnen zich hebben laten verleiden tot een snelle bijverdienste in de armoedige omstandigheden tijdens de oorlog.

Wim van Maaren

Alleen Otto Frank overleefde de oorlog

Na de arrestatie werden de bewoners van het onderduikadres naar Auschwitz gestuurd en gescheiden. Van de acht bewoners van het Achterhuis overleefde alleen Otto Frank. Na de oorlog vertrok hij naar Bazel, waar hij zich wijdde aan de verspreiding van Annes dagboek.

Anne Franks beschrijvingen over haar ontluikende seksualiteit waren voor vader Frank te zware kost. Hij haalde de moreel aanstootgevende passages eruit voordat het dagboek in 1947 voor het eerst werd gepubliceerd.

Otto Frank

Anne Franks vader Otto Frank.

© Wikimedia Commons

Zoals elke tiener was Anne nieuwsgierig naar seks, en ze schreef er heel vaak over. Ook Annes uithalen naar haar moeder werden verwijderd omwille van de nagedachtenis aan Edith en de andere onderduikers in het Achterhuis.

Anne schreef vaak laatdunkend over haar moeder, maar liet ook merken dat ze zich hierover schaamde. Pas na de dood van Otto Frank in 1980 werd het hele dagboek openbaar gemaakt.