Albert Speer bouwde Hitlers dromen

In 1933 nam de nieuwe rijkskanselier van Duitsland, Adolf Hitler, de jonge architect Albert Speer onder zijn vleugels. De twee hadden een klik, en weldra was Speer druk bezig het duizendjarige rijk van Hitler te verwezenlijken – met gigantische gebouwen van steen en marmer.

In 1933 nam de nieuwe rijkskanselier van Duitsland, Adolf Hitler, de jonge architect Albert Speer onder zijn vleugels. De twee hadden een klik, en weldra was Speer druk bezig het duizendjarige rijk van Hitler te verwezenlijken – met gigantische gebouwen van steen en marmer.

SZ Photo/Alamy/Image select

In de woonkamer van Adolf Hitler stond het vol nazikopstukken toen hij de jonge architect Albert Speer voor het eerst ontmoette.

In de zomer van 1933 was Speer vrijwel onbekend, al was hij verantwoordelijk voor de uitgebreide modernisatie van de Rijkskanselarij, de ambtswoning van de Duitse regeringsleider.

De architect was net binnengelaten door Hitler, die de voortgang van de werkzaamheden gewoontegetrouw had geïnspecteerd.

Het was een verrassing, want Speer kende zijn vooraanstaande opdrachtgever niet persoonlijk.

Juist die dag was er een troffel van een steiger gevallen, waardoor er een grote, grijze vlek zat op het verder onberispelijke donkere kostuum van Speer. Hitler zag dat de architect zich schaamde.

‘Kom maar mee, dat regelen we boven wel,’ zei de Führer joviaal.

In zijn privéverblijf overhandigde Hitler Speer een van zijn eigen jasjes, waarna de twee samen de woonkamer binnengingen. Iedereen staarde de nieuweling in zijn geleende goed aan.

Speer ontwierp het grootste deel van de nieuwe hoofdstad. Vanwege de oorlog kwam die er nooit.

© Ullstein Bild/Getty Images

Propagandaminister Joseph Goebbels kon zich niet inhouden: ‘U draagt het embleem van de Führer!

Dat is uw jasje helemaal niet!’ riep hij verbijsterd uit.

Voordat Speer zich eruit kon redden, greep Adolf Hitler in.

‘Het is van mij,’ zei hij kordaat, en wees Speer de felbegeerde plek aan zijn zijde.

Tot teleurstelling van de andere gasten raakten de twee mannen verwikkeld in een gesprek over hun beider grootste hartstocht: architectuur.

Jaren later vertrouwde de Führer Speer toe waarom hij hem – een jonge, onbeduidende architect – die dag had uitgenodigd.

‘U was me tijdens de inspecties opgevallen. Ik zocht een architect die ik op een dag deelgenoot zou kunnen maken van mijn bouwplannen. Hij moest jong zijn, want zoals u weet zijn dit plannen voor de verre toekomst,’ zei Hitler.

Hitler wilde dat de Duitse gebouwen zich konden meten met de prachtigste staaltjes architectuur in Wenen, Parijs en Rome.

Zelfs als het Derde Rijk op een dag ten onder zou gaan, moesten de ruïnes nog indruk maken.

Weldra zou blijken dat Speer de juiste man was om Hitlers grandioze dromen te verwezenlijken.

Speer had een lastige start

1905:

Geboren op 19 maart in Mannheim in de zuidwestelijke hoek van Duitsland.

1923:

Begon aan een studie architectuur aan de Technische Hochschule in Karlsruhe.

1924:

Stapte over naar de Technische Hochschule in de Beierse hoofdstad München.

1925:

Ging naar de Technische Universität in Berlijn. Speer wilde bij de toonaangevende architect Hans Poelzig studeren, maar hij was niet getalenteerd genoeg om onder diens vleugels te komen.

1927:

Afgestudeerd als architect.

1927:

Aangenomen als assistent van professor Heinrich Tessenow, een van de beroemdste architecten van het land. Hij hield de baan tot 1932, toen hij ontslag nam omdat hij slecht betaald kreeg.

1932:

Kreeg een administratieve baan bij het bedrijf van zijn vader in Heidelberg. Deed klusjes voor de Berlijnse tak van de nazipartij voordat hij een jaar later doorbrak als Hitlers architect.

Hitlers toespraak verleidt Albert Speer

Meer dan twee jaar voor de ontmoeting in de huiskamer, op 4 december 1930, had Speer Hitler voor het eerst gezien tijdens een toespraak in de Berlijnse wijk Neukölln.

Net als de rest van Duitsland kampte de hoofdstad met armoede en werkloosheid. Geregeld gingen fascisten en communisten met elkaar op de vuist.

Op deze decemberdag gonsde het van de geruchten dat twee leden van de stormtroepen van de nazi’s, de SA, gedood waren door communisten.

Maar in plaats van op te roepen tot wraak, predikte Hitler saamhorigheid en deed hij een beroep op oude Duitse deugden als eer en heldenmoed.

De oorzaak van alle onrust, zo beweerde Hitler vanaf het spreekgestoelte, was de Eerste Wereldoorlog, waarin het puikje van de natie was gesneuveld.

De leiding van het land was in handen gekomen van prutsers die Duitsland te gronde zouden richten. De nazipartij wilde een nieuwe elite aan de macht brengen en de luister herstellen.

Op de Wereldtentoonstelling in Parijs in 1937 lag het Duitse paviljoen tegenover het Russische. Speer bouwde een afwijzende kolos als antwoord op het Sovjetmonument.

© Archives Charmet/Bridgeman Images

Studenten vormden de meerderheid van het 5000-koppige publiek, en zij moesten volgens de Führer ‘een manier vinden om zichzelf te betrekken bij de toekomst van de natie’.

De zaal ging uit zijn dak. De kinderen van de middenklasse waren opgegroeid met hoge verwachtingen, maar het was crisis en hun wachtte een leven in de bijstand.

Het optimisme van de nazileider paste precies in hun straatje. Dat gold ook voor Speer. De architect was net van school en had een slechtbetaald baantje als assistent van een hoogleraar.

Hitler was ingetogener dan Speer had verwacht.

Van affiches en spotprenten in de kranten kende hij de Führer alleen ‘in uniform met schouderriem, mouwband met hakenkruis en wilde manen’, maar tot verrassing van de architect droeg Hitler die dag een net, blauw maatpak.

De leider van de nazi’s spreidde een ‘bijna demonstratieve burgerlijke correctheid’ en een ‘verstandige gematigdheid’ tentoon.

‘Zijn ironie wordt verzacht door een zelfbewuste humor, en zijn Zuid-Duitse charme vond ik aangenaam,’ schreef Speer in zijn dagboek.

‘Zijn Zuid-Duitse charme vond ik aangenaam.’ Albert Speer, 1930

Een nieuwe baan dient zich aan

Na de toespraak reed de architect met zijn auto naar een bos in de buurt, waar hij nadacht over Hitlers boodschap. Toen Speer later thuiskwam, was hij, zoals hij schreef, ‘een nieuw mens’.

‘Ik had de indruk dat er nieuwe hoop gloorde, nieuwe idealen, een nieuw verband, nieuwe taken,’ vertelde hij in zijn memoires. Op 1 maart 1931 werd Speer partijlid nummer 473.481.

En terwijl hij op zoek was naar een nieuwe baan, deed hij mee aan de ene architectuurprijsvraag na de andere, maar tot zijn teleurstelling kwam hij nooit verder dan een derde plaats.

Om de tijd te verdrijven hing Speer vaak rond op het partijhoofdkwartier. Daar ontmoette hij zijn leeftijdgenoot Karl Hanke, een leraar die werkte als organisator bij de afdeling Berlijn.

Via hem sleepte Speer een paar kleine opdrachten in de wacht, zoals de renovatie van het huis van Hanke zelf en later de verbouwing van het hoofdkwartier.

Het kloppend hart van de partij lag in de chique regeringswijk van Berlijn en de nazi’s konden de rekening maar nauwelijks betalen.

Maar Hitler en zijn aanhangers beseften dat ze aan de macht konden komen en hadden een representatief gebouw met het juiste adres nodig.

En inderdaad, op 30 januari 1933 betrok Hitler de Rijkskanselarij.

Een paar weken later deed Hanke weer een beroep op Speer, dit keer voor de renovatie van het Prins Leopoldpaleis aan de Wilhelmsplatz, dat de zetel van het propagandaministerie van Goebbels zou worden.

Tijdens de werkzaamheden kwam Speer vaak op het secretariaat, en daar zag hij toevallig het plan voor de aanstaande 1 mei-bijeenkomst van Adolf Hitler.

Dat was tot dan toe een feestdag voor socialisten, communisten en vakbonden, maar dat wilde Hitler veranderen.

Voortaan moest 1 mei een nationaal-socialistische feestdag zijn: de Tag der nationalen Arbeit.

Die moest gevierd worden met een groot nachtelijk festijn op het Tempelhofer Feld in Berlijn, maar Speer was niet onder de indruk van de plannen: de tribune zag eruit alsof hij op een feestje van de plaatselijke schuttersvereniging thuishoorde, merkte hij op.

Hanke antwoordde dat Speer best iets beters mocht bedenken.

Dat liet de architect zich geen twee keer zeggen en hij ging meteen naar de tekentafel.

Alberts moeder, Luise Máthilde Wilhelmine, trok haar oudste zoon Hermann voor.

© Ullstein Bild/Getty Images

Vader bepaalde Speers carrière

Van wiskunde kun je niet leven, zo meende vader Speer, en hij verbood zijn zoon om zijn droom te volgen. De jonge Albert moest architectuur gaan studeren.

Liefde was een schaars goed in het gezin Speer.

Albert, die in 1905 werd geboren in de hogere middenklasse, was de middelste van drie jongens en werd vaak over het hoofd gezien, al werd geen van de drie zoons verwend.

Kinderen moest je zien en niet horen, vonden de conservatieve ouders.

Aan geld was echter geen gebrek. Vader Albert Friedrich Speer was een architect van naam die huizen bouwde in de eenvoudige neoclassicistische stijl die gangbaar was.

Hij verdiende genoeg om in een ruim appartement met 14 kamers te kunnen wonen en hield er twee Mercedessen, zes bedienden en een chauffeur op na.

In 1918 betrok het gezin een knots van een villa in de stad Heidelberg.

Maar toen verloor Duitsland de Eerste Wereldoorlog en rees de inflatie de pan uit vanwege de torenhoge herstelbetalingen die het land waren opgelegd door de overwinnaars.

Toen Albert zijn vader vertelde dat hij wiskunde wilde studeren, wilde deze daar niets van weten. Daar viel in tijden van crisis geen droog brood mee te verdienen.

Albert moest architect worden, net als hij. Bovendien stuurde hij zijn zoon naar de weinig prestigieuze technische hogeschool van Karlsruhe.

Pas toen de Duitse economie halverwege de jaren 1920 weer uit het slop raakte, kreeg Speer de kans om over te stappen op een betere onderwijsinstelling.

Eerst studeerde hij in München en daarna in Berlijn, waar hij op zijn 22e zijn diploma behaalde.

Albert Speer laat zich inspireren door filmset

Omdat er weinig tijd was, moest de tribune snel op te bouwen zijn.

Zijn inspiratie haalde Speer uit de wereld van de film met zijn coulissen.

Zijn voorstel aan Hanke was simpel en overtuigend, net als een filmset. Naast de tribune moesten negen 33 meter hoge vlaggenmasten staan met hakenkruisbanieren.

Krachtige schijnwerpers – geleend van de UFA-studio’s, de grootste Duitse filmmaatschappij – zouden aan de rand van het plein staan en de hemel verlichten.

Tussen de schijnwerpers moesten kleinere vlaggen komen, die wapperden in de lichtbundels.

Hitler was enthousiast over het plan, maar wist niet dat Speer er zo’n grote rol in had gespeeld – Joseph Goebbels was met de eer gaan strijken.

Naar aanleiding van het 1 mei-plan wist Speer echter wel de renovatie van de Rijkskanselarij in de wacht te slepen.

De Führer hield zelf toezicht op de voortgang, en in juli 1933 nodigde hij Speer uit voor een lunch met zijn vertrouwelingen.

Albert Speer moet brandjes blussen

Tijdens de lunch vertelde Adolf Hitler over zijn jonge jaren en zijn tijd als miskende kunstenaar in Wenen.

Hij had rondgezworven door de hoofdstad van Oostenrijk-Hongarije en de pompeuze bouwwerken bewonderd, terwijl hij in kleine huurkamertjes woonde.

‘In mijn fantasie leefde ik in paleizen,’ zei de Führer tegen Speer.

Nu Hitler aan de macht was, moest de jonge architect de grootse visioenen verwezenlijken. Speer putte moed uit het vertrouwen dat Hitler in hem stelde.

‘Na vele jaren van vergeefse moeite was ik vol werklust,’ verklaarde de architect later over zijn eerste tijd in de inner circle van de Führer.

De opdrachten volgden elkaar nu in rap tempo op: de renovatie van de Duitse ambassade in Londen, de aanleg van de naziparadeplaats in Neurenberg (het Zeppelinfeld) en de verbouwing van een groot aantal industriecomplexen.

En Speer bood uitkomst als het werk van andere architecten Hitler tegenviel.

Zo moest Speer in de zomer van 1934 in allerijl de plannen herzien voor het nieuwe stadion in Berlijn, dat op tijd klaar moest zijn voor de Olympische Spelen twee jaar later.

Werner March had een modern gebouw van staal, glas en beton ontworpen, maar de uitstraling was Hitler té modern.

Hij zou hebben gedreigd de Spelen af te gelasten.

Speer haalde het glas uit de schetsen van March en bekleedde het beton met kalksteen, zodat het gebouw een meer monumentaal uiterlijk kreeg. Hitler was tevreden en gaf groen licht.

Speer zette nazifeestje luister bij

Jaarlijks in september vierden de nazi’s een week lang feest in Neurenberg. In 1934 kwamen 700.000 soldaten en partijleden naar de Zuid-Duitse stad om de Rijkspartijdagen met parades en toespraken bij te wonen. Voor de Lichtdom (Lichtkathedraal) van Speer was een glansrol weggelegd.

© Print Collector/Getty Images

Hitler daalde neer uit de hemel

In september stond Neurenberg op zijn kop voor de Rijkspartijdagen. In 1934 kwam Hitler op 4 september per vliegtuig aan en reed hij in een open wagen naar Hotel Deutscher Hof. Langs de kant stonden zwaaiende burgers, die later die avond een fakkeltocht liepen. Hitler verscheen op het balkon toen de menigte ‘Wij willen onze Führer zien!’ scandeerde.

© Imagno/Getty Images

Elke dag had een thema

De officiële opening volgde een dag later, op 5 september. In de Luitpoldhalle hoorden 1600 gasten Hitlers openingsrede. De volgende dagen had elke nazi-organisatie zijn dag met parades en shows.

© Ullstein bild/Contributor/Getty images

De jeugd trad aan

60.000 jongens sliepen in ordelijke tentenkampen. Op de dag van de Hitlerjugend (8 september) stelden ze zich op op de paradeplaats om te laten zien wat ze in hun mars hadden en om naar Hitler te luisteren. De jeugd moest bereid zijn grote offers te brengen voor het vaderland, zo verkondigde hij.

© Fornax, Himasaram, Madden, George F.G. Stanley

Heilige banier werd getoond

Bij de Bierkellerputsch in 1923 kwamen 16 nazi’s om. Hun bloed viel op een hakenkruisvlag, het Bloedvaandel. Nieuwe vlaggen werden ingewijd door ze ertegen te houden.

© Imagno/Getty Images

Hulde aan gevallen soldaten

Op de een-na-laatste dag staken Hitler, SS-leider Himmler en het nieuwe hoofd van de SA, Viktor Lutze, de paradeplaats over om een krans te leggen bij het monument voor de Eerste Wereldoorlog.

Führer kondigde duizendjarig rijk aan

Op de laatste dag, 10 september, hield Hitler zijn afsluitende toespraak, waarin hij zei:

‘Het is onze wens en onze wil dat deze staat en dit rijk duizenden jaren zullen bestaan.’

© AKG-Images/Scanpix

Lichtshow sloot het feest af

De Rijkspartijdagen van 1934 werden op 10 september afgesloten met Speers werk de Lichtkathedraal.

152 schijnwerpers verlichtten de nachtelijke hemel. Speer beschouwde dit later als zijn meest geslaagde opdracht als architect.

Grootste stad ter wereld

In de lente van 1936 deelde Hitler zijn architect mee dat zijn volgende opdracht ‘de grootste van allemaal’ zou zijn.

Niet veel later onthulde de Führer wat hij in gedachten had. Het was de bedoeling om Berlijn te herscheppen.

De stad voldeed niet aan Hitlers ideaal van een rijkshoofdstad. Berlijn was slechts een ‘toevallig samenraapsel van winkels en woningen,’ zoals hij het uitdrukte.

Met wereldsteden als Wenen en Parijs kon Berlijn zich in de ogen van de Führer niet meten. Daar moest Albert Speer verandering in brengen.

Op 30 januari 1937, vier jaar na de machtsovername, benoemde Hitler Speer tot Generalbauinspektor für die Reichshauptstadt, de hoogste bouwinspecteur voor de rijkshoofdstad.

De architect werd departementshoofd en kreeg een aantal bijzondere bevoegdheden die hem de volledige zeggenschap over de bouw gaven. Hij hoefde alleen aan Hitler verantwoording af te leggen.

‘Vanaf nu werkt u aan het ontwerp. Als u ergens klaar mee bent, laat u het aan mij zien. Zoals u weet heb ik daar altijd tijd voor,’ zei de Führer.

In nauwe samenwerking met Hitler ontwierp Speer het toekomstige Berlijn – inmiddels omgedoopt tot Welthauptstadt Germania, wereldhoofdstad Germania.

De bouwplannen waren nog een stuk pompeuzer dan de naam. In het hart van de stad zou een brede boulevard vanaf een nieuw station, het Südbahnhof, naar het noorden lopen.

Deze 5 kilometer lange verkeersader zou door een nieuwe wijk leiden waar de ministeries en de grote Duitse bedrijven gevestigd waren.

Er kwamen ook theaters, warenhuizen en een triomfboog voor de gevallenen uit de Eerste Wereldoorlog.

De boulevard kwam uit bij de enorme Volkshalle, een koepelzaal met plaats voor 180.000 mensen, compleet met marmeren zuilen en gouden mozaïeken.

De triomfboog en de koepelzaal waren gebaseerd op een schets die Hitler een jaar of tien daarvoor al had gemaakt – toen hij er nog van droomde op een dag door te breken als architect.

Albert Speer had een atelier bij Hitlers verblijf in de Beierse Alpen.

© Alamy/Image Select

Áls Hitler een vriend had ...

... was het Albert Speer. De Führer liet zijn medewerkers nooit dichtbij komen, maar maakte voor Speer een uitzondering.

Tijdens de processen in Neurenberg na de Tweede Wereldoorlog zei Speer tegen zijn verhoorders: ‘Voor zover Hitler vrienden had, moet ik een van de beste geweest zijn.’

De Führer stond erom bekend dat hij afstand bewaarde tot zijn politieke bondgenoten en medewerkers, maar zijn lievelingsarchitect mocht heel dichtbij komen.

Speer had binnen de kortste keren een streepje voor bij Hitler.

Dat hield niet alleen in dat de architect aanwezig was bij vrijwel alle sociale activiteiten die Hitler bijwoonde, maar ook dat hij dag en nacht toegang had tot de drukbezette dictator.

Ze brachten vele avonden door met gesprekken over architectuur.

De vriendschap leidde tot scheve ogen bij de andere nazikopstukken. Vooral Hitlers naaste medewerker, partijsecretaris Martin Bormann, kon Speer wel schieten.

Hij zag de architect als een rivaal voor de gunst van de Führer. Joseph Goebbels, Hermann Göring en anderen maakten zich zorgen dat Hitler Albert Speer zou benoemen tot zijn opvolger, maar zo ver kwam het nooit.

Gebouw moet gasten ontredderen

Op het laatste moment besloot Hitler dat hij in Germania een paleis moest hebben vanwaaruit hij het land kon besturen.

Vanaf januari 1938 werkten Speer en zijn werklieden zich uit de naad om de Nieuwe Rijkskanselarij af te krijgen voordat Hitler een jaar later de buitenlandse ambassadeurs zou ontvangen.

‘Ik ben te trots om mijn intrek te nemen in voormalige paleizen. (...) Deze nieuwe, Duitse republiek is geen kostganger of logé in voormalige koninklijke vertrekken,’ zei Hitler op het pannenbier voor de nieuwe kanselarij.

Het gebouw huisvestte onder meer de werkkamer van Hitler en kantoren voor het staatsapparaat, maar het gebouw moest vooral intimiderend zijn.

Gasten zouden naar de ingang lopen langs een 421 meter lange gevel en moesten onder een adelaar door met een spanwijdte van 7,75 meter.

De adelaar stond op een gigantisch hakenkruis omringd door een krans.

Hitlers kantoor diende om buitenlandse diplomaten te imponeren, niet om te werken. Vanuit zijn stoel kon hij niet bij de telefoon.

© AKG-Images/Scanpix

Om het kantoor van de Führer te bereiken moesten bezoekers eerst door een 46,2 meter lange, raamloze ruimte, de Mozaïekkamer genaamd.

Dan ging het verder door de Marmerzaal, die was vormgegeven naar voorbeeld van de Spiegelzaal van Versailles – maar dan twee keer zo lang.

Aan het eind lag de ingang van de werkkamer, die bijna 10 meter hoog was. In het uiteinde van de ruimte stond een enorm bureau van donker hout en rood marmer.

Daar werkte Hitler zogenaamd dag en nacht. Maar hij kon vanuit zijn stoel niet bij de telefoon die op het bureau stond en er lagen eigenlijk nooit papieren op tafel.

Hitler had allerlei ideeën om het gewenste psychologische effect op zijn gasten te bewerkstelligen.

Toen Speer voorstelde om een tapijt op de vloer van de Marmerzaal te leggen, zei de Führer nee: het spiegelgladde, gepolijste marmer onder zijn schoenzolen zou de gast een gevoel geven van onzekerheid en misplaatstheid, betoogde Hitler.

De geldkraan staat open

Hitler en Speer bleven samen hard aan de droom van het nieuwe Germania werken.

Speer kreeg een atelier in het Huis van de Kunstacademie aan de Pariser Platz, niet ver van de woning van Hitler. Deze hoefde alleen door een tuin te lopen als hij bij Speer op bezoek wilde.

Hitler kwam lange tijd bijna dagelijks bij Speer over de vloer, vaak ’s avonds. Urenlang bestudeerden de twee mannen schetsen en maquettes terwijl ze over de grootsheid van Germania fantaseerden.

Speer had echter zijn bedenkingen: was het megaproject in de praktijk wel uitvoerbaar?

Hij wilde eerst het draagvermogen van de zanderige Berlijnse bodem testen met een 12.650 ton zwaar blok beton, het Schwerbelastungskörper.

Als dat minder dan 6 centimeter in de grond wegzakte, kon Speer doorgaan met de plannen zonder maatregelen te hoeven nemen om de bodem te stabiliseren.

Nu was Speer niets meer te dol om aan de wensen van zijn opdrachtgever tegemoet te komen.

De architecte Gerdy Troost zei ooit tegen Hitler dat als hij Speer vroeg een gebouw van 100 meter lang te bouwen, deze zou antwoorden:

‘200 meter, mein Führer!’ Daarop zou Hitler hem een compliment geven. De nazileider kon erom lachen.

In Berlijn gingen geruchten dat de bouw klauwen met geld zou kosten, maar Hitler trok zich er niets van aan.

‘Antwoord ontwijkend als de minister van Financiën vraagt wat het kost. Zeg dat we geen ervaring hebben met zulke grote projecten,’ adviseerde hij Speer.

Hitler benadrukte dat de toekomst van Duitsland op het spel stond:

‘Het is geen uiting van grootheidswaan mijnerzijds; het is een volmondige erkenning dat we slechts op deze manier het volk de zelfverzekerdheid kunnen schenken die deze historische opdracht vergt.’

Het kon de Führer niet schelen wat het project kostte, en hij maakte zich evenmin druk over de talloze mensen die Speer hun huis uit liet zetten om plaats te maken voor de gebouwen.

Met name de joden werden het slachtoffer van de gedwongen verhuizingen, die ‘evacuaties’ genoemd werden.

Zeker 75.000 mensen werden gedeporteerd om ruimte te scheppen voor Germania, en de meesten belandden in kampen.

Speer inspecteerde en testte het nieuwe materieel graag zelf.

© Ullstein Bild/Getty Images

Architect werd wapensmid

Als Albert Speer een groot bouwproject kon coördineren, kon hij zich ook nuttig maken in de oorlog, zo meende Hitler. Hij bombardeerde zijn architect tot minister van Bewapening, en Speer stelde niet teleur.

In 1942 was Hitler op zoek naar een nieuwe minister van Bewapening, en de keus viel op zijn vertrouwde en deskundige architect.

Na zijn benoeming wist Speer de productie van wapens en munitie flink op te krikken. Twee jaar later, in 1944, kon de minister materieel leveren voor 270 divisies, al telde de Wehrmacht er maar 150.

Het geheim van dit opvallend grote succes was, volgens Speer zelf, dat hij de industrie grotendeels de vrije hand gaf.

Hij ging ervan uit dat de bedrijven die wapens maakten er een natuurlijk belang bij hadden om de productie op te schroeven, want dan zouden ze meer verdienen.

De minister was naar eigen zeggen ook goed in het voorkomen van verspilling en het bevorderen van efficiëntie, bijvoorbeeld door jongere ambtenaren aan te nemen op het ministerie. Maar hij verzweeg wel wat.

Gevangenen als dwangarbeiders

De productie steeg namelijk ook omdat zijn voorganger investeringen had gedaan en omdat er steeds meer dwangarbeiders ingezet werden.

Speer zag er geen been in om joden en andere concentratiekampgevangenen aan het werk te zetten in de wapenfabrieken. Daar maakten ze het niet lang op een rantsoen van 1100 calorieën per dag.

Een aantal ondergeschikten van Speer meldden zich ziek uit protest, en zelfs Heinrich Himmler, de beruchte SS-leider, vond dat Speer te ver ging.

Maar Hitler was dolbij met de stijging van de productie en steunde hem.

Historici wijzen erop dat de cijfers niets zeggen over de kwaliteit van de producten.

Zo koos Speer ervoor om verouderde Messerschmitts te bouwen in plaats van vliegtuigen die moderner waren.

Albert Speer en Hitler gaan samen naar Parijs

Na de voltooiing van de Rijkskanselarij beloonde Hitler Speer met een gouden partijonderscheiding en een aquarel die de dictator op zijn 20e met uiterste nauwkeurigheid had geschilderd in Wenen.

Bovendien overlaadde hij zijn architect met loftuitingen. Albert Speer was ‘een geniale vormgever en bouwmeester’.

De Rijkskanselarij was het ‘eerste bouwwerk van het nieuwe, Groot-Duitse rijk’ en zou eeuwenlang blijven staan.

Maar niets was minder waar. Op 1 september 1939 zette Hitler de eerste stap op weg naar dat Groot-Duitse rijk met de invasie van Polen.

Tijdens de oorlog bleven Hitler en Speer samen bouwplannen maken, en toen de Führer na de verovering van Frankrijk in 1940 Parijs bezocht, had hij zijn lievelingsarchitect aan zijn zijde.

Ze zagen de beroemdste bouwwerken van de lichtstad: het Louvre, de Notre-Dame en L’Opéra Garnier.

Vooral dat laatste gebouw had Hitlers belangstelling.

Terwijl ze door het luisterrijke operahuis liepen, wees de Führer op de vele details. Speer merkte op dat Hitlers ogen ‘op extatische wijze glommen’.

‘Is Parijs niet mooi? Maar Berlijn wordt nog veel mooier. Als wij klaar zijn met Berlijn, zal Parijs erbij verbleken,’ kraaide Hitler na het bezoek.

Speer zette er nog eens een tandje bij.

Germania zou de tekentafel echter niet ontstijgen.

In februari 1942 nam de loopbaan van Speer een onverwachte wending: minister van Bewapening Fritz Todt was omgekomen bij een vliegtuigongeluk, en de belangrijke post was vacant. Hitler had een kundige coördinator van de wapenproductie nodig en benoemde Speer.

Voor de architect betekende het ministerschap dat hij veel moest missen. Hij had nauwelijks tijd meer om aan zijn bouwplannen te werken en het idee van Germania verdween langzaam naar de achtergrond.

Speer sprak van ‘mijn mooie spookstad’.

‘Is Parijs niet mooi? Maar Berlijn wordt nog veel mooier!’ Adolf Hitler, 1940

In de cel begon Albert Speer aan zijn memoires, die een absolute besteller werden.

© Alamy/Image Select

Berouw redde Speer van de galg

Net als andere nazikopstukken werd Speer in Neurenberg berecht wegens oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid.

Tijdens de verhoren gaf hij als enige in het beklaagdenbankje ruiterlijk toe dat hij schuldig was.

Hij zette zichzelf neer als een apolitieke kunstenaar die zich had laten inpalmen door Hitler.

Speer beweerde bovendien niets geweten te hebben van de Holocaust, wat later een leugen bleek.

Maar het berouw behoedde hem voor de galg. De architect kreeg 20 jaar cel, die hij doorbracht in de Spandau-gevangenis in West-Berlijn.

Op 1 oktober 1966 werd hij vrijgelaten, en 15 jaar later stierf Albert Speer op 76-jarige leeftijd.

Hitler troost zich met schetsen

In de loop van de oorlog begonnen de bommen neer te dalen op Berlijn.

Hitler bleef het zonnig inzien – dankzij de bombardementen waren er een stuk minder sloopwerkzaamheden nodig op de plek van Germania, zo stelde hij.

Maar zijn optimisme duidde er vooral op dat hij het contact met de werkelijkheid aan het kwijtraken was.

Naarmate Duitsland steeds meer aan de verliezende hand raakte, verloor de dictator zich in een fantasiewereld.

In een gekreukeld en bevlekt uniform verplaatste hij divisies die allang weggevaagd waren en riep hij steun in van jachtvliegtuigen die geen benzine hadden om op te kunnen stijgen. De Führer begon krankzinnig te worden.

Bij tijd en wijle troostte Hitler zich door samen met Speer weg te dromen bij grootschalige architectonische plannen.

Germania was inmiddels in de vergetelheid geraakt; nu wilde de Führer vooral het Oostenrijkse Linz, waar hij zijn jeugd had doorgebracht en na zijn pensioen naar wilde terugkeren, opknappen.

Nog in april 1945 kwamen de twee bijeen in de Führerbunker, en terwijl het beton trilde van de bombardementen, zaten ze gebogen over de plannen voor Linz.

‘We bezagen deze dromen uit een ver verleden stilzwijgend,’ schreef Speer.

Als Hitler de bouwtekeningen bekeek werd hij milder.

‘Hij deed denken aan de Hitler die ik in het begin van onze samenwerking 12 jaar eerder had leren kennen,’ aldus de architect.

Op 23 april bezocht Speer Hitler voor het laatst. Sommige historici denken dat hij een doodvonnis verwachtte omdat hij als Bewapeningsminister een bevel had genegeerd.

Hitler had hem opgedragen alle bruggen en industriële complexen op te blazen opdat de geallieerden er niets aan hadden – het Nerobevel.

Maar Hitler kon niet boos worden op zijn lievelingsarchitect. ‘Aha, dus u komt afscheid nemen? Uitstekend. Vaarwel,’ zei hij, en schudde Speer kort de hand.

Op weg naar buiten liep Speer door de Mozaïekzaal van de Rijkskanselarij.

Het donkerrode marmer zag zwart van het roet en was beschadigd door bommen.

Een paar dagen later hoorde hij dat Hitler dood was. Hij barstte in huilen uit. Zijn megalomane droom was uiteengespat.