Keizer Wilhelm II van Duitsland (rechts) ging ervanuit dat de Russen zo bang waren voor de Duitse oorlogsmachine dat tsaar Nicolaas II (links) de confrontatie uit de weg zou gaan.
© Ullstein bild/polfoto & akg/scanpix & corbis/all over & getty images

Moord in Sarajevo stak wereld in brand

In de warme zomer van 1914 denkt niemand in Europa aan oorlog. Maar twee pistoolschoten veroorzaken een kettingreactie, en de tot dan toe grootste oorlog ooit is het gevolg. Veel Europeanen zijn ontgoocheld, maar sommigen zijn blij met de strijd.

30 oktober 2018 door Therese Boisen Haas & Esben Mønster-Kjær

Gavrilo Princip kan zijn geluk niet op. Een grote, open wagen is vlak voor hem tot stilstand gekomen, en op de achterbank zit het doelwit van de jonge student. 

Met zijn lichtblauwe uniformjas en zijn helm met imposante pluim is hij niet te missen.

Snel steekt Princip zijn hand in zijn zak. Hij heeft geen tijd om zijn bom te prepareren, dus de jonge Bosnische Serviër trekt zijn automatische pistool terwijl hij van de stoep af stapt.

Vandaag, 28 juni 1914, moet aartshertog Frans Ferdinand sterven. De Oostenrijks-Hongaarse troonopvolger is als doelwit uitgekozen door de terreurbeweging Zwarte Hand, die geleid wordt door Servische officieren, maar tot nu toe komt er weinig terecht van de actie in Sarajevo.

De eerste aanslagpleger in spe liet het op het laatste moment afweten, en de tweede miste met zijn bom. De aartshertog heeft zijn bestemming bijna veilig bereikt als hij halt houdt bij Princip.

Twee pistoolschoten klinken in de straat. Het eerste raakt Frans Ferdinand in zijn keel, en de tweede kogel boort zich in de buik van de vrouw van de kroonprins, Sophie. Voordat Princip nog een keer kan schieten, wordt hij overmeesterd.

‘Sophie, niet doodgaan – leef voor onze kinderen,’ fluistert Frans Ferdinand, maar ze overlijdt na een paar minuten, en een uur later sterft ook de troonopvolger.

Moord in Sarajevo komt goed uit

28 juni • Ministerie van BZ in Wenen: Meteen na het nieuws over de aanslag verschijnt de opperbevelhebber van het leger.

Het kleine lijf van generaal Franz Conrad von Hötzendorf staat op scherp. Zijn stem trilt van opwinding als de stafchef van Oostenrijk-Hongarije onmiddellijke militaire actie tegen Servië eist:

‘Als je een gifslang bij je voet ziet, trap je hem op de kop, je wacht niet op de dodelijke beet.’

De Serviërs zijn te ver gegaan. Het Balkanland moet zo zwaar gestraft worden dat het nooit meer een bedreiging zal vormen en de wereld weer respect krijgt voor de grootmacht Oostenrijk-Hongarije.

De boodschap van Von Hötzendorf is niet nieuw. Sinds 1 januari 1913 heeft de kleine officier 26 keer geopperd om Servië aan te vallen. 

Tot nu toe zijn zijn plannen door diplomaten en Frans Ferdinand gedwarsboomd, maar nu kan de aartshertog er geen stokje meer voor steken. Sterker nog: met zijn dood heeft hij ongewild de perfecte aanleiding geleverd voor een oorlog.

Volgens Von Hötzendorf is het leger binnen 16 dagen inzetbaar. Hij staat bekend als een prima strateeg, maar is ook een opgewonden standje, en er doen geruchten de ronde dat dat komt doordat hij verliefd is. 

De generaal heeft zijn hart verpand aan een getrouwde vrouw, en
volgens sommigen werkt hij aan een stoer imago.

Wat de beweegredenen van de generaal ook zijn, zelfs de meest vredelievende ambtenaar kan hem niet tegenspreken na de moord in Sarajevo. De minister van Buitenlandse Zaken zegt dat ‘we nu voor eens en voor altijd met Servië moeten afrekenen’.

De volledige ambtenarij adviseert de keizer om Servië de oorlog te verklaren. Frans Jozef is 83 jaar, waarvan hij er 65 op de troon gezeten heeft, en net als zijn rijk is hij oud, traag en der dagen zat. 

De keizer gaat akkoord met een aanval op Servië, maar niet zonder de militaire steun van Berlijn: Servië heeft een machtige bondgenoot in Rusland, en zonder de Duitsers is een aanval te riskant.

De oorlogen op de Balkan waren erg bloedig en het verschil tussen soldaten en bandieten was niet altijd duidelijk.

© Getty Images

Wilhelm zit aan de lunch

5 juli • Neues Palais bij Berlijn: Een week is verspild door de trage ambtenaren in Wenen.

In een fraai park in Potsdam staat het Neues Palais, een groots barokbouwwerk, waar de Duitse keizer Wilhelm II de lunch gebruikt met de Oostenrijkse ambassadeur.

Vóór de maaltijd was de Duitse heerser terughoudend en wilde hij een aanval op Servië niet steunen, maar nu hij zijn buikje vol heeft, heeft hij de behoefte om daadkracht te tonen. 

Zijn linkerarm is al sinds zijn geboorte verlamd, en de keizer compenseert dit gebrek graag met oorlogszuchtige taal. Oostenrijk-Hongarije kan op hem rekenen, zo verklaart Wilhelm.

De keizer raadt zijn bondgenoot meteen aan om snel te handelen, nu de wereld nog geschokt is over de moord op Frans Ferdinand. 

Wilhelm kan zich niet voorstellen dat ‘de tsaar de kant van de Servische koningsmoordenaars zal kiezen’, maar voor de zekerheid moet Oostenrijk een bliksemaanval uitvoeren. Rusland zal niet naar de wapens grijpen als het voor een voldongen feit wordt gesteld.

De tsaar zal wel boos worden, maar daar blijft het volgens de keizer bij, want de Russen zijn niet klaar voor een oorlog. 

Ondanks zijn omvang is het Russische leger de nederlaag tegen Japan in 1905 nog niet te boven. Tsaar Nicolaas zal zich wel drie keer bedenken voor hij het
opneemt tegen de Duitse oorlogsmachine.

Wilhelm laat zijn kanselier een formele garantie voor de Duitse steun aan Oostenrijk-Hongarije opstellen, wat er ook gebeurt. Nu dat geregeld is, maakt hij zich klaar om op zeilvakantie te gaan in Scandinavië.

‘Deze keer houd ik voet bij stuk,’ belooft de keizer zijn minister van Oorlog voor hij vertrekt. Eerder heeft hij een stap terug gedaan toen de broze vrede tussen de grootmachten bedreigd werd, maar deze keer niet.

Oostenrijk-Hongarije maakt geen haast

7 juli • Het parlement in Wenen: Met de Duitse steun op zak bereidt Oostenrijk-Hongarije de oorlog voor.

De hele ochtend maken Oostenrijks-Hongaarse ministers al ruzie over de volgende stap. 

De Oostenrijkers willen het advies van de Duitse keizer opvolgen en Servië meteen aanvallen, terwijl de Hongaren verlangen dat er eerst een diplomatieke oplossing wordt gezocht. Na de lunch komt generaal Conrad von Hötzendorf erbij zitten, en hij doet een mededeling die de hele discussie overbodig maakt.

De legerleider heeft zich verkeken. Toen hij negen dagen eerder opriep tot een bliksemaanval, had hij zijn troepen niet geteld. Veel dienstplichtigen zijn thuis om op het land te helpen, en zij zullen pas op 25 juli terugkeren. 

Von Hötzendorf kan de verloven intrekken, maar dat kost tijd. Bovendien zal het tot onrust in het rijk leiden en de komende aanval op Servië verraden.

De ambtenaren worden met hun neus op de feiten gedrukt: de oorlog moet uitgesteld worden, al betekent dat dat de verontwaardiging over de moord op de troonopvolger dan geluwd zal zijn. Ondertussen werken de diplomaten aan een voorwendsel om Servië aan te vallen.

Het Balkanland moet een ultimatum gesteld worden met zulke strenge voorwaarden dat het alleen maar nee kan zeggen. 

Als de Serviërs daardoor een vreedzame oplossing van de hand wijzen, heeft Wenen een reden om hun zonder gezichtsverlies de oorlog te verklaren. Tot het zo ver is, moet het plan geheim blijven.

Frans sabelgekletter in Rusland

21 juli • Paleis Peterhof, Sint-Petersburg: De Franse president is met zijn ministers op bezoek in Rusland.

Raymond Poincaré vindt het fijn in Rusland. De vaart over de Oostzee was prachtig, en het is een opluchting om eventjes niet in Parijs te zijn. 

De Franse hoofdstad staat op z’n kop vanwege een schandaal, dat machtsmisbruik, ontrouw, het neerschieten van een journalist en mogelijk landverraad behelst, en Poincaré is zelf zijdelings bij de vervelende affaire betrokken.

Maar nu hoeft de president eventjes geen lastige vragen te beantwoorden en kan hij de dag in luxe doorbrengen op het prachtige paleis Peterhof, waar hij van de tsaar mag verblijven. ’s Middags houdt hij audiënties.

Een van de gasten is de ambassadeur van Oostenrijk-Hongarije in Rusland, en Poincaré wil hem eens even de stuipen op het lijf jagen.

 Na een paar beleefdheden over Frans Ferdinand uitgewisseld te hebben zegt de president ineens: ‘Ik wijs erop dat de Serviërs en het Russische volk warme vrienden zijn. En Rusland heeft een bondgenoot, Frankrijk. Er liggen veel complicaties op de loer.’

De afgezant weet niet wat hij hoort. De toon van de president is uitzonderlijk in diplomatieke kringen, en hij lijkt het plan van Oostenrijk-Hongarije te kennen.

Inderdaad weten Frankrijk en Rusland precies waar de keizerlijke bureaucratie in Wenen mee bezig is, dankzij een groot aantal lekken. Poincaré en de tsaar hebben al afgesproken dat ze gaan proberen Oostenrijk-Hongarije bang te maken om zo een aanval te voorkomen.

Raymond Poincaré wil liever geen oorlog, maar hij is er de man niet naar om een uitdaging uit de weg te gaan. Bij een banket diezelfde avond nog merkt hij dat de Russische minister van Buitenlandse Zaken, Sergej Sazonov, niet uit hetzelfde hout gesneden is als hij.

‘Het komt nu niet zo goed uit voor ons,’ zegt de Rus, ‘onze boeren hebben het nog te druk op hun akkers.’ De minister lijkt niet bereid te zijn om de toekomst van Europa zomaar op het spel te zetten.

Poincarés eigen premier, die meegereisd is naar Rusland, maakt evenmin een oorlogszuchtige indruk. Hij is socialist en wil vrede, en al het gepraat over oorlog lijkt op zijn zenuwen te werken. 

De Fransman duldt niemand in zijn nabijheid, maar voert geanimeerde gesprekken met zichzelf. Poincaré laat hem afvoeren en zegt tegen de bezorgde gasten dat de premier last van zijn lever heeft, maar er snel weer bovenop zal komen.

Tot genoegen van de Franse president is de tsaar bereid op te treden tegen Oostenrijk-Hongarije als het rijk zijn plannen op de Balkan doorzet.

Nicolaas II was eerder welwillend jegens de keizers Wilhelm en Frans Jozef, maar telkens kreeg hij weer nieuwe eisen om zijn oren.

‘We moeten onze poot stijf houden,’ zegt Poincaré tegen de tsaar als de twee op 23 juli afscheid nemen. De president keert per schip terug naar Frankrijk.

De Duitse keizer deed elk jaar mee aan oefeningen die gericht waren op het verslaan van Frankrijk.

© o. tellgmann/bpk/scala archives

10 stappen op weg naar oorlog

23 juli • Het treinstation in het Servische Niš: De Servische premier is op rondreis in zijn kleine land in verband met zijn verkiezingscampagne.

Premier Nikola Pašic´ staat te wachten op het perron als de stationschef buiten adem op hem af komt rennen: ‘U heeft een telefoontje uit Belgrado, het heeft haast,’ zegt de man.

Pašic´ loopt met hem mee en pakt de hoorn. Hij heeft zijn naam nog niet gezegd of hij wordt onderbroken: de Oostenrijks-Hongaarse ambassadeur heeft een document laten bezorgen en wil binnen 48 uur antwoord.

‘We geven antwoord als ik terug ben,’ zegt Pašic´ kalm. Hij heeft geen zin om zich naar Belgrado te haasten. 

Eigenlijk wil hij ook geen campagne voeren, maar een paar dagen uitrusten in het Griekse Thessaloniki, en hij gaat dan ook aan boord van een trein naar die stad. Maar al na 50 kilometer ontvangt hij een telegram van de Servischekroonprins en moet hij rechtsomkeert maken.

Als Pašic´ de volgende ochtend op kantoor komt, vindt hij een Oostenrijks-Hongaars ultimatum met 10 eisen.

Wenen wil dat de Servische regering hard optreedt tegen geheime genootschappen en alle medeplichtigen aan de moord op Frans Ferdinand arresteert. Rechercheurs uit Oostenrijk-Hongarije moeten hierop toezien.

De schrijvers van het ultimatum rekenden erop dat de Serviërs de keizerlijke politie nooit het land in zouden laten, en ze hadden het helemaal bij het rechte eind.

‘Zo nodig gaan we vechten,’ aldus Pašic´. Maar zijn vechtlust verdwijnt al snel als hij de eerste reacties van zijn vrienden in Sint-Petersburg onder ogen krijgt.

‘Reken onofficieel op Russische steun,’ staat in een telegram van de Russische minister Sazonov. Hij doet verder geen concrete toezeggingen.

De tijd dringt, en de Servische regering begint in paniek te raken. Pašic´ houdt er rekening mee dat hij alle 10 de eisen moet accepteren. Als het zo ver komt, moet hij snel een manier verzinnen om de connecties van de regering en het leger met de Zwarte Hand te verdoezelen.

Dan komen er gunstiger telegrammen uit Rusland. De ministerraad in Sint-Petersburg veroordeelt het Oostenrijkse ultimatum en zal Servië beschermen. Indien nodig is Rusland bereid zijn leger te mobiliseren.

Aangezien niemand anders bereid is deze taak op zich te nemen, meldt Pašic´ zich kort voor het verlopen van het ultimatum op de Oostenrijks-Hongaarse ambassade om het antwoord van de Servische regering te bezorgen. 

De Serviërs hebben acht van de tien eisen aanvaard, maar weigeren in te stemmen met de twee die betrekking hebben op Oostenrijks onderzoek in Servië.

De ambassadeur meldt aan Wenen dat niet alle eisen zijn ingewilligd. Daarop haast hij zich naar het station, en korte tijd later is hij de grens al over.

Rusland bereidt korte oorlog voor

25 juli • Ministerie van BZ in Sint-Petersburg: De Russische regering staat in voor de veiligheid van Servië.

De Russische minister van Buitenlandse Zaken Sazonov geeft de Oostenrijks-Hongaarse ambassadeur, die op het matje geroepen is, de wind van voren.

‘Jullie willen oorlog, jullie hebben alle bruggen achter je verbrand,’ tiert de minister. De ambassadeur probeert uit te leggen dat zijn land zijn belangen mag verdedigen en dat het ‘het meest vredelievende land op aarde’ is.

‘Ja, dat is te merken, jullie zetten Europa in brand,’ bijt Sazonov hem toe. Nadat hij de ambassadeur uitgewezen heeft, heeft Sazonov een ontmoeting met de Russische stafchef. 

De minister wil een gedeeltelijke mobilisatie van de strijdkrachten, zodat alleen de troepen aan de grens met Oostenrijk-Hongarije gevechtsklaar zijn.

Hiermee wil Sazonov verschillende signalen in één keer afgeven. Het moet voor iedereen duidelijk zijn dat Rusland weigert toe te geven in de Servische kwestie, maar ook dat het land geen oorlog met Duitsland wil. 

Zo wil hij vermijden dat Groot-Brittannië Rusland ziet als de agressor. De tsaar en zijn regering hopen de Britten aan hun zijde te krijgen als het onverhoopt toch uitdraait op een oorlog tussen de Europese grootmachten.

De concentratie van infanterie, kozakken en kanonnen aan de zuidwestelijke grens wordt voorbereid, maar nog niet uitgevoerd. Eerst willen de Russen de diplomatie een kans geven om een oorlog af te wenden.

Duitse generaals roeren zich

28 juli • Legerleiding in Berlijn: De militaire en civiele leiders van Duitsland zijn terug van zomervakantie.

Generaal Helmuth von Moltke is een tevreden man. Zo tevreden althans als een aartspessimist die alleen blij wordt van cellospel kan zijn. De crisis dreigt uit de hand te lopen, en de stafchef heeft de tijd aan zijn zijde.

Von Moltke heeft weinig op met de wens van zijn Oostenrijkse collega Von Hötzendorf om de Serviërs een lesje te leren. 

Rusland is de vijand van Duitsland, want de snelgroeiende Russische industrie dreigt de Duitse voorbij te streven. Volgens hem moet de onvermijdelijke confrontatie plaatsvinden voor de Russen te sterk zijn.

Tot nu toe hield Von Moltke zich afzijdig toen de keizer en de regering de Oostenrijks Hongaarse actie tegen Servië steunden. Ze weten niet dat Von Moltke een grotere oorlog wil. De generaal treft stilletjes voorbereidingen.

Keizer Wilhelm is weer aan het werk, fris en zongebruind na een paar weken op zee. Hij leest de rapporten over de Servische tegemoetkomingen en glimlacht.

‘Een uiterst vernederende capitulatie,’ schrijft Wilhelm tevreden in de kantlijn. 

Toen zijn bondgenoten in Wenen hem meedeelden dat ze een ultimatum aan Servië wilden sturen voor ze het land de oorlog verklaarden, vond hij het maar tijdverspilling. Maar nu is de keizer blij met het resultaat van de Oostenrijkse diplomatie.

‘Er is geen reden meer om oorlog te voeren,’ zegt hij tegen zijn buitenlandminister. De keizer wil nu tussen de Oostenrijkers en Serviërs bemiddelen.

De minister staat versteld. Wilhelm is blijkbaar vergeten dat het ultimatum slechts een voorwendsel was om Servië te kunnen aanvallen. De minister besluit in stilte om het bericht van keizer Wilhelm achter te houden.

In Wenen zit de oude Frans Jozef met de pen in de hand. Hij aarzelt. Maar zijn ministers en generaals dringen aan, en hij ondertekent de oorlogsverklaring aan de Serviërs schoorvoetend.  

Tsaar mobiliseert het leger

29 juli • Peterhof, Sint-Petersburg: Pogingen tot diplomatie kruisen elkaar en leiden tot chaos.

Minister Sazonov bezoekt de tsaar om toestemming te vragen het hele Russische leger te mobiliseren. De man die eerder weigerde de agressieve koers van Poincaré te volgen, ziet een oorlog nu als onvermijdelijk.

Nicolaas II stemt in, en het leger doet de marsbevelen uitgaan. Maar dan komt er een nieuw bericht binnen.

Buiten de officiële kanalen om wisselt de tsaar al een paar dagen persoonlijke telegrammen uit met de Duitse keizer Wilhelm – de neven noemen elkaar ‘Nicky’ en ‘Willy’. 

Nicky hoopt nog op vrede, en als Willy hem een verzoenend bericht stuurt, heeft hij spijt van zijn bevel tot mobilisatie. Hij wil liever gedeeltelijk mobiliseren aan de Oostenrijks-Hongaarse grens, het oorspronkelijke plan.

‘Ik kan mijn telefoon wel kapotslaan!’ buldert de stafchef als hij deze order van de tsaar ontvangt.

Een dag later gaat Sazonov weer naar de tsaar. In een monoloog van 50 minuten herhaalt de minister de noodzaak om het Russische leger in paraatheid te brengen.

‘U heeft gelijk,’ verzucht de tsaar, ‘er zit niets anders op dan ons op een aanval voor te bereiden.’

Sazonov neemt meteen contact op met de stafchef om hem het nieuwste besluit door te geven.

‘Laat het bevel uitgaan, generaal’, zegt de minister van Buitenlandse Zaken. ‘En zorg ervoor dat u de rest van de dag onbereikbaar bent.’ 

Dat laatste blijkt niet nodig. Hoewel iedereen nog een herroeping verwacht, blijft het dit keer stil vanuit het paleis Peterhof.  

Miljoenen mannen trokken enthousiast ten strijde voor hun vaderland.

© Ullstein/Polfoto

Generaal heeft maar één plan

1 augustus • Berlijn: Het nieuws van de Russische mobilisatie bereikt de Duitse hoofdstad.

Voor generaal Von Moltke is de tijd rijp. Nu kan hij om een oorlogsverklaring aan Rusland vragen. Duitsland moet iets doen na de Russische mobilisatie, want de Duitsers kunnen alleen winnen als ze goed voorbereid zijn.

Von Moltke werkt al jaren aan een plan waarmee alle vijanden met één bliksemactie verslagen moeten worden. Eerst Frankrijk, terwijl de trage Russen hun troepen nog op de been brengen, en dan Rusland. Als het maar snel gaat, anders moet Duitsland op twee fronten vechten.

Keizer Wilhelm stemt in met een oorlogsverklaring aan Rusland en geeft opdracht tot mobilisatie. Maar even later wordt Von Moltke teruggeroepen: er is een belangrijk
telegram uit Londen binnengekomen.

Als Duitsland van een aanval op Frankrijk afziet, belooft de Britse minister van Buitenlandse Zaken, sir Edward Grey, dat de Engelsen en de Fransen niet zullen ingrijpen als Duitsland Rusland aanvalt. Het bericht komt van de Duitse ambassadeur in Londen, en de keizer is blij.

Nu hoeft Von Moltke zijn troepen alleen oostwaarts te sturen, maar de generaal protesteert hevig. Het bevel tot mobilisatie is de deur uit, en het is onomkeerbaar. Als de logge machinerie van het keizerlijke leger eenmaal in gang gezet is, is deze niet zomaar te stoppen.

De keizer en de kanselier smeken Von Moltke om in te grijpen, maar hij houdt voet bij stuk.

Een geëmotioneerde generaal fluistert de minister van Oorlog toe dat hij het nu doorheeft: de keizer hoopt nog steeds op vrede. De mannen blijven ruziën, tot Wilhelm er genoeg van heeft en verkondigt: ‘Als ik het beveel, moet het mogelijk zijn.’ 

Hierop laat hij champagne aanrukken voor alle aanwezigen. Von Moltke verlaat geërgerd het vertrek, en als hij thuiskomt, heeft volgens zijn vrouw zijn gezicht een rare kleur. Ze vermoedt later dat hij misschien een lichte hartaanval heeft gehad tijdens de verhitte discussie met keizer Wilhelm.

Later die dag blijkt het bericht uit Londen op een misverstand te berusten. Edward Grey heeft de bevoegdheid niet om voor Frankrijk te spreken, en de Duitsers moeten aannemen dat het Frans-Russische bondgenootschap intact is. Het plan van Von Moltke gaat toch door. 

De reservisten die in 1914 opgeroepen werden, dachten voor de kerst thuis te zijn.

© Corbis/All over

Britten worden wakker

3 augustus • Westminster, Londen: Duitsland verklaart Frankrijk de oorlog en stuurt België een ultimatum.

Tot nu toe heeft de crisis op het vasteland de meeste Britse politici koud gelaten. Ze hebben geen zin om zich met de commotie op het continent in te laten. 

Een uitzondering vormt minister van Buitenlandse Zaken Grey. Een paar weken lang heeft hij geprobeerd een vredesconferentie
te organiseren, maar hij beseft niet dat sommige landen helemaal niet uit zijn op vrede.

Grey is van mening dat Groot-Brittannië in moet grijpen als Frankrijk door het machtige Duitsland bedreigd wordt, maar hij ziet er weinig heil in om ten strijde te trekken om Servië te verdedigen. 

Maar België is een ander verhaal, en als de Duitsers het recht eisen om door het neutrale land op te rukken, komt hij in actie.

Om 15.00 uur neemt de minister het woord in het Lagerhuis. 75 minuten lang spreekt hij over de crisis en de morele plicht van Engeland om bondgenoot Frankrijk te steunen en op te komen voor België. Londen staat voor de neutraliteit van dat land garant.

‘Als we toekijken hoe één machtig land heel Europa onderwerpt, dan zal onze goede naam in de wereld daar ernstig onder lijden.’ 

De indrukwekkende toespraak maakt een einde aan de lijdzaamheid in het Britse parlement. Diezelfde avond ontvangt Berlijn een Brits ultimatum: als de Duitsers de neutraliteit van België schenden, zal Groot-Brittannië het land de oorlog verklaren.

Op 4 augustus 1914, even na 8.00 uur, trekken de eerste Duitse troepen België binnen en verklaart Groot-Brittannië Duitsland de oorlog. In de hevigste oorlog tot dan toe zullen 16 miljoen mensen omkomen. 

Meer lezen over de Eerste Wereldoorlog?

We hebben de afgelopen maanden hard gewerkt aan het ultieme WOI-pakket voor jou! Als je nu toeslaat, krijg je:

  • 9 nummers van HISTORIA
  • Onze populaire dvd-box The Great War WOI met maar liefst 20 dvd’s
  • Heel veel oorlogsdrama en belangrijke veldslagen in elk nummer.

Je vindt het pakket hier

Lees ook

Christopher Clark: Slaapwandelaars – Hoe Europa in 1914 ten oorlog trok, De Bezige Bij, 2013. David Fromkin: De laatste zomer, De Bezige Bij, 2004 Barbara Tuchman: De kanonnen van augustus, Arbeiderspers, 2006.

Bekijk ook ...