Oude wereldkaarten waren pure fantasie

Ooit wisten de Europeanen precies waar El Dorado en Atlantis lagen. Voor magische eilanden, verzonken streken en gouden steden waren er zo veel bewijzen dat ze op alle kaarten werden ingetekend. Pas in de 18e eeuw ging men zich in verlichte kringen afvragen waarom niemand er was geweest.

Ooit wisten de Europeanen precies waar El Dorado en Atlantis lagen. Voor magische eilanden, verzonken streken en gouden steden waren er zo veel bewijzen dat ze op alle kaarten werden ingetekend. Pas in de 18e eeuw ging men zich in verlichte kringen afvragen waarom niemand er was geweest.

Bridgeman

Het randje van de wereld

Een Griek schreef in de klassieke oudheid over een rijk dat hij nog nooit had gezien. Dat weerhield sommige nazi’s er in de 20e eeuw niet van om het bestaan van Thule te erkennen.

Zes dagen duurde het volgens de Griekse ontdekkingsreiziger Pytheas om van de Britse Eilanden naar het land aan de rand van de wereld te varen: Thule.

Na een expeditie rond 330 v.Chr. in Noord-Europa vertelde hij over een plaats waar water, aarde en lucht bijeenkwamen.

De volgende 2000 jaar waren de mensen ervan overtuigd dat Thule ergens in het hoge noorden lag, waar de wereld ophoudt.

Daar gedroegen dag en nacht zich niet zoals in Zuid-Europa.

Zo wist de Romein Plinius te melden dat de zon er ’s zomers niet onderging en ’s winters niet opkwam.

Volgens veel historici is de mythe rond Thule dan ook gebaseerd op verhalen over Scandinavië, waar de oude Romeinen en Grieken bijna niets van wisten.

Mensen die wat verder naar het noorden woonden wisten echter dat het mythische Thule ergens anders moest liggen. In 1075 schreef de Duitse monnik Adam van Bremen: ‘Thule is het eiland dat men in onze tijd IJsland noemt vanwege het ijs dat de oceaan doet stollen.’

In de 20e eeuw was de mythe allang door geografen doorgeprikt.

Maar volgens het Duitse Thule-Gesellschaft, dat nauwe banden had met de nazi’s, had het rijk echt bestaan. Het was bevolkt door de Ariërs, het superras waar de Duitsers van afstamden.

Op de 16e-eeuwse kaart van de Zweed Olaus Magnus lag Thule onder IJsland.

© AKG Images

Piramiden kwamen uit Atlantis

Atlantis was groter dan Afrika en werd geregeerd door goddelijke koningen – tot het rijk door een aardbeving in zee verdween.

Dat schreef de Griek Plato rond 360 v.Chr. Zo’n 2000 jaar later leek er bewijs te zijn opgedoken voor dit verhaal.

In Mexico zagen de Spanjaarden de piramiden van de Maya’s en de Azteken, die deden denken aan de grote Egyptische bouwwerken.

De volkeren moesten dus dezelfde leermeesters gehad hebben: de goddelijke koningen van Atlantis.

Volgens moderne historici bedacht Plato Atlantis als voorbeeld van een perfecte, rijke samenleving met sterke heersers.

Op kaarten uit de 17e eeuw is Atlantis een groot continent in de Atlantische Oceaan.

© AKG Images

Christelijke beschaving in heidens gebied

In de middeleeuwen wist men zeker dat er een christelijk rijk in India lag, onder leiding van de priester-koning Pape Jan.

Hij stamde af van een van de Drie Wijzen. In dit rijk lagen de bron van de eeuwige jeugd en de poort tot de Hof van Eden.

Het bestaan van het rijk werd ‘bewezen’ in 1165, toen een brief van Pape Jan aan de Byzantijnse keizer rondging in Europa. De paus stuurde een expeditie op pad, maar die keerde niet terug.

In de 14e eeuw hadden de Europeanen genoeg kennis opgedaan over India om te weten dat het rijk van de priester-koning daar niet lag.

Jan moest dan ook in het christelijke Ethiopië gezocht worden. Pas in 1751 kwam een monnik op het idee om het aan de Ethiopiërs zelf te vragen, die nog nooit van een Pape Jan hadden gehoord.

Op deze 16e-eeuwse kaart ligt het rijk van Pape Jan in Ethiopië.

© Bridgeman

Monnik vond paradijs

De heiligen woonden midden op de Atlantische Oceaan. Dat wist iedereen. Zelfs Christoffel Columbus keek uit naar het eiland van Sint-Brandaan toen hij in 1492 naar Amerika voer.

Sint-Brandaan was een Ierse monnik die begin 6e eeuw op pad ging om het paradijs te zoeken.

Volgens een middeleeuws geschrift bereikte hij een heilig eiland in de Atlantische Oceaan. Na 15 dagen aan land keerden hij en zijn gevolg terug, om te ontdekken dat ze een heel jaar weggeweest waren. Het eiland was gedurende die tijd in een mysterieuze mist gehuld geweest.

Sindsdien meldden zeelieden regelmatig dat ze het paradijs van Brandaan aan de horizon gezien hadden, maar er door slecht weer niet konden komen.

In de 15e eeuw stuurde de Portugese koning een expeditie naar het eiland, maar die keerde niet terug. Het eiland lag volgens ooggetuigen voor de kust van Afrika, en het stond op vele kaarten.

In de 18e eeuw ging Spanje op zoek naar het eiland van Brandaan, maar het geld voor de expedities raakte op. Gek genoeg waren er ook steeds minder mensen die het eiland gezien hadden.

Volgens de legende ging Brandaan op de rug van een walvis aan land.

© AKG Images

Verzonken land moest raadsel ophelderen

In de 19e eeuw doken er fossielen van lemuren (of maki’s) op in India. Dat dier kwam alleen op Madagaskar voor.

De Brit Philip Sclater kon het wel uitleggen. In 1864 schreef hij dat er in de Indische Oceaan ooit een land had gelegen: Lemuria. Het dier was van Madagaskar naar India gelopen.

‘Landbruggen’ waren een veelgebruikte verklaring voor zoölogische raadsels, en volgens sommigen liep Lemuria helemaal door tot dwars over de Stille Oceaan. Zo waren Aziatische dieren naar Amerika gekomen.

Pas rond 1960 kwam er een betere theorie: wetenschappers ontdekten dat de continenten verschoven door platentektoniek, en tot ongeveer 90 miljoen jaar geleden had Madagaskar aan India vastgezeten.

Volgens een 19e-eeuwse theorie konden lemuren ooit van Madagaskar naar India lopen.

© Shutterstock

Zoektocht naar gouden stad in Amerika

oen de Spanjaarden in Amerika kwamen, hoorden ze over El Dorado, waar de indianen bij de inhuldiging van een nieuwe koning goud en edelstenen in een meer gooiden. De vorst zelf liet zich met goudstof bedekken.

Spaanse expedities gingen het regenwoud in, en in 1545 vonden ze een meer. Dat moest het zijn. Toen ze het hadden drooggelegd, troffen ze echter maar een klein beetje goud op de bodem aan.

Maar de mythe van El Dorado was hardnekkig, en er deden geruchten over een hele stad van goud de ronde. In 1596 kwam de Engelse ontdekker Walter Raleigh naar Zuid-Amerika om de schat onder de ogen van de Spanjaarden weg te kapen.

El Dorado werd nooit gevonden, maar dankzij de zoektocht werd het binnenland van Zuid-Amerika goed in kaart gebracht.

17e-eeuwse kaart van de Nederlander Willem Blaeu met El Dorado ero.

© AKG Images

Eiland van de konijnen

Eeuwenlang keken zeelui uit naar een eiland voor de Ierse kust dat één dag in de zeven jaar te zien was.

Het werd Hy-Brasil genoemd, naar de Ierse clan Breasal, dat ‘groot’ of ‘machtig’ betekent in het Oud-Iers.

Het eiland verscheen in 1325 voor het eerst op een kaart, en velen zochten er vergeefs naar. Een van hen was John Cabot, de eerste Europeaan sinds de Vikingen die de kust van Noord-Amerika verkende.

Hij wilde graag roem verwerven door Hy-Brasil te ontdekken en keek uit naar het eiland toen hij in 1497 over de Atlantische Oceaan voer.

In 1674 ging het gerucht dat ene kapitein John Nisbet aan land was gegaan en een tovenaar had ontmoet die in een kasteel woonde met grote, zwarte konijnen.

Een sluwe zakenman vroeg meteen toestemming aan de Engelse koning om het eiland te koloniseren, maar het verhaal bleek verzonnen.

Hy-Brasil verscheen in 1865 voor het laatst op een kaart.