Knud rasmussen in de sneeuw

18.000 km per hondenslee: Knud Rasmussen brak alle records

Tussen 1921 en 1924 stak Knud Rasmussen Noord-Amerika over. De Deense poolvorser wilde weten waar de Inuit vandaan kwamen, maar honger en kou maakten zijn reis tot een hachelijke onderneming.

Tussen 1921 en 1924 stak Knud Rasmussen Noord-Amerika over. De Deense poolvorser wilde weten waar de Inuit vandaan kwamen, maar honger en kou maakten zijn reis tot een hachelijke onderneming.

Det Kongelige Danske Geografiske Selskab, Arktisk Institut

Knud Rasmussen weet donders goed dat kannibalisme een laatste uitweg kan zijn in het Noordpoolgebied. Als hij met zijn hondenslee een nederzetting nadert, vraagt hij zich af of de Inuit bij de Kazanrivier elkaar weleens noodgedwongen hebben opgegeten.

In het vroege voorjaar van 1922 ziet Rasmussen volop bewijzen dat de winter ongewoon streng is geweest bij Barren Grounds, de wildernis ten westen van de Hudsonbaai. Mannen, vrouwen en kinderen liggen apathisch in hun hut, meer dood dan levend.

In de lente leven de Inuit van Barren Grounds van rendieren, maar die hebben zich nog niet laten zien. Hun trek heeft vertraging opgelopen.

Als Rasmussen de nederzetting bereikt, kan hij opgelucht ademhalen. In plaats van wanhoop en dood ziet de poolvorser een berg gevelde rendieren.

meisje-in-kinderkleren-knud

De Inuit hadden een zwaar leven. Bij een hongersnood werden meisjes in de sneeuw gelegd om te sterven.

© Arktisk Institut

Jagers vertellen opgewekt dat ze op het nippertje van de hongerdood gered zijn. Niemand had nog de kracht om op de hondensleeën te klimmen, dus zelfs al hadden ze stapels vossenvellen, ze konden niet naar de handelsposten in het zuiden trekken om ze te ruilen voor voedsel.

Op het laatste moment zijn de rendieren eindelijk verschenen. Het is dus feest, en de Deen is de eregast.

Van 1921 tot 1924 maakt Knud Rasmussen de langste reis aller tijden per slee: 18.000 kilometer dwars door Canada en Alaska. Hij wil weten waar de Groenlandse Inuit vandaan komen.

Verder verzamelt hij kennis over de oorspronkelijke leefwijze van de Inuit voordat die verdwenen is.

De expeditie is een race tegen de klok, want geweren, pijptabak en het christendom zijn aan een opmars bezig.

Sledehonden zijn het belangrijkst

In de late zomer van 1921 begon Knud Rasmussen aan zijn langste en meest uitdagende reis. Hij was al een doorgewinterde poolvorser en had vier lange expedities en duizenden kilometers per slee achter de rug.

Toch was hij er niet gerust op dat zijn langdurige verkenning van de koudste streken van Noord-Amerika goed zou aflopen.

sneeuw weer slee knud

Tijdens de Vijfde Thule-expeditie trok Knud Rasmussen (linksvoor) drie jaar lang door het hoge noorden van Noord-Amerika.

© Arktisk Institut

Op het ijs voelde Knud zich thuis

Knud Rasmussen werd in 1879 op het Deense Groenland geboren. Zijn vader was predikant in Jakobshavn (Ilulissat), en zijn moeder was half Inuit. Kleine Knud groeide op met de oude verhalen van zijn Groenlandse oma, kreeg op zijn achtste zijn eerste hondenslee en leerde iglo’s bouwen.

Op zijn 12e ging Knud naar een kostschool in Denemarken, maar hij miste Groenland, Toen hij de poolvorser Mylius-Erichsen ontmoette, wist Knud wat hij later wilde worden.

Samen maakten ze van 1902 tot 1904 een reis van 1000 kilometer langs de Groenlandse westkust om het leven van de Inuit vast te leggen. In 1910 stichtte Rasmussen een handelspost in Thule: het vertrekpunt van zijn zeven Thule-expedities.

Voor de 42-jarige Rasmussen was deze Vijfde Thule-expeditie het hoogtepunt van een levenslange queeste. Eindelijk had hij de kans de oorsprong te achterhalen van de Groenlandse Inuit: een gehard volk dat in het hoge noorden leefde, waar alle anderen zouden omkomen van de honger en de kou. En het was zijn eigen volk, want zijn oma was Inuit.

Tientallen ontdekkingsreizigers die zich ten noorden van de poolcirkel hadden gewaagd, hadden dat met de dood moeten bekopen, maar Knud Rasmussen wist wat hij deed. Zijn hele leven had hij geleerd van de Groenlandse jagers.

Hij begreep dat zijn overleving stond of viel met de sledehonden, dus die kwamen altijd op de eerste plaats. Ook de Groenlanders die met hem meegingen waren belangrijk: zij moesten hem in leven houden terwijl hij zijn onderzoek deed.

Maar tolken waren niet nodig, want Rasmussen sprak vloeiend Groenlands. Met vier andere Deense poolvorsers en zes Groenlanders zakte hij per schip vanuit Thule de Groenlandse westkust af, waarna ze de Straat Davis overstaken.

Knud Rasmussens zeven Thule-expedities

1) 1912-1913: Van Thule naar Danmark Fjord. Vergeefse zoektocht naar twee vermiste poolvorsers.

2) 1916-1918: Met Lauge Koch Noord-Groenland in kaart gebracht.

3) 1919-1920: Rasmussen organiseert het opzetten van depots voor Roald Amundsens Maud-expeditie, maar neemt er niet aan deel.

4) 1919: Bij Ammassalik in Oost-Groenland mythen en tradities verzameld.

5) 1921-1924: Rasmussens langste reis: hij doorkruist Canada en bereikt de Stille Oceaan.

6) 1931: In een motorboot brengt hij de kust van Kaap Vaarwel tot Ammassalik in kaart. Rasmussen bestudeert de cultuur van de Oost-Groenlandse Inuit.

7) 1931-1932: Met 65 man en zeven boten verkent Rasmussen 1700 kilometer Oost-Groenlandse kust.

De expeditie bombardeerde een onbewoond eilandje bij de invaart van de Hudsonbaai tot hoofdkwartier. Het werd Deens Eiland gedoopt en ze bouwden er een hut die ze Blaasbalg noemden.

Hiervandaan gingen de onderzoekers er in groepjes op uit om te graven in verlaten Inuitnederzettingen, objecten te verzamelen en het leven van de jagersgemeenschappen in het noorden van Canada te bestuderen.

Overal hoorde Knud Rasmussen de verhalen die zijn oma ook verteld had. En hij kwam Inuit tegen die waren aangevallen door indianenstammen. Daarbij waren vrouwen ontvoerd.

Na anderhalf jaar in het noordoosten van Canada verliet Rasmussen de Blaasbalg om de Inuitcultuur verder naar het westen in kaart te brengen. Hij nam maar twee Groenlanders mee: Miteq en diens 25-jarige nicht Arnarulunnguaq.

De 21-jarige Miteq moest jagen, zodat Rasmussen zich op zijn onderzoek kon richten. Miteq kon als geen ander het zee-ijs duiden en wist waar dat een zware hondenslee kon dragen en waar niet.

twee heren en een dame

Knud Rasmussen reisde anderhalf jaar samen met de Inuitvrouw Arnarulunnguaq en de jager Miteq. Arnarulunnguaq kreeg later een medaille van de Deense koning voor deze prestatie.

© Library of Congress

Arnarulunnguaq zou de hondenslee besturen, eten koken en kleding herstellen. Bij de Blaasbalg had de expeditie 50 graden onder nul gemeten, en wie gaten in zijn kleding had, was ten dode opgeschreven.

Knud Rasmussen heeft magisch haar

In 1923 leefden er in het noordoosten van Canada nog Inuit die nauwelijks contact hadden met de buitenwereld. Op het schiereiland Boothia ontmoette het drietal Qaqortingneq en zijn twee vrouwen.

Vooral op de jongste was de jager trots, want hij had een hoge prijs voor haar betaald: een kostbare houten slee. Zijn oudste echtgenote had hij voor een stuk lood en een oude vijl op de kop getikt.

De families van zijn nederzetting bouwden een iglo voor de vreemdelingen, en Rasmussen verbleef er een tijdje terwijl hij het gebied verkende.

Op een dag toonde Qaqortingneq hem een paar zeehondenschedels, waar de hondensleeën niet te dicht bij mochten komen: zeehonden leefden eeuwig en jagers konden ze telkens opnieuw vellen.

Knud Rasmussen kwam erachter dat de Canadese Inuit, net als hun broeders op Groenland, in een wereld leefden waar boze geesten voortdurend de jacht wilden verpesten en mensen ziek wilden maken.

Tegen deze bovennatuurlijke gevaren beschermden ze zich met amuletten: builtjes met een magische inhoud. De poolvorser wilde er eentje bemachtigen, maar daar slaagde hij in de nederzetting van Qaqortingneq niet in.

Op andere plaatsen had de Deen bewerkt bont geruild voor amuletten, maar hier wilde niemand zijn enige bescherming tegen onheil afstaan. Pas na een paar dagen ging een jonge vrouw op het aanbod in.

Terwijl haar vrienden en vriendinnen op de achtergrond stonden te giechelen, gaf de poolvorser haar twee stalen naalden en genoeg glazen kralen voor een ketting. Plechtig overhandigde ze hem vervolgens een zakje met een zwanensnavel, een berentand en een stukje hermelijnvacht.

walvis feest springende man

Voor een ‘hemelworp’ waren veel handen nodig. De hele nederzetting was erbij als een jager zijn moed bewees door zich hoog de lucht in te laten slingeren.

© Nationalmuseet, Danmark

Al snel zetten meer bewoners de stap, want de spullen die de Deen bij zich had, waren gewild. De volgende dag hadden veel Inuit er spijt van, maar na een langdurige beraadslaging kwamen ze met een oplossing, die ze aan een verblufte Rasmussen voorstelden.

Omdat deze blanke hun taal sprak en had laten zien dat hij in de ijzige kou kon overleven, bezat hij volgens de Inuit bijzondere krachten. Daarom vroegen ze ieder om een lok van Rasmussens haar.

Met zijn jachtmes sneed de Deen prompt stukken van zijn eigen haar af, en hij deelde ze uit.

Reus uit de zee

Vanuit Boothia trok de poolvorser 100 kilometer naar het westen, en in september 1923 nam hij deel aan de rendierjacht op King William Island.

In de eerste sneeuw van de winter schoten de jagers het ene dier na het andere met geweren die ze van blanke handelaren hadden geruild voor poolvossenvachten. En hoe snel de westerse ‘beschaving’ oprukte onder de Inuit, kreeg Rasmussen even later met eigen ogen te zien.

Slee met jager

Knud Rasmussens reisgenoot Miteq bewees keer op keer dat hij kon jagen als de beste. Hier ligt de slee vol rendieren.

© Arktisk Institut

Op 21 september was het plotseling een hele heisa in de nederzetting. Mannen, vrouwen en kinderen renden naar de kust om naar een zeilschip te kijken, schreef de poolvorser in zijn dagboek:

‘Voor de jongeren was dit de grootste gebeurtenis van hun leven. Ze hadden nog nooit een schip gezien en vroegen zich af waar al dat hout vandaan kwam. Een uur later was het voor anker gegaan en kwam er een motorboot op ons af. De twee blanken aan boord stelden zich voor als Peter Norberg uit Härnösand in Zweden en Henrik Bjørn uit Præstø (in Denemarken, red.). Wat is de wereld toch klein.’

Rasmussen zag de opmars van de buitenwereld met lede ogen aan. Hij wist zeker dat de leefwijze en cultuur van de Inuit spoedig zouden verdwijnen.

Denemarken moest volgens hem dan ook Groenland zo goed mogelijk door deze overgang loodsen.

‘We hebben geen keus. Het leven van alle natuurvolken zal in de toekomst afhangen van hun ontplooiingskansen onder nieuwe omstandigheden. De weg voorwaarts gaat over het lijk van hun eigen ras. Het is daarom van belang de natuurvolken een zo vreedzame dood als mogelijk te bezorgen,’ schreef de poolvorser.

Hoe dol hij zelf ook was op hondensleeën en overleven ten noorden van de poolcirkel, Rasmussen besefte dat het leven van de Inuit drastisch zou veranderen.

Honden vinden de weg

Halverwege januari 1924, tijdens de derde winter van de expeditie, kwam de Deense poolvorser aan in Cape Barrow. De thermometer wees 40 graden onder nul aan, en in de dichte mist zagen ze geen hand voor ogen.

De Vijfde Thule-expeditie documenteerde de Inuitcultuur. De duizenden voorwerpen uit Noord-Amerika zijn nu in het Deense nationale museum te zien.

kinderkleren
© Nationalmuseet

Ondervacht voor kinderen

Knud Rasmussen kocht deze vacht ten noordwesten van de Hudsonbaai van de jonge Tertaq, die hem onder zijn anorak droeg. 80 amuletten van o.a. barnsteen en zeewier zijn erin genaaid en moesten een goede jager van hem maken.

trommel knud voorwerp
© Nationalmuseet

Trommel van de sjamaan

Overal hoorde Rasmussen het geluid van de trommels van zeehondenvel die de sjamaan in een trance brachten. Ze werden ook gebruikt door mannen die spotliederen zongen over hun rivalen.

voorwerp van Thule-expeditie
© Nationalmuseet, Danmark

Maskerdans

De Inuit droegen maskers van de geesten tijdens de maskerdans. Onder tromgeroffel kregen kinderen en volwassenen zo ingeprent hoe de geesten van hun religie eruitzagen.

knud thule-expeditie voorwerp
© Shutterstock

Inuit-voodoo

Tupilaks worden nu als souvenir verkocht, maar in de tijd van Rasmussen waren de Inuit er als de dood voor. Sjamanen konden boze geesten zo ver krijgen hun intrek te nemen in het monsterbeeldje, waarna het de vijand onheil bracht.

Gelukkig pikten de sledehonden een geur op en trokken ze het drietal naar de nederzetting Agiaq aan het zee-ijs. Daar werden ze hartelijk ontvangen door 46 Inuit, die hen hielpen een iglo te bouwen voordat er een zware storm opstak.

Drie dagen lang spookte het en konden de Ahiarmiut, zoals de bewoners van de streek heetten, niet op jacht. Omdat hongersnood dreigde, moest de plaatselijke sjamaan een poging doen de storm te bedwingen. Knud Rasmussen werd getuige van een schouwspel dat maar weinig blanken hadden gezien.

Volgens de Inuit was zwaar weer te wijten aan de magische baby Narsuk. Om hem gunstig te stemmen moest men weten wat hem boos had gemaakt. De ceremonie vond plaats in een grote iglo en begon met een feestmaal van gedroogde zalm, zeehondenspek en rauw vlees van een bevroren zeehond.

Door het eten en de lichaamswarmte steeg de temperatuur in de iglo en konden de jassen uit. Toen iedereen genoeg had gegeten, bleek uit gerochel dat een geest bezit had genomen van een jongeman. Plotseling stortte hij zich op een oudere man. Hij ging op hem zitten en nam hem in een wurggreep.

jager thule-expeditie
© Nationalmuseet, Danmark

De geduldige jager

Knud Rasmussen noemde de Inuit ‘het opvallendste volk ter wereld’. Van top tot teen gehuld in rendiervellen kon een jager urenlang bij het ademgat van een zeehond wachten, zelfs bij strenge vorst. Als een zeehond adem kwam happen, werd hij geharpoeneerd.

jagers op het ijs knud rasmussen
© Nationalmuseet, Danmark

Zee-ijs was levenslijn

’s Winters woonden de meeste Inuit bij de kust om zeehonden en vissen te vangen op het zee-ijs. Het was niet makkelijk om met primitieve werktuigen een bijt te maken in het metersdikke ijs. Dan werd er een lijn neergelaten en kon het vissen beginnen.

knud-thule-varen-kano
© Nationalmuseet, Danmark

Kajak maakte jagers mobiel

Knud Rasmussen vond het jammer dat een belangrijk aspect van de Inuitcultuur tanende was. Jagers van weleer velden vanuit hun kajak zeevogels met kleine harpoenen, maar in de jaren 1920 werden de vogels van grote afstand beschoten met geweren. De poolvorser voorspelde dat de kajak geheel zou verdwijnen uit Noord-Amerika.

vrouw met kinderen
© Arktisk Institut

Dappere vrouwen

Rasmussen was onder de indruk van de geharde Inuit. Toen de poolvorser schuilde voor een storm, kreeg hij talloze Inuitvrouwen op bezoek, sommige met een baby. Uit nieuwsgierigheid waren ze in het donker door weer en wind 5 minuten gelopen naar het kamp van Rasmussen. Als ze waren verdwaald, waren ze ten dode opgeschreven geweest.

jonge mannen knud rasmussen
© Arktisk Institut

Inuit kregen een nieuw leven

In York aan de westkust van Alaska fotografeerde de expeditie Inuit die hun oude cultuur de rug hadden toegekeerd. Ze kleedden zich als Amerikanen, hadden betaald werk en woonden in een huis met een kachel.

De twee mannen rollebolden lange tijd in een trance door de iglo. Speklampen en kinderen moesten aan de kant terwijl de jongere de storm probeerde te ‘doden’.

‘Daarna gingen de aanwezigen rustig naar bed in de overtuiging dat het de volgende dag kalm zou zijn. En ze kregen nog gelijk ook,’ schreef de poolvorser.

Onderweg door Noord-Amerika zag Knud Rasmussen soms stukjes westerse beschaving opduiken in de bevroren wereld van de Inuit.

In een nederzetting hoorde hij tot zijn verrassing de stem van de operaster Caruso: een jager had iets geruild voor een grammofoon.

Langs de noordkust van Alaska stuitte hij op Inuit die niet meer op rendieren jaagden, maar ze hoedden als vee. Eén ondernemende man bezat 3000 dieren, die hij oormerkte met zijn dolk. Rasmussen kreeg het idee dat hij 100 jaar te laat was. Op meerdere plaatsen was de oorspronkelijke leefwijze van de Inuit allang verdwenen.

Inuit zijn dol op elektrisch licht

Hoe verder westwaarts de Deense poolvorser kwam, hoe meer contact de Inuit met de westerse wereld hadden, en hoe heftiger de transformatie was geweest.

onderzoeker knud rasmussen filosoof

Eenmaal terug uit Amerika schreef Knud Rasmussen over zijn lange poolreis. Met boeken als Across Arctic America werd hij wereldberoemd. Hier is hij te zien met Niels Bohr (l), een minister en de filosoof Høffding.

© Arkiv.dk/Niels Bohr Archive

In de jaren 1890 was er goudkoorts uitgebroken in Alaska en waren duizenden Amerikanen naar het gebied gekomen. Zij hadden allerlei spullen bij zich die de Inuit maar wat graag met hen wilden ruilen. De grootste indruk op de expeditie maakte het bezoek aan Noorvik aan de westkust van Alaska. Ze troffen er 300 Inuit aan die in houten huizen met elektriciteit woonden. De nederzetting had ook een school en een ziekenhuis.

In Noorvik werkten de mannen in een staatszagerij en kregen de vrouwen huishoudles. Knud Rasmussen was enerzijds onder de indruk en zag mogelijkheden voor het ‘Noorvik-model’ op Groenland. Maar anderzijds dacht hij dat het te bevoogdend zou zijn.

In zijn drie jaar in Noord-Amerika had de Deen honderden Inuit ontmoet die dezelfde taal spraken als de Groenlanders. Ze joegen als Groenlanders en geloofden in dezelfde geesten.

De poolvorser concludeerde dan ook dat ze één volk waren, afkomstig uit de Canadese poolstreken. Tientallen jaren later toonde DNA-onderzoek aan dat de Inuit uit Siberië komen.

boot mannen op ijs thule

Knud Rasmussens reis eindigde op de Oostkaap in Siberië. Hij trof er jagers die een andere taal spraken dan de Inuit, maar net als de Groenlanders bouwden ze zeewaardige umiaks.

© Edward Marshall Scull

De langste sleereis aller tijden zat erop, en alle honden hadden het overleefd. Knud Rasmussen schonk ze aan een jager in Alaska voordat hij naar Denemarken voer.

Hij maakte nog twee expedities, en de laatste werd hem fataal. In 1933 liep de poolvorser ernstige voedselvergiftiging op aan de Groenlandse oostkust en werd hij voor behandeling naar Denemarken gebracht. Daar stierf Knud Rasmussen op 54-jarige leeftijd.