Andere wrakzoekers kopieerden de nieuwe uitrusting van Charles en John Deane, omdat ze graag wilden delen in de bergingsinkomsten.

Eerste duikers verdienden vermogen als schatzoeker

De zeeën rond Groot-Brittannië lagen in de 19e eeuw vol met oude scheepswrakken, en wrakjagers verdienden goud geld met het bergen van ankers en kanonnen.

Britse vissers waren wrakzoekers

Begin 19e eeuw vulden veel Britse vissers hun inkomsten aan door de zeeboden af te zoeken naar scheepswrakken. Met name de vissers uit Whitstable in Kent stonden om hun bergingskwaliteiten bekend. Bij noodweer lieten ze hun boten te water om drenkelingen te redden. Als de storm ging liggen, voeren ze opnieuw uit, maar nu om de gezonken lading te bergen.

400 pond voor een kanon

Vooral ankers en kanonnen waren gewild, omdat die alleen al aan metaal 400 pond konden opleveren, vergelijkbaar met tienduizenden hedendaagse euro’s. Meestal spanden de vissers een ketting tussen twee boten, die over de zeebodem schraapte. Zo konden ze bijvoorbeeld verloren ankers naar boven halen.

Duikhelm veranderde alles

Uit wrakken die op grote diepte lagen, konden ze echter niets halen, tenzij ze een duikerklok gebruikten. Een duikerklok kostte echter en vermogen en woog tonnen. In 1829 vonden de Britse broers Charles en John Deane echter een duikhelm uit, waarmee een duiker op de zeebodem kon rondlopen en een wrak met eigen ogen kon aanschouwen. Met hun uitvinding openden de broers een geheel nieuwe wereld van scheepswrakken en verloren gewaande schatten.

Download het verhaal over de eerste wrakduikers uit Historia 8/2013.



Let op: je hebt een gratis profiel nodig op onze site om het artikel te kunnen downloaden. Als je op de downloadknop klikt, kun je een profiel aanmaken.

Bekijk ook ...