De katana was hét statussymbool van de samoerai en een essentieel onderdeel van hun keiharde training.

© Wikimedia Commons & Shutterstock

De katana was het dodelijke meesterwerk van de samoerai

Het klassieke, enkelzijdige samoeraizwaard, ook wel katana genoemd, is een van de meest legendarische zwaarden uit de geschiedenis. Het werd met dodelijke precisie gebruikt door de samoerai. Tegenwoordig wordt het beschouwd als een van de beste zwaarden uit de geschiedenis.

22 april 2019 door Jónas Terney Arason

Japans staal met tienduizenden lagen

De katana zelf komt uit de 13e eeuw, maar de techniek die gebruikt wordt om dit geavanceerde zwaard te maken, dateert al uit de 10e eeuw. Toen werd er in Japan namelijk een nieuwe smeedtechniek ontwikkeld. Het meeste ijzer in Japan wordt gemaakt van ijzerzand, dat erg veel verontreinigingen bevat. Er is een lang en ingewikkeld proces nodig om dit om te vormen tot een bruikbaar wapen van staal.

In een smeltoven van klei wordt om de beurt een laag brandend dennenhoutskool en ijzerzand toegevoegd, en die lagen worden tijdens het smeltproces gemengd totdat er een extreem harde metaalsoort – tamahagane – ontstaat. Vijf mannen zijn 72 uur bezig om één ton van dit staal te produceren.

De temperatuur van het dennenhoutskool moet nauwkeurig in de gaten worden gehouden om te voorkomen dat al het ijzer smelt. Het staal dat hierdoor ontstaat is dus niet volledig zuiver, maar bestaat voor een deel uit koolstof. Een hoog koolstofgehalte zorgt ervoor dat het staal heel hard is, waardoor het uitermate geschikt is om de uiterst scherpe kling te maken, maar tegelijkertijd is het poreuzer en dus breekbaarder. Staal met een laag koolstofgehalte is zachter en gaat langer mee, en fungeert tegelijkertijd als een soort stootkussen, maar dit staal kun je niet goed slijpen.

Daarom werd er voor de traditionele katana een mengeling van hard en zacht staal gebruikt, waardoor het zwaard een zachte binnenkant en een harde buitenkant had.

Het kon maanden duren om de perfecte katana te maken.

© Wikimedia Commons

Om alle verontreiniging uit het staal te halen en het hard te maken, werd het wel 16 keer gevouwen. Hierdoor ontstonden er tot wel 65.000 verschillende lagen staal in de kling van een katana, waardoor hij én stevig én buigbaar was.

Over de volledige lengte van het zwaard werden er onregelmatige strepen van klei aangebracht voordat de kling werd afgekoeld in water. Dit zorgde ervoor dat het staal niet overal even snel afkoelde, waardoor de kling hard werd, terwijl de rest van het zwaard zachter werd.

Dit verschil is duidelijk te zien: er ontstaat een donker patroon waar de klei heeft gezeten. Dit patroon lijkt erg op het golvende patroon van damaststaal. Veel smeden gebruikten klei ook om het zwaard te versieren.

Deze smeedtechniek werd eeuwenlang overgedragen van leermeester op leerling. Ze werd niet opgeschreven omdat elke smid zijn eigen methode had om het perfecte resultaat te krijgen.

Samoerai droegen altijd een daishō – wat letterlijk ‘klein-groot’ betekent. Deze twee zwaarden symboliseerden hun status. De schacht was vaak versierd met zilver, goud en mooie motieven.

© Wikimedia Commons

Katana was symbool van de trotse samoerai

In tegenstelling tot Europa had Japan geen adelstand. Boven aan de maatschappelijke hiërarchie stond een groep krijgers: de samoerai. Net als de zwaarden van middeleeuwse ridders was de katana het symbool van de macht van de samoerai.

Niet alle samoerai waren gelijk, maar ze droegen wel hetzelfde statussymbool. Elke samoerai mocht een zogenoemde daishō dragen, wat letterlijk ‘groot-klein’ betekent – een groot en een klein zwaard. Vaak hadden ze een katana van 60 tot 70 cm en een kortere wakizashi van 30 tot 60 cm.

Vanaf het einde van de 16e eeuw was het uitdrukkelijk verboden voor mensen die geen samoerai waren om deze twee zwaarden samen te dragen. Met deze twee zwaarden achter zijn riem kon je zien dat je met een samoerai te maken had.

Vanwege het lange en ingewikkelde smeedproces kostte een katana een klein vermogen. Veel samoeraifamilies gaven hun katana’s daarom door – als waardevol erfstuk, maar ook om geld te besparen. De schacht van het zwaard versleet echter, waardoor iedereen toch zijn eigen esthetische stempel op het erfstuk kon drukken.

De beste katana’s wisselden heel vaak van eigenaar, ze werden cadeau gegeven en als oorlogsbuit meegenomen van het slagveld. In Japan werden zwaardsmeden als echte kunstenaars gezien, vergelijkbaar met de renaissanceschilders in Europa, en hun ‘werken’ werden als onbetaalbare kunstschatten gezien.

De zwaardsmid Masamune, die rond 1300 leefde, wordt over het algemeen beschouwd als de beste zwaardsmid die Japan ooit gekend heeft. Zijn zwaarden waren de allerbeste die je als samoerai kon hebben. De Tokugawa-shoguns gaven bijvoorbeeld één van zijn zwaarden van generatie op generatie door.

De katana was in principe een tweehandig zwaard, maar op een paard kon het ook met één hand worden gebruikt.

© Wikimedia Commons

Dood met één beweging

Tegenwoordig denken veel mensen dat de katana het belangrijkste wapen van de samoerai was. Maar heel lang gebruikten de samoerai vooral speren, naganita (een Japanse hellebaard), nodachi (een lang tweehandig zwaard), bogen of geweren. Deze wapens waren namelijk veel effectiever op lange afstand.

Toch droegen ze altijd een katana, bijvoorbeeld voor het geval dat hun andere wapens in de strijd verloren of kapot gingen. En dus werd het zwaard ontworpen om snel getrokken te kunnen worden.

In tegenstelling tot de meeste andere enkelzijdige zwaarden is de schede van de katana zo gemaakt dat de kling van het zwaard naar boven wijst. Het idee hier achter is eenvoudig: de samoerai moest in één beweging zijn zwaard kunnen trekken en zijn vijand neer kunnen maaien.

Maar voor deze techniek was jarenlange oefening nodig. De katana is namelijk een heel specialistisch zwaard dat eigenlijk maar op heel weinig manieren gebruikt kon worden. Daarom oefenden de samoerai met houten zwaarden vanaf dat ze drie jaar oud waren, en met echte wapens vanaf vijf- tot zevenjarige leeftijd. Samoerai werden vaak al op heel jonge leeftijd naar familieleden of een zwaardmeester gestuurd om de ingewikkelde techniek achter de katana te leren. Maar hun training bestond niet alleen uit gevechtstraining. Filosofisch inzicht en een goed ontwikkeld verstand waren net zo belangrijk als gevechtstechnieken of militaire tactiek. Om de ‘weg van het zwaard’ te beheersen, moesten de samoerai zich bovendien de innerlijke rust van het zenboeddhisme eigen maken.

De katana is in eerste instantie een snijwapen dat bedoeld is om een tegenstander die weinig of geen wapenrusting draagt open te rijten. Er is extreem veel precisie nodig om een katana te hanteren, omdat alleen het buitenste deel van de kling gebruikt mag worden om de tegenstander te doden – anders kan het zwaard kromtrekken.

De katana kan dus ook niet gebruikt worden om de slagen van andere wapens af te weren. Tijdens duels op het slagveld was het dus zaak om een tegenstander zo snel mogelijk te doden.

Met het ontwerp en de speciale techniek van de katana werden kostbare seconden bespaard, die anders nodig zouden zijn om het zwaard te trekken. Met de juiste techniek en in de juiste situatie kon een samoerai met één perfect uitgevoerde beweging zijn tegenstander onthoofden.

Na de Tweede Wereldoorlog werden alle Japanse wapens, inclusief zwaarden, in beslag genomen door de geallieerden.

© Wikimedia Commons

Katana wordt wanddecoratie

Aan het einde van de 19e eeuw werd Japan ingrijpend gemoderniseerd. Het oude shogunaat werd afgeschaft en de keizer kreeg opnieuw de macht in handen. Als onderdeel van dit proces werd het Japanse leger in de jaren 1870 omgevormd naar westers voorbeeld. De dienstplicht werd weer ingevoerd, waardoor de samoerai hun militaire functie verloren.

De samoeraiklasse werd opgeheven en de samoerai verloren hun status en privileges. Dat betekende ook dat ze geen zwaarden meer mochten dragen – dat mocht alleen het officiële leger.

Toen de samoeraiklasse verdween, nam ook de vraag naar hun traditionele zwaarden sterk af. Veel zwaardsmeden begonnen dus andere producten te maken, zoals bestek of landbouwwerktuigen. Er werden nog wel zwaarden gemaakt voor Japanse officieren, maar die werden, naar westers voorbeeld, in massa geproduceerd.

Na de Tweede Wereldoorlog mochten er in Japan helemaal geen zwaarden meer gemaakt worden – een verbod dat tot 1953 van kracht bleef. Honderdduizenden Japanse zwaarden werden na de oorlog door Amerikaanse soldaten in beslag genomen, waarna ze thuis vaak als oorlogsbuit aan de muur werden gehangen.

Een aantal Japanse smeden heeft de traditionele techniek echter doorgegeven, zodat ze vandaag de dag ook nog bestaat. De kwaliteit is tegenwoordig wel minder dan vroeger, maar in heel Japan zijn er nog steeds zwaardsmeden die de katana proberen te verbeteren.

Tegenwoordig zijn er strenge regels die bepalen wanneer een zwaard een ‘Japans zwaard’ mag heten. De markt wordt namelijk overspoeld met nepkatana’s die niet op de traditionele manier zijn gemaakt.

Bekijk ook ...