Pablo Escobar

Pablo Escobar in zijn jonge jaren, grijnzend naar de politiefotograaf.

© Policía De Medellín & Shutterstock

Pablo Escobar drenkte Colombia in bloed

De Colombiaan Pablo Escobar was nietsontziend. In een paar jaar tijd bouwde hij onder het motto ‘zilver of bloed’ zijn cocaïne-imperium op, waardoor het nachtleven van de VS sneeuwwit kleurde. Hij pleegde bomaanslagen, kocht ambtenaren om en doodde iedereen die hem tegenwerkte bij zijn streven naar rijkdom en macht.

2 september 2016 door Troels Ussing
De tropische zon brandt onbarmhartig in de regio Antioquia in Colombia. Pablo Escobar en zijn Amerikaanse zakenpartner George Jung zoeken verkoeling in de schaduw. De stemming zit er op deze zomerdag in 1978 goed in op Escobars nieuwe landgoed, Hacienda Nápoles. De export van cocaïne uit Zuid-Amerika naar de VS loopt als een speer.

Jung regelt de transporten naar de Amerikaanse westkust. Daar mag de jetset graag een lijntje snuiven, terwijl Pablo Escobar en zijn Colombiaanse drugskartel het geld opstrijken.

Terwijl de zakenpartners ontspannen zitten te praten, komt er een Chevrolet Blazer aanrijden. Twee bodyguards van Escobar stappen uit, openen de achterklep en sleuren een man naar buiten.

‘Ogenblikje,’ zegt Escobar, terwijl hij gebaart dat Jung rustig op het terras kan blijven zitten terwijl hij even weg is.

Op zijn gemak slentert de drugsbaas naar de zonovergoten binnenplaats, waar de twee lijfwachten de derde man in bedwang houden. Een van Escobars mannen reikt hem een .45-kaliber automatisch pistool aan, dat hij aanpakt en tegen de slaap van de man zet.
‘BANG!’ weerklinkt het schot over de binnenplaats als Escobar de metalen trekker overhaalt. De man valt dood neer op het grind.

‘Hij heeft me verraden,’ zegt Escobar met een blik vol haat in zijn ogen als hij weer aanschuift op het terras.

Het bericht is voor George Jung niet mis te verstaan. Pablo Escobar laat niet met zich sollen. In een paar jaar tijd is de Colombiaan een machtige drugsbaas geworden, en in de 15 jaar daarop zal hij machtiger worden dan de president. In zijn zucht naar harde cash laat hij een spoor van bloed achter in Colombia – en Escobar ontziet niemand.

Pablo Escobar begint als autodief

Als Pablo Escobar in 1966 op zijn 17e van school gaat, zegt hij al tegen zijn vertwijfelde moeder dat hij vóór zijn 22e jaar miljonair wil zijn. Zo snel rijk worden lukt in Colombia alleen door de criminaliteit in te gaan, en Escobar stort zich dan ook vol overgave op het stelen en doorverkopen van auto’s.

Het geld stroomt binnen, en nu het aantal autodiefstallen in zijn woonplaats Medellín zo sterk is toegenomen, besluit de sluwe Escobar ook bewaking te gaan aanbieden. Zo eet hij van twee walletjes: stelen en beveiligen.

Gaandeweg wordt ook kidnapping een belangrijke bron van inkomsten. Onschuldige mensen ontvoeren en losgeld voor hen vragen, dat is snel geld verdienen. In 1971 slaat hij een grote slag als zijn mannen de industrieel Diego Echavarría te pakken krijgen.

Echavarría is gehaat bij de vele arme arbeiders in Medellín, omdat hij hen in groten getale heeft ontslagen bij de lokale textielfabrieken. De familie van de zakenman betaalt de 50.000 dollar aan losgeld meteen. Maar in plaats van de gevangene vrij te laten, martelen de mannen van Escobar hem zes weken lang met vuist- en stokslagen, waarna ze hem wurgen en in een sloot gooien.

De notabelen van Colombia zijn diep geschokt, maar de bewoners van de sloppenwijken omarmen Escobar. De moord toont aan hoe meedogenloos hij is en laat de buitenwereld weten dat de topcrimineel El Patrón – de baas – nergens voor terugdeinst in zijn zucht naar macht en geld. En Escobars schrikbewind is nog maar net begonnen. 

In de jaren 1980 werd 80 procent van alle cocaïne wereldwijd geproduceerd door Pablo Escobar.

© Shutterstuck

Cocaïne gaat mee in vliegtuigwiel

De bodem en het klimaat van Colombia zijn perfect geschikt voor de cocaplant, en halverwege de jaren 1970 begint het Colombiaanse criminelen te dagen dat er aan cocaïne geld te verdienen valt.

Dat geldt ook voor Escobar. Binnen de kortste keren heeft hij enkele kleine laboratoria, waar zijn koks in een walm van chemicaliën coca verwerken tot cocaïne. Drugsbaas Fabio Restrepo heeft op dat moment het grootste deel van de handel in Medellín in handen, maar hij wordt al snel vermoord – en dan is El Patrón opeens de kingpin van de stad.


‘Hij was een gangster. En zo was het. Vanaf het begin was iedereen bang voor hem. Zelfs later, toen ik mezelf beschouwde als een van zijn vrienden, was ik nog bang voor hem,’ vertelt een piloot met de schuilnaam ‘Rubin’ naderhand. Hij ontmoet Escobar in 1975 voor het eerst.


Het is Rubins taak om in Miami sportvliegtuigjes op te kopen en piloten in te huren om ermee heen en weer te vliegen tussen de VS en Latijns-­Amerika. De cocaïne wordt in de banden verstopt en de vliegtuigen vliegen onder de radar door. Zo gaat het witte poeder naar de VS, waar het dezelfde status heeft als Dom Pérignon en belugakaviaar.

Pablo Escobar had zo veel geld opgeslagen dat per jaar 10 procent van zijn
verdiensten – zo’n 2 miljard dollar – werd opgegeten door ratten.
© Shutterstock
Twee jaar later breidt Escobar uit naar de westkust en wordt George Jung zijn man in Californië. Escobar is nu zo rijk dat hij in heel Latijns-Amerika en de VS villa’s koopt. Tegen het eind van het decennium levert zijn drugskartel de helft van alle cocaïne die de VS in komt. Escobar is inmiddels miljardair.

De cocaïnehandel wordt de grootste industrie van Colombia, en de inwoners van het land profiteren mee van de vele miljarden. Pablo Escobar pompt geld in scholen, voetbalvelden en gebouwen van algemeen nut. De meeste armen kiezen er daarom voor de liquidaties en het geweld op straat te negeren.

De drugsbaron is een tijdlang de don van het volk, en veel Colombianen zien hem als de Robin Hood van het land, die van de rijke, kapitalistische VS steelt ten gunste van het arme Colombia.

Escobar zelf geniet van zijn status en probeert in de media altijd voor de dag te komen als een echte patriot.

‘Ik ben een goede vriend en doe mijn best om het de mensen naar de zin te maken. Vrienden zijn het belangrijkste in het leven,’ beweert de dan 30-jarige miljardair in 1980 in een sportblad.

Maar niet iedereen wil vrienden zijn met El Patrón. 

Het Medellínkartel smokkelde wapens naar huurmoordenaars en sympathisanten in Colombia.
© Policía de Medellín

Klopjacht op Pablo Escobar

Als kolonel Hugo Martínez in september 1989 zijn intrek neemt in zijn nieuwe kantoor in Medellín, heeft hij maar één doel voor ogen: Pablo Escobar ten val brengen, koste wat het kost.

Ruim 10 jaar lang is de succesvolle, nietsontziende drugsbaron al actief, en volgens het tijdschrift Forbes bedraagt zijn vermogen circa 200 miljard dollar. De autoriteiten hebben er genoeg van.

Als hoofd van de opsporingsgroep – het Bloque de Búsqueda – is het aan Martínez om Escobar te stoppen.

De ervaren kolonel heeft in zijn jaren bij het nationale politiekorps de carrière van de drugsbaas op de voet gevolgd en weet alles wat er over hem te weten valt – bijvoorbeeld dat Escobar het liefst seks heeft met meisjes van 14 à 15 jaar, witte Nikes draagt, fastfood eet en altijd zeker 15 bodyguards bij zich heeft.

De reden dat Martínez de gevaarlijke taak graag op zich neemt, is dat Escobar in de jaren 1980 diverse collega’s van de kolonel heeft vermoord, plus een aantal journalisten, rechters en politici.

De manier waarop Pablo Escobar met de autoriteiten omgaat, wordt plata o plombo genoemd. Je laat je omkopen met Escobars plata – zilver – of je wordt vermoord met zijn plombo – lood.

Om de klus te klaren werft Martínez mensen uit de uithoeken van Colombia – in het besef dat elke agent in de buurt van Escobar is omgekocht. Al snel heeft de kolonel 200 mannen bij elkaar, die met kogelvrije vesten en mitrailleurs de magazijnen en laboratoria van het Medellínkartel bestormen.

In de eerste weken komen 30 leden van de opsporingsgroep om. Maar bij een aanval in november weet de politie Escobar te verrassen als hij zich met zijn zwager en broer Roberto schuilhoudt op een boerderij in de jungle.

De twee broers ontkomen ternauwer­nood, maar een paar uur later horen ze via een radiobericht dat de zwager van Escobar het niet heeft gered.
‘Het is de enige keer dat ik Pablo heb zien huilen,’ vertelt Roberto later.

Escobar voelt de hete adem van Hugo Martínez en diens Bloque de Búsqueda in zijn nek en reageert via contacten bij de media met zware dreigementen.

‘We verklaren de regering en iedereen die ons heeft achtervolgd en aangevallen de totale oorlog,’ brult El Patrón, en vervolgt dat zijn vijanden zullen lijden tot ze ‘janken en smeken om genade’.

Kort daarop vindt de politie een bom onder het gebouw in Bogotá waar Martínez’ familie woont. Maar die dient alleen als waarschuwing. Escobar biedt de kolonel zes miljoen dollar aan als hij zijn werk gewoon voortzet – maar dan zijn mannen met opzet misleidt en op een dwaalspoor brengt.

Martínez slaat het ‘zilver’ af, al weet hij dat hij nu het risico loopt op ‘lood’ te worden getrakteerd.

Naarmate het net zich verder sloot om de drugsbaas, zag hij zijn gezin steeds minder.

© El Columbiano

Pablo Escobar begraaft presidentsvriend levend

Ruim een jaar is Colombia een oorlogsgebied en neemt het Bloque magazijnen met cocaïne, geld en goud in beslag.

De opsporingsagenten worden door Amerikaanse elitesoldaten getraind en krijgen daarnaast ook apparatuur en technieken van de VS.

De Amerikaanse regering pompt miljoenen dollars in de jacht op Escobar, die in drie staten wordt gezocht. En als de drugsbaron iets niet wil, is het in handen vallen van de gringo’s.
‘Liever een graf in Colombia dan een gevangeniscel in de Verenigde Staten,’ zegt hij meer dan eens.

De kingpin laat de confisquatie van zijn vermogen niet over zijn kant gaan en slaat terug met liquidaties, bomaanslagen en ontvoeringen. Tot aan de

zomer van 1991 laten 657 mannen van Martínez’ het leven en komen 3127 burgers om in de strijd.

Maar Escobar zelf begint ook murw te worden. Zijn makkers en hij zijn ‘constant onderweg’, zoals Roberto het formuleert. Na onderhandelingen biedt de topcrimineel aan zich over te geven – als hij zijn straf mag uitzitten in een gevangenis die hij zelf bouwt. En hij mag voor slechts één delict veroordeeld worden: dat hij tussenpersoon geweest is bij een kleine drugsdeal.

Verrassend genoeg gaat president César Gaviria akkoord met het voorstel. Slechts twee maanden eerder is hij nog zijn dierbare neef verloren, die door Escobars mannen levend is begraven. De president is moegestreden.

Als El Patrón in juni 1991 zijn zelf gebouwde gevangenis, La Catedral, betreedt, is het alsof hij een gewoon huis binnenloopt. Hier geen spartaanse bedden of koude betonnen muren. Overdag kan Escobar lekker op de bank liggen, ’s avonds drinkt hij wat in de bar en ’s nachts vlijt hij zich neer in een enorm waterbed. De crimineel heeft zelfs zijn persoonlijke bodyguards en huurmoordenaars om zich heen.

Het geweld in Colombia neemt af nu Escobar vastzit, maar de cocaïnehandel blijft hij vanuit de gevangenis gewoon regelen. De Amerikanen beklagen zich luidkeels over de schijnvertoning, en halverwege 1992 wordt de situatie ook president Gaviria te gortig. Hij stuurt staatssecretaris Eduardo Mendoza naar La Catedral met een duidelijke
opdracht: ‘Breng Escobar naar Bogotá.’

Drugsoorlog na fiasco en vlucht

De actie loopt helemaal mis. Wanneer Mendoza aankomt, heeft hij al snel door dat niet alleen de bewakers maar ook zijn eigen troepen doen wat Escobar zegt. In plaats van de drugsbaas op te pakken, gijzelen ze Mendoza. Als de regering lucht krijgt van de absurde
situatie, stuurt ze troepen om Mendoza te bevrijden. Maar in de chaos slaagt
Escobar erin om te ontsnappen.

Voor de autoriteiten is de vlucht een klap in het gezicht, en de situatie is nog erger dan voorheen. Het bloedvergieten neemt toe als Escobar iedere wapen­bezitter in Medellín 2000 dollar belooft voor het vermoorden van een agent.

Ondertussen terroriseert hij Bogotá met bomaanslagen in de hoop de regering te dwingen tot een akkoord.

Maar Gaviria wil niet meer dansen naar de pijpen van Escobar, die hij ‘staatsvijand nummer 1’ noemt. Begin 1993 neemt de staat daarom Escobars ‘plata-tactiek’ over door 6,5 miljoen dollar uit te loven voor de tip die leidt tot de aanhouding van de topcrimineel.

Kolonel Martínez en zijn opsporingsgroep schakelen over op de hoogste versnelling en maken in heel Colombia jacht op Escobars mannen. Ze spelen zelfs informatie door aan de paramilitaire groep Los Pepes, die in 1993 de handlangers van Escobar ook stevig onder vuur neemt.

Door de felle tegenstand ziet Roberto Escobar zich genoodzaakt tot overgave, en kort daarop valt het leger van bodyguards en huurmoordenaars ook uiteen. Voormalige compagnons als George Jung en ‘Rubin’ helpen de autoriteiten in ruil voor strafvermindering.

Het machtige Medellínkartel ligt al snel voor een groot deel in puin, en een aantal huizen van Escobar brandt af. Zelf gaat hij van het ene naar het andere schuiladres. Per radiotelefoon houdt hij contact met zijn vrouw en kinderen.

Escobar heeft zijn gezin al in geen tijden bezocht uit angst om te worden opgepakt. In 1993 belt hij echter elke dag zijn zoon Juan Pablo, ook al weet hij dat de lijn wordt afgeluisterd door Hugo Martínez en zijn team. Escobar heeft zelfs een persoonlijk bericht voor de man die zo fanatiek achter hem aanzit.

‘Kolonel, ik ga u vermoorden. Ik ga uw hele familie vermoorden tot dederde generatie. En daarna graaf ik uw grootouders op en jaag ik een kogel door hen heen voordat ik ze weer begraaf,’ zegt hij op een dag ijskoud.
Op 2 december 1993 is Escobars vlucht ten einde. De politie vindt en bestormt het huis waar hij zich schuilhoudt.
© AFP/Scanpix

Pablo Escobar blootsvoets gepakt op het dak

Op 2 december 1993 gebeurt waarop Martínez zo lang heeft gehoopt. Zoals
altijd belt Escobar met zijn zoontje.

Gewoonlijk zijn de gesprekken te kort om ze te kunnen traceren, maar deze keer vergeten de twee de tijd.

De zoon van kolonel Martínez, Hugo, die de Colombiaanse opsporingseenheid leidt, vangt daardoor in zijn peilauto een vrij nauwkeurig signaal op.

Hij rijdt door de middenstandswijk Los Olivos van Medellín en bestudeert de vele eengezinswoningen oplettend. Opeens ontwaart hij voor een raam op de eerste verdieping een corpulente man met lang, krullend haar die aan het bellen is. Het is Escobar!

‘Dat huis daar, dat is het!’ roept Hugo opgewonden tegen de mensen in de
auto achter hem, waarna hij de radio pakt en zijn vader oproept.

‘Blijf waar je bent. Zet mensen voor en achter het huis. Zorg ervoor dat hij niet ontsnapt!’ beveelt de kolonel, die meteen al zijn mensen in de omgeving op de hoogte stelt.

10 minuten later is het huis geheel omsingeld en wordt de voordeur met een voorhamer ingebeukt. Het lawaai alarmeert Escobar en zijn bodyguard op de bovenste verdieping, en een paar tellen later springt de lijfwacht door het raam op het roestrode dak.

In de achtertuin staan Martínez’ mannen met automatische wapens te wachten. De man wordt doorzeefd met kogels en valt neer op het gras.

Dan komt Escobar tevoorschijn. Hij stopt even om zijn badslippers uit te schoppen en springt dan blootsvoets het dak op. De forse drugsbaron kruipt eerst dicht langs de muur om dekking te zoeken. Als hij besluit een sprintje te trekken over het dak, barst het vuur van alle kanten los, en hij valt om.

‘Het is Pablo! Het is Pablo!’ schreeuwt een schutter op het dak van de buren. Korte tijd later kruipen enkele mannen het pannendak op, waar het lichaam van El Patrón ligt.

De topcrimineel is meerdere keren geraakt, maar de dodelijke kogel is door zijn hoofd gegaan – van zijn rechter- naar zijn linkeroor. Het schot heeft een eind gemaakt aan de bijna 30 jaar lange criminele carrière van Escobar, waarin hij de VS met wit poeder bestrooide en Colombia drenkte in bloed.

De majoor die ter plekke de leiding heeft, slaakt een zucht van verlichting als hij het lijk ziet. Tevreden pakt hij zijn radio om Martínez op te roepen.

‘Vivá Colombia! We hebben Pablo Escobar zojuist gedood!’

Niemand weet wie de kogel afvuurde die een einde aan het leven van Pablo Escobar maakte.

© Drug Enforcement Administration

Bekijk ook ...