De johannieters moeten dood! Sultan belegert Malta

Met 40.000 man tegen 9000 lijkt de Ottomaanse verovering zo binnen – en als Malta valt, ligt de weg naar Europa open.

Met 40.000 man tegen 9000 lijkt de Ottomaanse verovering zo binnen – en als Malta valt, ligt de weg naar Europa open.

National Geographic Stock

De eerste zonnestralen komen tevoorschijn. Een eenzame ridder van de orde der johannieters is onderweg naar het hoogste punt van de vestingmuren van St. Elmo, om zo dicht mogelijk bij God te zijn.

De ridder begint zijn ochtendgebed en laat zijn blik over de blauwe golven van de Middellandse Zee glijden. Alles lijkt vredig en vertrouwd.

Dan ziet de johannieter iets waardoor hij zonsopgang en gebed laat voor wat ze zijn. In de verte, aan de oostelijke horizon, doemt een woud van masten en bollende zeilen op. Naarmate de vele oorlogsschepen naderen, worden hun wapperende vlaggen beter zichtbaar.

Even later klinken drie waarschuwingsschoten van de kanonnen van St. Elmo: de Ottomanen komen!

De vaak welgestelde johannieters kwamen uit heel Europa.

© Bridgeman

Ridders joegen heldendood na

De johannieter orde werd in de 12e eeuw door kruisridders gesticht om christelijke pelgrims in het Heilige Land te beschermen en bij te staan. Toen de moslims in 1187 Jeruzalem innamen, trokken de johannieters onder meer naar Cyprus en Rodos, voor zij zich in 1530 op Malta vestigden.

Johannieters, vaak edelen, wijdden hun leven aan de orde. De hoogste deugden waren godsvrucht en moed, en de ware johannieter offerde zijn leven op een eervolle en moedige wijze aan Christus.

De angst voor een eerloze, banale dood was zo groot dat zelfs zwaargewonden zich bij de belegering van 1565 in de strijd wierpen. Opgeven of vluchten was geen optie.

Sultan betreurde grootmoedigheid

Sultan Süleyman ‘de Grote’ had met zijn talloze veroveringsoorlogen de grenzen van het Ottomaanse Rijk uitgebreid van Noord-Afrika tot het zuiden van Europa. En mede door zijn belangstelling voor wetenschap, kunst en cultuur was zijn rijk in de 16e eeuw uitgegroeid tot een bloeiende en vooruitstrevende mogendheid, militair de machtigste van zijn tijd.

Süleyman zag zichzelf als een rechtvaardig vorst. In 1522, 43 jaar voor de aanval op Malta, had hij Rodos veroverd, ruim 200 jaar lang de basis van de johannieter orde.

In plaats van de oorlogszuchtige ridders af te maken had hij hun toegestaan hun kostbare boeltje te pakken en met geheven hoofd te vertrekken. Onder tromgeroffel en met wapperende banieren voeren de johannieters onder de ogen van de 100.000 mannen van de sultan weg.

Na enige jaren vestigden de ridders zich op Malta. Maar de johannieters betaalden de edelmoedigheid van de sultan niet met gelijke munt terug. Na een paar jaar maakten zij naam als kapers en belaagden de Ottomaanse handelsvloot in de westelijke Middellandse Zee.

‘Zolang Malta in handen blijft van de johannieters, loopt elk Ottomaans schip, van Istanbul tot Tripoli, gevaar.’ De raadgevers van de sultan.

Süleyman, inmiddels over de 70, had al lang spijt van zijn jeugdige grootmoedigheid. De johannieters bleken geen mannen van eer en verdienden het niet als zodanig behandeld te worden.

‘De hondenzonen! Ik heb ze al eens overwonnen en de genade van mijn mildheid gegund, maar nu zeg ik dat ze verdelgd moeten worden, als straf voor hun herhaaldelijke plunderingen en vernederingen’, bulderde de sultan en hij stuurde 40.000 man op Malta af.

Op het eiland maakten zo’n 9000 verdedigers – ridders, huurlingen en boeren – zich klaar. Ze vergiftigden alle waterputten met kadavers, staken de hele oogst in brand en verschansten zich rond het voor het eiland belangrijke havengebied in drie grote vestingen: St. Elmo, St. Angelo en St. Michael.

Europa hield de adem in. Malta was de poort tot het continent, en de Ottomanen verloren nimmer een cruciale slag.

©

Süleyman de Grote (1494-1566)

Leider van de militaire supermacht. Zijn droom was alle landen aan de Middellandse Zee te veroveren en de grenzen van zijn rijk naar Europa’s hart te verleggen.

©

Grootmeester Jean de la Valette (1495-1568)

De diepgelovige De la Valette zag de Ottomanen als de ergste vijanden van het christendom. Ze moesten tot elke prijs gestopt worden, al kostte het hem en zijn ridders het leven.

Verdeeldheid bij het bevel

Al voor de aanval waren de Ottomaanse gelederen niet gesloten. De bevelhebbers van de vloot en de landtroepen, admiraal Piyale en generaal Moestafa, waren het oneens over hoe Malta veroverd moest worden.

Piyale wilde langs de oostkust varen en St. Elmo vanuit zee aanvallen. Moestafa wilde juist in het westen aan land gaan en Mdina aanvallen, midden op het eiland. De inname van Mdina zou het havengebied, levensader van het eiland, afsluiten en tot een makkelijke prooi maken, dacht Moestafa.

En St. Elmo, met zijn dubbele buitenmuren en artillerie, was een te zware opgave zo vroeg in de strijd.

Ze kwamen tot een compromis: de Ottomanen zouden half mei hun eerste troepen op de zuidkust aan land zetten om St. Elmo over land aan te vallen.

De ervaren grootmeester van de johannieters, Jean Parisot de la Valette, had dit voorzien. Terwijl de Ottomanen in het zuiden huishielden, versterkten de johannieters St. Elmo met artillerie en meer ridders, met als doel stand te houden tot de gouverneur van Sicilië de toegezegde hulptroepen zou zenden.

In drie dagen veroverden de Ottomanen Zuid-Malta, en op 22 mei werden de eerste kanonnen op St. Elmo gericht. Deze machtige wapens hadden al vele onneembare stadsmuren aan puin geschoten. Nu was St. Elmo aan de beurt.

©

Haven was hart van Malta

Het havengebied bij Birgu was de sleutel tot Malta, met zijn geweldige natuurlijke haven en de drie sterkste vestingen van de johannieters: St. Elmo, St. Angelo en St. Michael. Daarom zetten de Ottomanen alle mannen en kanonnen in.

Ridders in de tegenaanval

De johannieters zagen hoe Ottomaanse slaven dag en nacht in touw waren met grondverzet voor de bouw van loopgraven en schansen. De la Valette had zijn krijgslustige ridders lang in bedwang kunnen houden, maar op 29 mei liet hij ze bij het ochtendgloren gaan.

Met geheven zwaarden stormden de ridders de poorten van St. Elmo uit en vielen op de loopgraven aan. Eerst waren de Ottomanen overrompeld door de plotselinge woeste aanval, en vervolgens vluchtten ze in paniek alle kanten op.

Na enige tijd wist Moestafa de rust onder zijn mannen te herstellen, haalde versterkingen en dreef de ridders terug. De la Valette zag vanaf de stadsmuren zijn mannen onder de overmacht bezwijken en gaf bevel tot de aftocht.

De ridders stroomden nu weer de poorten binnen terwijl kanonnen de Ottomanen op afstand hielden. Er sneuvelden 21 ridders in zes uur tijd; vele honderden vijanden lagen op het slagveld. De blitzaanval krikte het moreel op, maar de grootmeester wist dat hij de mankracht miste voor meer van dit soort open gevechten.

De ladders waren te kort

Moestafa was door de tegenstand en doodsverachting van de vijand verrast. Hij zette zijn sterkste troef in, de janitsaren: goedgetrainde keurtroepen van de sultan die leefden om te vechten en uitzichtloze gevechten al vaak in het voordeel van de sultan hadden beslecht.

‘Janitsaren, in de aanval!’ riep Moes­tafa, en strijders in wapperend gewaad bestormden St. Elmo. Kanonskogels suisden over de Ottomaanse gelederen, maar ze hielden stand.

Als een golf spoelden de janitsaren over de ridders heen die langs de buitenmuren van de vesting opgesteld stonden. Toen de vochtige zeewind de kruitdampen had weggeblazen, zagen de verdedigers de halve maan op een borstwering op de buitenmuur wapperen. De vijand was nu dichterbij dan ooit.

Opgezweept door dit eerste succes vielen grote scharen Ottomanen het fort zelf aan. Ze zetten lange ladders tegen de muren en janitsaren, loyalars (religieuze fanatici) en ongeregelde troepen stormden vooruit.

Een welgemikte vuurring kon in een paar seconden meer vijanden uitschakelen.

© Claus Lunau

Primitieve wapens kregen Ottomanen klein

Brandende touwen en aardewerken handgranaten – de johannieters vonden heel wat slimme wapens uit tijdens de belegering van 1565.

De kanonnen en musketten van de johannieters waren dan wel slechter dan de Ottmaanse wapens, de vindingrijkheid van de ridders was groot. De belegerden vonden nieuwe wapens uit die dag in dag uit de vijandelijke aanvallen konden keren.

Zo waren ze meesters in het maken van primitieve handgranaten: een lemen potje gevuld met brandbaar spul, voorzien van lonten. Ontplofte de granaat, dan richtten de scherven én het brandbare vulsel veel schade aan.
Het vernuftigste wapen was de vuurring.

De ridders merkten dat de Ottomanen in gewaden van zijde en andere brandgevaarlijke stoffen ten strijde trokken. Ridder Ramon Fortuyn kreeg het idee om grote ringen met touw te maken, deze in brand te steken en over de bestormers van de vesting te werpen.

Als je goed mikte, kon je er met één worp twee tot drie vangen en veranderden de mannen van de sultan in levende fakkels.

Maar de grootmeester had zijn mannen voorbereid. Grote potten kokende olie en teer werden uitgegoten over de eerste bestormers, die gillend achterover vielen. Degenen die de brandende en bijtende vloeistoffen konden ontwijken, ontdekten tot hun grote schrik dat de ladders te kort waren: de greppels rond St. Elmo waren niet genoeg met aarde opgevuld.

Te midden van de ridders en Ottomanen die van achteren opdrongen, werden de krijgers met stenen, pijlen en vuur bestookt.

Op één dag verloor de sultan 2000 man; slechts 80 verdedigers stierven. De val van St. Elmo was een kwestie van dagen, had Moestafa zijn mannen gezegd. Nu drong tot hem en Piyale door dat de aanval een fout was. Ondanks het beleg kwamen van de andere kant van de havenboezem per schip dagelijks versterkingen en uit niets bleek dat de verdedigers de moed verloren.

Terugtrekken was een schande

‘Turgut is er!’ Het nieuws verspreidde zich begin juni 1565 over heel Malta. Admiraal Turgut was de ster van de strijdmacht van de sultan, een meester in het handwerk van de oorlogvoering.

Al vele malen had hij zijn christelijke tegenstanders zo erg vernederd dat zijn geloofsgenoten hem de erenaam ‘het geheven zwaard van de islam’ gaven. Nu zou de succesvolle admiraal de verovering van Malta leiden, en zijn komst werd evenzeer gevreesd door de ridders als verwelkomd door de Ottomanen.

Meteen na zijn aankomst gaf Turgut de Turkse staf een uitbrander vanwege de tactische blunders. Vooral het beleg van St. Elmo was onvergeeflijk. ‘Het was stom om St. Elmo te belegeren, maar nog stommer is het om het nu op te geven’, brieste de admiraal, en hij beval het bombardement te verhevigen.

Nieuwe kanonnen werden in stelling gebracht, en het krachtigste geschut ooit bestookte St. Elmo van alle kanten. Het duister van de nacht werd licht als de dag door de grote hoeveelheden vuurwerk. Zo licht dat we St. Elmo heel helder konden zien’, schreef Francisco Balbi, een huurling op St. Michael.

Op 18 juni inspecteerde Turgut de nieuwe geschutsstellingen bij St. Elmo, op veilige afstand van de christelijke kanonnen. Volgens sommige geschiedschrijvers kregen de kanonniers op St. Angelo Turguts kleurrijke zijden gewaad in het oog en richtten hun geschut op hem, al was hij buiten hun bereik. Tegen de verwachting in sloeg een kogel vlak bij de admiraal op de rotsen; een scherf trof zijn hoofd.

Bloedend uit neus en oren werd de zwaargewonde Turgut toegedekt en weggevoerd.

De doden werden onthoofd

De kanonnen bulderden er op Turguts laatste bevel op los en schoten de zandstenen muren van St. Elmo sneller stuk dan de johannieters konden herstellen.

De muren stortten grotendeels in of vertoonden gapende gaten. In de nacht van 22 juni, na weer een dag van moordende gevechten, maakten de laatste verdedigers zich op voor de doodsstrijd.

‘Ze kregen het laatste oliesel, omhelsden elkaar en spraken elkaar moed in met woorden die alleen dappere mannen die gaan sterven gebruiken,’ schrijft een Franse kroniekschrijver.

‘Leeuwen van de islam, laat Gods zwaard hun zielen scheiden van hun lichaam.’ Strijdkreet van de janitsaren.

De volgende dag legden de johannieters de stervenden en zwaargewonden bij de vestingmuren. Volgens hun geloof moesten ze met het zwaard in de hand voor Christus sterven.

Na enige tijd stortten de eerste janitsaren zich op de gewonden en sloegen op hen in onder het opruiende geroep van een imam: ‘Leeuwen van de islam, laat Gods zwaard hun zielen scheiden van hun lichaam.’

Een uur na de eerste aanval kroop een uitgeputte johannieter op de muren tegenover de havenboezem en stak een waarschuwingsvuur aan. Bij het zien van de rook in de blauwe hemel wist de grootmeester van St. Angelo dat St. Elmo was gevallen.

KAART – Volg de strijd om het kleine fort, St. Elmo:

In de puinhopen van de vesting vernederden uitzinnige Ottomanen de dode en stervende verdedigers door van een groot aantal ridders het hoofd af te houwen en een bloedig kruis op de borst te kerven.

De verminkte lijken bonden ze op houten kruizen die stroomafwaarts dreven naar St. Angelo, waar broeders hen oppikten en begroeven. Uit wraak gaf De la Valette bevel alle moslimgevangenen te onthoofden, de hoofden in de kanonnen te stoppen en ze naar de Ottomanen te schieten.

De rokende puinhopen van St. Elmo en het besef 8000 man te hebben verloren, zetten Moestafa aan het denken. ‘Allah, wat gaat ons de vader wel niet kosten als het kindje al zo vreselijk duur was?’ sprak de generaal bij het zien van de verdedigingswerken van St. Angelo.

Kort na de verovering kwam een bode bij Turguts tent, waar de admiraal al dagen een doodsstrijd leverde. Bij het nieuws van de zege wierp Turgut een blik omhoog, mompelde enige woorden en gaf de geest, aldus de bode.

Schepen werden over land gesleept

Tijdens het maandenlange beleg van St. Elmo werkten de johannieters dag en nacht door om de verdedigingswerken rond St. Angelo en St. Michael, waar de Ottomanen nu hun kanonnen op richtten, te versterken. Het regende stenen en ijzeren kogels op de forten, maar Moestafa zag in dat voor een verovering ook vernuft nodig was.

Hij liet zijn mannen 80 schepen in delen over land naar de havenboezem slepen, die de johannieters tot dan toe met hun geschut vrij van Ottomaanse schepen hadden kunnen houden. Zo konden Moestafa’s mannen de ridders stilletjes vanuit hun eigen haven benaderen terwijl Piyale ter afleiding een aanval op het land uitvoerde.

@

SATELLIETBEELD – Dit zijn de vele vestingen van Malta:

Half juli waren de 80 schepen weer compleet en stuurde Moestafa 10 boten met 1000 janitsaren naar St. Michael als breekijzer voor de rest van het invasieleger. Maar toen de Ottomaanse boten bijna bij het fort waren, stuitten ze plots op verborgen geschut bij St. Angelo. Binnen een paar minuten werden alle boten aan flarden geschoten en verdwenen bijna alle janitsaren in de golven.

‘Zeker is dat we nooit stand hadden kunnen houden als de boten hun mannen aan land gezet hadden’, aldus Balbi.

Gevangen tussen twee muren

De aanhoudende beschietingen en aanvallen beukten ridders en vestingmuren langzamerhand murw. Vrij snel na het offensief van de janitsaren wisten de mannen van Piyale door een flinke bres bij St. Angelo heen te dringen, waar ze stuitten op een nieuwe muur die de ridders achter de eerste gebouwd hadden.

De aanvallers zaten nu op een klein oppervlak tussen twee verdedigingsmuren ingeklemd. De ridders bestookten hen of overgoten hen met kokende teer en olie, waardoor de huid van hun schedels en lijven af brandde.

Al probeerden de zwaargewonden weg te komen van het strijdtoneel, ze werden vooruitgedreven door hun wapenbroeders. De groep aanvallers na hen veronderstelde dat de voorste troepen Birgu al binnendrongen en kon niet wachten om deel te nemen aan de slachting en plundering. Hoe meer hun kameraden opdrongen, hoe meer mannen gedood werden.

Toen het debacle ook aan de andere kant van de bres bekend werd, vluchtten de Ottomanen in wanhoop, waarop ze in de rug werden aangevallen.

KAART – Volg de slag om Malta’s twee hoofdbolwerken:

De ridders vielen legerkamp aan

Bij de andere vesting St. Michael zag Moestafa zijn troepen hun standaarden diep in een bres planten. De inname leek binnen een paar uur gepiept.

Plots brak er paniek uit in de achterste gelederen. Een groot christelijk leger uit Sicilië zou het Ottomaanse legerkamp aanvallen. De generaal kon de vlammen en de rook van het kamp zien en gelastte de terugtocht om de christelijke aanval in de rug te beantwoorden.

‘Ik zweer dat ik geen enkele man zal sparen als ik deze vestingen ingenomen heb!’ Generaal Mustafa.

Toen het leger ter plekke was, bleek het legerkamp in de as gelegd. Nu drong de waarheid tot Moestafa door. De grote Siciliaanse hulptroepen waren niet meer dan wat ridders uit Mdina die hadden toegeslagen in het door de Ottomanen onbeheerd achtergelaten kamp.

In enkele uren hadden de johannieters de gewonde Ottomanen afgeslacht en tenten en voorzieningen platgebrand, om zich daarna weer te verschansen in Mdina. De doorbraak bij St. Michael was ten onrechte opgegeven, besefte een ziedende Moestafa:

‘Ik zweer dat ik geen enkele man zal sparen als ik deze vestingen ingenomen heb. Iedereen zal ik over de kling jagen. Alleen hun grootmeester zal ik levend gevangennemen, zodat hij in ketenen aan de voeten van de sultan zal neerknielen!’

De grootmeester streed mee

Op 18 augustus hoorden de johannieters van St. Michael in de vroegte een oorverdovende knal. De ridders, die zich schrap zetten voor de zoveelste Ottomaanse stormloop, keken bezorgd naar het oosten, waar donkere rookwolken opstegen.

Volgens geruchten had de vijand onder dekking van de nacht mijnen onder de buitenste stadsmuren van St. Angelo geplaatst en er een groot gat in geblazen. Even later bevestigden de kerkklokken hun vrees: de Ottomanen waren bezig St. Angelo in te nemen.

Grootmeester De la Valette wist nu dat Malta verloren was als de Ottomanen het fort zouden veroveren. Vlug greep hij een hellebaard en hij snelde naar de stadsmuren. De moedeloze en uitgeputte verdedigers sloten zich bij hem aan. ‘De grootmeester en de ridders vielen gezamenlijk zo krachtig aan dat de oorlogskansen keerden’, aldus Balbi.

In september 1565 verlieten de Ottomanen Malta. Eindelijk was de bloedige strijd voor het handjevol ridders voorbij.

© RMN

Een scherf van een kanonskogel liet De la Valette bloedend en hinkend op één been achter, maar hij wist van geen wijken: ‘Een man van mijn leeftijd kent geen eervoller dood: omringd door zijn broeders en in dienst van de Heer.’

Het beleg wordt opgeheven

Binnen de muren van de twee forten was er door de bombardementen geen tijd om te rusten of de doden te begraven. De ziekenzalen lagen vol gewonden. De munitie raakte op. Maar aan strijdlust ontbrak het niet als De la Valette een van zijn vurige toespraken hield: ‘Wij vechten tot de laatste man en worden begraven onder deze puinhopen!’

Buiten de muren klaagden Ottomaanse officieren dat het moreel met de dag zakte. Na maandenlange strijd was het aantal soldaten fors geslonken en moest de rest tot vechten gedwongen worden.

Bovendien maakten tyfus en difterie evenveel slachtoffers als de vijand. ‘Het is niet Allahs wil dat wij over Malta heersen’, morden de mannen.

KAART – Volg de uitkomst van de slag:

De meningsverschillen tussen Moes­tafa en Piyale werden steeds openlijker. De admiraal wilde naar Istanbul terugvaren, de generaal wilde doorvechten. Maar Moestafa verloor de laatste hoop op een zege op 7 september, toen hij te horen kreeg dat een grote legermacht uit Sicilië aan de oostkust was geland.

Al waren het maar 8000 man, De la Valette vertelde een moslimslaaf dat het om 16.000 zwaarbewapende soldaten ging en liet hem vrij.

Snel deed het gerucht in de Ottomaanse gelederen de ronde. Zijn mannen konden niet nog een veldslag aan, besefte Moestafa, en zeker niet tegen een gezonde, goed bewapende vijand. Uit vrees voor muiterij hief hij het beleg op.

De Ottomanen verloren, omdat ...

ze te laat aanvielen.

In 1560 overvielen de Ottomanen een grote christelijke vloot, de helft van de schepen ging verloren. Als ze toen meteen Malta hadden aangepakt, had geen enkel rijk in het vleugellamme Europa versterkingen kunnen sturen.

ze een tweehoofdig bevel hadden.

Het leger werd geleid door generaal Moestafa, admiraal Piyale was bevelhebber van de vloot. De twee zaten bij de verovering van Malta niet op een lijn, en de aanvallen waren willekeurig en weinig effectief.

ze de verkeerde plek aanvielen.

Door zich op het versterkte havengebied te richten waren de Ottomanen kwetsbaar voor aanvallen uit andere delen van het eiland. Hadden ze die eerst ingenomen, dan hadden ze het verzet kunnen smoren.

De volgende dag ontwaakten de verdedigers in Birgu en Senglea voor het eerst in bijna vier maanden in stilte. Het landschap was kapotgeschoten, maar de vijand was nergens te zien.

Geen wapperende halvemaanvlag boven de loopgraven, geen janitsaar in de aanval. Op de ruïne van St. Elmo hesen verkenners opnieuw de roodwitte vlag van de johannieters, en de eerste Ottomaanse schepen zetten met de wind in de zeilen koers naar het oosten.

Toen de johannieters de Fransen voorraden weigerden, verdreef Napoleon hen van het eiland.

© The art archive

Napoleon verdreef de laatste ridders uit Malta

Na 268 jaar op Malta verloren de johannieters nogmaals hun thuis, toen de soldaten van Napoleon in 1798 het eiland veroverden.

Door de zege van de johannieters in 1565 bleven ze op Malta en bepaalden ze de geschiedenis van het eiland. In de 17e en 18e eeuw werd de bevolking door hun toedoen een van de rijkste van Europa. Er kwamen steden, de handel bloeide en de bevolking vervijfvoudigde.

Maar tijdens de Franse Revolutie werden alle bezittingen van de orde in Frankrijk verbeurdverklaard, en toen Napoleon in 1798 met 54.000 manschappen op weg naar Egypte was, deed hij Malta aan.

De Fransen vroegen vergeefs of ze voorraden in mochten slaan. Uit wraak nam Napoleon het eiland in, en na 268 jaar op Malta raakten de ridders over heel Europa verspreid.

De johannieter orde bestaat nog steeds en houdt zich nu bezig met ziekenzorg en welzijnswerk in nauwe samenwerking met de roomse kerk. De orde heeft 12.500 leden, zowel mannen als vrouwen.