Our website does not support Internet Explorer.

To get the best experience on our website and of our content, please use a more modern browser like Edge, Chrome, Safari or similar.

Slag aan de Somme: 140 dagen in de hel

De gevechten duurden 140 dagen en kostten meer dan een miljoen soldaten het leven. Toen de kruitdampen waren opgetrokken, hadden de geallieerden slechts 125 vierkante kilometer aan platgebombardeerd en onbelangrijk terrein veroverd.

Imperial War Museum

Tijdens een bespreking tussen de Britse en Franse bondgenoten barstte de Franse generaal Joffre in woede uit:

‘Doe iets!’ riep hij naar de verblufte Britse officieren. De Fransen stonden in het zuidwesten onder druk vanwege een offensief dat de Duitsers hadden ingezet bij het Franse stadje Verdun. Joffre wilde zijn troepen op adem laten komen door elders aan het Westfront keihard toe te slaan.

De opperbevelhebber van de Britse strijdkrachten, generaal Haig, ging akkoord. De Britten hadden eerder met de Fransen afgesproken om het offensief aan de Somme pas in augustus te beginnen, maar het werd nu in allerijl vervroegd tot juni.

De Duitse stellingen waren ijzersterk, maar Haig koos voor een snelle, massale aanval. Hij vertrouwde erop dat een zwaar bombardement met granaten bressen zou slaan in de Duitse verdediging.

Het idee was om de sterke stellingen van de Duitsers aan de Somme te doorbreken om zo een einde te maken aan hun overwicht in de veroverde Franse gebieden.

Vervolgens konden de Britse en Franse infanterie en Haigs cavalerie in alle rust oprukken en de Duitsers de Rijn over jagen en helemaal tot in Berlijn achtervolgen.

Britse soldaten weten nog niet welke ellende hun wacht en zwaaien naar de fotograaf.

© Corbis

Donkere wolken pakken zich samen boven de Somme

Het was mooi, helder weer toen het Britse bombardement op 24 juni 1916 begon. De eerste twee dagen trof de artillerie zijn doelen en hielden de Britten de inslagen bij – maar toen pakten zich letterlijk donkere wolken samen boven het slagveld.

De verkenningsvliegtuigen konden daardoor de kanonnen niet langer bijsturen, en duizenden granaten werden blindelings afgevuurd en belandden in niemandsland.

Toch snerpte er op 1 juli om 7.30 uur gefluit door de lucht ten teken dat de Britse aanval kon beginnen. De soldaten klommen met ladders uit de loopgraven en over de borstwering en renden het niemandsland in.

Ze bestormden de vijand heuvelop met de zon in hun gezicht – om er achter te komen dat de Duitse verdediging de granaatregen redelijk doorstaan had.

Het prikkeldraad was nog intact en vormde een dodelijk obstakel voor de geallieerde troepen. De meeste Duitse machinegeweren deden het nog, en de aanvallende soldaten werden massaal neergemaaid.

Generaal Haig had een andere tactiek kunnen kiezen. Als hij beter weer had afgewacht en een spervuur vóór de oprukkende infanterie had gelegd, hadden de soldaten de Duitse linies kunnen innemen.

Die tactiek was elders aan het Westfront al met succes toegepast, maar het slechte weer en de Franse eis om snel in actie te komen gooiden roet in het eten.

LEES VERDER: Wil je meer weten over de oorlog, kijk dan in ons grote thema over de Eerste Wereldoorlog

Westfront

De loopgraven van het Westfront liepen van het Kanaal tot Zwitserland. Het was maar 140 kilometer van het bloedbad aan de Somme naar de Parijse boulevards.

Mikkel J. Jensen/Shutterstock

Het grote plan

24 juni-18 november 1916: Op de kaart is te zien waar het front lag toen de veldslag in juni begon en hoe het veranderd was toen de gevechten in november luwden.

De aanval op de Duitse versterkingen aan de Somme was gepland op een conferentie in december 1915, toen de Britten en Fransen hadden afgesproken om opnieuw een groot offensief te beginnen aan het Westfront. De Franse opperbevelhebber Joffre stond erop dat dat aan de Somme moest plaatsvinden. Aldus geschiedde.

Britten:

Een spervuur moest de Duitse verdediging platleggen, waardoor de infanterie en cavalerie konden doorbreken naar de plaats Bapaume. Dat lukte niet.

Fransen:

De geallieerden wilden de plaats Peronne bereiken. In het begin verliep het offensief volgens plan, maar al in juli viel de opmars stil.

Duitsers:

De Britten en Fransen vielen de Duitsers op hun sterkste punten aan, waardoor de vijand stand wist te houden, hoewel de verliezen zwaar waren.

Het regent granaten op de Somme

Achter de Britse linies lagen 3 miljoen granaten klaar voor de wachtende artillerie.

Generaal Haig had twee rijen kanonnen opgesteld. De kleinste kalibers stonden 900 meter achter het front, en de tweede rij met het zware geschut stond op 1,5 kilometer.

Beide rijen waren 25 kilometer lang, en om de 60 meter stond een kanon met bemanning, in totaal 400. In een week tijd wisten ze meer dan 1,5 miljoen granaten af te vuren op de Duitse stellingen en loopgraven – 150 granaten per minuut, 24 uur per dag, 7 dagen lang.

‘Het was alsof hemel en aarde instortten,’ vertelde veldpredikant J.M.S. Walker over een bombardement.

© Imperial War Museum

Na een week dacht het opperbevel dat de Duitsers wel murw gebeukt moesten zijn en dat de infanterie rustig kon optrekken naar de vijandelijke linies om de verdedigers uit hun stellingen te jagen.

De 1,5 miljoen Britse granaten doodden duizenden Duitsers, maar dat was niet genoeg om de Duitse verdediging voldoende te verzwakken vóór de geallieerde bestorming.

20.000 Britten werden op de eerste dag van de slag neergemaaid vanuit de goed voorbereide Duitse mitrailleurstellingen. Nog eens 37.000 geallieerden raakten zwaargewond en werden naar huis gestuurd.

150 granaten per minuut

Achter de Britse linies lagen 3 miljoen granaten klaar voor de wachtende artillerie.

Generaal Haig had twee rijen kanonnen opgesteld. De kleinste kalibers stonden 900 meter achter het front, en de tweede rij met het zware geschut stond op 1,5 kilometer.

Beide rijen waren 25 kilometer lang, en om de 60 meter stond een kanon met bemanning, in totaal 400. In een week tijd wisten ze meer dan 1,5 miljoen granaten af te vuren op de Duitse stellingen en loopgraven – 150 granaten per minuut, 24 uur per dag, 7 dagen lang.

Na een week dacht het opperbevel dat de Duitsers wel murw gebeukt moesten zijn en dat de infanterie rustig kon optrekken naar de vijandelijke linies om de verdedigers uit hun stellingen te jagen.

Infanteristen hadden weinig kans het niemandsland ongeschonden over te steken als de machinegeweerkogels hun om de oren vlogen. Vanwege gifgassen moesten ze maskers dragen.

© Imperial War Museum

De soldaten in de loopgraven waren niet alleen bang voor de kogels, kanonnen en gifgassen van de vijand – de dood nam velerlei gedaanten aan. De uitgemergelde soldaten vielen massaal ten prooi aan ziekten en infecties. Tyfus en koudvuur waren aartsvijanden van de geneeskundige troepen.

Doordat de vijand de bevoorradingslinies constant bestookte, kwamen de door paarden getrokken ambulances en karren met voedsel vaak hopeloos vast te zitten in de modder.

Het kwam dan ook regelmatig voor dat de soldaten aan het front dagenlang zonder voedsel of benodigde medicatie zaten.

Als de voorraden dan eindelijk aankwamen, waren velen al bezweken aan aandoeningen die buiten het slagveld onschuldig waren. Het voedsel smaakte vies, was niet voedzaam genoeg en verspreidde in het ergste geval ziekten onder de troepen.

Wie niet ziek of zwaargewond naar huis werd gestuurd, liep een grote kans om krankzinnig te worden.

De geallieerde loopgraven waren primitief ingericht, en na een fikse regenbui stonden de soldaten tot hun knieën in de modder.

© Imperial War Museum

Verschillende loopgraven

De geallieerde soldaten wisten niet wat ze zagen toen ze de voorste Duitse linies innamen. De loopgraven waren in tegenstelling tot die van henzelf netjes ingericht en voorzien van grote ruimten en ventilatie.

Het waren een soort woningen, met luiken voor de ramen en keukens waar voedzame maaltijden werden bereid – en zelfs Duits bier was er volop voorhanden.

De Duitsers beschouwden hun stellingen als de nieuwe grens van het rijk, en het was dan ook de bedoeling dat de bouwwerken permanent waren. Ze hadden diepe gangen gegraven in heuvels en een stelsel aangelegd van loopgraven in drie linies, tot wel 5 kilometer achter het front.

In het begin waren de Britse loopgraven zeer primitief, want de Britten gingen ervan uit dat de oorlog beweeglijk zou zijn. De loopgraven waren dan ook niet meer dan veredelde greppels, waar de soldaten niet tot rust konden komen en de gewonden niet konden worden behandeld.

In de loop der tijd legden ook de Britten diepe graven in drie linies aan: een frontlinie, een steunlinie en een reservelinie. Dit bood een effectieve verdediging, maar omdat de Duitsers hetzelfde hadden gedaan, ontstond er een defensieve patstelling.

Het aanhoudende bombardement, dat ervoor zorgde dat elke soldaat op elk willekeurig moment om het leven kon komen, en de doodskreten van hun kameraden leidden bij velen tot psychische aandoeningen.

In het beste geval konden deze soldaten niet meer vechten en mochten ze naar huis, in het ergste geval pleegden ze zelfmoord. Dat was funest voor het toch al lage moreel van de overlevenden.

Predikant Walker van het 21e Britse veldhospitaal schreef in zijn dagboek: ‘We komen om in de gewonden ... het zijn er nu al 1500, en er worden er steeds meer aangevoerd ... 1000 nieuwe per dag!’

De granaten, de machinegeweren en de omstandigheden in de loopgraven waren de grootste bedreigingen, maar de meedogenloze man-tegen-mangevechten maakten de diepste indruk op de overlevenden.

Plotseling stonden twee vijanden met bonzend hart oog in oog – met handgranaten en een geweer met bajonet.

Heel af en toe wisselden twee vijanden beleefdheidsfrasen uit in gebroken Duits, Engels of Frans voordat de trekker werd overgehaald of de bajonet in de buik van de tegenstander werd gestoken.

Vaak sleepten soldaten een zwaargewonde vijand in veiligheid achter de eigen linies. Midden in het niemandsland behandelden de geneeskundige troepen alle gewonden ongeacht uniform, hoewel dat streng verboden was.

De gevechten waren bloedig, maar leidden niet tot noemenswaardige veroveringen. Halverwege november 1916 beseften de geallieerde generaals dat doorvechten zinloos was en maakten ze een einde aan de strijd aan de Somme.

Vanwege de eeuwige bombardementen en beschietingen was het moeilijk om gesneuvelde soldaten te bergen en te begraven.

© Imperial War Museum

De vele slachtoffers van de Slag aan de Somme

  • DODEN:

    • Duitsers: 465.525
    • Britten: 419.654
    • Fransen: 204.253
    • Totaal: 1.089.432
  • KOSTEN:

    Het is niet bekend hoeveel geld er werd uitgegeven aan de Slag aan de Somme. Maar voor de hele oorlog zijn de cijfers:

    • Geallieerden: $ 145.388.000.000
    • Duitsers: $ 63.018.000.000
    • Totaal: $ 208.406.000.000

    Naast de prijs van het oorlogstuig waren er ook hoge indirecte kosten. De schade van verwoeste gebouwen, tot zinken gebrachte schepen en het verlies van productie in de industrie bedroeg maar liefst 40.000 miljard Amerikaanse dollar.

Lees ook:

Eerste Wereldoorlog

Fléchettes joegen de vijand angst aan

2 minuten
Eerste Wereldoorlog

500.000 slachtoffers in de modder

15 minuten
Eerste Wereldoorlog

Moord in Sarajevo stak wereld in brand

21 minuten

Log in

Ongeldig e-mailadres
Wachtwoord vereist
Toon Verberg

Al abonnee? Heb je al een abonnement op ons tijdschrift? Klik hier

Nieuwe gebruiker? Krijg nu toegang!

Reset wachtwoord

Geef je mailadres op, dan krijg je een e-mail met aanwijzingen voor het resetten van je wachtwoord.
Ongeldig e-mailadres

Voer je wachtwoord in

We hebben een mail met een wachtwoord gestuurd naar

Nieuw wachtwoord

Enter a password with at least 6 characters.

Wachtwoord vereist
Toon Verberg