Baden Powell 2

De eerste scouts: Gezonde jongens helpen het Britse leger

In 1899 moet kolonel Robert Baden-Powell de Zuid-Afrikaanse stad Mafeking verdedigen tegen de oprukkende Boeren. Hij is zwaar in de minderheid, maar doet het onmogelijke met slimme trucs en een groepje jongens.

In 1899 moet kolonel Robert Baden-Powell de Zuid-Afrikaanse stad Mafeking verdedigen tegen de oprukkende Boeren. Hij is zwaar in de minderheid, maar doet het onmogelijke met slimme trucs en een groepje jongens.

The Print Collector/Imageselect & Bridgeman Art Library/Ritzau Scanpix

De Britse kolonel Baden-Powell zit in zijn hoofdkwartier op de bovenste verdieping van Hotel Dixon. Hier heeft hij goed uitzicht op het Zuid-Afrikaanse stadje Mafeking (nu Mahikeng), waar in 1899 iets meer dan duizend Europese kolonisten wonen.

Maar hij wordt niet heel vrolijk van wat hij ziet. Afgezien van het hotel, ziekenhuis en treinstation bestaat het stadje vooral uit kleine huisjes met golfplaatdaken, wat verdwaalde bomen en heel veel zand en stof. In het arme deel van Mafeking is de situatie nog triester. Hier wonen ongeveer 7000 Afrikanen in hutten van klei.

Mafeking betekent dan ook ‘stad van steen’ in de plaatselijke taal, het Tsawana. De stad is onvruchtbaar en wordt volledig omringd door de Kalahari-woestijn.

Toch besloot Baden-Powell dat hij met zijn leger van amper 1200 man deze godvergeten plek wil behouden – wat het ook kost.

Schuilplaats

Tijdens het beleg bouwden de inwoners van Mafeking simpele schuilplaatsen van aarde en hout.

© Wellcome Images

De Tweede Boerenoorlog is net uitgebroken en de kolonel moet de Boeren tegenhouden, zodat ze niet oprukken naar het hart van de Britse Kaapkolonie in het huidige Zuid-Afrika.

Mafeking ligt vlakbij de grens met de Boerenrepubliek Transvaal. Buiten de stad ziet Baden-Powell een leger van 8000 vijandige Boerensoldaten. Hun generaal, Piet Cronjé, is het wachten beu. Op 13 oktober 1899 begint het bombardement en Cronjé verwacht dat het onaanzienlijke stadje binnen een paar uur zal vallen.

Maar Baden-Powell heeft zich goed voorbereid. De Britse kolonel heeft een eenheid samengesteld van jongens tussen de 11 en 15 jaar, die binnen een paar dagen hebben geholpen om schuilplaatsen te bouwen voor de lokale bevolking. De jongens hebben ook een nepfort gebouwd met namaak-machinegeweren en twee hoge vlaggenmasten, om de artillerie van de Boeren af te leiden.

Terwijl de kogels hun om de oren vliegen, houden de jongens de vijand in de gaten. Zodra ze de flits van de kanonnen van de Boeren zien, luiden ze de noodklok om de inwoners van Mafeking te waarschuwen.

‘Welk bloedvergieten bedoelt u? Tot nu toe zijn onze enige verliezen een kip en een zwaargewonde ezel.’ Baden-Powell tegen Boerengeneraal Piet Cronjé

Na urenlange beschietingen duikt een afgezant van de Boerengeneraal met een witte vlag in zijn hand op bij Mafeking.

‘Geef u nu over en voorkom nog meer bloedvergieten,’ zegt de Boer.

Baden-Powell glimlacht en antwoordt kalm:

‘Welk bloedvergieten bedoelt u? Tot nu toe zijn onze enige verliezen een kip en een zwaargewonde ezel.’

Wanneer generaal Cronjé het stoïcijnse antwoord van Baden-Powell hoort, is hij totaal verbijsterd. Maar de Boeren weten nog niet dat ze tegenover een bijzonder eigenzinnige Britse kolonel staan. Baden-Powell heeft zijn hele carrière lang slimme trucs en snelle oplossingen bedacht om hem uit benarde situaties te redden.

Tijdens het zeven maanden lange beleg van Mafeking haalt hij alles uit de kast, maar vooral zijn nieuw opgerichte eenheid met dappere jongens blijkt erg succesvol te zijn. En uiteindelijk inspireren zij hem om de internationale scoutingorganisatie op te richten.

Cadettenkorps

Het Cadettenkorps van Baden-Powell bestond uit 24 jongens van 11 tot 15 jaar. Na het beleg kregen ze allemaal een medaille voor hun heldhaftige inzet.

© Mary Evans Picture Library/Ritzau Scanpix

Liever in de natuur dan op school

Robert Baden-Powell groeide op in een hoogopgeleid milieu. Zijn vader was dominee en hoogleraar wiskunde aan de universiteit van Oxford, maar hij stierf toen Robert nog maar drie jaar was. En al gauw bleek dat zijn zoon maar weinig op zijn vader leek. In 1870 ging Robert op 13-jarige leeftijd naar de Charterhouse School, een van de meest prestigieuze kostscholen van Engeland, maar zijn prestaties vielen tegen.

‘Sliep tijdens de Franse les’, ‘geen interesse voor wetenschap’ en ‘had geen zin om wiskunde te leren’, waren opmerkingen die zijn moeder las in zijn rapport.

Baden-Powell jong

Baden-Powell was een goede ruiter en op 19-jarige leeftijd sloot hij zich aan bij de Britse huzaren in India.

© Britishempire.co.uk

Op school was Robert vooral geïnteresseerd in tekenen en toneel, en toen Charterhouse in 1872 verhuisde naar een nieuwe locatie ten zuiden van Londen, ontdekte Robert zijn grote passie: het buitenleven.

De nieuwe school lag middenin een bos, en Baden-Powell zwierf door de omgeving en zocht dierensporen. Ook leerde hij zich goed verstoppen, want het bos was verboden voor de leerlingen.

Baden-Powell wilde de wereld ontdekken en toen hij van school kwam, ging hij op 19-jarige leeftijd bij het Britse leger. Al snel werd hij naar de Britse kroonkolonie India gestuurd, maar na negen maanden kreeg hij diarree en dyspepsie en kwam hij terug naar Engeland. Maar hij had de smaak te pakken en de volgende 30 jaar bezocht Baden-Powell alle uithoeken van het Britse Rijk.

Spion op vlinderjacht

In de jaren daarna werd Baden-Powell gestationeerd op Malta en in Afghanistan, India en Afrika. Hij werd vooral ingezet als verkenner en spion, en werkte het liefst alleen. Tijdens zijn drie jaar op Malta ging hij op missies naar Algerije en Dalmatië (het huidige Kroatië), dat toen deel uitmaakte van Oostenrijk-Hongarije.

In Dalmatië deed Baden-Powell zich voor als entomoloog die op zoek was naar vlinders. Maar in werkelijkheid bespiedde hij de Oostenrijks-Hongaarse forten langs de Adriatische Zee. Hij verborg zijn observaties in tekeningen van vlinders, zodat zijn aantekeningen niet gevonden zouden worden als hij gecontroleerd werd. Volgens Baden-Powell zelf waren er ook maar weinig mensen die ‘een halfgekke Brit op zoek naar vlinders’ zouden tegenhouden.

Baden-Powells onorthodoxe methoden trokken de aandacht van een paar hoge militairen in Groot-Brittannië, en in het voorjaar van 1894 kreeg hij een telegram van de Britse opperbevelhebber, Lord Wolseley.

‘U bent uitgekozen voor de Ashanti-campagne,’ luidde de oproep.

Vlinder

Als spion in Kroatië deed Baden-Powell alsof hij vlinders tekende, maar hij maakte schetsen van verdedigingswerken.

© Project Gutenberg

Eind 19e eeuw breidde het Britse Rijk zich in een razend tempo uit, maar niet alle landen lieten zich vrijwillig koloniseren.

Het Ashanti-koninkrijk in centraal Ghana bleef zich verzetten. De kolonisten langs de Goudkust werden aangevallen en Ashanti-soldaten sneden de handelsroutes door het koninkrijk af. Dat konden de Britten natuurlijk niet op zich laten zitten, dus moest Baden-Powell de opstandige koning Asantehene Agyeman Prempeh van de troon stoten.

Baden-Powell verzamelde een leger van 1000 man uit verschillende Afrikaanse stammen en leidde hen door de jungle om een brug te bouwen over de rivier Pra, die tussen Kumasi, de hoofdstad van Ashanti, en de Goudkust stroomde.

De expeditie werd een onverwacht succes. Terwijl de Britse soldaten in Afrika bij bosjes stierven aan ziekten, verloor Baden-Powell niet één van zijn inheemse soldaten. De brug betekende het einde van de Ashanti-koning, die zich zonder verzet gewonnen gaf. Dat beviel Baden-Powell niet. Hij schreef:

‘Helaas! Het lijkt erop dat ons werk eindigt in een vreedzame oplossing.’

Boerengezin

De Boeren stamden af van de zogenoemde Trekboeren – Nederlandse nomaden die vanuit de Zuid-Afrikaanse kust verder het binnenland in trokken.

© Photos Redux – Colourising History

De Britten wilden het goud van de Boeren

In 1881 verloor Groot-Brittannië de Eerste Boerenoorlog in Zuid-Afrika. De Boeren vormden hun eigen staat en vonden even later een enorme goudader. Na die ontdekking bereidden de Britten een nieuwe oorlog voor.

In 1886 wordt de grootste goudader ter wereld ontdekt in Transvaal, in het zuiden van Afrika. Het Britse Rijk heeft het grootste deel van Zuid-Afrika in handen, maar Transvaal en de Oranje Vrijstaat zijn onafhankelijke republieken onder leiding van Nederlandse kolonisten – de Boeren.

De Britten trokken massaal naar Transvaal om te zoeken naar nog meer goud, en de stad Johannesburg werd in een paar dagen uit de grond gestampt. Maar de Boeren waren bang dat ze een minderheid zouden worden in hun eigen land, en voeren hoge belastingen in voor nieuwkomers.

De Britten voelden zich gediscrimineerd en eisten dat de beperkingen werden opgeheven. De relatie tussen de twee landen werd nog slechter toen de Britten in 1895 tevergeefs probeerden Johannesburg in te nemen.

Maar de Britten waren vastberaden om het goud van de Boeren in handen te krijgen. Het conflict escaleerde tot vier jaar later, op 11 oktober 1899, de Tweede Boerenoorlog uitbrak.

Gefascineerd door indianentactiek

Na zijn geslaagde missie in Ashanti werd de inmiddels 40-jarige Baden-Powell benoemd tot kolonel en naar Matabeleland in Zimbabwe gestuurd. Hier werd hij goede vrienden met de Amerikaanse spoorzoeker Frederick Russell Burnham, die dienstdeed in het Britse leger.

Burnham was opgegroeid in een indianenreservaat in de Amerikaanse deelstaat Missouri en had het spoorzoeken geleerd van de Sioux-indianen.

Baden-Powell was gefascineerd door Burnham, die hij omschreef als ‘Buffalo Bill, maar dan met meer klasse’. De Amerikaan leerde zijn Britse vriend alles over de indianen, en vooral hoe ze zonder kaart of kompas de weg konden vinden in de wildernis.

indianen

Baden-Powell was gefascineerd door de indianen en gebruikte hen als inspiratie voor zijn scouting.

© Fox Photos/Stringer/Getty Images

Spionnen en spoorzoekers zoals Baden-Powell en Burnham waren erg belangrijk voor het leger in de Britse koloniën, waar de jungle traditionele oorlogsvoering zo goed als onmogelijk maakte.

En bestond nog geen verkennersbeweging voor kinderen, maar tijdens zijn gesprekken met Burnham ontstond bij Baden-Powell het eerste idee. Burnham liet Baden-Powell ook kennismaken met de Stetson-hoed en de driehoekige sjaal die o.a. beschermen tegen een zonnesteek – twee kledingstukken die later onderdeel zouden worden van het scoutinguniform.

vrijwilligers strijd aan het westfront

Na de Slag bij Magersfontein schreef generaal Piet Cronjé aan zijn president Paul Kruger: ‘Naast God moeten we de Scandinaviërs bedanken voor onze overwinning.’

© Vuosisatamme kuvissa

Scandinaviërs vechten tegen de Britten

170 Scandinavische goudzoekers sloten zich aan bij de Boeren en maakten indruk met hun heldenmoed.

Toen in 1899 de Tweede Boerenoorlog uitbrak, sloten 170 Scandinaviërs zich aan bij de Boeren. Zij deden heldhaftig werk tijdens de Slag bij Mafeking, waar ze o.a. mijnen ruimden. Na het beleg vertelde Baden-Powell dat deze Scandinavische eenheid bestond uit de meest gemotiveerde Boerensoldaten die hij had gezien.

De eenheid kwam ook in actie in de Slag bij Magersfontein, waar Boerengeneraal Cronjé 52 Scandinaviërs naar de frontlinie stuurde. Toen Cronjé ontdekte dat er 4000 Britse soldaten onderweg waren, wilde hij zijn voorhoede terugtrekken – maar zijn bevel kwam niet aan.

De 52 Scandinaviërs brachten de Britten zware verliezen toe. De Britten rukten op, maar volgens de Deense luitenant William Bærentzen, gingen de Scandinaviërs gewoon op de grond liggen en ‘schoten erop los’. Toen de eenheid werd verslagen, waren er nog maar zeven mannen over.

Hun moedige strijd had de Britten dusdanig vertraagd dat ze de Slag bij Magersfontein verloren en zich moesten terugtrekken.

Jongens vochten tegen Boeren

Baden-Powell was er inmiddels aan gewend geraakt dat hij naar de brandhaarden van het Britse Rijk werd gestuurd. In de zomer van 1899 vertrok hij naar Zuid-Afrika, waar een nieuwe Boerenoorlog dreigde in twee koloniale staten, de republieken Transvaal en Oranje Vrijstaat.

De Boeren waren Nederlandse kolonisten die zich tijdens de Eerste Boerenoorlog (1880-1881) hadden bevrijd van het Britse gezag. Maar vanwege enorme goudvondsten in 1884 was het gebied heel aantrekkelijk, en dus was het een kwestie van tijd voordat er een nieuwe oorlog uitbrak.

Dat gebeurde op 11 oktober 1899 – en Baden-Powell kreeg opdracht om het stadje Mafeking te verdedigen. Als Mafeking standhield, konden de Boeren niet verder optrekken naar de Britse koloniën en de Kaapkolonie (het huidige Zuid-Afrika) en Rhodesië (Zambia en Zimbabwe).

Maar in Mafeking was Baden-Powell hopeloos in de minderheid. De stad lag vlakbij de grens met Transvaal en werd al snel omsingeld door Boeren. Maar Baden-Powell was ervan overtuigd dat hij met zijn onorthodoxe methoden en acteertalent de Boeren kon tegenhouden.

vrouw schiet

Niet alleen de jongens van het Cadettenkorps, maar ook de vrouwen in Mafeking vochten tegen de Boeren.

© Granger/Imageselect

Maar eerst had hij meer mannen nodig, dus op basis van zijn eerdere ervaringen richtte hij een legereenheid op die bestond uit 200 Afrikaanse soldaten – de ‘Zwarte Wacht’.

Daarnaast richtte hij een eenheid van jongens op onder leiding van de 13-jarige Warner Goodyear. Deze eenheid kreeg de naam Cadettenkorps en bestond uit 64 jongens uit de stad. De kinderen droegen kaki-shorts en Stetson-hoeden en hielpen om het fort te versterken, de vijand te bespioneren en op fietsen berichten rond te brengen. Dankzij de inzet van het Cadettenkorps konden de volwassen soldaten zich richten op de verdediging van de stad.

Het Cadettenkorps was zo succesvol omdat Baden-Powell hen niet als kinderen behandelde, maar erop vertrouwde dat ze zelf de juiste beslissingen zouden nemen. Tijdens een bombardement zei Baden-Powell tegen een fietskoerier:

‘Als je zo rond blijft fietsen, word je nog geraakt!’ De jongen reageerde: ‘Ik fiets zo snel, sir, dat de bommen me niet kunnen raken.’

Verantwoording afleggen werd later een hoeksteen van scouting. Zoals Baden-Powell schreef in zijn bestseller Scouting for Boys uit 1908: ‘Hoe meer verantwoordelijkheid een scoutingleider zijn patrouilleleiders geeft, hoe meer initiatief ze zullen nemen.’

baden powell met scouts

Baden-Powell vertelde graag grappige verhalen over het beleg van Mafeking aan de nieuwe generatie scouts.

© Central Press/Stringer/Getty Images

Vijand misleid door verkennerstrucs

Baden-Powell en zijn 1200 soldaten waren zwaar in de minderheid tijdens het beleg van Mafeking. Maar de onorthodoxe kolonel misleidde de Boeren met slimme verkennerstrucs.

Baden-Powell werd publiekslieveling

Baden-Powells tegenstander, de Boerengeneraal Piet Cronjé, had orders gekregen dat hij niet meer dan 50 man mocht verliezen bij de verovering van Mafeking. De Boeren dachten dat de stad snel zou vallen – maar ze wisten ook dat de Britten veel grotere verliezen konden incasseren dan het kleine Boerenleger.

Dus durfde Cronjé de stad niet aan te vallen. In plaats daarvan probeerde hij de stad te verzwakken met constante bombardementen, maar zijn artillerie was slecht en veel granaten gingen nooit af. Bovendien had Baden-Powell een alarmsysteem ontwikkeld, dat de inwoners van Mafeking waarschuwde voor bombardementen.

zwart wit schilderij

Net als de cadetten, hielden ook de Afrikanen van de ‘Zwarte Wacht’ de kanonnen van de Boeren in de gaten. Als er geschoten werd, klingelden ze met een bel om de inwoners te waarschuwen.

© Hall/Bridgeman Art Library/Ritzau Scanpix

Maar de Britse kolonel wilde zich niet alleen verstoppen. Hij liet zijn soldaten ook steeds nieuwe verrassingsaanvallen uitvoeren op de nietsvermoedende Boeren. Voor de meest succesvolle aanvallen gebruikte hij een kleine stoomlocomotief die met twee bepantserde wagons het gebied van de Boeren binnenreed.

Bij de eerste aanval op 14 oktober 1899 wisten de Boeren niet wat hen overkwam. Ze schoten hun geweren leeg op de treinwagons, maar hun kogels ketsten af op de stalen platen. Tegelijkertijd schoten de Britten met machinegeweren en binnen 20 minuten lag de kale grond bezaaid met 55 dode en talloze gewonde Boeren. Slechts twee Britten kwamen om.

Baden-Powells onconventionele ideeën hadden het beoogde effect. De Boeren verspilden hun tijd en munitie door te schieten op de Britse nepsoldaten en namaakforten, en met zijn jongensleger was hij hen altijd een stap voor.

gepantserde trein

Omdat er een tekort aan goede artillerie was, was de gepantserde trein een belangrijk wapen.

© Popperfoto/Getty Images

Na een paar maanden veranderden de Boeren hun tactiek. Ze dachten dat honger en ziekte Mafeking tot overgave zouden dwingen. En ze kregen bijna gelijk. Honderden mensen in de stad stierven aan dysenterie en malaria. Ook raakte het voedsel op, waardoor de soldaten paarden en ezels moesten eten.

Maar Baden-Powell gaf de hoop niet op en deed alles om de moraal hoog te houden. Hij organiseerde toneelstukken met zichzelf in de hoofdrol – soms zelfs in een jurk.

Volgens de Britse korporaal Rose, die ook in Mafeking vocht, was Baden-Powell ‘altijd vrolijk en opgewekt, en hij zag er nooit bezorgd uit’.

‘Het beleg van Mafeking werd op de voet gevolgd door de media en het hele land kijkt ademloos en vol spanning toe.’ De krant The Spectator

Het beleg werd op de voet gevolg door de Britse pers. Het heldhaftige verzet in Mafeking stond in schril contrast met de rest van de oorlog, die vooral bestond uit Britse nederlagen en internationale verontwaardiging.

Mafeking gaf het Britse volk het succesverhaal dat ze zo hard nodig hadden. De Britse krant The Spectator schreef: ‘Het beleg van Mafeking werd op de voet gevolgd door de media en het hele land kijkt ademloos en vol spanning toe.’

Wat ook hielp, was dat Baden-Powell zich goed wist te presenteren in de pers, die dol was op zijn droge commentaren vanaf de frontlinie. Hij stuurde bijvoorbeeld een telegram met de tekst: ‘Vier uur bombardementen. Eén hond gedood.’

Ook beweerde hij dat het Boerenleger uit wel 12.000 man bestond, en overdreef hij de verliezen van de Boeren en het strategisch belang van Mafeking – in feite waren de meeste Boerensoldaten al vertrokken en werd de stad belegerd door slechts 1000 man.

Boeren zetten wanhoopsaanval in

In het voorjaar van 1900 was de situatie in Mafeking uitzichtloos. Er heerste ziekte en honger, de Boeren kwamen dichterbij en in Groot-Brittannië groeide de ontevredenheid over de gebrekkige steun aan Baden-Powell.

Groot-Brittannië kon de stad, die zich zes maanden zo heldhaftig had verzet, niet verliezen. In mei 1900 verzamelde de commandant van de Zuid-Afrikaanse troepen, lord Roberts, 1149 man om Baden-Powell en zijn mannen te bevrijden.

Toen de Boeren dat hoorden, deden ze een laatste, wanhopige poging om Mafeking in te nemen.

bestorming Mafeking oorlog

De Boeren probeerden wanhopig om Mafeking in te nemen voordat de Britse versterkingen er waren.

© Internet Archive Book Images

Onder leiding van de jonge officier Sarel Eloff bestormden 240 Boerensoldaten de stad. En voor het eerst hadden de Boeren geluk. Er werden hutten in brand gestoken en Eloff en zijn mannen bezetten het politiebureau.

Met het politiebureau als hoofdkwartier vochten de Boeren bloedige straatgevechten uit met de Britten, maar door onenigheid tussen de Boerenleiders werden er geen troepen gestuurd om hen te ondersteunen. De Boerenleiders beseften dat de strijd verloren was en wilden niet nog meer mannen verliezen.

Toen lord Roberts vier dagen later met zijn 1149 mannen arriveerde, gaf Eloff zich over. Een vijfde van zijn mannen was gesneuveld en nog meer mensen raakten gewond.

hitlerjugend

De Hitlerjugend was sterk geïnspireerd op de scouting en ook gericht op het buitenleven. Na verloop van tijd werden de activiteiten militaristischer.

© Meinhard Fenske

Britse held in zwartboek van de nazi’s

Adolf Hitler verbood de Duitse scouting. Hij vond dat Baden-Powell staatsgevaarlijk was en wilde hem arresteren na de invasie van Groot-Brittannië. Maar de scoutingleider zelf was gefascineerd door het fascisme.

De scoutingorganisatie van Baden-Powell werd populair in Duitsland en telde duizenden leden toen Adolf Hitler in 1933 aan de macht kwam. Twee jaar later werd de beweging verboden, omdat Hitler bang was dat er antifascistische saboteurs uit voort zouden komen. In plaats daarvan moesten alle Duitse kinderen lid worden van de paramilitaire Hitlerjugend, die sterk leek op de scoutingbeweging, maar volledig onder controle van de nazi’s stond.

De nazi’s vonden de inmiddels 80-jarige Baden-Powell zo gevaarlijk dat hij in hun zogenoemde ‘zwartboek’ kwam – een lijst met 2820 Britten die gearresteerd moesten worden na de geplande invasie van Groot-Brittannië.

Maar Baden-Powell had sympathie voor het fascisme. In 1939, twee jaar voor zijn dood, schreef de scoutingleider in zijn dagboek:

Mein Kampf gelezen. Een prachtig boek met goede ideeën over onderwijs, gezondheid, propaganda, organisatie enzovoort.’

Vanwege Baden-Powells bewondering voor Hitler werd zijn standbeeld in de Britse stad Poole verwijderd.

Held van Mafeking gaat bij de scouting

Na 217 dagen werd Mafeking eindelijk bevrijd. Toen het nieuws Londen bereikte, was de patriottische bevolking in extase. Op straat werd ‘God Save the Queen’ en ‘Rule Brittannia’ geroepen. Mensen omhelsden elkaar en gooiden hun hoeden in de lucht om de overwinning te vieren.

Baden-Powell werd een nationale held en ontving duizenden brieven, geadresseerd aan de ‘held van Mafeking’.

Ook was het oorlogstij gekeerd in het voordeel van de Britten. In 1902 werden de laatste Boeren verslagen en werden Transvaal en Oranje Vrijstaat geannexeerd door het Britse Rijk.

vreugde op straat

Londen was in extase toen het nieuws over de bevrijding van Mafeking bekend werd gemaakt.

© World Image Archive/Imageselect

Toen Baden-Powell in 1903 terugkeerde naar Groot-Brittannië, ontdekte hij dat een boekje dat hij kort voor het beleg had geschreven een bestseller was geworden. Zijn Aids to Scouting ging over militaire verkenning en was helemaal niet voor de burgerbevolking bedoeld, maar iedereen wilde alles lezen over Baden-Powell en zijn slimme trucs.

Door het succes van zijn boek en de jongenseenheid die hij in Mafeking had opgericht, besloot Baden-Powell zijn kennis te delen met de jeugd. In 1908 schreef hij Scouting for Boys – een bestseller waar tot op heden meer dan 150 miljoen exemplaren van zijn verkocht.

Op verzoek van koning Edward VII trok Baden-Powell zich in 1910 terug uit het leger en werkte hij aan een internationale scoutingbeweging. Datzelfde jaar richtte hij met zijn zus Agnes ook een scouting voor meisjes op.

In de jaren daarna reisde Baden-Powell de hele wereld over om lezingen te houden over het scoutingleven. In 1922 waren er één miljoen actieve scouts in 32 landen. Tegenwoordig telt de scouting 31 miljoen leden in 155 landen.

Pas in 1937, op 79-jarige leeftijd, ging Robert Baden-Powell met pensioen en droeg hij de scouting over aan anderen. Hij overleed vier jaar later in zijn huis in Kenia. Met 50.000 bezoekers per jaar is zijn graf een van de meest bezochte bedevaartsoorden ter wereld. Op zijn grafsteen staat een cirkel met een punt in het midden – het internationale scoutingsymbool voor ‘ik ben weer thuis’.