Kardinaal verenigt Frankrijk

Begin 17e eeuw was Frankrijk een verdeeld land dat bedreigd werd door vijanden van buitenaf. Maar toen kardinaal Richelieu op het toneel verscheen, veranderde het land in een grootmacht.

Begin 17e eeuw was Frankrijk een verdeeld land dat bedreigd werd door vijanden van buitenaf. Maar toen kardinaal Richelieu op het toneel verscheen, veranderde het land in een grootmacht.

GL Archive/Imageselect

Achter het Karmelietenklooster in Parijs maken de twee heethoofden Athos en D’Artagnan zich op voor een duel met Porthos en Aramis als getuigen.

Dan duiken vijf soldaten van kardinaal Richelieu op. De vier musketiers van de koninklijke lijfwacht gaan direct met hun aartsvijanden in gevecht. Al snel blinken de degens in de middagzon.

Na een kort maar krachtig gevecht waarin ieder, volgens de erecode, tegen één tegenstander tegelijk vecht, zijn twee strijders van de kardinaal dood. De andere drie geven op. De musketiers gaan zelfverzekerd op huis aan, met de degens als trofee.

Deze scène komt uit de beroemde verhalen van Alexandre Dumas over de drie musketiers. Nu worden de boeken als luchtige lectuur gezien, maar ze geven een waarheidsgetrouw beeld van het Frankrijk van de 17e eeuw.

Op de Rijksdag in Worms in 1521 werden Luther en zijn volgelingen door de katholieke kerk in de ban gedaan.

© Lanmas/Imageselect

Een religieuze oorlog verdeelt het land

Het merendeel van de Franse bevolking bleef de katholieke kerk trouw, maar een grote minderheid besloot de paus de rug toe te keren.

Toen de Duitse priester Maarten Luther in 1517 de katholieke kerk bekritiseerde, begon hij een beweging die Europa totaal zou veranderen.

Er woedde in de 16e en 17e eeuw een bloedige oorlog tussen protestanten en katholieken, die vooral tijdens de Dertigjarige Oorlog tot uiting kwam.

Veel Franse protestanten, de zogeheten hugenoten, waren ambachtslieden, zakenlieden en ambtenaren. Ze leefden vooral in het zuiden van Frankrijk en aan de Atlantische kust.

De Hugenotenoorlogen in de 16e eeuw gingen er heftig aan toe. In 1598 sloten de partijen een compromis – het zogenoemde Edict van Nantes.

Dat verdrag gaf de hugenoten de kans hun religie te beoefenen en hun steden te versterken. Ook toen Richelieu aan de macht was, bleef het onrustig, wat uitmondde in het Beleg van La Rochelle. En toen Lodewijk XIV in 1685 besloot het edict in te trekken, gingen honderdduizenden hugenoten in ballingschap.

Literaire schurk krijgt de leiding

Als je de verwikkelingen en de historische achtergrond in Dumas’ romans niet snapt, is dat niet zo gek: in de 17e eeuw vond de ene na de andere machtsstrijd plaats in Frankrijk.

Overal woedden conflicten: protestanten tegen katholieken, de hoge adel tegen de koning en zelfs binnen de koninklijke familie was het hommeles.

Geweld was aan de orde van de dag. Politieke moorden, executies en openlijke opstanden losten elkaar af. Buiten de landsgrenzen wachtten vijandige buren hun kans af. Het Franse staatsbestel was wankel en stond op instorten. En toen verscheen kardinaal Richelieu ten tonele.

In de verhalen over de drie musketiers staat hij bekend als de slechterik, maar in werkelijkheid bracht Richelieu Frankrijk juist bijeen, en bood hij bescherming tegen vijanden van buitenaf. Hij hield zijn tegenstanders op afstand met compromissen, intriges en dreigementen.

Hij creëerde een leger aan gewetensvolle ambtenaren, hield de opstandige adel rustig, suste de religieuze strijd en bestreed de landsvijanden.

Richelieu was een geleerde geestelijke – heel anders dan de rouwdouwers die de andere landen in de 17e eeuw leidden. Bovendien bevond hij zich altijd op het juiste moment op de juiste plaats.

Militaire macht sterkte Frankrijks grootheid

Toen Richelieu in Frankrijk aan de macht kwam, waren er grote problemen. De kardinaal liet er geen gras over groeien en ging de uitdaging aan.

Diplomatie brengt hem naar de top

Nu kennen we Richelieu als l’éminence rouge – ‘de rode eminentie’. Die naam verwijst naar de rode dracht van de hoogste geestelijken na de paus, de kardinalen. Richelieus verhaal begint echter in 1585 in Parijs.

Hier werd Armand-Jean du Plessis Richelieu als jongste zoon in een lage adellijke familie geboren. De kinderen moesten carrière maken, en op zijn negende begon hij in Parijs met een studie filosofie.

Daarna wachtte hem een militaire opleiding. Maar toen Armand-Jeans oudere broer weigerde het bisdom van de familie over te nemen, moest de jongste zoon theologie gaan studeren.

Al in zijn vroege jaren bij de kerk toonde hij een ongeëvenaarde ambitie en werklust. Hij werd als 22-jarige in 1607 bisschop en begon aan zijn politieke carrière. Hij werkte zich op tot een van de naaste medewerkers van koningin Maria de’ Medici.

Tot 1617 bestuurde zij Frankrijk voor haar zoon Lodewijk XIII. Moeder en zoon lagen met elkaar overhoop, wat zelfs tot een burgeroorlog leidde. De twee kampen werden gesteund door verschillende groepen edelen en raadslieden.

Richelieu speelde een bemiddelende rol in het conflict en het lukte hem daarmee zijn eigen positie te versterken. In 1622 werd hij kardinaal, een van de hoogste ambten in de katholieke kerk, en slechts twee jaar later werd hij de eerste minister van de koning.

Vanaf dat moment was de 37-jarige Richelieu in de praktijk de leider van Frankrijk. Hij wordt inmiddels ook wel de eerste minister-president genoemd, in de moderne betekenis van het woord.

Tot de 19e eeuw speelden de musketiers een grote rol in de Europese legers.

© GL Archive/Imageselect

Musketiers met kruit en kogels

Dankzij de schrijver van de roman De drie musketiers, Alexandre Dumas, verbinden we het begrip musketier met schermduels.

Eigenlijk waren musketiers echter infanteriesoldaten, wier belangrijkste wapen het musket was – een vuurwapen.

In de 17e eeuw bestonden infanteriecompagnieën onder meer uit musketiers die om de beurt moesten afvuren en herladen.

De protestanten worden onderdrukt

Een van Richelieus eerste maatregelen was om de hugenoten, een Franse protestante beweging, te stoppen. Sinds de 16e eeuw werd Frankrijk geplaagd door religieuze strijd, die het land meerdere malen bijna heeft opgebroken.

Onder Lodewijk XIII waren de katholieken sterker geworden. Dat leidde in de jaren 1620 tot opstanden bij de hugenoten.

Voor de koninklijke macht was de hugenotenvesting La Rochelle, een versterkte havenstad met een sterke vloot, een bedreiging.

Richelieu trad hard op tegen de stad door een belegering in gang te zetten en af en toe voerde de kardinaal het leger zelf aan.
Engeland stuurde troepen om de ingesloten protestanten te helpen, maar de reddingspoging mislukte.

De stad hield de verdediging 14 maanden vol, maar toen moest ze opgeven. Er waren al 20.000 mensen gestorven van de honger.

Bij de vrede van 1629 vond Richelieu dat de hugenoten de vesting moesten afbreken. Hun politieke rechten werden hun ook
afgenomen, maar ze behielden wel godsdienstvrijheid.

Richelieu leidde de belegering van de hugenotenvesting La Rochelle. 20.000 inwoners verhongerden voor de overgave in 1628.

© Bridgeman Images

Franse macht groeit tijdens oorlog

Richelieu wilde ook de dominantie van de Habsburgse keizerlijke familie in Europa beëindigen. De leden van die familie regeerden in Spanje en het Heilige Roomse Rijk – de machtigste buurlanden en grootste vijanden van Frankrijk.

De confrontatie met de Habsburgers creëerde een gecompliceerd conflict dat we tegenwoordig de Dertigjarige Oorlog noemen. De strijd werd voornamelijk uitgevochten op grondgebied van wat nu Duitsland is, maar kreeg ook veel betekenis in de rest van Europa.

In het begin van de oorlog ging het goed met het Heilige Roomse Rijk. En daar was Richelieu niet blij mee. Hij vreesde dat zijn vijanden nog machtiger zouden worden.

Richelieu ging daarom, hoewel hij zelf katholiek was, samenwerkingsverbanden aan met de protestante Noord-Europese staten.

De Denen deden vanaf 1625 mee, maar ze werden al snel gedwongen zich terug te trekken. Vijf jaar later betraden de Zweden onder leiding van Gustaaf II Adolf het strijdtoneel.

De Zweden deden het eerst goed, maar na de dood van de koning in Lützen in 1632 en een catastrofale nederlaag in Nördlingen in 1634 was Richelieu genoodzaakt Franse troepen te sturen.

In de loop van de tijd werden de Fransen steeds sterker in de oorlog en Richelieu was perioden lang de machtigste man van Europa. Bij de Vrede van Westfalen in 1648 was Frankrijk een van de overwinnaars.

Het Palais-Royal in Parijs was oorspronkelijk van Richelieu. De kardinaal was een groot kattenliefhebber, en hij had een speciale ruimte voor zijn vele katten. Nu huist in het paleis o.a. het Franse ministerie van Cultuur.

© Marie-Lan Nguyen & Shutterstock

Belastingverhoging leidt tot rellen

Tegen die tijd was Richelieu echter niet meer bij de strijd betrokken: hij was in 1642 gestorven. Frankrijk was toen al veranderd. De koning was sterker en de vijanden waren zwakker geworden.

Financiën waren niet Richelieus sterkste kant, en de vele oorlogen waren een grote economische klap voor het land. Belastingverhogingen leidden tot meerdere opstanden.

Gedurende zijn hele carrière had kardinaal Richelieu ook interesse gehad in kunst en literatuur. Hij bouwde een grote bibliotheek op, steunde Franse schrijvers en hield van het theater. Hij had onder meer zijn eigen podium in zijn privépaleis in Parijs, het Palais-Cardinal.

Nu huist in het staatsgebouw (omgedoopt tot het Palais-Royal), heel toepasselijk, het Franse ministerie van Cultuur. In 1635 stichtte Richelieu bovendien de Académie française – de Franse academie – met het doel de Franse taal te cultiveren en een woordenboek uit te geven.

De academie was de eerste in haar soort en kreeg navolging in andere Europese landen. Het ledenaantal was, net als nu, 40, en de leden werden immortels genoemd: onsterfelijken.

Richelieus enorme inzet voor het land maakte hem niet populair. In zijn machtsperiode was hij zeker vijf keer het doelwit van moordpogingen.

Ondanks zijn autoriteit en werklust was Richelieu fysiek bepaald niet sterk, en zijn gezondheid was slecht. Hij had vaak koorts en kampte met urinewegproblemen. Tegen het einde van zijn leven begon hij bloed op te hoesten.

Onder Richelieu werd het Franse leger versterkt, en het jaar na zijn dood bestormden de Fransen aartsvijand Spanje bij de Slag bij Rocroi.

© Augusto Ferrer-Dalmau

De kardinaal sterft aan aderlating

Hij werd behandeld met aderlating, maar het bloedverlies maakte hem alleen maar zwakker. Uiteindelijk gaf zijn lichaam het op. Hij stierf op 4 december 1642 op 57-jarige leeftijd. Veel onderzoekers speculeerden later over zijn drijfveren.

‘Het welzijn van de Franse staat’ was dan vaak het antwoord. Historici wijzen nu ook op zijn persoonlijke ambitie en de positie van zijn eigen familie.

Toen Richelieu werd opgevolgd door kardinaal Jules Mazarin, begon een nieuw tijdperk in de Franse politiek. De hervormingen maakten van het land een grootmacht.

In 1661 kwam Lodewijk XIV aan de macht en hij werd het symbool van koninklijk absolutisme. Of zoals hij zelf zei: ‘L’état c’est moi!’ – ‘De staat, dat ben ik!’