Mohammed Atta, World Trade Center

Terreurcel moet VS op de knieën krijgen

Mohammed Atta en zijn vrienden leven in Hamburg volgens de regels van de profeet. Ze willen meedoen aan de heilige oorlog, en Osama bin Laden heeft een taak voor hen.

Mohammed Atta en zijn vrienden leven in Hamburg volgens de regels van de profeet. Ze willen meedoen aan de heilige oorlog, en Osama bin Laden heeft een taak voor hen.

Mohammed Atta leest steeds weer dezelfde zinnen voor aan de jonge mannen die in een halve kring voor hem op de grond zitten.

‘We hebben ons leven verspild, maar nu krijgen jullie de kans om Allah te gehoorzamen en te dienen. Open je hart, want je bent maar een ogenblik verwijderd van het eeuwige, goede leven in het gezelschap van martelaars.’

De woorden staan in de drie pagina’s tellende instructie die Osama bin Laden en de islamitische terreurbeweging Al Qaida aan Mohammed Atta hebben gestuurd. Het is eind 1999, en hij is de onbetwiste leider van een groepje jonge, geradicaliseerde moslims in het Noord-Duitse Hamburg.

Een paar keer per week komen ze bijeen in Atta’s spartaans gemeubileerde flat aan de Marienstrasse 54. Ze koken samen Arabisch en luisteren naar Atta’s felle aanvallen op joden en hun Amerikaanse handlangers. Dan bespreken ze hoe een klein, zeer gemotiveerd groepje – zoals zijzelf – de VS zo hard kan treffen dat de supermacht zich voorgoed uit het Midden-Oosten terugtrekt, zodat er in de regio een streng moslimrijk kan worden gesticht.

‘Je kon merken dat Mohammed niet over zijn privéleven wilde praten.’ Studiegenoot over Mohammed Atta

Alleen als het tijd is voor de voorgeschreven gebeden, verstomt het debat. De buren klagen regelmatig dat de gebeden zo luid worden gereciteerd. Verder merken ze weinig van de jonge mannen. Ze dragen allemaal een kaftan – een lang, ruimvallend Midden-Oosters gewaad – en sandalen, en een paar hebben een volle baard laten staan om zich zichtbaar te distantiëren van de westerse kleding en waarden.

Maar zo zagen ze er niet altijd uit. Een paar jaar eerder droegen ze nog net als andere jongeren een spijkerbroek, overhemd en sneakers. Ze studeerden in Hamburg en droomden van een baan en een carrière. Ze leken het schoolvoorbeeld van succesvolle integratie.

Eind jaren 1990 gebeurde er echter iets waardoor de vrolijke Arabische studenten in Hamburg veranderden in heilige strijders. Zonder al te veel moeite zouden ze erin slagen vier Amerikaanse vliegtuigen te kapen, om die als vliegende bommen te gebruiken voor onder meer het World Trade Center in New York.

Bekijk de leden van Mohammed Atta’s terreurcel

Gelovige moslim is geschokt

De leider van de groep, Mohammed Atta, werd in 1968 in Egypte geboren als zoon van een rijke advocaat. Zijn vader hing een strenge tak van de islam aan en ging thuis tekeer tegen het joodse Israël. Toen Atta in 1992 op zijn 23e naar Duitsland ging om aan de technische universiteit van Hamburg te studeren, was hij geschokt door de lichtzinnigheid en goddeloosheid van de westerse samenleving.

Hamburg is berucht om het nachtleven op de Reeperbahn en om de prostituees die onbeschaamd hun lichaam laten zien in de rosse buurt in de Herbertstrasse.

In het begin woonde Atta in bij een bejaard Duits echtpaar, dat later vertelde dat hij zijn ogen bedekte als er vrouwen in bikini op televisie waren. Het echtpaar, dat in de loop der jaren al veel uitwisselingsstudenten in huis had gehad, had al snel genoeg van Atta. Hij wilde tijdens de ramadan per se midden in de nacht koken, waardoor ze geen oog dichtdeden.

Atta verhuisde naar een studentenkamer in de buurt van de universiteit, waar hij planologie studeerde. De donkerharige jongeman met de Griekse trekken viel niet op, want hij kleedde zich westers, leerde snel Duits en kreeg een studentenbaantje bij een stedenbouwkundig bureau.

‘Het respect voor Atta was enorm. Hij werd gezien als de ideale moslim.’ Marek, een van de jongeren rond Atta

De verbaal sterke Atta kon goed leren en maakte indruk op zijn docenten. Hij was vooral geïnteresseerd in de Syrische stad Aleppo. Het historische centrum daarvan werd bedreigd door moderne hoogbouw, die de stad een westerse uitstraling moest geven – een gruwel in de ogen van Atta. Zijn Duitse medestudenten vonden hem aardig, maar vrij gesloten.

‘Je kon duidelijk merken dat Mohammed niet over zijn privéleven wilde praten,’ vertelde een medestudent.

Met de vrouwelijke studenten wist Atta niet goed om te gaan. Hij gaf hun nooit een hand, keek weg en beantwoordde hun vragen alleen met ja of nee. In het etnisch gemengde Hamburg zocht hij zijn heil bij de Arabische Al-Quds-moskee in de buurt van het centraal station.

Hier kon hij zich wat meer openstellen, en hij sloot zich aan bij een jeugdgroep die een informatieboekje moest maken over het werk van de moskee.

Atta ging echter al snel weer uit de groep, omdat hij niet op een lijn zat met de meer gematigde moslims. In 1995 keerde hij terug naar Egypte voor een cursus van drie maanden aan de universiteit van Caïro. Daarna ging hij op bedevaart naar Mekka.

26-jarige schrijft zijn testament

Toen Atta terugkeerde naar Duitsland, had hij een volle baard laten staan als teken van zijn geloof. In de Al-Quds-moskee probeerde hij mensen te winnen voor het wahabisme – de strenge variant van de islam die in Saoedi-Arabië wordt beoefend.

Hij sprak meerdere keren per week in de moskee, en in 1996 vroeg hij twee geloofsgenoten om als getuigen zijn testament te ondertekenen. Dit testament was een reactie op de Israëlische invasie van Libanon, die Atta zwoer te wreken. Of hij zich in gedachten al voorbereidde op de marteldood, is onzeker. Het testament bestond uit 18 punten en bepaalde:

‘Niemand zal om mij huilen, weeklagen of zijn kleren scheuren. Vrouwen mogen de begrafenis niet bijwonen of later mijn graf bezoeken.’

Al Qaida-strijders met machinepistolen

Osama bin Laden wist dat traditionele Al Qaida-strijders de aanslag op het World Trade Center niet konden uitvoeren.

© Handout/Imageselect

Osama’s oorlog vroeg om ander soort strijders

In de terreuroorlog tegen de VS en het Westen had Osama bin Laden andere heilige strijders nodig dan die welke hij gewoonlijk rekruteerde in de Arabische landen. Voor gevechten in de bergen van Afghanistan, Tsjetsjenië en andere ongenaakbare gebieden waren ongeschoolde fanatici heel effectief geweest. Maar voor operaties in Europa en de VS waren mensen nodig die meer talen spraken dan alleen Arabisch en die niet opvielen in westerse landen.

Ook moesten ze problemen die gaandeweg ontstonden zelf kunnen oplossen. Mohammed Atta en zijn hoogopgeleide vrienden in Hamburg waren hiervoor perfect.

Mohammed Zammar, een jihadist die in de Joegoslavische burgeroorlog had gevochten, stuurde informatie over hen naar Al Qaida, die Atta en zijn mannen naar Afghanistan haalde om Bin Laden te ontmoeten.

Daarnaast gaf hij aan dat hij bij goede moslims begraven wilde worden, met het gezicht naar Mekka.

Toen in september 1997 het herfstsemester begon, kwam Atta niet opdagen voor de colleges. Maandenlang wist niemand waar hij uithing, tot op een dag de telefoon van de studentenbegeleider ging. Over een krakerige lijn vertelde Atta dat hij ‘familieproblemen’ had, waar hij verder niet op in kon gaan.

Pas een jaar later was Atta terug in Hamburg – weer met een volle baard ... en een nieuw paspoort. Hij had tegen de Egyptische autoriteiten gezegd dat hij zijn paspoort kwijt was – een bekende truc van terroristen die niet willen dat aan de douanestempels te zien is in welke landen ze zijn geweest.

Atta hersenspoelt tieners

In Hamburg verzamelde Atta gelijkgezinden om zich heen, jonge mannen die hij had leren kennen in de moskee en via de moslimvereniging Islam AG, die hij aan de technische universiteit had opgericht.

De vereniging mocht een kamer in een afgelegen barak van de universiteit gebruiken, en algauw lag het hier vol met fundamentalistische literatuur en cassettebandjes van rabiate predikers. De Duitse tiener Marek was een van de jongeren die zich tot Atta aangetrokken voelden. Zijn moeder was een paar jaar eerder met een moslim getrouwd, het gezin had zich bekeerd en Marek begon om te gaan met diepgelovige jongeren.

‘Het respect voor Atta was enorm. Hij werd gezien als de ideale moslim,’ zei Marek later.

Marienstrasse 54 was nog steeds het centrum van de groep. Veel leden gingen zelfs wonen in de flat, die Atta Dar al Ansar (huis van de volgelingen) noemde. Een gast merkte op dat de mannen nooit plezier leken te hebben. Het antwoord luidde: ‘Hoe kun je lachen als er mensen sterven in Palestina?’

‘Moslims mogen hun wenkbrauwen niet epileren – ook vrouwen niet.’ Een regel van Mohammed Atta

De discussies over de ‘wereldwijde samenzwering van het jodendom’ gingen door. Het was nu ook gedaan met de integratie, de groep ging zich isoleren.

Hoewel Atta zijn baard had afgeschoren en weer westerse kleren droeg, bleef hij een fundamentalist. Hij was de onbetwiste leider van de groep – zijn woord was wet. Marek moest het uitmaken met zijn vriendin, omdat Atta vond dat meisjes ‘duivelse gedachten’ kunnen veroorzaken.

Op de bijeenkomsten speelde Atta bandjes af die hem vanuit Saoedi-Arabië werden toegestuurd. Daarop bulderde een imam: ‘Allah, dood de joden en hun bondgenoten. Allah, zuiver Jeruzalem van de joden. Maak hun vrouwen weduwe en hun kinderen vaderloos, zodat ze ten prooi kunnen vallen aan de moslims.’

De groep telde zo’n 20 jongeren. Maar de samenstelling veranderde regelmatig, want Atta was bezig met een selectieproces. Wie hem blindelings gehoorzaamde mocht blijven, twijfelaars werden buitengesloten. De harde kern hoorde keer op keer: ‘Als je niet vijf keer per dag bidt, ben je een afvallige moslim die de dood verdient.’ Marek was te veel bezig met meisjes en viel af.

Tv is werktuig van de duivel

Atta legde de groep allerlei regels op. ‘Moslims mogen hun wenkbrauwen niet epileren – ook vrouwen niet,’ verklaarde hij.

Hij verbood hun ook levensverzekeringen af te sluiten, omdat die ingingen tegen Gods wil. Niemand mocht cola drinken – een decadent product uit de VS – en voor rokers was het Amerikaanse merk Marlboro verboden.

De 21-jarige Marwan al-Shehhi uit Libanon ging als eerste een kaftan dragen. Een ander lid verkocht zijn tv, het ‘werktuig van de duivel’. Atta’s woorden begonnen indruk te maken. De tijd leek rijp om zijn doel te presenteren: in Tsjetsjenië tegen de goddeloze Russen vechten die het land waren binnengevallen.

In de Al-Quds-moskee waren de jonge fanatici in gesprek geraakt met een van de grote fundamentalistische helden: Mohammed Zammar. Deze forse veteraan had in de jaren 1980 als heilige strijder tegen de Russen gevochten in Afghanistan en begin jaren 1990 aan de kant van de moslims in de Joegoslavische burgeroorlog.

Nu had Zammar zijn oorlogsverleden officieel achter zich gelaten en was hij een Duits staatsburger, maar hij had nog steeds contact met Al Qaida.

Recruiter Mohammed Zammar

De recruiter Mohammed Zammar had meegevochten in de jihad, maar woonde in de jaren 1990 in Duitsland. Hij attendeerde Al Qaida op Mohammed Atta’s talentvolle groep.

© Knut Mueller

Zammar praatte Atta zijn Tsjetsjenië-plannen uit het hoofd. Het was te moeilijk om het land in te komen, waarschuwde hij. Ze konden beter naar Afghanistan om bij Osama bin Laden te trainen voor de strijd tegen de joden.

In november 1999 vlogen Atta en zijn trouwste vrienden uit Hamburg – Marwan al-Shehhi, Ziad Jarrah en Ramzi bin al-Shibh – naar Pakistan. Ze staken de grens over en bereikten kort daarna een trainingskamp in Afghanistan. De Al Qaida-leiders beseften al snel dat hun opleidingsniveau, technische vaardigheden en kennis van de westerse maatschappij de organisatie onvermoede kansen boden om de VS aan te vallen.

Tijdens een ontmoeting beloofde Bin Laden dat ze martelaars zouden worden. Er wachtte hun een uiterst geheime missie – ze moesten alleen eerst leren vliegen. Het plan van Al Qaida was gedeeltelijk al in werking getreden. Terwijl Atta, al-Shehhi, Jarrah en Bin al-Shibh in Afghanistan waren, arriveerden de eerste twee Al Qaida-terroristen in de VS om aan hun pilotenopleiding te beginnen.

Leider van Al Qaida, Osama bin Laden

Halverwege 1998 besloot de terroristenleider Osama bin Laden tot een grote aanval op Amerikaans grondgebied.

© AFP/Ritzau Scanpix

Anders dan Atta en co. hadden deze twee Saoedi’s nog nooit in een westers land gewoond. Ze spraken geen Engels en wisten nauwelijks hoe een telefoonboek werkte. Ook vliegen was geen succes. Ze zeiden tegen hun instructeur dat ze niet wilden leren opstijgen en landen – ze hoefden alleen maar te weten hoe je een vliegtuig in de lucht laat omkeren. En tijdens de eerste les protesteerden ze fel toen bleek dat ze met een propellervliegtuigje moesten trainen.

Ze dreigden de opleiding te verlaten en een andere school te zoeken – eentje waar cursisten grote straalvliegtuigen mochten besturen. De instructeur legde uit dat zo’n school niet bestond. Je moest altijd klein beginnen.

Een paar maanden later, in mei 2000, gaven de twee de hoop om te leren vliegen definitief op. Ze kregen het bevel in de VS te blijven tot Atta en zijn groep hun vliegbrevet hadden gehaald, waarna ze samen de missie konden uitvoeren.

Hamburgse cel arriveert

In de vroege zomer van 2000 waren de vier leden van de Hamburgse terreurcel terug in Hamburg en bereidden ze hun vertrek voor. Atta schreef 31 vliegopleidingen in de VS aan.

‘Wij zijn een groepje jonge mannen uit diverse Arabische landen. We studeren sinds enige tijd in Hamburg en willen graag een pilotenopleiding volgen.’

Op Ramzi bin al-Shibh na kreeg iedereen een visum. Hij bleef in Hamburg en verzorgde de communicatie tussen de cel en Al Qaida. De andere drie kwamen zonder problemen de VS binnen. Ze reisden apart om niet op te vallen en hadden gloednieuwe paspoorten om de sporen van hun verblijf in Afghanistan bij Bin Laden uit te wissen.

Alle drie kregen ze een studentenvisum, omdat ze zich hadden aangemeld bij een vliegopleiding. Atta en al-Shehhi kozen voor Huffman Aviation in Venice, Florida. De eigenaar hiervan leidde wel vaker jonge mensen uit het Midden-Oosten op, dus de twee nieuwe studenten uit Hamburg vielen niet op.

Piloot Ziad Jarrah

De derde piloot uit Hamburg, Ziad Jarrah, was populair bij het Florida Flight Training Center in Venice.

© Historycommons.org

Moslimextremisten namen pilotenopleiding serieus

De Hamburgse groep had de wil en de capaciteiten om Bin Ladens droom te verwezenlijken. Spoedig zouden de VS worden aangevallen vanuit de lucht.

Bin Ladens eerste poging om zelfmoordpiloten op te leiden in de VS mislukte faliekant. De twee heilige strijders uit Saoedi-Arabië spraken zo slecht Engels dat ze op de vliegschool niets leerden en het moesten opgeven.

De volgende kandidaten die Bin Laden stuurde hadden veel betere kansen om te slagen: de jonge mannen uit Hamburg hadden in het Westen gewoond, leerden snel Engels en waren geduldig. Nog voor hij Duitsland verliet, benaderde Mohammed Atta online een aantal vliegscholen. Op basis van de antwoorden kozen hij en zijn vriend Marwan al-Shehhi voor Huffman Aviation in Venice, Florida.

Bij de eigenaar van de vliegschool, de Nederlander Rudi Dekkers, deed Atta zich voor als een Saoedische prins. Al-Shehhi speelde zijn lijfwacht. Hun vriend Ziad Jarrah ging naar het Florida Flight Training Center in dezelfde plaats.

De vrolijke Al-Shehhi werd tijdens de opleiding al snel populair, maar Atta was berucht om zijn chagrijn. Op een gegeven moment was de sfeer zo slecht dat Rudi Dekkers Atta een uitbrander gaf en hem adviseerde zijn kijk op de mensheid te veranderen als hij ooit piloot wilde worden.

Atta staarde zwijgend voor zich uit. Wat moest hij met een baan? Hij had een deal met de dood.

De opleiding duurde circa vier maanden. De terroristen zouden 250 vlieguren in de cockpit doorbrengen en ook zelfstandig mogen vliegen, beloofde de eigenaar. De kosten voor een vliegbrevet lagen rond de 10.000 euro. Daarnaast moesten Atta en de anderen ook nog huur, eten, kleding en een auto betalen.

Het geld kregen de drie studenten in porties van 5000 à 10.000 dollar van verschillende afzenders. Al Qaida wilde niet dat de Amerikaanse autoriteiten een verdacht patroon zouden ontdekken.

Ramzi bin al-Shibh speelde hierbij een belangrijke rol, want hij maakte onder allerlei valse namen geld over naar de VS. Dit geld had Al Qaida ingezameld onder Arabische zakenlieden, die schatrijk waren geworden door de handel met het Westen maar de VS heimelijk hartgrondig haatten.

In Florida verhuisden Atta, al-Shehhi en Jarrah regelmatig om geen bekende gezichten te worden in de buurt. In het terroristenhandboek dat Atta bij zich had, stond wat voor appartement ze moesten kiezen.

‘Het mag niet te dicht bij een politiebureau of ander overheidsgebouw liggen. Het moet luiken voor de ramen hebben, zodat niemand er naar binnen kan kijken, en zich op de begane grond bevinden om snel te kunnen vluchten als de vijand aanvalt.’

Atta heeft piloot nodig

Dat Ramzi bin al-Shibh geen visum kreeg, was een lelijke streep door de rekening voor Al Qaida, want nu was er een piloot te weinig. Maar er werd al snel een oplossing gevonden. In 1999 had zich een piloot uit Saoedi-Arabië aangesloten bij de terreurbeweging in Afghanistan.

Deze Hani Hanjour had graag bij de Saoedische luchtvaartmaatschappij willen werken, maar was afgewezen. In december 2000 stuurde Bin Laden hem naar de VS, waar Hanjour ook was opgeleid.

Intussen kreeg Atta een lijst met prominente Amerikaanse doelwitten om aan te vallen. Bovenaan stond het Capitool in Washington, waar het Amerikaanse Congres zetelt. Ook het Witte Huis werd genoemd, net als het World Trade Center in New York en het Pentagon, het hoofdkwartier van het ministerie van Defensie. Het was aan Atta om te beslissen welke doelen hij haalbaar achtte.

In december 2000 slaagden alle drie de terroristen voor hun opleiding tot beroepspiloot en deden ze een cursus van zes uur in een Boeing-simulator. Dit was de eerste en enige keer dat ze hun vaardigheden testten in het vliegtuigtype dat ze voor de aanslagen zouden gebruiken.

Handgranaat

De terroristen werden voor de aanval op het WTC onder meer getraind in het gebruik van explosieven.

© Shutterstock

Al Qaida’s terrorismeopleiding telde 4 vakken

Voorafgaand aan de aanslag op het WTC op 11 september 2001 kregen de terroristen een intensieve fysieke en technische training.

Nu had Bin Laden vier piloten in de VS die grote vliegtuigen konden besturen. De planning kon beginnen.

Het was al snel duidelijk dat de terroristen vliegtuigen moesten kapen die van de Amerikaanse oostkust naar Californië vlogen, omdat die volgetankt waren en de effectiefste brandbommen zouden vormen. Bovendien waren de vliegtuigen zo zwaar dat ze door dikke muren heen konden breken en pas in het gebouw zouden ontploffen.

Alles verliep volgens plan. Er was alleen nog een datum nodig, en een paar sterke handlangers voor het kapen van de vliegtuigen. Die kwamen vanaf maart 2001 een voor een aan, voornamelijk uit Saoedi-Arabië. Atta reed telkens naar het vliegveld, pikte de nieuwkomer op en bracht hem naar een van de woningen die hij in plaatsjes langs de oostkust van Florida had gehuurd.

In elk te kapen vliegtuig zouden vier ‘spierballen’ worden ingezet. Dit waren jongeren die zich hadden aangemeld voor de jihad en bereid waren hun leven te geven voor de islam.

Het groeiende aantal Arabische mannen in Florida wekte geen argwaan bij de autoriteiten, want Atta was er inmiddels heel bedreven in om de sporen van de groep uit te wissen. De nieuwkomers woonden niet allemaal bij elkaar. Ze mochten niet naar huis bellen en besteedden hun tijd aan krachttraining en vechtsporten in de lokale sportscholen.

Politie houdt Atta aan

In het voorjaar van 2001 maakte Atta voor het eerst een grote fout, waardoor de hele operatie had kunnen mislukken. In Fort Lauderdale, Florida had hij een rode Pontiac-sportauto gehuurd, waarin hij volgens de lokale hulpsheriff Josh Strambaugh wel erg hard reed.

Hij haalde Atta naar de kant. In paniek zei de terrorist dat hij zijn Egyptische rijbewijs thuis had laten liggen – ook al had hij zowel zijn Egyptische als zijn Amerikaanse rijbewijs bij zich. Hij wilde absoluut voorkomen dat zijn naam in een politierapport terecht zou komen, maar Strambaugh liet hem niet met een waarschuwing wegkomen.

Mohammed Atta’s Amerikaanse rijbewijs, waardoor hij 15 maanden onontdekt in de VS kon verblijven.

© Federal Bureau of Investigation

Atta moest binnen 30 dagen een geldig rijbewijs laten zien op het politiebureau van Fort Lauderdale. Dat durfde hij niet te riskeren. Hij dook onder en kwam op een lijst te staan van mensen met wie de politie nog iets heeft uit te staan.

Hij werd niet direct gezocht, hij moest alleen zorgen dat de politie hem niet in het vizier kreeg. Maar dat lukte niet.

Op 5 juli 2001, slechts twee maanden vóór de aanslag op het World Trade Center, reed Atta weer te hard en werd hij aangehouden. Deze keer liet hij zijn rijbewijs meteen zien, en de agent checkte of zijn naam bekend was bij de politie.

De computer gaf geen resultaten. Om duistere redenen mislukte de zoekopdracht – net zoals andere veiligheidsinstanties faalden.

FBI zit te slapen

In de zomer van 2001 ontving de Amerikaanse inlichtingendienst meerdere tips dat Bin Laden en Al Qaida een grote aanslag tegen de VS voorbereidden. De inlichtingen kwamen van collega’s in onder meer Israël, die waarschuwden dat er mogelijk aanslagen werden gepland met gekaapte vliegtuigen.

Het dreigingsniveau op Amerikaanse legerbases en andere bases in het buitenland werd verhoogd. Meer deed de CIA niet, want de waarschuwingen bevatten te weinig concrete informatie om mee verder te kunnen.

Rond diezelfde tijd kreeg een FBI-agent argwaan. Op 10 juli diende hij een rapport in bij zijn superieuren.

Hij stelde voor dat de FBI informatie zou inwinnen ‘over visa van buitenlandse studenten die zijn toegelaten tot Amerikaanse vliegscholen’. De agent vermoedde dat sommige cursisten door Al Qaida waren gerekruteerd. Maar hij had daar geen concreet bewijs voor.

‘Denk aan je bepakking, kleding, mes en andere spullen die je nodig hebt voor je daad. Vergeet ook je reisdocumenten niet.’ Uit het terroristenhandboek van Al Qaida

Een rondje bellen langs vliegscholen zou de FBI bijvoorbeeld in contact hebben gebracht met de Sorbi’s Flying Club in San Diego, waar twee Saoedische cursisten niet in propellervliegtuigen hadden willen vliegen en de instructeur geld hadden geboden voor lesuren in een straalvliegtuig. Maar de FBI-leiding negeerde het rapport.

Atta was met de schrik vrijgekomen en kon verder met de planning. In de zomer was hij zo druk geweest met de aankomst van de ‘spierballen’ dat hij achterop was geraakt met het plannen van de aanslag zelf.

Al Qaida wilde een datum weten. Die moest ruim op tijd bekend zijn, om handlangers in onder meer Hamburg de gelegenheid te geven zich in veiligheid te brengen in bijvoorbeeld Pakistan. Atta beloofde eind augustus alles klaar te hebben.

Een paar terroristen vlogen heen en weer tussen de oost- en de westkust om het beste moment te onderzoeken om de controle over een vliegtuig over te nemen. Al-Shehhi vloog van New York naar San Francisco, Jarrah van Baltimore naar Los Angeles en Atta van Boston naar San Francisco. De vierde piloot Hanjour volgde dit voorbeeld.

Vier teams van terroristen moesten elk een vliegtuig kapen. De taken waren van tevoren verdeeld: de piloot veroverde de cockpit en vier sterke mannen hielden de passagiers in bedwang. Als piloot van het eerste vliegtuig begon Mohammed Atta de terreuractie met zijn vier Saoedische handlangers.

American Airlines vlucht 11 letter
© Shutterstock

Vlucht 11

  • American Airlines
  • Boston-L.A.
  • 38.000 liter brandstof in de tanks

Shutterstock

Mohammed Atta en vliegtuig
© Federal Bureau of Investigation & Shutterstock

Mohammed Atta (33)

De Egyptische planologiestudent was de leider van de aanslag in de VS en de piloot van het toestel dat zich in de noordtoren van het World Trade Center boorde.

Federal Bureau of Investigation & Shutterstock

Waleed al-Shehri en vliegtuig
© Federal Bureau of Investigation & Shutterstock

Waleed al-Shehri (22)

De Saoedische Waleed al-Shehri, die de lerarenopleiding deed, zat in hetzelfde vliegtuig als Atta. Hij werd door Al Qaida gerekruteerd in 2000.

Federal Bureau of Investigation & Shutterstock

Wail al-Shehri en vliegtuig
© Federal Bureau of Investigation & Shutterstock

Wail al-Shehri (28)

Waleeds broer Wail was leraar, maar kreeg in 2000 ernstige psychische problemen. Hij liet zich niet behandelen, maar sloot zich aan bij een Al Qaida-kamp in Afghanistan.

Federal Bureau of Investigation & Shutterstock

Satam al-Suqami en vliegtuig
© Federal Bureau of Investigation & Shutterstock

Satam al-Suqami (25)

Satam uit Saoedi-Arabië studeerde rechten in Riyad voor hij zich aansloot bij Al Qaida nabij Kaboel. Hier werd hij geselecteerd als een van de ‘spierballen’.

Federal Bureau of Investigation & Shutterstock

Abdulaziz al-Omari en vliegtuig
© Federal Bureau of Investigation & Shutterstock

Abdulaziz al-Omari (22)

Over de Saoedi Abdulaziz al-Omari is weinig bekend. Hij was de plaatsvervanger van de lokale imam, was getrouwd en had een dochter. Hij kwam in juni 2001 naar de VS.

Federal Bureau of Investigation & Shutterstock

Om zo vaak dwars over de VS te kunnen vliegen zonder op te vallen, hadden de terroristen een Amerikaans rijbewijs bemachtigd, waarmee ze zich op het vliegveld legitimeerden. Alleen mensen met een vaste verblijfplaats in de VS konden een rijbewijs krijgen, maar in Virginia kon je op de zwarte markt voor 50 dollar aan een valse woonplaatsverklaring komen.

Tijdens de vlucht dwars over de VS noteerden ze wanneer de piloten na de start de deur van de cockpit openden, wanneer de stewardessen begonnen met het serveren van de maaltijden en welke andere routines er waren.

Langzaam kreeg het plan vorm: het was het veiligst om businessclasstickets te kopen, zodat de kapers dicht bij de cockpit zaten en ze de passagiers in de economyclass op afstand konden houden.

Atta en al-Shehhi huurden ook een propellervliegtuigje en vlogen daarmee over de rivier de Hudson in New York om de omgeving van het World Trade Center, dat zij tweeën zouden aanvallen, te verkennen.

Terroristen bezoeken stripclub

Op 4 augustus wachtte Atta bij Orlando International Airport in Florida op de komst van de 16e en laatste handlanger. Bij de paspoortcontrole werd een Saoedi-Arabische staatsburger met de naam al-Kahtani echter de toegang tot de VS geweigerd. Nu moest Atta ervan uitgaan dat in een van de vliegtuigen drie sterke mannen zouden volstaan.

Atta voelde zich onaantastbaar. Zijn terreurcel was al ruim een jaar in de VS zonder te zijn ontdekt. Hij voelde de behoefte om het naderende einde van de missie te vieren.

Hij ging met zijn handlangers naar een nachtclub en stopte bankbiljetten in de slipjes van topless gogodanseressen. Toen ze na een lange avond de rekening kregen, gingen ze zo tekeer over het bedrag dat er uitsmijters aan te pas moesten komen om de boel te sussen. De rekening bedroeg ruim 800 euro. In de bar Shuckums in Hollywood, Florida maakten ze eveneens misbaar.

Atta riep tegen het personeel: ‘Denken jullie dat we niet kunnen betalen? Weten jullie wel wie we zijn? Dat zal ik jullie vertellen: wij zijn piloten van American Airlines!’ Daarna betaalde hij en liep hij weg.

Eind augustus werd Atta weer voorzichtig en belde hij niet meer met de andere piloten. Als hij een bericht had voor hen of hun handlangers, reed hij persoonlijk langs.

Bord van nachtclub in Las Vegas

De zelfmoordpiloten bezochten o.a. nachtclubs in Las Vegas om de tijd te doden.

© Shutterstock

De terroristen boekten vliegtickets voor dinsdag 11 september. Nu was alles gereed en hoefde Atta alleen nog maar te wachten en passages te reciteren uit het terroristenhandboek.

‘Als het moment daar is om je daad te verrichten, sla dan hard toe als een held, want Allah houdt niet van mensen die hun werk niet afmaken. Je keert niet terug op aarde, maar zaait angst in de harten van de ongelovigen.’

Een paar dagen voor 11 september gingen de terroristen naar het noorden om hun posities in te nemen nabij de geselecteerde luchthavens. Het geld dat ze over hadden – circa 26.000 dollar – stuurden ze terug naar Ramzi bin al-Shibh. Ze hadden het niet meer nodig en Al Qaida kon er andere terreurdaden mee financieren. In totaal hadden de terroristen tijdens hun verblijf in de VS een miljoen dollar uitgegeven.

Ze reisden in kleine groepjes in gehuurde auto’s en sliepen in anonieme motels.

Atta en zijn sterke man verbleven in de Comfort Inn in Portland, 160 kilometer boven Boston. Ze betaalden de kamer vooruit, omdat ze de volgende ochtend vroeg op moesten. Die avond reden ze doelloos rond, en tussen 20.00 en 21.00 uur aten ze hun laatste avondmaal bij de Pizza Hut in Main Street.

Terroristen raken koffer kwijt

‘De avond vóór je daad moet je al je overbodige haar afscheren en je lichaam parfumeren. Sta ’s nachts op om te bidden voor de overwinning. Dan zal Allah je helpen en je beschermen,’ aldus het handboek.

Op 11 september om 5.30 uur reed Atta naar het vliegveld van Portland. Hij ging met zijn handlanger aan boord van een klein lijnvliegtuig dat hen naar Boston bracht, waar nog drie handlangers wachtten. De teksten uit het terroristenhandboek konden ze inmiddels dromen.

‘Denk aan je bepakking, kleding, mes en andere spullen die je nodig hebt voor je daad. Vergeet ook je reisdocumenten niet.’

In hun handbagage hadden de terroristen onder meer een hobbymes om bemanningsleden of passagiers die hen wilden tegenhouden de keel af te snijden.

Brandweerman loopt weg bij World Trade Center

De ramp in New York op 11 september 2001 had waarschijnlijk voorkomen kunnen worden als de FBI en de CIA beter hadden samengewerkt.

© Anthony Correia/Getty Images

Slechte samenwerking maakte het terroristen makkelijk

De vier zelfmoordpiloten verbleven ruim een jaar in de VS zonder dat de CIA en de FBI erachter kwamen. De inlichtingendiensten werkten niet samen.

Toen het World Trade Center instortte, waren de Amerikanen eerst ontzet en toen verbaasd. Waarom hadden de inlichtingendiensten gefaald en de terroristen niet op tijd ontdekt, ook al waren vier van hen al 15 maanden in de VS terwijl ze de aanslag planden?

De verbazing sloeg om in verontwaardiging toen de CIA en de FBI erkenden dat ze meerdere kansen hadden gehad om de terroristen op het spoor te komen en mogelijk een of meer zelfmoordpiloten hadden kunnen tegenhouden.

Zo ontdekte de CIA in maart 2000 dat de bekende Al Qaida-strijder Nawaf al-Hazmi een visum had gekregen voor de VS. Ze gaf dit echter niet door aan de FBI zodat federale agenten hem in de gaten hadden kunnen houden. Nawaf al-Hazmi stopte met zijn pilotenopleiding en werd de sterke man in het vliegtuig dat het Pentagon trof.

Toen de FBI in augustus 2001 eindelijk hoorde dat al-Hazmi in de VS was, ondernam het bureau geen actie.

De vlucht naar Boston had echter vertraging, en bij aankomst moest Atta rennen om de aansluiting naar Los Angeles te halen. Zijn koffer kwam niet mee aan boord maar belandde bij de gevonden voorwerpen van de luchthaven, waar de FBI later het handboek, Atta’s testament en enkele van zijn bezittingen vond.

Bij de security check werd niets gezegd van de messen in de handbagage – in 2001 mocht je nog een mes meenemen in het vliegtuig als dit kleiner was dan 10 centimeter.

De andere drie mannen die Atta moesten helpen om American Airlines vlucht 11 te kapen, waren allang aan boord toen hij bij het vliegtuig kwam. Atta wist dat de piloten al-Shehhi, Jarrah en Hanjour spoedig ook in hun vliegtuigen zouden stappen en deed waarschijnlijk wat het handboek voorschreef.

‘Zodra je in het vliegtuig zit, moet je bidden tot God. Wie tot God bidt, zal overwinnen, want je doet dit voor hem.’

Bewakingsfoto van Mohammed Atta op luchthaven van Portland

Zelfmoordpiloot Mohammed Atta gaat door de security check op de luchthaven van Portland. Een uur later kaapt hij American Airlines vlucht 11.

© Getty Images

Atta’s handlanger in Hamburg, Ramzi bin al-Shibh, werd op 11 september 2002 in Pakistan opgepakt en zit nog steeds in Guantanamo Bay op Cuba. Recruiter Mohammed Zammar zat tot 2013 in de gevangenis in Syrië, waarna hij heeft gevochten voor de terreurbeweging IS. Sinds maart 2018 zit hij weer vast.

MEER OVER MOHAMMED ATTA

Daniel Hopsicker, Welcome to Terrorland: Mohamed Atta & the 9-11 Cover-up in Florida, Trine Day, 2004

National Commission on Terrorist Attacks, The 9/11 Commission Report, W. W. Norton & Company, 2004