Frankere i angreb mod muslimsk lejr

Moslims dagen de Franken uit

Een islamitisch leger heeft er zo’n 20 jaar over gedaan om Spanje te onderwerpen. In 732 richten de moslims hun blik op het noorden en trekken ze het Frankische Rijk binnen. De enige die tussen hen en de heerschappij over heel Europa staat, is de machtige Frankische hofmeier Karel Martel. Als hij verliest, wordt Europa islamitisch.

Een islamitisch leger heeft er zo’n 20 jaar over gedaan om Spanje te onderwerpen. In 732 richten de moslims hun blik op het noorden en trekken ze het Frankische Rijk binnen. De enige die tussen hen en de heerschappij over heel Europa staat, is de machtige Frankische hofmeier Karel Martel. Als hij verliest, wordt Europa islamitisch.

Bridgeman

Hofmeier Karel kijkt afwachtend naar de haveloze ruiters die traag dichterbij komen. De flanken van hun paarden zitten onder de modder, en de kleren van de soldaten zijn smerig en gescheurd.

Ze stappen af en wachten tot hun leider het woord neemt. De oude hertog Odo treedt naar voren en smeekt Karel hem te helpen de islamitische invasie af te slaan.

In de veroverde plaatsen worden alle mannelijke inwoners in koelen bloede vermoord. Vrouwen en kinderen worden als slaven verkocht.

Hertog Odo van Aquitanië is lang een aartsvijand van Karel geweest, maar de Frankische hofmeier beseft dat ze nu te maken hebben met een gezamenlijke tegenstander die hun beider rijken onder de voet dreigt te lopen.

Een paar weken eerder heeft Odo een nederlaag geleden tegen de moslims, en Karel kan zijn afschuw moeilijk verbergen als de hertog vertelt over de ramp die hun boven het hoofd hangt: een moslimleger is de Pyreneeën overgestoken en heeft maandenlang huisgehouden in Aquitanië.

Ze hebben de kerken in brand gestoken nadat ze het goud en de heilige relikwieën eruit geroofd hebben.

Karl Martel blå baggrund

In een paar jaar versloeg Karel Martel al zijn rivalen en deelde hij de lakens uit in het Frankische Rijk.

© Bridgeman / Shutterstock

Bordeaux, de rijke hoofdstad van het hertogdom, is gevallen, en steden als Bayonne en Lescar bestaan alleen nog in naam. De islamieten helpen alle mannelijke inwoners om zeep en verkopen vrouwen en kinderen als slaven.

Om zijn oude vijand te overtuigen speelt Odo zijn laatste troef uit: de moslims zijn op weg naar het noorden. Niet alleen Karels Frankische Rijk, maar ook het grootste christelijke heiligdom van Europa, de kapel van Sint-Maarten in Tours, loopt gevaar.

Skt. Mortens kapel ved Tours

De kapel van Sint-Maarten bij Tours was het doel van het moslimleger.

© Tripoune

Karel laat Odo uitpraten en houdt het hoofd koel. De hofmeier, die volgens de kronieken van Fredegar ‘de sluwste van alle legerleiders’ is, noemt uiteindelijk zijn prijs voor de hulp: de hertog moet de heerschappij van de Franken over Aquitanië erkennen. Odo heeft geen keus en gaat schoorvoetend akkoord.

Karel kondigt onmiddellijk een grootschalige mobilisatie af, en in de loop van een paar weken arriveren er soldaten uit alle hoeken van het Frankische Rijk. Het leger, dat binnen de kortste keren 30.000 man telt, verzamelt zich aan de Loire bij de grens met Aquitanië.

In de nazomer van 732 trekken de mannen van Karel en Odo Aquitanië binnen om de ongelovigen terug te drijven over de Pyreneeën.

Gotisch leger onder de voet gelopen

De islamitische verovering van Spanje en de veldtocht in Aquitanië waren het hoogtepunt van een succesvolle militaire campagne. Gesterkt door hun geloof in de heilige oorlog hadden de Arabische Omajjaden landen en volkeren aan zich onderworpen van India in het oosten tot Noord-Afrika in het westen.

In 711, zo’n 80 jaar na de dood van de profeet Mohammed, was de helft van de bekende wereld veroverd, maar het kalifaat was nog niet groot genoeg. In het oosten hadden de moslims hun oog laten vallen op het christelijke bolwerk Byzantium, en in het westen scheidde alleen de Straat van Gibraltar hen van het christelijke Europa.

Toen 7000 moslimstrijders in 711 in Spanje landden, raakten de Visigotische heersers in paniek. Onder koning Roderik II probeerden de Visigoten de inval af te slaan, maar de koning viel in de Slag bij Guadalete en zijn leger, dat veel groter was dan dat van de moslims, werd ‘bijna weggevaagd’, zoals de kroniek van Alfons III meldt.

Hierna viel het Visigotische rijk uit elkaar. Leden van de adel verklaarden zich trouw aan de nieuwe heersers en mochten hun christelijke geloof blijven belijden in ruil voor tribuut en een deel van de oogst.

God straft de christenen

Er was nu geen houden meer aan in Spanje, en volgens de Mozarabische kroniek uit 754, geschreven door een anonieme christen, drukten de soldaten van de kalief elk verzet de kop in door vestingen en steden te bedwingen. In 720 strekte de nieuwe provincie van het kalifaat, Al-Andalus, zich uit van de Spaanse zuidkust tot Zaragoza in het noorden.

De snelle verovering maakte de Europeanen zenuwachtig. Ze begrepen niet hoe een stelletje ongelovigen de christenen zo verpletterend hadden kunnen verslaan. Het moest een straf van God zijn.

Ondanks de islamitische expansie waren de vorsten van christelijk Europa vooral met elkaar aan het vechten. En toen de eerste islamitische soldaten afdaalden uit de Pyreneeën, stuitten ze nauwelijks op tegenstand. De moslims konden hun gang gaan in het hertogdom Provence en andere streken. Met name de rijkdommen van de kloosters – dure stoffen en met goud ingelegde relikwieën – waren aantrekkelijk.

De gouverneur van Al-Andalus, al-Khawlani, wilde echter al gauw meer dan roven en plunderen. Nadat hij de strategisch belangrijke stad Narbonne had veroverd, trok hij in 721 Aquitanië binnen en sloeg hij beleg voor Toulouse.

Volgens de laat 8e-eeuwse benedictijner monnik Paulus Diaconus bestond het leger van de moslims niet meer alleen uit soldaten. Ze kwamen nu ‘met hun vrouwen en kinderen en drongen de Gallische provincie Aquitanië binnen om zich er te vestigen’.

Frankerrigets styrker
© Osprey Publishing / Shutterstock

Sterke punten van de Franken

  • Infanterie vormde de ruggengraat
    Het voetvolk was de troefkaart van het Frankische leger. Het stond bekend om zijn moed en discipline. Veel soldaten hadden deelgenomen aan de veroveringstochten van Karel Martel en waren zeer ervaren. De infanterie bestond voornamelijk uit opgeroepen boeren en vrije mannen.

  • Cavalerie was voor de rijken
    De ruiters waren licht bewapend en speelden geen strategische rol van belang. Paarden werden veelal ingezet bij verkenningsmissies en kleinschalige slagen. De cavaleristen waren vaak van adel en ontleenden veel prestige aan hun positie. De meeste gewone burgers konden geen paard betalen: het kostte al snel 40 solidi, evenveel als 40 koeien.

  • Ingenieurs leidden belegeringen
    De genie construeerde onder meer stormrammen en katapulten, waar de Franken veel gebruik van maakten tijdens belegeringen. Ingenieurs konden ook helpen bij het bouwen en versterken van stellingen. De belegeringsmachines werden bediend door infanterie onder het toeziend oog van de genie.

Odo’s gedurfde plan slaagt

De invasie van Aquitanië kwam als een donderslag bij heldere hemel voor hertog Odo. Hij had het zo druk met zijn strijd tegen Karel dat hij niets in de gaten had gehad. In allerijl trok hij met een
leger naar het zuiden om Toulouse te ontzetten. Als hij de moslims nu niet aanpakte, was heel Aquitanië verloren.

Met zijn 2,5 kilometer lange muur en goed getrainde garnizoen was Toulouse niet zomaar te veroveren. Al-Khawlani moest de stad proberen in te nemen met ‘katapulten en andere machines’, zo meldde Paulus Diaconus.

Toen Odo aankwam bij de stad en zag dat ze omringd werd door de vijand, koos hij voor een frontale aanval. Als het hertog de situatie juist ingeschat had, zou het garnizoen uitbreken en de moslims in de tang nemen.
De gewaagde actie van Odo was een verrassing voor de islamieten, en toen het garnizoen de stadspoort uit snelde, raakten de moslimstrijders in paniek.

Paulus Diaconus was ervan overtuigd dat God een handje had geholpen: er vonden 375.000 ongelovigen de dood, terwijl er maar 1500 christenen waren gesneuveld. Die cijfers moeten we met een korreltje zout nemen. Volgens historici versloeg Odo met 10.000 tot 12.000 man een ongeveer even groot moslimleger. Het is niet bekend hoeveel verliezen er precies waren.

Al-Khawlani probeerde zijn troepen onder controle te krijgen, maar toen de legerleider sneuvelde, brak er chaos uit in de gelederen. De mannen vluchtten halsoverkop naar het zuiden. Toulouse was de eerste grote nederlaag voor de moslims, maar ze waren nog niet verslagen.

Narbonne was stevig in islamitische handen, en het zwaar versterkte Carcassonne was de volgende stad die ten prooi viel aan het kalifaat. Onder de nieuwe legerleider al-Ghafiqi stootten de moslims diep door in het Rhônedal. In 725 werd de stad Autun platgebrand en viel zelfs het koninkrijk Bourgondië, dat een sterk leger had.

Kalifatets styrker
© Osprey Publishing / Shutterstock

Sterke punten van de moslims

  • Infanterie bestond uit stammen
    Het voetvolk van het islamitische leger bestond vooral uit Noord-Afrikaanse Berbers met een klein schild en een kort zwaard. De infanterie telde ook boog-schutters, die een pijl 200 meter ver konden schieten. Hun bogen waren beter dan de Europese longbows.

  • Cavalerie was wijd en zijd berucht
    De moslims hadden een lichte en een zware cavalerie. De lichte ruiterij beschikte alleen over speren en moest door de vijandelijke formatie breken voordat de zware cavalerie oprukte. In tegenstelling tot hun Europese collega’s hadden de moslimruiters stijgbeugels, waardoor ze stevig in het zadel zaten tijdens de gevechten.

  • Moslims meden belegeringen
    De islamitische legerleiders hadden liever veldslagen dan langdurige belegeringen van versterkte steden. Als een beleg onvermijdelijk was, bouwden moslimingenieurs trebuchets die stenen over de muur slingerden of, naar Romeins voorbeeld, mobiele torens met een stormram.

Karel verslaat al zijn rivalen

Ook voor hofmeier Karel begon het spannend te worden. Hij had jarenlang zijn handen vol gehad aan het bestrijden van de opstandige Saksen, Bajuwaren en Friezen in het noorden. Aanvankelijk kwam het Karel goed uit dat zijn vijand in het zuiden, Odo, vooral bezig was de moslims uit Aquitanië te weren.

Maar de islamitische verovering van Bourgondië vormde een bedreiging voor het Frankische Rijk, en als hofmeier moest Karel in actie komen. Als hij niets deed, kon hij zijn positie als militair leider van de Franken – en in het ergste geval zijn hoofd – kwijtraken.

Net als zijn koning Theuderik IV had Karel zwaar moeten vechten voor zijn positie. Vaak bepaalde een bloedige machtsstrijd wie als koning en hofmeier aan het hoofd kwamen te staan van het machtigste rijk van Europa. De edelen en grootgrondbezitters vormden de ruggengraat van het Frankische Rijk, en zonder hun steun konden de leiders geen beslissingen nemen.

De Frankische muur van schilden was geducht in heel Europa.

Terwijl de koning formeel de leiding had, voerde de hofmeier het leger aan. De koning en de hofmeier moesten te allen tijde behoedzaam opereren. Als ze de adel niet achter zich hadden, kon die samenzweren tegen de leiders van het rijk en hen laten vermoorden.

Karel was niet zonder bloedvergieten aan de macht gekomen. Oorspronkelijk kende het Frankische Rijk drie hofmeiers, van wie Karels
vader Pepijn er een was. Na de dood van Pepijn begon het gekonkel. Als onechte zoon werd Karel gepasseerd ten gunste van zijn 8-jarige neef Theudoald.

Dat plan was bedacht door Karels stiefmoeder Plectrudis, die in hem een grote bedreiging zag. Karel werd onder huisarrest geplaatst in Keulen. Maar Plectrudis had de adel niet aan haar zijde, en toen de 30-jarige Karel in 715 Keulen ontvluchtte, steunden de machtige mannen van het rijk hem in plaats van zijn minderjarige neef.

Als een van de drie hofmeiers had Karel nu een bescheiden leger ter beschikking. Binnen een paar jaar had hij de andere twee hofmeiers verslagen en kon hij een koning installeren die loyaal aan hem was. Het koningschap zag Karel als een ceremoniële functie.

Hij trok aan alle touwtjes en trad hard op tegen eenieder die hem uitdaagde. In 724 had Karel het Frankische Rijk omgevormd tot een hecht verband met de koning als zijn slippendrager.

In 732 toog de hofmeier zuidwaarts na het pleidooi van Odo, die onder de voet gelopen dreigde te worden door de moslims. Volgens de Mozarabische kroniek werd het vijandelijke leger geleid door gouverneur al-Ghafiqi, ‘een krijgszuchtig man’, die in mei 30.000 man op de been had gebracht. De islamieten waren het roven en plunderen ontgroeid en bereidden een grootschalige aanval voor op het rijk van de Franken.

Franken zoeken de confrontatie

Toen hij met zijn troepen de Loire overgestoken was, zag Karel hoe Aquitanië eraan toe was. Odo had niet overdreven: voor het moslimleger uit hadden roversbendes huisgehouden in het noorden van het hertogdom. Steden en kerken lagen in puin, de ruïnes lagen bezaaid met lijken en het vee liep vrij rond in het verlaten landschap.

Volgens de kronieken van Fredegar waren de rovers ‘als een storm’ door het land getrokken. De kroniek van Moissac beschrijft hoe Odo vóór zijn smeekbede aan Karel de vijandelijke opmars twee keer een halt had proberen toe te roepen. Maar beide keren was hij zo verpletterend verslagen dat ‘alleen God het aantal gesneuvelden en gevluchten kent’.

Kors blå baggrund

Karel zag zichzelf als hoeder van het christendom en ging de binnenvallende moslims te lijf.

© Walters Art Museum / Shutterstock

Odo had Karel verteld dat de cavalerie van de moslims zeer sterk was. Daar kon Karel zijn eigen, professionele leger tegenoverstellen. Een staand leger was niet gebruikelijk in de middeleeuwen, want de kosten waren hoog.

Karel had dat probleem opgelost door zijn mannen te betalen met in beslag genomen rijkdommen van de kerk. De geestelijkheid was woest, maar dat kon de hofmeier niet deren. Zelfs toen de paus dreigde hem in de ban te doen, haalde hij geen bakzeil.

Jaar na jaar riep Karel zijn vrije mannen en boeren buiten het oogstseizoen op – niet alleen om oorlog te voeren, maar ook om hen te trainen in het gebruik van hun speren en schilden. Na verloop van tijd was de ondoordringbare Frankische muur van schilden berucht in heel Europa.

Toen de Franken in oktober 732 op een heuveltop stonden met een rivier aan de ene kant en een dicht bos aan de andere, wist Karel dat hij een geschikt slagveld had gevonden. Nu hoefde hij alleen maar op de vijand te wachten.

Burgers volgen het leger

Halverwege de maand arriveerden de eerste moslims. Tot hun verbazing werd hun weg geblokkeerd door een muur van schilden. Legerleider al-Ghafiqi wilde zo snel mogelijk doorstoten naar de rijke abdij van Saint-Hilaire met al zijn goud.

Een terugtocht was niet aan de orde, want in het kielzog van het moslimleger volgde een stoet wagens met materieel en oorlogsbuit en familieleden en slaven te voet. Als ze zich terugtrokken, konden de Franken de wagens leegroven en de burgers doden, en als de soldaten hun buit kwijt waren, zouden ze aan het muiten slaan.

Al-Ghafiqi sloeg zijn kamp op, en zes dagen lang stonden de moslims en de Franken tegenover elkaar. Af en toe voerde de islamitische ruiterij kleine aanvallen uit om de Franken uit de tent te lokken, maar Karels mannen hielden stand, en uiteindelijk raakte het geduld van al-Ghafiqi op.

Op 25 oktober gaf hij bevel tot de aanval. Het eerste onderdeel van het offensief was een pijlenregen uit de krachtige bogen van de islamieten. Terwijl de Franken achter hun schilden schuilden, zette de lichte cavalerie de aanval in bewapend met werpsperen.

Karel stond midden tussen zijn soldaten en kon alleen maar hopen dat de jarenlange training zou voorkomen dat ze in paniek raakten. En inderdaad: het Frankische leger week geen duimbreed. Telkens wanneer een soldaat sneuvelde of gewond raakte, nam een nieuwe zijn plaats in.

Vijand vlucht in het donker

Toen de lichte cavalerie zich had teruggetrokken, zette al-Ghafiqi zijn sterkste wapen in. Karel besefte dat de volgende aanval beslissend kon zijn. In volle galop naderde de ergste nachtmerrie van de Franken: de zware cavalerie van de moslims. Mannen en paarden droegen een beschermend harnas, en vlak voor de frontlinie kwamen de ruiters op magische wijze overeind.

Dankzij de in Europa zo goed als onbekende stijgbeugel konden de elitesoldaten van al-Ghafiqi hun speren extra kracht en precisie meegeven. Het was een angstaanjagende aanblik, maar Karels voetvolk liet zich niet onder de voet lopen. ‘De mensen uit het noorden vormden een muur. Ze stonden dicht op elkaar, de een naast de ander als een bolwerk van ijs,’ meldt de Mozarabische kroniek.

De ruiters van al-Ghafiqi bleven komen, maar vergeefs. Aan het eind van de middag lag het slagveld bezaaid met doden en gewonden. De slag leek op een patstelling uit te draaien, maar toen meldden de verkenners van Odo dat ze het vijandelijke kamp ontdekt hadden.

Odo ging er meteen op af, en net als Karel al had gehoopt, had al-Ghafiqi daar niet van terug. Hoewel de moslims ‘doorgedrongen waren tot het midden van het Frankische leger’ konden ze niet riskeren hun buit en slaven te verliezen. Bij bosjes dropen de islamitische soldaten af om hun kamp te verdedigen – met de Franken op de hielen.

‘Al-Ghafiqi probeerde de soldaten terug te sturen, maar werd omsingeld door de Franken en doorboord met een speer, zodat hij stierf.’ Toen de zon onderging, riep Karel zijn troepen bij zich. De aanval zou de volgende dag doorgaan. Maar toen de Franken bij het vijandelijke kamp aankwamen, was het leeg.

Muslimsk hersker overgiver sig tegning

De laatste islamitische heerser, Mohammed XII, gaf zich in 1492 over. Dat was het einde van Al-Andalus.

© Bridgeman

Interne verdeeldheid deed moslimrijk de das om

Met de nederlaag tegen de Franken in 732 kwam er een eind aan de islamitische expansie in Europa. Hierna richtten de moslims zich op de ontwikkeling van al-Andalus, het huidige Spanje.

Er kwamen brede, verlichte wegen en er verrezen indrukwekkende gebouwen en onderwijsinstituten. Vooraanstaande joodse, christelijke en islamitische geleerden kwamen naar het hof in Córdoba om zich bezig te houden met onder meer wiskunde en poëzie.

Rond 1000 raakte Al-Andalus echter verzwakt door een interne machtsstrijd en begonnen de christenen Spanje stukje bij beetje te heroveren. In 1492 gaf de laatste moslimheerser zich over.

In het holst van de nacht hadden de moslims het gebied verlaten. Odo’s ruiters zonnen op wraak en spoedden zich naar het zuiden. Voor Karel was de slag een doorslaand succes. Al tijdens zijn leven kreeg hij de bijnaam Martel – de hamer – omdat hij volgens de kroniek van Fredegard ‘zijn vijanden als een hamer verpletterd had’ en hen ‘verspreid had zoals graankorrels in de wind’.

Dankzij de overwinning bij Poitiers bleef de hofmeier tot zijn dood in 741 heer en meester over het Frankische Rijk. Maar pas in 759, na zo’n 20 jaar strijd, wist Karels zoon Pepijn de laatste moslims de Pyreneeën over te drijven. En 10 jaar later ging een oude droom van Karel in vervulling toen Aquitanië voor altijd werd ingelijfd bij het rijk. Het is nog steeds een Franse regio.

Karl Martel tegning

Karel de Grote, kleinzoon van Karel Martel, werd als Rooms-Duits keizer de machtigste man van Europa.

© AKG Images

Karels erfgenamen gaven Europa vorm

Karel Martel hield het Frankische Rijk met harde hand bijeen en legde de basis voor een machtig keizerrijk met een sterke economie en cultuur.

Na de overwinning op de moslims bij Tours zetten de kronieken Karel Martel in het zonnetje, maar de leider van de Franken was nog geen heer en meester in heel Europa. Pas na een aantal veldtochten eind jaren 730, onder meer in Friesland en Saksen, was Karel de machtigste van het continent.

De veroverde gebieden werden ingelijfd bij het Frankische Rijk en moesten belasting betalen. Heidenen werden met geweld gekerstend. Om voor stabiliteit in zijn grote rijk te zorgen, installeerde Karel loyale edelen als vazallen. Volgens de kronieken streefde hij naar ‘eerlijkheid in het landsbestuur’.

Het was het begin van het middeleeuwse feodalisme: een vorm van bestuur die tot de eerste echte staten leidde sinds de val van Rome. Onder de opvolgers van Karel in de 8e en 9e eeuw bloeiden kunst, cultuur en handel. In 800 werd de kleinzoon van Karel Martel, Karel de Grote, door de paus gekroond tot Rooms-Duits keizer.