De moordenaar werd beschuldigd van ten minste 25 moorden her en der in Frankrijk.

© MARY EVANS & LE PROGRÈS ILLUSTRÉ

Herderdoder Joseph Vacher had vrij spel

Een perverse moordenaar terroriseert het 19e-eeuwse Franse platteland. Joseph Vacher heeft het vooral gemunt op jonge herders en laat zich niet makkelijk in de kraag vatten – tot een jonge onderzoeksrechter op een idee komt.

12 juli 2018 door Troels Ussing

Het zweet loopt de herdersjongen Jean-Marie Robin over de rug terwijl hij zijn kudde koeien aanspoort: ‘Allez!’ Met tegenzin sjokken de beesten verder. Het is zo heet op deze laatste dag van augustus 1895 dat de koeien niet vooruit te branden zijn. De herder drijft ze echter vastberaden voort door de heuvels van Onglas, 40 kilometer ten oosten van Lyon, op weg naar de groene weiden.

Dan ziet hij een koe van een andere herdersjongen van een heuvel af sjokken. Jean-Marie is verbaasd: het is niets voor zijn 16-jarige vriend Victor Portalier om een beest kwijt te raken. Jean-Marie wil zijn makker graag helpen en begint de koe terug te drijven naar de schaduwrijke walnotenboom waar Victor vaak zit.

Maar een paar meter van de boom stapt Jean-Marie bijna in een bloedplas. Dan valt zijn oog op Victors blouse, die doordrenkt is met bloed. De jongen slaakt een kreet en holt weer naar beneden, bang om het lichaam van zijn vriend te vinden.

Dorpelingen zijn geschokt

Door de luide schreeuw komt een aantal omwonenden aangesneld. En wat ze vinden, is gruwelijk. Bij een paar jeneverbesstruiken 60 meter van de walnotenboom ligt Victor Portalier. Hij heeft een diepe snee in zijn hals en is vreselijk toegetakeld. Van zijn borstbeen tot aan zijn schenen is de jongen opengesneden. Zijn penis en een van zijn testikels zijn afgesneden en liggen een paar meter bij het lichaam vandaan.

De dorpelingen staan stijf van de schrik en kunnen niet bevatten dat een jongen uit hun dorpje op zo’n afschuwelijke manier vermoord is. Opgewonden vertellen ze de politie dat een onbekende zwerver een paar dagen eerder heeft gevraagd naar de herdersjongen, die hij zei te kennen van een eerder bezoek. Zijn naam weten ze niet, maar wel dat hij zware, donkere wenkbrauwen had en opvallende littekens rond zijn rechteroog. Hij moet het monster zijn geweest dat deze vreselijke daad heeft gepleegd.

Wat niemand van hen weet, is dat het bepaald niet de eerste keer is dat de moordenaar heeft toegeslagen. Op zijn zwerftocht door het zuidoosten van Frankrijk heeft hij een macaber bloedspoor getrokken. En de vagebond zal nog veel meer dood en verderf zaaien op het Franse platteland.

Politie raakt spoor bijster in zoektocht naar Joseph Vacher

In de middag van 31 augustus 1895 loopt de 25-jarige Joseph Vacher met grote passen door een kloof iets buiten Onglas. Weer is het hem gelukt een slachtoffer te maken – en ongezien weg te komen van de plek van het misdrijf.

Al ruim een jaar zwerft Vacher rond, sinds hij werd ontslagen uit een inrichting in Saint-Robert in Midden-Frankrijk. Hij zat daar vanwege een poging tot moord op zijn ex-vriendin. Maar hoewel de artsen in Saint-Robert Vacher volledig genezen verklaarden van de ‘zenuwinzinking’ die gepaard ging met zijn moord- en daaropvolgende zelfmoordpoging, is de Fransman nog even heetgebakerd en bloeddorstig als voorheen.

Niemand weet nog van de reeks moorden die hij op zijn omzwervingen heeft gepleegd. De verminkte lijken zijn allemaal gevonden, maar de sluwe Vacher weet dat hij ermee weg kan komen als hij van de ene jurisdictie naar de andere reist. Want in de jaren 1890 werken de verschillende politiedistricten nog nauwelijks samen.

De onderzoekers van de zaak-Portalier, die onder de regio Bugey valt, raken dan ook al snel het spoor kwijt van de zwerver die volgens de inwoners van Onglas de jonge herder heeft gedood. Twee dagen na de moord ziet een getuige de landloper met de dikke wenkbrauwen bij een spoorbrug over de Rhône, maar als de politie de getuige hoort, is de man alweer verdwenen. Hij moet het gebied hebben verlaten, concludeert de politie.

Op 22 november 1895 sluiten de autoriteiten de zaak en gaat het rapport een la in. De moordenaar kan ongehinderd doorgaan.

Joseph Vacher groeide op in dit huis in Beaufort, een plaatsje ten oosten van Lyon. 

© Douglas Starr

Jonge onderzoeksrechter gaat achter Joseph Vacher aan

Op 20 juni 1897 – bijna twee jaar nadat de herdersjongen Victor Portalier werd opengesneden – zit Émile Fourquet in Lyon een kop koffie te drinken met zijn collega’s. Hij is sinds kort onderzoeksrechter in Belley, de hoofdstad van Bugey. Het is een droombaan voor de 35-jarige jurist. Nu kan hij zijn ‘vurige passie uitleven’ en zich storten op de ‘mensenjacht’, zoals hij later schrijft in zijn memoires.

Terwijl de collega’s de hete koffie naar binnen slurpen, komt de openbaar aanklager binnen. Hij gooit de nieuwe editie van de krant Lyon Républicain op tafel.

‘Kijk eens wat voor een opzienbarende misdaad er eergisteren is gepleegd bij Lyon,’ zegt de aanklager, en hij wijst op de kop ‘Moord op herder’.

Door zijn ronde brilletje leest Fourquet dat de 13-jarige herder Pierre Laurent is ‘aangerand en vermoord’ in de heuvels een paar kilometer ten westen van Lyon.

‘De ellendeling heeft zonder aarzeling zijn beestachtige driften op de herdersjongen botgevierd, en het lichaam opengesneden en verminkt. Het jonge slachtoffer werd aangevallen door een afschuwelijk monster, dat helaas spoorloos is verdwenen,’ luidt het artikel.

Fourquet en zijn collega’s weten dat de moord buiten hun jurisdictie is gepleegd en ze de zaak dus niet kunnen onderzoeken. Maar een van de oudgedienden wijst erop dat de details van de misdaad lijken op die van een misdrijf dat twee jaar eerder wel in hun district werd begaan: ‘Je voorganger heeft de moordenaar nooit gevonden. Hij dacht dat het een zwerver was,’ zegt de man.

Fourquets interesse is gewekt. Hij vraagt zijn assistent het dossier over Portalier uit het archief te halen. Twee dagen lang bestudeert hij elk detail over de twee moorden, en hij ziet veel overeenkomsten. In beide gevallen besloop de moordenaar het slachtoffer, sneed hij de herdersjongen de keel af en schond hij het lichaam. Ook zagen getuigen een landloper met een dreigend uiterlijk, die na het misdrijf is verdwenen.

Fourquet voelt zich zeker van zijn zaak. Hoewel er bijna twee jaar tussen de moorden zit, kan het om dezelfde dader gaan. Hij telegrafeert meteen zijn superieur met de vraag of hij de zaak-Portalier mag heropenen. Fourquet krijgt groen licht en de mensenjacht kan beginnen.

Fourquet stelt signalement van Joseph Vacher op

In Belley gaat Fourquet systematisch te werk. Hij neemt contact op met de rechtsgebieden in Zuidoost-Frankrijk en heeft al snel een stapel onopgeloste moordzaken op zijn bureau. Hij spit alles door ‘in de stilte en eenzaamheid van de nacht’, zoals hij het formuleert in zijn memoires. Acht moorden lijken met elkaar te maken te hebben.

Fourquet gaat zoals altijd grondig te werk en noteert alles in twee grote schema’s: een met de werkwijze van de moordenaar, en een met zijn identiteit. Naarmate de dagen en nachten verstrijken, worden de velden met informatie over het moordwapen, de positie van de lijken en de verminkingen steeds uitgebreider.

De onderzoeksrechter laat de getuigen uit de zaak-Portalier opsporen en naar zijn kantoor brengen, waar hij hen verhoort. Deze getuigenverklaringen leveren nog meer kleine details op, zoals het accent van de dader en de merkwaardige stank die om hem heen hing.

Na weken ploeteren staan de schema’s boordevol met informatie. Fourquet onderstreept alle overeenkomsten met blauw en stelt op basis daarvan een daderprofiel van de sadistische moordenaar samen.

Intussen hebben de kranten er lucht van gekregen dat er mogelijk een seriemoordenaar rondloopt. De Lyon Républicain laat zijn lezers weten dat er behalve Pierre Laurent nog ‘andere jonge herders na hun dood werden opengesneden en verminkt’.

De krant vertelt dat de moorden de ‘dorpsgemeenschappen terroriseren’ en dat ‘herders hun kudde niet ver van bewoond gebied durven brengen’. Dat komt allemaal door de ‘Herdermoordenaar’ of ‘Jack the Ripper uit het zuidoosten’, zoals de kranten de moordenaar noemen – naar de Britse Jack the Ripper die een paar jaar eerder in Londen dood en verderf zaaide.

De kranten vermelden niet dat de moordenaar bijna alle jonge slachtoffers ook heeft verkracht. Die gruwelijke informatie houdt Fourquet voor zichzelf, omdat hij het volk er niet mee wil belasten. Fourquet zegt er zelfs niets over in het signalement dat hij naar 250 jurisdicties in het hele land stuurt – een ongebruikelijke actie in die tijd.

‘Stuur me een telegram als hij wordt gezien,’ besluit Fourquet zijn schrijven, in de hoop de vermeende dader snel te pakken te krijgen. Het eerste grootscheepse forensisch onderzoek in de Franse geschiedenis is begonnen.

Na een poging tot moord op een oudere vrouw wordt Joseph Vacher veroordeeld tot drie maanden cel.

© Le Petit Journal

Boeren overmeesteren Joseph Vacher

Joseph Vacher heeft geen idee van Fourquets intensieve onderzoek en trekt in de zomer van 1897 onbekommerd door het zuidoosten van Frankrijk. Sinds de moord op Pierre Laurent is hij afgezakt naar het zuiden, samen met een zwart-wit hondje, dat hij voor vier frank heeft gekocht.

Op 4 augustus lopen de twee het erf van een boerderij op in de regio Ardèche, tussen Lyon en de Middellandse Zee. De zwerver bedelt om wat eten en krijgt van de vriendelijke boer een schaaltje ratatouille. Vacher schrokt een paar happen naar binnen en geeft de rest aan zijn reisgezel, die zijn snuit ervoor optrekt. ‘Als je het niet eet, sla ik je dood,’ roept Vacher tegen het hondje.

Ontzet kijkt de boer toe als de vreemdeling een knuppel uit zijn plunjezak haalt en de hond op zijn kop slaat tot het beestje levenloos op de grond ligt. Vacher begraaft het dier en verlaat dan tot grote opluchting van de boer de boerderij.

Vachers bloeddorst is echter nog niet gestild, en slechts een etmaal later wordt de drang te sterk als hij in een bos een oudere vrouw ziet die brandhout aan het verzamelen is. Ze is alleen, en Vacher heeft niet gezien dat haar man een eindje verderop loopt. De landloper besluipt de boerin van achteren en drukt haar keel dicht. Maar als hij even loslaat om een steekwapen te pakken, begint de vrouw uit alle macht te schreeuwen.

Een paar tellen later springt haar echtgenoot boven op Vacher. De zwerver duwt zijn wandelstok in het oog van de boer en boort dan een schaar in zijn been. Maar de man geeft niet op en houdt de vreemdeling in bedwang totdat andere boeren uit de buurt hem komen helpen.

‘Dat kreng! Als zij niet zo hard had gegild, was alles nu achter de rug geweest en zou ik inmiddels in een ander politiedistrict zijn,’ raast Vacher als hij een paar uur later onder bewaking van vijf boeren wacht op de gendarmes uit de dichtstbijzijnde stad Tournon.

De rechtbank van Tournon veroordeelt Vacher tot drie maanden celstraf voor ‘verstoring van de openbare orde’. De vagebond blijft onaangedaan onder het vonnis, want niemand heeft zijn eerdere misdaden in verband gebracht met deze laatste aanval.

Helaas voor Vacher heeft de onderzoeksrechter van het district zijn opvallende uiterlijk opgemerkt. De donkere, zware wenkbrauwen, het bloeddoorlopen rechteroog en de scheve mond doen een belletje bij hem rinkelen. Hij haalt Fourquets signalement van de dader tevoorschijn. Er zijn beslist overeenkomsten – wie weet is dit de man op wie zijn collega jacht maakt!

De jurist beschrijft het uiterlijk van Joseph Vacher tot in detail en stuurt het verslag naar Belley. Een paar dagen later krijgt hij antwoord van Fourquet. De boodschap is helder: ‘Breng de gevangene direct naar Belley.’

Fourquet lokt Joseph Vacher in de val

Sinds Émile Fourquet het signalement van de vermeende dader heeft verstuurd, heeft hij diverse tips gekregen. Maar met 400.000 landlopers in Frankrijk is het niet eenvoudig de juiste te pakken te krijgen, en tot nog toe hebben de verhoren van verdachten niks opgeleverd. Als echter de 28-jarige Joseph Vacher de verhoorkamer in Belley wordt binnengeleid, gaat Fourquet eens goed rechtop zitten.

De jurist kijkt beurtelings in zijn papieren en naar de landloper. Elk detail van ’s mans uiterlijk klopt met het signalement van de moordenaar. Rustig begint Fourquet de gevangene te verhoren over zijn tijd in het leger, zijn verblijf in de psychiatrische inrichting en niet het minst zijn omzwervingen in Zuidoost-Frankrijk. Fourquet begint over de regio Ain, waar Vacher bekent te zijn geweest, en dan noemt de onderzoeksrechter het dorp Onglas.

‘U wordt ervan beschuldigd in Onglas te zijn geweest ... en Victor Portalier, die in deze omgeving woonde, te hebben vermoord,’ verklaart Fourquet beslist.

Meteen beseft de onderzoeksrechter dat hij te hard van stapel is gelopen. Zonder een spier te vertrekken ontkent Vacher dat hij de jonge herder heeft vermoord. En hij heeft nu door dat hij op zijn woorden moet letten om niet door Fourquet te worden ontmaskerd.

Drie weken verhoort Fourquet de landloper, maar die geeft geen duimbreed toe. Dan speelt Fourquet zijn ‘laatste troef’ uit, zoals hij in zijn memoires zegt: ‘U bent niet de man die ik zoek,’ zegt hij tegen Vacher. ‘Ze hebben in Tournon een fout gemaakt. Dit is de vierde die ze hierheen sturen, en de vierde die ik weer laat gaan.’

Fourquet belooft Vacher dat hij weg mag. Maar wil Vacher hem nog wat meer vertellen over zijn bestaan als zwerver? Daar wil de jurist namelijk een boek over schrijven. Vacher is op zijn hoede, maar als Fourquet hem een stapel papier laat zien met aantekeningen voor zijn boek, ontspant de schurk enigszins. Hij pocht dat hij dag en nacht door kan lopen en gemakkelijk 30 kilometer per dag aflegt. Ook volgt hij altijd het zachte weer, dus in de winter trekt hij naar het zuiden en in de zomer blijft hij in de omgeving van Lyon.

Belangstellend vraagt Fourquet de vagebond zijn route aan te wijzen op een kaart. De jurist houdt voortdurend de verschillende moorden in het achterhoofd en wil precies weten wanneer Vacher zich waar bevond. Al snel tekent zich een duidelijk patroon af: Vacher was telkens in de buurt als een van de misdrijven werd gepleegd.

Fourquet is ervan overtuigd dat hij de dader te pakken heeft. Op 7 oktober 1897 laat hij 12 inwoners van Onglas ophalen om de verdachte te identificeren. Tien van hen weten zeker dat Joseph Vacher de zwerver is die ze kort voordat Victor Portalier werd vermoord, hebben gezien.

‘Ik zal je laten zien dat ik van al je misdaden op de hoogte ben,’ zegt Fourquet als hij weer tegenover Vacher zit. Die is volkomen verrast dat hij plotseling toch weer wordt verdacht van moord.

Fourquet heeft nog steeds een bekentenis nodig, want niemand heeft de moord op Portalier daadwerkelijk gezien. Daarom somt hij de moorden een voor een op, waarna hij ze in verband brengt met de zwerver. ‘En bovendien heb je al deze slachtoffers verkracht of opengesneden. Je bent door diverse getuigen gezien en herkend,’ zegt Fourquet, waarna hij Vacher laat terugbrengen naar zijn cel.

Zo wit als een doek verlaat Vacher de verhoorkamer, geschokt dat hij is ontmaskerd terwijl hij zo lang met zijn misdrijven is weggekomen. Rond zevenen die avond zit Fourquet te eten op zijn kantoor als een bewaker op de deur klopt. Hij heeft een brief van Vacher bij zich, die de onderzoeksrechter direct openvouwt. Fourquet glimlacht tevreden als zijn oog valt op een zin midden in de brief: ‘Ja, ik heb alle misdaden gepleegd waarvan u mij beschuldigt,’ staat er.

Op een krantenfoto staat de veroordeelde met zijn witte bontmuts en een sleutelbos – symbool voor de sleutels van de hemelpoort. © Bibliothèque de la Ville de Lyon

Joseph Vacher beweert dat gedrag door hondenbeet komt

Hoewel Vacher zijn gruweldaden heeft bekend, is hij niet van plan om onder de guillotine te eindigen, zoals de gebruikelijke straf is bij moord. De landloper weet dat er in Frankrijk eerder moordenaars in een gesloten inrichting terecht zijn gekomen nadat ze ontoerekeningsvatbaar werden verklaard.

Omdat Vacher al eerder tien maanden in een inrichting zat, denkt hij een goede zaak te hebben. ‘Ik heb al deze daden begaan in een vlaag van razernij. Toen ik een jaar of zeven was, ben ik gebeten door een hondsdolle hond. Ik heb altijd vermoed dat het medicijn daarvoor mijn bloed heeft aangetast,’ verklaart Vacher in zijn bekentenis, in de hoop de doodstraf te ontlopen.

De pers stort zich op het verhaal, en de verslaggevers komen massaal naar Belley om te schrijven over de ergste seriemoordenaar in de Franse geschiedenis. Ze noemen hem ‘de bloederige zwerver’, ‘de Ripper’ of ‘het monster’. Een fotograaf mag een foto van Vacher nemen, waarop deze poseert met een muts van konijnenbont, die volgens hemzelf staat voor reinheid en onschuld.

Intussen liggen er 88 nieuwe onopgeloste moordzaken op Fourquets bureau. Allemaal misdrijven die mogelijk in verband kunnen worden gebracht met Vacher. De jurist buigt zich over het bewijsmateriaal, en Vacher bekent nog drie moorden. Dan zwijgt hij, omdat Fourquet weigert zijn verhaal over zijn geestesziekte openbaar te maken.

Maar dat is wel het laatste wat Fourquet wil. De jurist weet dat de seriemoordenaar de doodstraf zou kunnen ontlopen. Dat zou slecht vallen bij de bevolking, die om het hoofd van Vacher roept. Het onderzoek van Fourquet heeft naar de dader geleid, maar als de jurist er zeker van wil zijn dat Vacher de doodstraf krijgt, moet hij het medische en psychologische bewijs rond krijgen.

Gelukkig kan de onderzoeksrechter de hulp inroepen van dr. Alexandre Lacassagne, een vooraanstaand arts. Zijn werk heeft school gemaakt binnen de forensische geneeskunde, en de zaak-Vacher heeft de interesse van de criminoloog gewekt. Hij stort zich vol vuur op de zaak en bezoekt Vacher in de gevangenis om te beoordelen of de moorden zijn begaan uit razernij en geestesziekte.

‘De eerste indruk die je krijgt als je Vacher ziet met zijn witte muts van konijnenbont (wit, de kleur van onschuld) is dat deze man komedie speelt,’ noteert Lacassagne in zijn aantekeningen na een bezoek aan Vachers cel.

De herdermoordenaar is echter weinig mededeelzaam tijdens de bezoeken, en Lacassagne moet erkennen dat hij geen conclusies kan trekken op basis van de gesprekken. Hij moet het doen met de forensische gegevens van de plaatsen delict. Omdat de arts de obducties niet zelf heeft uitgevoerd, laat hij een tekenaar schetsen maken van de lijken zoals die zijn gevonden. Dan zoekt de criminoloog weken naar overeenkomsten tussen de vele moorden.

Na een paar maanden is het werk van de arts ten slotte afgerond en kan de rechtszaak tegen Vacher beginnen.

Lacassagne doet Joseph Vacher de das om

Op woensdag 26 oktober 1898 zit de rechtszaal in de stad Bourg-en-Bresse in Ain stampvol. Journalisten – zelfs uit New York – zitten met hun pen in de aanslag, terwijl het publiek heeft plaatsgenomen op de houten banken. Om 8.40 uur gaat er een geruis door de zaal als Vacher, met zijn bontmuts op, door bewakers wordt binnengeleid.

‘De zitting is geopend. Hoeden af!’ zegt even later een gerechtsmedewerker. Met tegenzin geeft Joseph Vacher hieraan gehoor, terwijl rechter Adhémar de Coston in zijn rode mantel de rechtszaal binnenloopt.

Het voorlezen van de aanklacht beslaat een half uur. Hoewel alle moorden meetellen in de beoordeling van Vachers psyche, wordt de verdachte alleen aangeklaagd voor de moord op Victor Portalier uit Onglas, omdat alleen deze misdaad is gepleegd in het rechtsgebied Ain.

De eerste dag ondervraagt de rechter Vacher urenlang. Maar deze houdt koppig vast aan zijn verklaring. ‘Ik had honderden gelegenheden om te moorden. Maar ik deed het alleen als mijn ziekte me de baas werd. Ik ben geen schurk. Ik ben gebeten door een wilde hond,’ verdedigt de landloper zich, en hij beweert dat het beest in hem zich roerde door de felle zon die dag in Onglas.

Pas op de derde en laatste dag is dr. Lacassagne aan de beurt om zijn bevindingen voor te leggen aan de rechter en de jury. De altijd keurig geklede arts heeft tekeningen van de moorden bij zich, die hij uitdeelt aan de juryleden. Op de tekeningen zijn opengesneden kinderen van soms slechts 13 jaar te zien. Terwijl de jury de schetsen bekijkt, verklaart Lacassagne dat de moordenaar bij elke misdaad op dezelfde manier te werk ging: hij koos een slachtoffer op een afgelegen plek, sneed hem of haar de keel af en sleepte het lichaam uit het zicht om het te verminken.

‘Vacher improviseerde niet. Zijn modus operandi was steeds gelijk,’ zegt Lacassagne. En hij gaat verder: ‘De moorden zijn niet gepleegd door een geesteszieke, maar door een sadistisch, antisociaal individu.’

‘Hij liegt! Er klopt niks van! O, mijn hoofd doet zo’n pijn!’ roept Vacher uit. Maar zijn klacht wekt bij geen van de aanwezigen medelijden op.

Zijn verweer wordt nog verder verzwakt als Lacassagne onthult dat een beet van een hondsdolle hond nooit eerder tot waanzin heeft geleid. ‘En kan hij krankzinnig geboren zijn?’ vraagt rechter De Coston.

‘Zeker niet. Hij vertoont geen tekenen van erfelijke schade. Hij is verantwoordelijk,’ antwoordt de arts.

Pas om 21.00 uur zijn alle getuigen van die dag gehoord en stuurt De Coston de jury weg om twee vragen te beantwoorden: Heeft Joseph Vacher de herder Victor Portalier op 31 augustus 1895 vermoord? En deed hij dit met opzet? Een kwartier later zijn de juryleden al weer terug met hun antwoord, ‘Ja’, op beide vragen.

‘Men heeft u de doodstraf opgelegd’, zegt de rechter tegen Joseph Vacher.

‘Dan is het niet anders. Maar ik zeg u: vervloekt zijn zij die mij veroordeeld hebben!’ dreigt de schurk de juryleden.

Vroeg op de ochtend van 31 december 1898 sleept een beul Vacher naar het schavot. ‘Lafaard’, roept het publiek opgewonden. Kort daarna suist de valbijl van de guillotine omlaag. De herdermoordenaar heeft zijn straf gekregen.

Ben je dol op historische misdaadzaken, moordraadsels en mysteries? Dan is een abonnement op HISTORIA wat voor jou! Kies tussen verschillende abonnementen en neem het abonnement dat bij je past.

Lees ook

Douglas Starr: The Killer of Little Shepherds, Simon & Schuster, 2012. A. Lacas­sagne: Vacher l’éventreur et les crimes sadiques, Elibron Classics, 2006. Olivier Chevrier: L’affaire Joseph Vacher, L’Harmattan, 2006.

Bekijk ook ...