Tot in de Eerste Wereldoorlog droeg de Franse cavalerie een kuras: een harnas om het bovenlichaam te beschermen.

Hoe lang droegen soldaten een harnas?

In welke oorlog vocht men voor het laatst in harnas?

De Franse kurassiers waren de laatsten die in een harnas het strijdperk betraden. Ze reden in 1914 tijdens de Eerste Wereldoorlog met stalen borstharnassen en helmen het slagveld op. Sinds de oudheid was de cavalerie een belangrijk legeronderdeel. Vooral aanvallen met zwaar gepantserde ruiters waren effectief. 

In Europa waren gepantserde ridders in de 12e eeuw de elite-eenheid van het leger. Het harnas werd steeds groter, tot ruiters begin 15e eeuw van top tot teen bedekt waren. Tegelijk wonnen echter kanonnen en geweren terrein en dat was voor de ridder de genadeklap.

De eeuwen daarna werden geharnaste ruiters steeds zeldzamer. Maar in de 19e eeuw bracht Napoleon de bewapende cavalerie – de kurassiers – terug in het leger. Het harnas had vooral psychologisch een sterk effect en werd daarom door andere landen gekopieerd.

Toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak, wist het Franse opperbevel best dat harnassen geen kogels konden tegenhouden. Maar de generaals dachten dat ze wel beschermden tegen de sabels en lansen van de vijandelijke cavalerie. 

Al na enkele weken toonden machinegeweren en prikkeldraad echter aan dat cavalerie en harnas hun tijd echt hadden gehad.

Bekijk ook ...