In de loop van de 16e eeuw ontstond de mythe over El Dorado op basis van verhalen over een religieus ritueel van de Muisca-stam. De mythe verspreidde zich snel onder de Spaanse ontdekkers.

Goudbeluste Europeanen zochten naar El Dorado

Een grote stad met imposante bouwwerken en brede lanen van het zuiverste goud. Zo luidde de mythe over El Dorado. En dat bracht bij de Europeanen die naar Zuid-Amerika kwamen een goudkoorts teweeg die leidde tot een intensieve speurtocht en talloze doden.

25 september 2019 door Esben Thoby

1. Indianenritueel leidde tot mythe over El Dorado

1500: ‘De prins bedekt zich altijd met een dun laagje goudstof. Dat vindt hij het mooiste wat er is. Gouden platen, zoals andere heersers dragen, zijn volgens hem te primitief en ordinair. Jezelf bedekken met goud is exotisch, bijzonder en duurder, want elke avond wast de prins het laagje af en ’s ochtends neemt hij nieuw goud.’

Dat schreven de eerste Spaanse ontdekkingsreizigers over El Hombre Dorado, de gouden man. Al snel werd het een verhaal over de buitengewoon welvarende stad van de prins, El Dorado.

Er bestond inderdaad een indianenstam die in zeldzame gevallen zijn koning met goudstof bestrooide. In 1500 gaf de stam dit ritueel op omdat het te duur werd. Maar de Europeanen bleven dromen over de stad en zochten haar op allerlei plekken in Zuid-Amerika.

‘De gouden man’ was onderdeel van een ritueel dat slechts zelden werd uitgevoerd.

© AKG Images

2. Duitser was verzot op goud

1529: De jonge Duitse conquistador Ambrosius Ehinger ging op zoek naar El Dorado, dat zich naar hij vernomen had achter een bergrug in het westen bevond. 

Ehinger was gouverneur van Klein-Venedig in het huidige Colombia en Venezuela, en had het verhaal over El Dorado gehoord tijdens een expeditie twee jaar eerder. Destijds had Ehinger 300 kilo goud van lokale stammen geplunderd, maar dat was nog niet genoeg. Met 100 mannen ging hij op weg naar El Dorado.

Toen Ehinger de Andes bereikte, dacht hij dat dit het betreffende gebergte was. Zijn expeditie zette de beklimming in, waarmee hij en zijn gezelschap als eerste Europeanen het Andesgebergte vanaf de oostkant beklommen. 

De extreme kou viel de mannen echter zwaar. Slechts 50 expeditieleden, onder wie Ehinger zelf, kwamen veilig aan de andere kant. De gouden stad bleek daar echter niet te liggen.

De overlevenden gingen weer terug, maar onderweg werd Ehinger geraakt door een giftige indianenpijl. Drie dagen later stierf hij.

3. Conquistador vond Muisca-stam

1536: De Spanjaarden dachten dat El Dorado werd bewoond door de Muisca, van wie het
ritueel afkomstig was waarbij het stamhoofd met goudstof werd bedekt.

In 1536 stuurde de Spaanse kolonie Santa Maria een expeditie onder leiding van de conquistador Gonzalo Jiménez de Quesada op pad. 

Quesada vond als eerste Europeaan de Muisca-stam, maar stelde vast dat die alleen rijk was aan aardappelen en zout. Niet ver ervandaan lag echter wel een rijke stad, waar de expeditie 100 kilo puur goud, 2000 smaragden en een groot aantal gouden voorwerpen buitmaakte.

Hoewel niets erop wees dat El Dorado echt bestond, bleef Quesada zijn leven lang zoeken naar de stad. 

Quesada overleefde diverse pogingen om de stad te vinden.

© Ciudadviva.gov.co

4. Indianen lesten Europese gouddorst met vloeibaar goud

1599: De zoektocht naar El Dorado en de goudkoorts van de Europeanen werden veel indianenstammen fataal. Rijken stortten in en Europese ziekten leidden tot hevige epidemieën met heel veel doden onder de lokale bevolking. 

Sommige goudzoekers probeerden op goede voet te blijven met de indianen, maar de meeste schrokken er niet voor terug om gebied van de indianen te plunderen en hen tot slaven te maken.

Af en toe lukte het de indianen om wraak te nemen, door expedities aan te vallen of door in samenwerking met andere stammen de Europeanen weg te jagen. In 1599 doodde een Jivaro-leger bijvoorbeeld 25.000 inwoners van een Spaanse kolonie in Ecuador.

Volgens enkele historische bronnen lesten de Jivaro de gouddorst van de lokale gouverneur voorgoed door vloeibaar goud in zijn mond te gieten.

5. El Dorado kostte Raleigh de kop

1595-1616: In 1592 onderschepte de Engelse avonturier Walter Raleigh een Spaanse beschrijving van de gouden stad in Guyana in het noorden van Zuid-Amerika. Raleigh was ervan overtuigd dat deze bestond. 

Bovendien dacht hij dat El Dorado niet slechts een stad, maar een steenrijk imperium was, vergelijkbaar met de rijken van de Azteken en de Inca’s die aartsvijand Spanje had veroverd.

In 1595 reisde Raleigh met steun van koningin Elizabeth naar Guyana. Hij vond geen goud, en slecht weer noodzaakte de expeditie om terug te gaan. Maar Raleigh dacht nog slechts een paar dagreizen van zijn doel te zijn en had er alle vertrouwen in dat een volgende expeditie wel zou slagen.

‘De triomf van deze verovering zal alle veroveringen van Spanje in de schaduw stellen,’ beloofde Raleigh en hij voegde eraan toe dat de veroveraars van El Dorado ‘meer prachtige steden, tempels met gouden beelden en rijke graven’ zouden ontdekken dan Cortez en Pizarro er hadden gevonden in Mexico en Peru.

Uit de gratie bij de koning

Toen Elizabeth I in 1603 stierf, viel Raleigh in ongenade bij haar opvolger, Jacobus I. Deze verdacht Raleigh van het beramen van een complot tegen hem en zette de avonturier gevangen. 

Pas in 1616 mocht hij weer naar Guyana. De expeditie liep op niets uit en Raleigh schond een vredesverdrag met Spanje door een buitenpost aan te vallen. Het geduld van het hof was op, en op 29 oktober 1618 werd Raleigh onthoofd. 

Walter Raleigh twijfelde er niet aan dat er in Guyana een welvarend rijk verborgen lag.

© Getty Images

6. Wetenschapper schreef El Dorado af

1799: De Duitse natuurwetenschapper Alexander von Humboldt ging in 1799 naar Zuid-Amerika om te onderzoeken of de mythe over El Dorado waar was. 

Na een methodische speurtocht van vijf jaar trok Humboldt de conclusie dat het een sprookje was. Hij vond wel het Guatavitameer, waar de Muisca hun goudritueel uitvoerden.

7. Dappere kolonel verdween spoorloos

1925: Ondanks de vele mislukte expedities in het verleden beweerde de gerespecteerde Britse kolonel en ontdekkingsreiziger Percy Fawcett in 1925 dat hij in de Zuid-Amerikaanse jungle een stad met enorme rijkdommen op het spoor was. Hij noemde de stad Z.

‘Z – ons hoofddoel – bevindt zich in een dal van circa 10 mijl (16 kilometer, red.) breed, en de stad ligt op een heuvelrug in dit dal. 

De huizen zijn laag en hebben geen ramen, en er staat een piramidevormige tempel,’ schreef de avonturier, die verder weinig details prijsgaf. Hij wist echter zeker dat de expeditie een succes zou worden.

‘Wanneer we terugkomen, nemen we dat wat we zoeken met ons mee,’ waren de laatste woorden van Fawcett tegen de pers, die massaal was toegestroomd voor het vertrek van de expeditie.

Percy Fawcett was niet zomaar een gelukszoeker. De 57-jarige kolonel was al zeven keer in het Amazoneregenwoud op expeditie geweest. Bovendien had hij jaren bewijs verzameld van het bestaan van Z, met behulp van archeologische opgravingen, oude teksten en interviews met indianen. 

Fawcett nam zijn volwassen zoon Jack en diens beste vriend mee. Een kleine expeditie, waarvan de leden een nauwe band hadden, was volgens hem het beste.

100 vrijwilligers sterven

Via indiaanse boodschappers deed de expeditie verslag. Maar na vijf maanden droogde de
berichtenstroom op, en niemand wist wat er was gebeurd.

Een paar jaar na Fawcetts verdwijning ging de eerste expeditie op pad om hem te zoeken. Meer dan 20.000 mensen meldden zich aan. 

In de jaren daarop zochten expedities uit Duitsland, Italië, Rusland en Argentinië naar Fawcett. Meer dan 100 mensen kwamen om bij hun pogingen om te achterhalen wat Fawcett is overkomen. Maar een antwoord is er nog steeds niet.

In 1951 dacht een expeditie de botten van Fawcett te hebben gevonden. Maar uit analyses bleek dat ze toch niet van de kolonel waren.

© Getty Images

8. Mythe herleeft door mystieke beschaving

Nu: Ondanks talloze expedities is El Dorado nooit gevonden. Maar in 2010 bleek uit luchtfoto’s dat er ooit wel een hoogontwikkelde stad is geweest in het grensgebied tussen Brazilië en Bolivia – precies waar diverse avonturiers hebben gezocht.

Archeologen hebben sporen gevonden van ruim 200 gebouwen, en onder de grond kunnen er nog veel meer zitten. De oudste zijn meer dan 2200 jaar oud, terwijl de nieuwste uit 1253 stammen, toen de stad circa 60.000 inwoners had – meer dan de meeste middeleeuwse Europese steden.

Het is een van de vele archeologische vondsten die aantonen dat er in het Amazoneregenwoud vóór 1600 enorme steden lagen met in totaal zo’n 6 miljoen mensen. Ruim 99 procent van hen kwam om bij hevige epidemieën als gevolg van de ziekten die de Europeanen naar Zuid-Amerika brachten. 

In een paar decennia veranderden de beschavingen in spooksteden, die verdwenen in het oerwoud. Misschien was El Dorado daar een van. 

Vanuit de lucht zie je de contouren van ondergrondse ruïnes.

© Edison Caetano

Lees ook

J. Michael Francis: Accounts of the Gonzalo Jiménez de Quesada  Expedition of Conquest, The Pennsylvania University Press, 2007. David Grann: The Lost City of Z, Doubleday, 2009.

Bekijk ook ...