De samoerai hadden Japan eeuwenlang in hun macht. De shogun was het hoofd van een samenleving die werd geleid door krijgers.

© Library of Congres

Moordlustige samoerai heersten in Japan

De eerste samoerai in het oude Japan vochten met pijl en boog. Later klonk het gekletter van hun katana’s over de uitgestrekte Japanse vlakte. De samoerai stonden bijna 1000 jaar centraal in de bloedige Japanse maatschappij.

15 april 2019 door Jónas Terney Arason

‘Yoshiie was een heldhaftige krijger. Hij reed op zijn paard en vuurde zijn pijlen af als een god, terwijl hij zich een weg baande door de vijandelijke linies. Het leek alsof hij overal tegelijkertijd was. Met zijn pijlen schoot hij de rebellenleiders één voor één neer. Elk schot was dodelijk. Door zijn goddelijke strijdlust was hij bekend in het hele land. Yoshiie reed als de bliksem en vloog als de wind.’

Zo wordt in de 12e eeuw de perfecte samoerai beschreven: moedig, daadkrachtig en genadeloos voor zijn vijanden.

De Japanse samoerai dateren uit de 9e eeuw n.Chr. Ze waren afkomstig uit krijgerfamilies die oorspronkelijk geen politieke macht hadden. In principe waren het ruiters met pijl en boog die werden ingehuurd om het keizerlijke leger of de keizerlijke garde te versterken, of werkten als tijdelijke legeraanvoerder. Voor de rest bestond het leger uit dienstplichtige boeren.

Maar zo’n boerenleger was ineffectief en moeilijk te organiseren. En dus koos de keizer er steeds vaker voor om samoerai in te zetten om gebieden te veroveren of opstanden te onderdrukken. Hierdoor kregen de samoerai steeds meer invloed aan het hof en in de keizerlijke hoofdstad Kyoto.

In het heetst van de strijd onthoofdden de samoerai hun vijanden om te bewijzen dat ze echt dood waren. De hoofden werden vervolgens vastgemaakt aan hun riem of zadel. Na de veldslag werden de samoerai door hun meester uitbetaald: hoe meer hoofden en hoe hoger de rang van hun slachtoffers, hoe hoger de beloning.

© Los Angeles County Museum of Art

Samoerai grijpen de macht

In de 12e eeuw vond er een opvallende machtsverschuiving plaats in Japan. Na tientallen jaren strijd om meer invloed aan het hof brak er in het land een burgeroorlog met in de hoofdrol de samoerai van de Minamoto- en Taira-clans.

Deze burgeroorlog, die de Genpei-oorlog wordt genoemd, duurde van 1180 tot 1185 en eindigde in een totaal nieuwe machtsverdeling in Japan: de hoogste leider van de Minamoto-clan werd uitgeroepen tot shogun, de feitelijke heerser van Japan. Zo wisten de samoerai de macht te grijpen en kreeg de keizer slechts een ceremoniële rol.

Shogun

Het woord shogun is een afkorting van de titel Seii Taishōgun en betekent zoveel als ‘legerleider die barbaren verslaat’. Oorspronkelijk was de titel shogun een tijdelijke positie die een opperbevelhebber in het Japanse leger in de strijd tegen de Emishi – volgens de Japanners ‘barbaren uit het oosten’ – aanduidde.

De Japanse machtsstructuur werd gedecentraliseerd. Dit betekende dat de leiders van de samoerai-clans, ook wel daimio genoemd, hun gebieden precies zo konden besturen als ze zelf wilden. En dat betekende weer dat een aantal clans enorme legers konden in het leven konden roepen voor het geval er een oorlog uit zou breken.

De samoerai vochten oorspronkelijk met verschillende wapens vanaf de rug van een paard.

© Rawpixel Ltd

Van boog naar katana

De gevechtstechniek van de samoerai was gebaseerd op een één-op-éénduel, of dat nu een directe confrontatie met een tegenstander was, of met een pijl-en-boog vanaf een paard. De boog was het favoriete wapen van de samoerai, maar dat duurde niet lang.

In 1274 en 1281 voerden de Mongolen onder leiding van Koeblai Khan een invasie uit op Japan. De Japanners werden totaal verrast door de techniek die de Mongolen hierbij hanteerden: in plaats van een duel uit te vechten of heel nauwkeurig met pijl en boog te schieten, vuurden ze lukraak een enorme zwerm pijlen af.

Tijdens grote veldslagen was deze wolk van pijlen veel effectiever dan het precisiewerk van de Japanners, en dus moesten de samoerai een andere tactiek bedenken. Het idee was om heel dichtbij de Mongolen te komen, zodat hun pijlen geen effect meer hadden.

En alhoewel ze ook andere wapens bleven gebruiken, werd het klassieke samoeraizwaard – de katana – het symbool van de trotse samoerai, waarmee ze de Mongoolse strijders in stukken hakten.

Sengoku-periode: de bloedigste burgeroorlog van de samoerai

In het oude Japan waren burgeroorlogen schering en inslag, maar de meest beruchte is de zogenoemde sengoku jidai, ‘het tijdperk van de strijdende provincies’. De burgeroorlog begon in 1467 en eindigde pas echt rond 1600 – in feite was het een lange reeks oorlogen tussen verschillende samoerai-clans.

Wat begon als een conflict in Kyoto tussen twee rivaliserende samoerai-clans eindigde met een 150 jaar durende oorlog waarin heel Japan werd meegesleurd. Het shogunaat stortte in. Clans kwamen op en werden weer uitgeroeid. Het is onbekend hoeveel mensen er tijdens deze burgeroorlog zijn omgekomen, maar in heel Japan vochten boeren, samoerai en zelfs monniken om macht en land.

In de tweede helft van de 16e eeuw begon de Japanse krijgsheer Oda Nobunaga aan een veroveringstocht in Japan met als doel om het rijk te verenigen. Twee van zijn belangrijkste generaals en latere opvolgers waren Toyotomi Hideyoshi en Tokugawa Ieyasu. Nadat ze met hun oorlogen en politieke spel een einde hadden gemaakt aan de burgeroorlog, werden ze samen ‘de drie verenigers’ genoemd.

Het klassieke beeld van de samoerai is afkomstig uit de lange periode van vrede van de 17e tot de 19e eeuw.

© Wikimedia Commons

Het samoerai-ideaal ontstaat

Uiteindelijk was het Tokugawa Ieyasu die er, na de dood van de twee anderen, met de buit vandoor ging. Na de allesbepalende slag van Sekigahara greep Ieyasu de macht en liet zich niet veel later uitroepen tot shogun. Dit leidde tot meer dan 250 jaar vrede in Japan – het Tokugawa-shogunaat. In deze periode isoleerde Japans zich ook steeds meer van de buitenwereld en ontstond het geïdealiseerde beeld van de samoerai.

Tijdens de burgeroorlog gebruikten de samoerai veel verschillende soorten wapens. Katana’s, speren, pijl en boog, geweren, naginata (een soort hellebaard) en nodachi (een soort tussenvorm tussen een katana en een naginata) waren de meestgebruikte samoerai-wapens.

Maar uiteindelijk was het de katana die het ultieme symbool werd van de samoerai-klasse. Hiermee – en met het kortere wakizashi-zwaard – onderscheidde de samoerai zich van de rest van de bevolking. Zij waren namelijk de enigen die twee zwaarden mochten dragen.

Tijdens het Tokugawa-shogunaat werd ook de erecode van de samoerai – de bushidō – geïntroduceerd en gehandhaafd. Loyaliteit, nederigheid en eer werden de kernbegrippen van de samoerai. Waarschijnlijk was dit vooral een strategische zet van het shogunaat om de vrede in Japan te bewaren.

En terwijl eer steeds belangrijker werd voor de samoerai-klasse, werd ook de oude rituele zelfmoord seppuku geformaliseerd. Er werd een hele ceremonie georganiseerd rondom seppuku, de meest eervolle doodstraf die een samoerai kon krijgen. Na verloop van tijd zou seppuku uitgroeien tot het ultieme symbool van de erecode van de samoerai.

De samoerai behielden hun macht tot aan het einde van de 19e eeuw, toen na nog een burgeroorlog de keizer de macht weer in handen kreeg. De samoerai-klasse werd afgeschaft en de dienstplicht werd weer ingevoerd.

Bekijk ook ...