James Bond en spionagegadgets

De coolste spionagegadgets in de echte wereld

Lipstickpistolen, killerparaplu’s en hondenpoep – sinds de Tweede Wereldoorlog zijn er zulke creatieve spionagegadgets ontwikkeld dat James Bond er jaloers van zou worden.

Lipstickpistolen, killerparaplu’s en hondenpoep – sinds de Tweede Wereldoorlog zijn er zulke creatieve spionagegadgets ontwikkeld dat James Bond er jaloers van zou worden.

Maksym Kozlenko, The Miniature Engineering Craftsmanship Museum, Ho/AFP/Ritzau Scanpix, German Spy Museum & Shutterstock

Spionnen bestaan al sinds de oudheid, maar pas na de Tweede Wereldoorlog kwam de ontwikkeling van spionageapparatuur echt op gang. Inlichtingendiensten werkten de klok rond om een voorsprong op de vijand te krijgen.

Spionage werd nog belangrijker tijdens de Koude Oorlog, toen openlijke conflicten tussen de grootmachten koste wat kost moesten worden vermeden en informatie kostbaarder was dan ooit.

1. Monopoly hielp gevangenen te vluchten

In de Tweede Wereldoorlog konden de Britse inlichtingendiensten geen hulp sturen naar krijgsgevangenen in Duitse kampen, omdat alle pakjes zorgvuldig werden gecontroleerd.

Toen kreeg een agent een idee: alles wat de gevangenen nodig hadden, kon worden verstopt in een monopolyspel. In samenwerking met de producent van het populaire bordspel maakte MI9 een versie met een uitgehold bord, waarin kaarten, een vijl en een kompas werden verborgen. Tussen het monopolygeld zat Duits geld, dat tijdens de vlucht kon worden gebruikt.

Powell en Yule met monopolyspel

De Britten John Powell Davies en James Yule zaten in krijgsgevangenkamp Colditz, maar wisten te ontsnappen dankzij een monopolyspel.

© John Redman/AP/Ritzau Scanpix

De nazi’s, die hoopten dat een spelletje de krijgsgevangenen zou afleiden van vluchtgedachten, stemden toe toen de Britten hun via een speciaal voor dat doel verzonnen humanitaire organisatie vroegen of ze de spellen mochten leveren.

Het is niet precies bekend hoeveel Britse krijgsgevangenen er dankzij de nepmonopolyspellen zijn ontsnapt, maar het idee was zo goed dat de Amerikanen het later overnamen.

2. Killerparaplu trof dissident

Spionageparaplu

De originele paraplu is waarschijnlijk vernietigd, maar experts hebben replica’s gemaakt, die o.a. te zien zijn in het Deutsches Spionagemuseum in Berlijn.

© Deutsches Spionagemuseum & Shutterstock

Niemand begreep waaraan de Bulgaarse dissident Georgi Markov was overleden. Hij leefde in ballingschap in Londen nadat hij in de clinch was geraakt met het communistische regime, en in september 1978 zakte hij op Waterloo Bridge in elkaar. Drie dagen later was hij dood.

De sectie wees uit dat hij met behulp van een metalen kogel was vergiftigd met ricine. Toen getuigen vertelden dat er vlak voordat Markov viel een man met een paraplu tegen hem op was gebotst, begonnen de puzzelstukjes in elkaar te vallen.

De Bulgaarse inlichtingendienst beschikte over door de KGB ontwikkelde gifkogeltjes, die in alledaagse dingen konden worden verstopt. Via een knop op het handvat van de paraplu was de gifkogel in Markovs been geschoten toen de twee mannen elkaar op de brug passeerden.

Hoofdverdachte van de moord is de Deens-Italiaanse Francesco Gullino, die naar verluidt voor de Bulgaarse inlichtingendienst werkte. Hij is nooit veroordeeld.

3. Boodschap was microscopisch klein

Dusan Popov en muntcamera

Dusan Popov wordt wel de echte James Bond genoemd.

© National Archives and Records Administration & Central Intelligence Agency

Op 10 augustus 1941 vloog de Servische dubbelspion Dusan Popov naar New York om een dossier aan de FBI te overhandigen. Popov werkte voor zowel de Britse inlichtingendienst MI6 als de Duitse tegenhanger Abwehr, en zou later de belangrijkste inspiratiebron vormen voor het personage van James Bond.

In de aktetas leek alleen een boek van Virginia Woolf te zitten. Maar in dit literaire werk zat belangrijke informatie verstopt over een ophanden zijnde aanval op de Amerikaanse marinebasis Pearl Harbor, waaronder een kopie van een Duits document waarin Pearl Harbor 11 keer werd genoemd en werd gevraagd naar de inrichting van de basis.

Met het blote oog was de kopie onzichtbaar, want Popov had het teruggebracht tot een microdot, die met zijn diameter van 1 millimeter op een punt in het boek kon worden geplakt.

Popovs inzet was echter vergeefs, want de FBI nam zijn waarschuwing niet serieus.

4. Discrete camera’s legden bewijs vast

Van MI6 tot de KGB, iedereen gebruikte microfilms. Maar om heimelijk foto’s te kunnen nemen, waren gecamoufleerde camera’s nodig.

Spionagestropdas met camera
© Iain Masterton/Imageselect & Shutterstock

Camera zat in stropdas

De Tochka-58-camera was een van de populairste spionagecamera’s van Oost-Europa en werd door de KGB en de Stasi gebruikt. Hij was zo klein dat je hem in een stropdas kon verstoppen – de lens zat in de dasspeld. De foto’s werden genomen door op een ontspanknopje te drukken, dat meestal in de broek zat.

Spionagehorloge met camera
© Maksym Kozlenko & Shutterstock

Favoriete horloge van detectives

De Steineck ABC-camera uit 1949 leek op een horloge. Hij gaf echter niet de tijd aan, maar had een cameralens en kon via een knopje op de zijkant foto’s maken. De horlogecamera was in de jaren 1950 ook populair bij privédetectives.

Spionage-aansteker met camera
© The Miniature Engineering Craftsmanship Museum & Shutterstock

Aansteker nam foto’s

In 1951 zag de Japanse Echo 8 het daglicht. De kleinste camera ter wereld zag eruit als een aansteker. Daarom kon de spion hem onder het voorwendsel dat hij een sigaret opstak uit zijn zak halen, waarna hij de lens richtte en afdrukte door de aansteker te openen.

5. Wanddecoratie spioneerde zeven jaar

Grootzegel bij VN

In 1960 werd het grootzegel aan de VN-Veiligheidsraad getoond als bewijs dat de Sovjet-Unie de VS bespioneerde.

© John Rooney/AP/Ritzau Scanpix

De Amerikaanse ambassadeur in Moskou, W. Averell Harriman, was opgetogen toen 15 kinderen van een Russische jeugdorganisatie hem in augustus 1945 als teken van vriendschap een reliëf van het grootzegel van de VS overhandigden. Maar die vriendschap was maar schijn.

In de houten plaat zat een antenne van 23 centimeter, verbonden met een zeer dun membraan. Dat kon geluidsgolven opvangen, waardoor de plaat in trilling werd gebracht en als microfoon ging werken. Het apparaat was bijna onmogelijk op te sporen, omdat het geen zender had. De microfoon werd geactiveerd door radiosignalen van buitenaf.

Jarenlang konden de Russen meeluisteren met elk gesprek in het kantoor van de ambassadeur. De vertrouwelijke gesprekken werden naar een adres in de buurt van de ambassade gestuurd.

Het apparaat werd pas ontdekt in 1951, toen een Britse radio-operator zich erover verbaasde dat hij Amerikaanse gesprekken opving op een frequentie van de Sovjetluchtmacht.

6. Lipstick gaf kus des doods

Spionagelipstick

Met een kaliber van slechts 4,5 mm moest de lipstick een zeer kwetsbare plek raken om te doden.

© Ho/AFP/Ritzau Scanpix & Shutterstock

In de Koude Oorlog maakte de KGB volop gebruik van het feit dat veel mannen een zwak hebben voor mooie vrouwen. De Russen zetten talrijke vrouwelijke spionnen in en waren experts in honey trapping.

Onder meer ambassadeurs en toppolitici vielen in de loop der tijd ten prooi aan de Russische seksspionage, die ervoor zorgde dat de slachtoffers hun mond voorbijpraatten of chantabel werden. Voorafgaand aan het seksuele contact bracht de KGB verborgen camera’s aan en microfoons, die elk compromitterend woord opvingen.

Ook de vrouwen hadden spionagegadgets bij zich, zoals een handtas met een ingebouwde camera.

Het beroemdst is de lipstick die in 1965 bij de West-Duitse grens werd aangetroffen bij een KGB-spionne. Het bleek een 4,5mm-pistooltje te zijn. De lipstick kon één kogel afvuren en gaf de vrouw een ontsnappingsmogelijkheid als ze werd ontmaskerd. In het Westen kreeg de gadget de bijnaam ‘kus des doods’.

7. Dode ratten gaven geheime berichten door

Dode rat wordt gebruikt voor spionage

A. Een gevriesdroogde rat, overgoten met tabasco.
B. De organen werden weggehaald om plaats te maken voor een metalen cilindertje.

© Steve Sanford

In de Koude Oorlog gebruikte de CIA dode ratten om berichten te sturen naar hun spionnen in Moskou. De ratten fungeerden als ‘dode brievenbussen’ en lagen op afgesproken locaties. Zo hoefden spionnen niet persoonlijk af te spreken en onnodig aandacht te trekken.

Volgens Toni Hiley, conservator bij het CIA Museum in Washington, waren de ratten een logische keuze.

‘Wie wil er nou een dode rat aanraken? Ze zijn zo smerig dat niemand erbij in de buurt wil komen.’

De organen van de ratten waren vervangen door een metalen cilindertje voor geheime boodschappen, en de dieren konden met klittenband weer worden dichtgemaakt.

De ratten werden, voor ze op de afgesproken plaats en tijd in de Russische hoofdstad werden gedumpt, overgoten met een pittige saus, meestal tabasco, om hongerige katten op afstand te houden. Naast ratten deden ook duiven en doodgereden dieren dienst als ‘dode brievenbussen’.

8. Officier vond dodelijke handschoen uit

Spionagehandschoen met pistool

Het handschoenpistool komt o.a. voor in Quentin Tarantino’s film ‘Inglourious Basterds’ over WOII.

© Reddit.com & Shutterstock

In de Tweede Wereldoorlog moesten militairen van de Amerikaanse marine vliegbases aanleggen op de door Japan bezette Kiribati-eilanden in de Stille Oceaan. Voor dat zware werk hadden ze beide handen nodig, maar er dreigden altijd Japanse verrassingsaanvallen.

De militairen hadden behoefte aan een wapen dat ze tijdens het werk bij zich konden dragen. De oplossing kwam van de Amerikaanse officier Stanley Martyn Haight. Hij ontwierp een enkelschotspistool met kaliber .38, dat op de rug van een werkhandschoen zat. Het kon worden afgevuurd door een stomp uit te delen.

Als de vuist werd gebald, werd het wapen ontgrendeld, en zodra de trekker het lichaam van de aanvaller raakte, viel het schot.

Er werden in 1943 en 1944 ongeveer 200 handschoenpistolen geproduceerd. Minstens een ervan heeft een dodelijk slachtoffer gemaakt: soldaat John Blocker van de Amerikaanse Seabees gebruikte het pistool tegen een Japanner die op zijn graafmachine was geklommen.

9. Bergplaatsen maakten bewijzen onzichtbaar

Spionagemunt met microfilm

Er pasten meerdere microfilms in een munt.

© Maksym Kozlenko & Shutterstock

De creativiteit kende geen grenzen als het erom ging waardevolle informatie voor de vijand te verbergen. De gecamoufleerde informatie mocht natuurlijk geen argwaan wekken en werd daarom verstopt in voorwerpen die klopten met het voorkomen van de spion. Zo verborg een West-Duitse huisvrouw die voor de Oost-Duitse Stasi werkte een gecodeerd bericht in haar strijkijzer.

Bij de KGB waren holle munten, batterijen en spijkers geliefde verstopplaatsen voor onder meer microfilms, terwijl de Britse inlichtingendienst kaarten verstopte in pijpen met een geheim vakje onder de kop – veilig voor de smeulende tabak. Werd de spion ontmaskerd, dan hoefde hij de pijp slechts zo te draaien dat het vuur toch vat kreeg op de informatie.

De geheime politie in Tsjecho-Slowakije vond een holle zeep uit voor niet-ontwikkelde films, die rond een gloeilampje waren gewikkeld. Als de zeep verkeerd werd geopend, ging de lamp knipperen en werden de beelden vernietigd.

10. Hondenpoep fopte de vijand

Hondenpoep

De poepzender hielp de Amerikaanse luchtmacht in de Vietnamoorlog.

© NATIONAL MUSEUM OF THE UNITED STATES AIR FORCE & Shutterstock

In de Vietnamoorlog assisteerde de radiozender T-1151, bijgenaamd ‘poepzender’, het Amerikaanse leger voorafgaand aan bombardementen op militaire doelen. De bijnaam ontstond doordat de vele T-1151-zenders als dierenpoep werden gecamoufleerd voor ze werden verspreid langs de logistieke Ho Chi Minh-route van de Vietcong, die de Amerikanen voor grote uitdagingen stelde.

De zenders registreerden menselijke activiteit op de grond en stuurden berichten naar de Amerikaanse piloten, waardoor die wisten waar ze hun bommen moesten afwerpen. De meeste radiozenders leken op hondenpoep, maar sommige waren gecamoufleerd als apendrollen, die niet opvielen in de Vietnamese jungle.