Zuidelijke schepen terroriseren het Noorden

James Dunwoody Bulloch is in juni 1861 op een geheime missie naar Liverpool. Hij wil een marine opzetten die het Noordelijke embargo tegen de Zuidelijke havens kan doorbreken.

James Dunwoody Bulloch is in juni 1861 op een geheime missie naar Liverpool. Hij wil een marine opzetten die het Noordelijke embargo tegen de Zuidelijke havens kan doorbreken.

Imageselect

James Dunwoody Bulloch is een beetje de kluts kwijt als hij op 8 mei 1861 ’s morgens vroeg het regeringsgebouw binnenstapt in Montgomery, de hoofdstad van Alabama. Voor de zuilenrij van dit gebouw liet Jefferson Davis zich drie maanden eerder uitroepen tot president van de Geconfedereerde Staten van Amerika, een nieuwe natie die de Zuidelijke slaveneconomie moest veiligstellen.

Bulloch is een voormalig officier van de Amerikaanse marine en is naar Montgomery gehaald om Stephen Mallory te ontmoeten, de Zuidelijke minister van Marine.

Een assistent brengt Bulloch naar het kantoor van de minister. Mallory, een gedrongen man met bakkebaarden, valt
meteen met de deur in huis.

‘Zorg zo snel mogelijk voor een aantal kruisers en stuur zo veel mogelijk oorlogsmaterieel.’ Stephen Mallory, minister van Marine van de Confederatie

‘Goed om u te zien. U gaat naar Europa. Wanneer kunt u vertrekken?’ vraagt hij Bulloch.

‘Ik kan vertrekken zodra u me vertelt wat ik moet doen,’ antwoordt Bulloch kalm.

Mallory legt uit dat de situatie penibel is. De Noordelijke Staten, de Unie, hebben de Zuidelijke havens geblokkeerd, en zonder wapenleveranties en betalingen voor de katoenexport zal de Confederatie niet lang overleven.

Helaas heeft de nieuwe staat geen noemenswaardige oorlogsvloot. Om precies te zijn is er één vaartuig: een omgebouwde stoomboot. Over werven beschikt het Zuiden evenmin.

De minister heeft dan ook een heldere opdracht voor de nieuwe vlootcommandant: ‘Zorg zo snel mogelijk voor een aantal kruisers en stuur zo veel mogelijk oorlogsmaterieel.’

©

Zuidelijke agenten geven waarschuwing

Juni 1861: Bulloch is met zijn vrouw aangekomen in Engeland. De Britten zijn neutraal in de burgeroorlog, onder meer omdat hun textielindustrie niet zonder katoen uit de Confederatie kan.

Als Bulloch een eenvoudig kantoor in Londen binnenstapt, wordt hij met een handdruk welkom geheten door de Zuidelijke agenten Ambrose Dudley Mann en William L. Yancey.

De voorgaande maanden zijn verschillende agenten de oceaan overgestoken om de Britten ertoe te bewegen de Confederatie militair en politiek te steunen. Mann en Yancey behoren tot de belangrijkste.

De diplomatieke spelregels zijn ingewikkeld. Door de blokkade van de Zuidelijke havens heeft president Lincoln de Confederatie indirect erkend als oorlogvoerende mogendheid: hij ziet ze blijkbaar niet meer als een stelletje opstandige staten. In dit grijze gebied hoopt Bulloch de kans te krijgen aan schepen te kunnen komen.

‘Kijk een beetje uit,’ waarschuwen de twee agenten, waarna ze Bulloch met een bemoedigend schouderklopje veel succes wensen in de havenstad Liverpool.

Mann en Yancey beseffen dat Bulloch met zijn missie de grenzen van de wet ruimschoots zal overschrijden. Hij kan alleen slagen als de Engelsen een oogje toeknijpen.

De Confederatie had soldaten en materieel te kort, maar won toch de eerste grote confrontatie van de burgeroorlog: de Eerste Slag bij Bull Run.

© Granger/Imageselect

Een discrete bestelling

Juli 1861: In Liverpool hoort Bulloch dat hij best vaartuigen mag bestellen, maar geen oorlogsschepen. Hij trekt zich er niets van aan.

Het is een drukte van belang op de scheepswerf. De rook kringelt omhoog uit de schoorstenen van de vele werkplaatsen op het enorme terrein, en overal klinkt het geluid van hamers op metaal.

Bulloch loopt langs de vier grote dokken aan de rivier de Mersey. De werf Birkenhead Ironworks staat bekend als de beste van Liverpool.

‘We hebben orders om de beste materialen te gebruiken en het schip zo sterk mogelijk te maken. Geen andere boot is zo degelijk gebouwd als deze.’ Opzichter over het Zuidelijke schip CSS Alabama

Bulloch heeft een afspraak met de eigenaar, John Laird, die lid is van het Lagerhuis en vaak de kant van de Confederatie kiest.

Op het kantoor van de werf ondertekent Bulloch het koopcontract voor een kruiser, nummer 290 in de administratie van de werf. Met een handdruk verlaat Bulloch tevreden het bedrijf. Hij kan vertrouwen op de discretie van Laird: het vaartuig wordt niet geregistreerd als oorlogsschip.

Geheime smokkeloperatie

Augustus 1861: De Confederatie heeft een groot tekort aan wapens. Terwijl Bulloch op zijn kruiser wacht, begint hij aan zijn volgende missie.

Bulloch slaat de zeelieden gade die het laadruim vullen van de Bermuda, een 64 meter lange stomer met plaats voor 716 ton aan goederen.

Die moet een grote lading wapens en munitie naar de Confederatie brengen. Het ruim bevat buskruit en kisten met 25.550 geweren. Het schip wordt in alle stilte geladen in West Hartlepool aan de Engelse noordoostkust.

Bulloch is meegereisd om toezicht te houden. De ervaren marineofficier heeft al zijn aandacht bij de activiteiten rond het schip en merkt niet dat een man aan de andere kant van het dok hem in de gaten houdt en druk aantekeningen maakt in een opschrijfboek.

Noordelijke spion komt in actie

Mei 1862: Bulloch is terug in Liverpool. Terwijl hij in Noord-Engeland was, heeft de Noordelijke consul in de stad een spionagenetwerk opgezet.

Als vroegere politieagent heeft Matthew Maguire het vertrouwen van de plaatselijke bevolking. Als hij in de haven een praatje maakt met een opzichter, gaat het gesprek snel in de richting waar Maguire op had gehoopt.

De werf bouwt een nieuw, bijzonder schip, vertelt de opzichter. De romp is van het beste Engelse eikenhout, en de stoommotor is geheel van koper en messing. De dekken zijn versterkt: een merkwaardige maatregel voor een gewoon passagiers- of vrachtschip.

‘We hebben orders om de beste materialen te gebruiken en het schip zo sterk mogelijk te maken. Geen andere boot is zo degelijk gebouwd als deze,’ vertelt de opzichter van de werf vol trots aan Maguire.

Nu durft Maguire een stapje verder te gaan: ‘Wordt het schip gebouwd voor de Zuidelijke Staten?’ vraagt hij.

‘Ongetwijfeld,’ antwoordt de opzichter.

In de jaren 1860 was het een komen en gaan van schepen in Liverpool.

© Streets of Liverpool - A Pictorial History of Liverpool

Britse stad was middelpunt van de wereldzeeën

Rond 1860 was Liverpool de bedrijvigste haven ter wereld. Zo’n 5000 schepen deden de stad in dat jaar aan.

D e groei van Liverpool begon toen een schip uit Amerika in 1648 voor het eerst de haven aandeed. Aanvankelijk werden er stoffen, kolen en zout uit Engeland geruild voor suiker en tabak uit de koloniën.

De ontwikkeling kwam in een stroomversnelling toen schepen uit Liverpool in 1699 slaven over de Atlantische Oceaan begonnen te vervoeren. 150 jaar lang groeide de haven als kool.

De rivier de Mersey, die Liverpool met de open zee verbindt, werd in de 18e eeuw uitgebreid met een aantal kanalen, onder meer naar Manchester in het binnenland. Daar ontstonden in die tijd de eerste grote textielfabrieken.

Het katoen voor de stoffen kwam vooral van de Amerikaanse slavenplantages en de kooplieden van de stad liepen binnen met de import van katoen en de export van stoffen. Ook slavenhandelaren en suikerimporteurs beleefden gouden tijden, en de rijkdom trok veel nieuwe inwoners aan.

De cijfers spreken voor zich: terwijl Liverpool in 1801 83.000 inwoners had, woonden er in 1861 al 462.749 mensen in de stad. Liverpool was daarmee de op een na grootste stad van Groot-Brittannië en moest slechts Londen boven zich dulden.

Spion woont tewaterlating bij

15 mei 1862: Bulloch heeft gemerkt dat hij wordt geschaduwd. Maar de tewaterlating van zijn nieuwe schip wil hij voor geen goud missen.

FVanuit een raam in het gebouw van Birkenhead Ironworks ziet Bulloch hoe schip nummer 290 van de helling af glijdt. De ranke romp stuwt een hoge golf op, waarna het schip langzaam tot rust komt op de Mersey.

Bulloch ziet iets wapperen in een hoek van zijn blikveld. Het is een hoofddoek. Zijn vrouw Harriott heeft die in alle opwinding verloren, en hij is op de straatstenen bij het kantoorgebouw beland. Een arbeider raapt hem op.

Bullochs oog valt op een gedaante. Niet ver van de scheepsbouwer met de hoofddoek van Harriott staat een man die Bulloch al veel vaker heeft gezien.

Hij weet dat hij Matthew Maguire heet en dat hij een spion voor de Unie is. De blikken van de twee mannen ontmoeten elkaar even.

Bulloch krijgt verontrustend nieuws

26 juli 1862: De Noordelijke spionnen hebben verslag gedaan aan de Britse autoriteiten. Ze denken dat Bullochs nieuwe schip illegaal is.

De Zuidelijke vlootcommandant waant zich steeds meer bespied in zijn kantoor aan Rumford Place 10 in Liverpool, niet ver van de haven.

Het kantoor is weliswaar extra beveiligd met een deur die rechtstreeks naar de achteruitgang leidt, zodat bezoekers het gebouw ongezien kunnen binnengaan, maar Bulloch is er niet gerust op. Hij heeft het gevoel dat de Britse autoriteiten precies weten waar hij mee bezig is – en terecht.

Van een Zuidelijke agent krijgt hij zorgwekkend nieuws: schip 290 moet binnen 48 uur de Britse vaarwateren verlaten, anders wordt het aan de ketting gelegd. Bulloch spoedt zich naar de scheepswerf.

Zuidelijk schip ontglipt de Britten

28 juli 1862: Schip 290 is klaar om te vertrekken en aan de Britse autoriteiten te ontsnappen.

Bulloch heeft de afvaart in het diepste geheim voorbereid. Officieel gaat het om een feestelijke proefvaart, maar een paar uur voor vertrek neemt hij de kapitein apart.

‘We gaan niet terug naar Liverpool. Neem een paar ton kolen extra aan boord,’ fluistert hij. ’s Avonds heet Bulloch de ruim 40 zeelieden welkom die zijn aangemonsterd op het schip. Ze mochten hun vrouw en kinderen meenemen, want het moet nog steeds op een ontspannen proefvaart lijken.

De vrouwen hebben zich in hun beste goed gestoken en de stemming zit erin als ze plaatsnemen op het versierde achterdek. Het schip licht het anker en vaart de haven uit.

Spionnen van de Unie staan machteloos

30 juli 1862, ’s middags: De Noordelijke consul Dudley is woedend omdat de Britse bureaucratie Bulloch heeft laten wegglippen.

‘Het schip heeft buskruit aan boord en er bevinden zich zes kanonnen in het laadruim,’ leest Thomas Haines Dudley van het briefje dat op zijn bureau ligt.

De consul van de Unie in Liverpool probeert kalm te blijven, maar vanbinnen kookt hij van woede.

Hebben de heren misschien zin in een tochtje naar Havana? Ze krijgen een maand salaris vooruitbetaald. James Dunwoody Bulloch werft zeelieden voor zijn geheime oorlogsschip

Zijn spionnen hebben het Zuidelijke schip geobserveerd sinds het de haven verliet. Maar de Britten zijn niet in actie gekomen.

Nu heeft het schip alle kans om weg te komen. Dudley haast zich naar het gebouw van de douane om te vragen wat er precies aan de hand is.

De douanier is zichtbaar niet op zijn gemak en draait om de hete brij heen. Hij beweert ‘niets gezien te hebben wat verder ingrijpen vergt’.
Buiten zinnen van woede verlaat Dudley het kantoor.

Oorlogsschip verlaat Britse wateren

30 juli 1862, 19.00 uur: De Unie zoekt met het oorlogsschip USS Tuscarora naar Bulloch.

Van zijn spionnen weet Bulloch dat hij op zijn tellen moet passen. De vijand gaat ervan uit dat hij meteen koers zet naar Amerika, en Bulloch blijft dan ook aanvankelijk in de Britse wateren voor de kust van Wales.

Daar heeft het schip de verplichte proefvaart inmiddels gemaakt. Tot nu toe heeft Bulloch de bemanning in de waan gelaten dat het om een uitstapje gaat. De gasten zitten in de hoofdkajuit van het schip. De steward heeft de tafels feestelijk gedekt, en de rum vloeit rijkelijk.

Als ze uitgegeten zijn, roept Bulloch de zeelieden bij elkaar op het achterdek. Het schip heeft zijn proef ‘met vlag en wimpel doorstaan’, verklaart hij plechtig.

De eigenaren willen echter graag tijd en kosten besparen door niet terug naar Liverpool te gaan. Hebben de heren misschien zin in een tochtje naar Havana? Ze krijgen een maand salaris vooruitbetaald.

De mannen bespreken het aanbod met hun vrouw. Het is aantrekkelijk, en slechts een enkeling zegt nee. De weigeraars gaan korte tijd later met de gasten van boord.

Zodra ze weg zijn, maakt de bemanning het schip vaarklaar. Even na middernacht wordt het anker gelicht en zet het vaartuig koers naar Amerika. Nu kan het zijn echte naam gebruiken: de CSS Alabama.

Om de oorlogsschepen van de Unie te mijden, was de Alabama bijna voortdurend onderweg.

© Tomfreemanart.com

Goed uitgerust

De Alabama had zes 32-ponder voorlaadkanonnen, drie aan stuurboord en drie aan bakboord.

Midscheeps zaten twee zware draaikanonnen: één voor (met 68-ponders) en één achter de mast (met 100-ponders).

De onderkant was met koper bekleed, waardoor het vaartuig sterker was en minder aangroei had. Het hoefde dan ook niet zo vaak naar de haven voor reparatie als andere schepen.

Met een condensator kon de bemanning zeewater omzetten in drinkwater. Op die manier kon de Alabama een paar maanden achtereen op zee blijven.

Zuidelijke kapers maken Cariben onveilig

7 december 1862: De Alabama heeft op de Azoren buskruit en wapens geladen en een nieuwe kapitein gekregen: de marineofficier Raphael Semmes.

De CSS Alabama navigeert door de Windward Passage, de drukke, 80 kilometer brede zeestraat tussen Cuba en Haïti. Hier varen schepen die goederen van New York naar de Amerikaanse westkust brengen.

In Panama wordt de lading over land van de Atlantische naar de Stille Oceaan vervoerd. Het is de perfecte plaats voor een hinderlaag.

Als de uitkijk van de Alabama een grote raderboot in de smiezen krijgt, stookt kapitein Semmes de ketels op en zet hij de achtervolging in. Het schoepenrad van de vijandelijke boot zweept grote vlokken schuim op, maar het logge vaartuig weet niet aan de snelle kruiser te ontsnappen.

Zodra de raderboot binnen bereik is, vuurt de Alabama zijn kanonnen af. Een kogel boort zich in de voorste mast, die bijna wordt doorkliefd, maar de kogel ontploft niet.

De kapitein van de raderboot beseft dat hij geen kans maakt en laat de vlag strijken. Semmes geeft zijn tweede man bevel de boot te enteren.

Het blijkt om de postboot Ariel van de Amerikaanse regering te gaan, en in het ruim vindt Semmes 10.000 dollar aan contanten – zo’n 175.000 euro naar de huidige maatstaven.

Zeeslag eindigt in overwinning

11 januari 1863: De poging om de scheepsbouw voor de Confederatie in Groot-Brittannië te stoppen is mislukt. Het Zuiden heeft nu honderden schepen, en de Unie blokkeert de belangrijkste havens, waaronder Galveston in Texas.

Het is een donkere nacht als kapitein Semmes van de Alabama Galveston nadert. In het schijnsel van de sterren ziet hij de contouren van een handjevol oorlogsschepen die de invaart naar de haven bewaken. Nu moet de Alabama laten zien wat hij waard is, maar eerst moet de vijand naar open zee gelokt worden.

Semmes wacht tot de blokkadeschepen hem hebben gezien. In de hoop dat de kapiteins denken dat hij op de vlucht slaat, keert hij om en vaart hij richting Golf van Mexico. De list werkt. Al snel zet de USS Hatteras, een kanonneerboot van 1126 ton, de achtervolging in.

‘De Confederatie heeft in feite een ministerie van Financiën, van Marine enzovoort. Het is net alsof de oorlog door de Engelsen wordt gevoerd vanuit Engeland!’ Charles Francis Adams, Noordelijke ambassadeur in Londen

De Noordelijke kapitein is zo opgewonden dat hij niet merkt dat de andere schepen hem niet volgen. Die blijven trouw de haven bewaken.

Zo’n 32 kilometer van de kust keert de Alabama opnieuw om.

‘Wie zijn jullie?’ klinkt het van het Noordelijke schip.

‘Dit is de stomer Petrel van Hare Britse Majesteit,‘ roept kapitein Semmes terug.

Het blijft een paar seconden stil, waarna de kapitein van het Unieschip meedeelt dat hij een paar mannen in een bootje naar het vreemde vaartuig stuurt.

‘Prima!’ roept Semmes terug, waarna hij zich omdraait en beveelt de kanonnen in gereedheid te brengen.

‘Dit is de stomer Alabama van de Confederatie!’ roept de ondercommandant een paar seconden later.

Het laatste deel van zijn woorden wordt overstemd door het oorverdovende geknal van de kanonnen. De vijand beantwoordt het vuur: de zeeslag is begonnen.

Al snel maakt de Hatteras slagzij, en na slechts een kwartier zinkt de zwaar gehavende kanonneerboot. Semmes laat de sloepen te water om de vijandelijke bemanning op te pikken.

Mol ontdekt geheim wapen

Juli 1863: De Unie heeft beslissende overwinningen geboekt bij Gettysburg en Vicksburg, maar de Amerikaanse Burgeroorlog is nog niet voorbij.

George Chapman werkt als scheepsbouwer bij Birkenhead Ironworks in Liverpool. Maar hij is ook spion voor de Noordelijke Staten. De Engelsman brieft alles door wat hij ziet, en wat hij niet met eigen ogen waarneemt, ontfutselt hij aan zijn collega’s op de werf.

Op een dag maakt Chapman een praatje met twee arbeiders. Die vertellen over een bijzonder schip dat net van stapel is gelopen.

Het vaartuig lijkt met zijn slanke silhouet op een gewoon zeeschip, maar de romp is bedekt met dikke ijzeren platen en het onderste deel van de boeg steekt als een scheermes boven het water uit. Midscheeps is plaats voor een kanontoren, die het schip in staat zou stellen in alle richtingen te vuren.

‘We durven wel te zeggen dat dit een ironclad is (een bepantserd schip, red.) van het angstaanjagendste soort, en dat het voor geen ander doel dan oorlog gebouwd kan zijn,’ vertrouwt een van de mannen Chapman toe.

De spion geeft deze informatie door aan Dudley.

James Murray Mason (staand) en John Sliddell (inzet) probeerden Groot-Brittannië en Frankrijk over te halen de Noordelijke Staten de oorlog te verklaren.

© National Archives at College Park & Library of Congress

Engeland had de Unie bijna de oorlog verklaard

De Uniekapitein Charles Wilkes bracht in november 1861 het Britse schip Trent op. Aan boord arresteerde hij de Zuidelijke agenten James Murray Mason en John Sliddell.

De Britten waren woedend over wat in hun ogen een schending van het zeerecht was en dreigden de Noordelijke Staten de oorlog te verklaren.

Er werden versterkingen gestuurd naar het Britse Canada, en schepen van de Royal Navy staken de Atlantische Oceaan over.
President Lincoln zat niet te wachten op oorlog met de Engelsen, en op 26 december werden de Britse ambassadeur excuses aangeboden. De twee agenten werden vrijgelaten.

Unie en Engeland raken bijna slaags

5 september 1863, Londen: Consul Dudley heeft Charles Francis Adams, de ambassadeur van de Unie in Londen, verteld dat de Confederatie ook ijzeren schepen aan het bouwen is in Liverpool.

Dudley snapt meteen hoe ernstig de situatie is als hij de Londense residentie van Adams binnenkomt. De ambassadeur ijsbeert door zijn kantoor terwijl hij prevelt dat hij geen alternatief voor oorlog ziet.

Na de overwinning bij Gettysburg in juli kreeg de Unie de overhand in de oorlog, maar als het Zuiden aan ijzeren schepen weet te komen, kan alles anders worden. De gepantserde vaartuigen kunnen de Noordelijke havens binnendringen en steden als New York en Boston aanvallen.

‘Honderden Engelse stomers en andere vaartuigen vervoeren munitie en voorraden voor de rebellen. En daarbij komen de oorlogsschepen die er zijn of in aanbouw zijn. De Confederatie heeft in feite een ministerie van Financiën, van Marine enzovoort. Het is net alsof de oorlog door de Engelsen wordt gevoerd vanuit Engeland,’ zegt Adams duidelijk aangedaan.

‘Als u me de gelegenheid biedt kolen te laden, zal ik u aanvallen.’ Raphael Semmes, kapitein van de CSS Alabama, tegen de kapitein van de USS Kearsarge

Na een diepe ademteug vervolgt de ambassadeur: ‘De regering (de Unie, red.) heeft haar opties op een rijtje gezet, en er is besloten om in actie te komen. We kunnen de zaken niet langer op hun beloop laten.’

Dudley kijkt Adams verschrikt aan. Het vooruitzicht van een oorlog met Groot-Brittannië is niet aantrekkelijk: ‘De Engelse marine is sterker dan die van ons. Ze zullen ons waarschijnlijk verslaan op zee. Misschien branden ze ook nog wel een paar steden aan de oostkust plat.’

‘Het is maar goed dat onze regering de omvang van de Engelse steun aan het Zuiden niet kent,’ zegt Dudley om Adams op te beuren, maar het is vergeefs.

‘We kunnen altijd Canada binnenvallen met onze troepen, maar denk eens aan de kosten – ook in mensenlevens,’ zegt Adams zonder naar Dudley te luisteren.

Het doemdenken van de ambassadeur wordt onderbroken door de deurbel. Een boodschapper levert een bericht af: de Britse regering overweegt inbeslagname van de schepen, luidt de inhoud.

‘Ze halen bakzeil!’ roept Dudley enthousiast.

‘Het lijkt er wel op,’ stelt Adams opgelucht vast.

Britten laten Zuiden in de steek

10 oktober 1863: Om oorlog met de Unie te voorkomen confisqueren de Britten de Confederatieschepen.

De regeringsfunctionarissen lopen doelgericht naar de kade in Liverpool, waar twee ijzeren schepen liggen te wachten.

Met een stuk krijt tekenen ze een brede pijl op de masten van de vaartuigen: al sinds de 14e eeuw een teken dat een schip of een ander object toebehoort aan de Britse kroon. Hierna worden de schepen dag en nacht bewaakt.

Het nieuws bereikt al snel het kantoor van de Zuidelijke vlootcommandant Bulloch. Hij beseft dat hij de regels niet meer kan omzeilen in Liverpool. Het ziet er niet goed uit.

Semmes wijkt uit naar Frankrijk

11 juni 1864: Unietroepen zijn diep doorgedrongen in het Zuiden. De burgeroorlog lijkt beslist.

Kapitein Semmes inspecteert zijn schip. De Alabama is er niet best aan toe. De planken zijn gescheurd, de dekken doorgezakt en de ketels aangetast door het zoute water, en de onderkant zit vol zeepokken en wier.

In een tijd dat bijna alle schepen jaarlijks groot onderhoud nodig hebben, is de Alabama bijna 22 maanden lang onafgebroken op zee geweest.

De Franse haven Cherbourg aan het Kanaal heeft echter aangeboden het schip tijdelijk onderdak te bieden. Iets na het middaguur meert de Alabama aan.

De opgevoerde katoenteelt was een van de oorzaken van een grote hongersnood in India in de tweede helft van de 19e eeuw.

© British Royal Photography Services

Zeeblokkade Zuiden leidde tot honger in India

Aan het begin van de Amerikaanse Burgeroorlog was Groot-Brittannië de grootste industriële natie ter wereld dankzij de textielproductie. Tot dan haalden de Britten het katoen vooral uit de Zuidelijke Staten.

De Britse textielfabrieken waren in de jaren 1860 afhankelijk van goedkoop, door slaven geproduceerd katoen uit de Zuidelijke Staten van de VS. De blokkade door de Unie van de Zuidelijke havens was dan ook een ramp, en in 1862 kelderde de katoenexport.

De industrie ging koortsachtig op zoek naar nieuwe katoenmarkten. ‘Haal zo veel mogelijk uit India,’ zei Charles Wood, de minister voor die kolonie.

De import uit India loste het aanvoerprobleem in Engeland op, maar had plaatselijk rampzalige gevolgen.

‘De uitbreiding van het teeltgebied van katoen gebeurde vooral door geen gierst, peulvruchten, linzen enzovoort te oogsten,’ schreef een belastingbeambte in 1864. In combinatie met een hevige droogte leidde de omschakeling op katoen tot een gebrek aan basisvoedsel in India, en in 1864 en 1865 stegen de prijzen met 325 procent. Een hongersnood was onvermijdelijk.

In de jaren 1870 verhongerden 6 tot 10 miljoen mensen, en in 1890 meldde het Britse medische tijdschrift The Lancet dat er in totaal 19 miljoen doden waren gevallen door de enorme hongersnood.

Alabama zit vast in Cherbourg

19 juni 1864: Frankrijk is neutraal in de Amerikaanse Burgeroorlog en wil niet al te lang Confederatieschepen in zijn havens.

De Franse autoriteiten informeren Semmes dat hij zo snel mogelijk moet uitvaren – een wisse dood tegemoet, want op open zee wacht het oorlogsschip USS Kearsarge hem op. Het Noordelijke vaartuig is een paar dagen eerder aangekomen om af te rekenen met de Alabama.

De Fransen staan Semmes toe om kolen aan boord te nemen voor hij vertrekt. Hij stuurt een bericht aan de kapitein van de USS Kearsarge: ‘Als u me de gelegenheid biedt kolen te laden, zal ik u aanvallen.’

Om 6.10 uur worden de ketels opgestookt, en anderhalf uur later is de Alabama op open water.

Veel bekijks

19 juni 1864, ’s ochtends: de Alabama is inmiddels wereldberoemd, en de zeeslag met de Kearsarge trekt veel bekijks. Ook Bulloch is in Frankrijk.

‘Koop hier een verrekijker, koop hier een verrekijker!’ hoort Bulloch een handelaar roepen in de menigte. Er staan zo’n 19.000 mensen
in de duinen bij Cherbourg. Veel nieuwsgierigen zijn met de nieuwe spoorlijn gekomen, die de havenstad met Parijs verbindt.

Er klinkt volop geroezemoes, en verkopers brengen stoelen, telescopen en toneelkijkers aan de man. Er worden ook andere zaken gedaan: ‘Ik wed dat de Alabama wint,’ zegt iemand.

‘Ik zet in op de Kearsarge,’ zegt iemand anders.

Het dringt nauwelijks tot Bulloch door dat de mensen om hem heen ijskoud wedden om de overleving van zijn schip en de toekomst van de Zuidelijke Staten. Hij is met zijn gedachten bij de bemanning van de Alabama.

Schip zinkt buiten de Franse kust

19 juni 1864, 11.00 uur: De Alabama verlaat met veel moeite de haven. De Kearsarge wacht hem op als een haai die bloed geroken heeft.

Als ze de doffe dreunen van de kanonnen horen, richten Bulloch en de rest van het publiek hun aandacht op zee. De Alabama heeft zojuist gevuurd op de Kearsarge, die op zo’n anderhalve kilometer afstand ligt. De kogels hebben de tuigage geraakt, ziet Bulloch.

Daarna volgt nog een salvo, en nog een. De Kearsarge laat zich echter niet onbetuigd.

Het schip USS Kearsarge nam de Zuidelijke CSS Alabama op 19 juni 1864 te grazen bij de Franse kust.

© Imageselect

Het Unieschip richt laag. De kogels scheren over dek en raken het voorste kanon. Er moeten veel doden zijn gevallen, denkt Bulloch.

De tegenstanders hadden tot nu toe de steven naar elkaar gericht tijdens het vuurgevecht, maar nu draaien ze rond in een poging te voorkomen dat de kogels langs de hele lengte van het dek vliegen.

Intussen naderen de vaartuigen elkaar, tot er nog maar 500 meter tussen zit. Het is een ongelijke strijd. Het dek van de Alabama is bedekt met zeewier en algen, waardoor het schip log is.

Een voltreffer met een 100-ponder op de mast van de Kearsarge, die normaal catastrofaal zou zijn, richt geen schade aan doordat de kogel niet ontploft. Veel kogels zijn over hun houdbaarheidsdatum heen.

Meerdere kogels ketsen bovendien af op de Kearsarge, die een soort maliënkolder draagt: langs de zijkanten hangen ankerkettingen omlaag.

Als de Alabama onder de waterlijn geraakt wordt, weet Bulloch dat het afgelopen is. Het schip maakt water en begint te zinken. Om 13.00 uur, twee uur na het begin van de zeeslag, ziet hij alleen nog de masten van wat ooit de trots van het Zuiden was. Alles is verloren.

Naschrift

De burgeroorlog was op 9 april 1865 voorbij. Het laatste Zuidelijke schip, de SS Shenandoah, gaf zich echter pas op 6 november over – in Liverpool. Het was op zee en had niet gehoord dat de oorlog afgelopen was.

Kapitein Raphael Semmes werd na de ondergang van de Alabama door een Brits jacht naar Engeland gebracht. De Zuidelijke vlootcommandant Bulloch bleef in Liverpool en deed goede zaken met de import van katoen.

Consul Thomas Haines Dudley keerde terug naar de VS en werkte als advocaat. Hij was een pleitbezorger voor hoge importheffingen voor Groot-Brittannië, dat hij de steun aan de Confederatie nooit vergaf.

De zeeblokkade tegen het Zuiden vergde 700 schepen en kostte het Noorden 10 miljard huidige euro. In totaal glipten er 5389 vaartuigen door de blokkade.